Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BZ1098

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-12-2012
Datum publicatie
08-02-2013
Zaaknummer
208656
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De partijen zijn het eens geworden over de discipline en de persoon van de deskundige, te weten prof. dr. P.E. Postmus, longarts. Prof. Postmus heeft desgevraagd te kennen gegeven bereid en in staat te zijn het deskundigenbericht uit te brengen en vrij te staan ten opzichte van de partijen. Hij zal tot deskundige worden benoemd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 208656 / HA ZA 10-2371

Vonnis van 12 december 2012

in de zaak van

[eisers]

eisers,

advocaat mr. L.T.G. van Engelen te Wageningen,

tegen

[gedaagde]

gedaagde,

advocaat mr. B.M. Paijmans te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser sub 1], [eiser sub 2] en [eisers] (eisers gezamenlijk) en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 september 2012

- de gelijktijdig genomen aktes van [eisers] en [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. De partijen zijn het eens geworden over de discipline en de persoon van de deskundige, te weten prof. dr. P.E. Postmus, longarts. Prof. Postmus heeft desgevraagd te kennen gegeven bereid en in staat te zijn het deskundigenbericht uit te brengen en vrij te staan ten opzichte van de partijen. Hij zal tot deskundige worden benoemd.

2.2. [eisers] heeft verzocht in de opdracht op te nemen dat de deskundige zich kan laten voorlichten door een infectioloog en/of een bacterioloog, indien hij dat nodig zou oordelen. [gedaagde] heeft tegen dat laatste geen bezwaar. Deze suggestie wordt in de vraagstelling verwerkt op de hieronder aangegeven wijze.

2.3. [eisers] heeft geen bezwaren aangevoerd tegen de conceptvraagstelling. [gedaagde] heeft opgemerkt dat als hypothetisch tijdstip waarop een visite zou hebben plaatsgevonden, 3.30 uur dient te worden gehanteerd, dan wel dat de deskundige de vragen dient te beantwoorden voor zowel het tijdstip 1.30 uur als voor het tijdstip 3.30 uur. Hierin wordt [gedaagde] niet gevolgd. In r.o. 2.12. van het vonnis van 19 september 2012 is overwogen dat [gedaagde], op het moment van het telefoongesprek, niet kon uitsluiten dat van matige tot ernstige benauwdheid sprake was. De tekortkoming die onder r.o. 2.8. van dat vonnis is geformuleerd, komt er op neer dat [gedaagde], in een situatie waarin onvoldoende tot klaarheid was gebracht wat de toestand van patiënte was, geen huisbezoek heeft doen afleggen. Uitgangspunt is dus dat op het moment dat [gedaagde] over dat huisbezoek besliste, direct aansluitend aan het telefoongesprek, hij onvoldoende informatie had om vast te stellen of patiënte al dan niet kortademig was. Dat op zich is grond om uit te gaan van het tijdstip 1.30 uur. Er is dus geen aanleiding van die beslissing in het tussenvonnis terug te komen.

2.4. Voor wat betreft de vraagstelling heeft [gedaagde] een opmerking gemaakt over vraag c. Met die opmerking is rekening gehouden zoals hieronder vermeld.

2.5. Het voorschot voor de deskundige zal worden vastgesteld op € 6.000,00. [gedaagde] zal als aansprakelijke partij met het voorschot worden belast.

2.6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

a. Bent u aan de hand van het medisch dossier van huisarts en ziekenhuis van mevrouw M. de Jong uit de weken voorafgaand aan 1 mei 1997 tot aan haar overlijden op 3 mei 1997, zo nodig in de vorm van een gemotiveerde schatting, in staat te herleiden in welke toestand zij zich in de nacht van 1 mei 1997 rond 1:30 uur bevond?

b. Indien u daartoe in staat bent: wilt u dat - zoveel mogelijk gemotiveerd - dan doen?

c. Kunt u aangeven hoe het ziektebeeld van mevrouw M. de Jong zich zou hebben ontwikkeld en wat haar prognose zou zijn geweest, indien zij in de nacht door de huisarts was bezocht (om 1.30 uur) en adequaat was behandeld? U kunt zich bij de beoordeling van de behandeling die de huisarts zou hebben gegeven baseren op het rapport van dr. Van Berkestijn.

d. Indien zij ook bij adequate behandeling blijvende gevolgen van haar ziekte zou hebben ondervonden, wilt u die dan beschrijven?

e. Indien u over het voorgaande geen zekerheid hebt, kunt u dan gemotiveerd aangeven wat haar kansen waren geweest? Wilt u dit zo mogelijk in percentages uitdrukken?

f. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?

bepaalt dat de deskundige een infectioloog en/of een bacterioloog zal kunnen raadplegen indien hij dat voor zijn onderzoek wenselijk acht,

benoemt tot deskundige:

prof. dr. P.E. Postmus, longarts VUMC,

Landauerlaan 2,

9351 PP Leek

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

bepaalt dat [gedaagde] binnen twee weken na datum van dit vonnis (kopieën van) de overige processtukken aan de rechtbank Sector civiel, roladministratie, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem zal doen toekomen,

bepaalt dat [gedaagde] binnen twee weken na datum van dit vonnis als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 6.000,00 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door dit bedrag over te maken op rekening nummer 56.99.90.548 ten name van MvJ arrondissement Arnhem onder vermelding van het rolnummer en de namen van partijen,

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen,

bepaalt dat de deskundige binnen twee weken nadat hij bericht heeft gekregen dat het voorschot is gedeponeerd met de partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is,

bepaalt dat indien een partij of de deskundige de aldus afgesproken datum voor het onderzoek wijzigen, die partij of de deskundige daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen,

bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot de rechter-commissaris mr. A.E.B. ter Heide,

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid kan stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 1 maart 2013, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,

verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop het definitieve rapport ter griffie is ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eisers],

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp, mr. A.E.B. ter Heide en mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2012.