Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BY9685

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
28-01-2013
Zaaknummer
23954
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot nakoming van vaststellingsovereenkomst die strekt tot afwikkeling van de arbeidsovereenkomst. Gedaagde (werkgever) voert het verweer dat zij niet tot nakoming is gehouden door het ontslag van eiser op staande voet en de vernietiging van de vaststellingsovereenkomst op grond van dwaling. Verweer verworpen. Vorderingen deels toegewezen, deels afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0080

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 236954 / KG ZA 12-642

Vonnis in kort geding van 21 december 2012

in de zaak van

[eiser]

eiser,

advocaat mr. M.V.R. Grandjean Perrenod Comtesse te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SYNTHON HOLDING B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Lauwen te Oss.

Partijen zullen hierna [eiser] en Synthon genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser]

- de pleitnota van Synthon.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Synthon is een Nederlandse multinational die zich bezighoudt met het vervaardigen van generieke geneesmiddelen. Daarnaast ontwikkelt Synthon sinds 2007 bedrijfsactivitei¬ten in de biotechnologie.

2.2. De heer [.] [betrokkene 1] is grootaandeelhouder en statutair bestuurder van Synthon in de zin van artikel 2:239 BW.

2.3. [eiser] is bij arbeidsovereenkomst van 11 december 2009 op 1 februari 2010 voor de duur van vier jaar in dienst getreden van Synthon in de functie van Chief Executive Officer (CEO) met volledige vertegenwoor¬digings¬¬bevoegdheid. De bedoeling was dat [eiser] tevens benoemd zou worden tot statutair bestuurder van Synthon. Daaraan is echter geen uitvoering gegeven. In de arbeidsovereenkomst is onder meer het volgende bepaald:

Artikel 3 Bezoldiging

1. De beloning van de heer [eiser] bestaat uit drie componenten, als volgt samengesteld:

a. een vast jaarsalaris inclusief wettelijk vakantiegeld (hierna aangeduid als basissalaris), groot € 450.000,00 bruto per jaar. Jaarlijks zal de Raad van Commissarissen bezien, of en zo ja, in welke mate een vorm van aanpassing van het basissalaris dient te worden toegepast. (…)

b. een korte termijnbonus. Deze is variabel en bedraagt jaarlijks maximaal 30% van het basissalaris bij het behalen van de doelstellingen (…) Deze bonus zal (…) betaalbaar worden gesteld op (…) uiterlijk eind juni van het jaar volgend op het betreffende boekjaar. Een bonusjaar loopt, net als het boekjaar van de Vennootschap, synchroon met een kalenderjaar, te weten van 1 januari tot 1 januari.

c. een lange termijnbonus, die, voor zover niet anders is geregeld in deze arbeidsovereenkomst, pas opeisbaar is na een termijn van drie jaren, te rekenen vanaf de start van het betreffende bonusjaar (…)

Artikel 5 Onkostenvergoeding/kostenvergoedingen

1. De heer [eiser] heeft recht op een vaste onkostenvergoeding van € 200,00 netto per maand. (…)

Artikel 6 Auto en overige zaken

1. De heer [eiser] prefereert het zijn privéauto in te zetten voor woon-/werk en zakelijk verkeer. Als compensatie wordt aan hem op onbelaste basis een maandelijks bedrag van € 2.200,00 netto vergoed. (…)

Artikel 7 Pensioenregeling

De heer [eiser] en de Vennootschap treffen een pensioenregeling volgens het bij de Vennootschap geldende pensioenreglement, waarbij partijen overeenkomen dat 2/3 van de premie voor rekening komt van de Vennootschap en 1/3 van de premie voor rekening komt van [eiser]. (…)

Artikel 16 Tussentijds opzegbeding/tussentijdse beëindiging van het dienstverband

1. (…)

2. Ieder der partijen kan te allen tijde de arbeidsovereenkomst zonder opzegging en zonder inachtneming van de opzegtermijn onmiddellijk doen eindigen om een dringende reden als bedoeld in de artikelen 7:678 tot en met 7:679 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 17 Beëindigingsvergoeding

1. Indien:

a. het initiatief tot tussentijdse beëindiging van de arbeidsovereenkomst uitgaat van de Vennootschap en de grond daarvoor niet in overwegende mate is te wijten aan de heer [eiser], dan wel indien

b. het initiatief tot tussentijdse beëindiging van de arbeidsovereenkomst uitgaat van de heer [eiser] om een reden die hem niet is toe te rekenen, anders dan de redenen genoemd in het tweede lid van dit artikel, waaronder uitdrukkelijk begrepen een dringende reden als bedoeld in artikel 7:679 BW, het niet meer voorhanden zijn van voor hem passende werkzaamheden, een fundamentele wijziging van en/of verschil van mening over het te voeren beleid van de Vennootschap, of een andere gezagsverhouding tussen de organen van de Vennootschap en/of binnen haar Raad van Bestuur;

zal de Vennootschap aan de heer [eiser] een vergoeding betalen ter grootte van eenmaal het dan geldende basissalaris, vermeerderd met de dan geldende jaarbijdrage van de Vennootschap aan de pensioenpremie. Daarnaast zal de heer [eiser] alsdan vanaf de einddatum van de arbeidsovereenkomst aanspraak hebben op de lange termijnbonus (…)

