Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2000:AF0142

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
30-05-2000
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
00/144 R
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beslag kan niet vervallen worden verklaard indien het goed aan de andere echtgenoot behoort met wie saniet met uitsluiting van iedere gemeenschap is gehuwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Assen

Beschikking van de Eerste enkelvoudige kamer in de zaak van:

X. ,

wonende te P.,

verzoeker.

Overwegingen

1. Het procesverloop

1.1 Verzoeker heeft de rechtbank bij verzoekschrift d.d. 12 mei verzocht het door de belastingdienst ten laste van hem gelegde bodembeslag op te heffen. Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 30 mei 2000.

2. De relevante feiten

2.1 Bij vonnis van heden heeft de rechtbank de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van verzoeker uitgesproken.

2.2 Verzoeker is met uitsluiting van iedere gemeenschap gehuwd met Y. Blijkens de akte van huwelijkse voorwaarden van 27 januari 1997 behoort de echtelijke woning en de inboedel toe aan mevrouw X. Op mevrouw X. is de schuldsaneringsregeling niet van toepassing.

2.3 De belastingdienst heeft op 10 mei 2000 bodembeslag gelegd op de inboedelgoederen die zich bevinden in de woning van verzoeker.

3. Beoordeling

3.1 Ingevolge artikel 301, derde lid, van de Faillissementswet kan de rechtbank, voordat de vastelling van het saneringsplan in kracht van gewijsde is gegaan, op verzoek van de schuldenaar een datum bepalen waarop de gelegde beslagen vervallen.

3.2 Uit het systeem van de wet vloeit voort dat deze bepaling alleen ziet op beslagen die gelegd zijn op tot de boedel behorende goederen, gelijk ook in faillissement het geval is (vgl ondermeer HR 10 april 1987, NJ 1987, 829).

Het gelegde bodembeslag betreft niet tot de boedel behorende oederen, namelijk goederen die toebehoren aan mevrouw X.

3.3 Uit het voorenstaande volgt dat het verzoek tot opheffing van het bodembeslag niet voor toewijzing in aanmerking komt.

Beslissingen

De rechtbank:

Wijst het verzoek af.

Gegeven door mr. J.H. Kuiper, bijgestaan door H. Takens als griffier, en uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 30 mei 2000 en door de rechter en de griffier voornoemd ondertekend.