2.4. Het jaarsalaris van [eiser] over 2012 is op 18 januari 2012 door Synthon vastgesteld op € 522.810,00 bruto, inclusief 8% vakantietoeslag.

2.5. De relatie tussen [eiser] en [betrokkene 1] verliep steeds moeizamer door de verschillen van inzicht in strategie, organisatorisch beleid en corporate governance.

2.6. Omdat [betrokkene 1] desgevraagd zijn vertrouwen in [eiser] niet wilde uitspreken, heeft [eiser] [betrokkene 1] laten weten dat het voor hem niet meer mogelijk was om te blijven werken voor Synthon. Vervolgens hebben partijen overleg gevoerd over een vertrek van [eiser].

2.7. Partijen zijn tot overeenstemming gekomen over een vertrekregeling die is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst van 12 september 2012 (hierna: de beëindigingsovereenkomst). In deze beëindigingsovereenkomst is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

Overwegende dat:

(C) Partijen met elkaar in overleg zijn getreden voor de tussentijdse beëindiging van de arbeidsovereenkomst en het statutair directeurschap van [eiser] omdat er verschillen van inzicht bestaan die een dergelijk einde rechtvaardigen;

(D) De arbeidsovereenkomst tussen partijen daarom dient te eindigen op de wijze en onder de voorwaarden van deze overeenkomst;

(E) geen dringende reden in de zin van artikel 7:678 BW bestaat om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst over te gaan;

Komen overeen als volgt

1 Beëindiging

1.1 De tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst d.d. 1 december 2009

(hierna: de “Arbeidsovereenkomst”) eindigt met ingang van 31 december 2012 (hierna: “de Einddatum”) met wederzijds goedvinden (…)

1.2 In verband met de onder 1.1 vermelde beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zal [eiser] schriftelijk zijn ontslag aanbieden als statutair directeur van Synthon. (...) en [eiser] zal alsdan decharge worden verleend voor het door hem gevoerde bestuur. (…)

2 Vergoeding

2.1 Synthon betaalt [eiser] ter zake het eindigen van diens arbeidsovereenkomst een vergoeding zoals omschreven in artikel 17 lid 1 van zijn Arbeidsovereenkomst, waarin is bepaald dat de heer [eiser] aanspraak heeft op een bruto vergoeding ter grootte van eenmaal zijn basissalaris vermeerderd met de jaarbijdrage van de vennootschap aan de pensioenpremie.

2.2 Synthon betaalt deze vergoeding op de door [eiser] aan te geven wijze, voor zover die wijze (i) overeenstemming is met de geldende fiscale regelgeving en (ii) voor Synthon niet kostenverhogend is. (...)

2.3 Synthon betaalt het netto equivalent van deze vergoeding binnen één maand na de Einddatum (…)

4 Korte termijn bonus

4.1 De hoogte van de korte termijn bonus als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub b van de Arbeidsovereenkomst wordt vastgesteld ten tijde van de opstelling van de jaarrekening doch uiterlijk 30 april 2013.

6 Vrijstelling van werkzaamheden; overdracht

6.1 [eiser] is met ingang van 1 december 2012, of zoveel eerder of later als te kennen gegeven door [.] [betrokkene 1], tot de Einddatum vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden, met behoud van salaris. [eiser] zal zorgdragen voor een zorgvuldige overdracht van zaken en relaties zulks in overleg met [betrokkene 2].

6.2 Niettegenstaande de in verband met de in lid 1 van dit artikel genoemde vrijstelling houdt [eiser] tot de Einddatum aanspraak op:

(a) de vaste onkostenvergoeding van EUR 200 per maand als bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsovereenkomst;

(b) de reiskostencompensatie ter hoogte van netto EUR 2.200 als bedoeld in artikel 6 lid 1 van de Arbeidsovereenkomst;

(c) het gebruik van de door Synthon ter beschikking gestelde laptop en de mobiele telefoon/pda, als bedoeld in artikel 6.2 van de Arbeidsovereenkomst.

7 Eindafrekening

7.1 [eiser] ontvangt bij het einde van de arbeidsovereenkomst een eindafrekening waarin, voor zover verschuldigd en (nog) niet betaald, over de periode tot de Einddatum zijn salaris inclusief pro rata vakantiebijslag is opgenomen.

7.2 Uitbetaling op grond van de eindafrekening vindt plaats in de maand volgend op de Einddatum.

7.3 [eiser] wordt geacht eventueel niet genoten vakantielagen voorafgaande aan de Einddatum te hebben opgenomen. Synthon is niet gehouden ter zake daarvan enige vergoeding aan [eiser] te betalen.

8 Pensioen

8.1 Synthon zal tot de Einddatum aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de aan [eiser] gedane pensioentoezegging voldoen. (…)

9 Getuigschrift

9.1 Synthon reikt [eiser] binnen 2 weken na de ondertekening van deze overeenkomst een positief geformuleerd getuigschrift uit.

12 Communicatie

12.1 (...)

12.2 Partijen zullen zich over en weer onthouden van het doen van negatieve uitlatingen betreffende de andere partij. (…)

12.3 Partijen zullen in onderling overleg het vertrek van [eiser] bij Synthon zowel intern als extern bekend maken. Synthon zal daartoe een concept tekstvoorstel doen aan [eiser].

13 Finale kwijting

13.1 Partijen kunnen na ondertekening van deze overeenkomst in verband met hun arbeidsovereenkomst en de beëindiging daarvan of uit welke hoofde dan ook geen andere rechten jegens elkaar doen gelden dan de rechten en verplichtingen uit deze overeenkomst.

13.2 Partijen verlenen elkaar hierbij over en weer finale kwijting ter zake van alle andere aanspraken en verplichtingen dan die genoemd in lid 1 van dit artikel.

2.8. Synthon heeft [eiser] te kennen gegeven de beëindigingsovereenkomst niet (volledig) te zullen nakomen.

2.9. [betrokkene 1] heeft bij e-mail van 11 oktober 2012 aan alle medewerkers van Synthon medegedeeld dat [eiser] per direct Synthon verlaat en dat hijzelf de functie van CEO op zich neemt.

2.10. In het kader van de overdracht van de lopende zaken en werkzaamheden van [eiser] hebben [betrokkene 1] en [eiser] veelvuldig met elkaar gecommuniceerd. [betrokkene 1] heeft [eiser] verschillende vragen gesteld en opmerkingen gemaakt over zijn functievervul¬ling en onder zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid vallende aangelegenheden van de onderneming. Daarbij heeft [betrokkene 1] [eiser] meerdere verwijten gemaakt. [eiser] heeft daarop steeds uitgebreid gereageerd.

2.11. In een e-mail van 8 november 2012 heeft [betrokkene 1] aan [eiser] geschreven dat hij vorige week na ontdekking van de “zoveelste frauduleuze handeling” van [eiser] opdracht heeft gegeven om geen enkele betaling meer aan [eiser] te verrichten.

2.12. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 13 november 2012 Synthon en [betrokkene 1] privé gesommeerd om geen negatieve uitlatingen over [eiser] te doen en om binnen een week een positief geformuleerd getuigschrift te verstrekken. Daarnaast is verzocht om binnen drie dagen te bevestigen dat Synthon de betalingen voortvloeiende uit de beëindigingsovereenkomst, waaronder het salaris, de onkostenvergoedingen, de eind¬afrekening, de beëindigingvergoeding en de korte termijnbonus zal doen.

2.13. [betrokkene 1] heeft hierop gereageerd bij e-mail van 13 november 2012, waarin staat dat hij bij zijn besluit blijft dat aan [eiser] geen betalingen worden gedaan en dat [eiser] geen positief geformuleerd getuigschrift krijgt. Vanaf 1 november 2012 heeft Synthon geen betalingen meer verricht aan [eiser].

2.14. Aan [eiser] is eind oktober/begin november 2012 volledige decharge verleend voor het gevoerde bestuur door de aandeelhouders van Synthon, waaronder [betrokkene 1].

2.15. Bij brief van 7 december 2012 heeft [betrokkene 1] namens Synthon aan [eiser] ontslag op staande voet aangezegd en een beroep gedaan op vernietiging van de beëindigings¬overeenkomst op grond van dwaling. Deze brief vermeldt onder meer:

Deze week heb ik (…) definitief geconstateerd dat u tegen mijn instructies en de gebruiken binnen Synthon die u zeer goed bekend zijn, een arbeidsovereenkomst met de heer [betrokkene 3] hebt getekend namens Synthon Holding B.V., waarin u de heer [betrokkene 3] als hij aandelen in Synthon Holding B.V. zou krijgen deze aandelen onvoorwaardelijk heeft toegekend. Het is u zeer goed bekend dat noch in uw eigen arbeidsovereenkomst, noch in de arbeidsovereenkomsten van de overige executive board leden een dergelijke toezegging is opgenomen, omdat pas aandelen worden toegekend nadat, op het moment van toekenning, de CEO het leveren van aandelen nogmaals heeft goedgekeurd, nog afgezien van het noodzakelijke besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders.

Daarnaast heb ik zojuist geconstateerd dat u net voor uw vertrek de vice president Latin America, [.] [betrokkene 6], een zeer forse salaris- en bonusverhoging hebt toegekend, zonder dat u eerst hierover met mij overleg hebt gepleegd, zoals te doen gebruikelijk.

Op grond van de hierboven beschreven redenen, welke redenen zowel ieder voor zich en alle tezamen in onderling verband beschouwd, een of meerdere dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren, rest mij niets anders dan u thans op staande voet te ontslaan.

(…)

De vaststellingsovereenkomst vernietig ik op grond van het gestelde in artikel 6:228 BW (dwaling) en/of 6:248 BW (beroep op nakoming onaanvaardbaar) en/of artikel 7:904 BW (vernietiging nu nakoming naar maatstaven van redelijk- en billijkheid onaanvaardbaar is), nu u informatie aan Synthon hebt onthouden waarvan u wist dat deze voor Synthon van doorslaggevend belang was om de vaststellingsovereenkomst aan te gaan. U kunt aan de vaststellingsovereenkomst van 12 september 2012 dan ook geen rechten meer ontlenen.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Synthon:

1. te veroordelen om te betalen aan [eiser] het maandloon van € 43.568,00 bruto cum annexis over de maanden november en december 2012, waaronder 8% vakantiebijslag, € 200,00 netto aan onkostenvergoeding, € 2.200,00 netto aan reiskostencompensatie en het werkgeversdeel van de pensioenpremie, zulks met toepassing van de geldende 30%-regeling, een en ander onder gelijktijdige verstrekking van een deugdelijke specificatie van de te verrichten betalingen;

2. te veroordelen om uiterlijk op 31 december 2012 een deugdelijke specificatie van de eindafrekening te verstrekken aan [eiser] en Synthon te veroordelen om binnen één maand na 31 december 2012 [eiser] uit te betalen op grond van de eindafrekening;

3. te veroordelen om binnen één maand na 31 december 2012 de ontslagvergoeding zoals vastgelegd in artikel 2 van de beëindigingsovereenkomst uit te keren aan [eiser], zijnde € 559.854,00 bruto, althans een in goede justitie te bepalen voorschot daarop, te betalen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2.2 en 2.3 van de beëindigingsovereen¬komst, en daarvan een deugdelijke betalingsspecificatie te verstrekken;

4. te veroordelen om ten tijde van de opstelling van de jaarrekening doch uiterlijk op 30 april 2013 de korte termijnbonus vast te stellen en aan [eiser] uit te keren, en daarvan een deugdelijke betalingsspecificatie te verstrekken;

5. te veroordelen om bij gebrek aan tijdige betaling van de hierboven onder 1, 2, 3 en 4 bedoelde bedragen aan [eiser] te betalen (a) de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het niet-tijdig betaalde gedeelte voor zover de betalingsverplichtingen loon betreffen als bedoeld in dat artikel, voor wat betreft de bedragen bedoeld onder 1 gere¬kend vanaf 25 november 2012 respectievelijk 25 december 2012 (zijnde de vierde dag na de reguliere dag van loonbetaling), althans vanaf een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen datum, als ook met (b) de verschuldigde wettelijke rente over het niet tijdig betaalde gedeelte als ook over de voornoemde wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, voor wat betreft de bedragen bedoeld onder 1 gerekend vanaf de reguliere dag van loonbetaling, zijnde 21 november 2012 respectievelijk 21 december 2012, althans vanaf een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen datum, een en ander tot de dag der algehele voldoening, en [eiser] een deugdelijke specificatie te verstekken van de te verrichten betalingen;

6. te veroordelen om binnen 48 uur, althans binnen een zo kort mogelijke andere termijn, na het wijzen van dit vonnis een positief geformuleerd getuigschrift te verstrekken aan [eiser];

7. te gebieden om zich met onmiddellijke ingang te onthouden van het doen van negatieve uitlatingen over [eiser];

8. tot betaling van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Synthon in gebreke blijft om aan het onder 6 en 7 bepaalde te voldoen;

9. te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 969,00 aan buiten¬gerechtelijke kosten;

10. te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. [eiser] vordert nakoming van de verplichtingen van Synthon uit hoofde van de beëindigingsovereenkomst. Voor zover het gevorderde ziet op betalingsverplichtingen stelt [eiser] dat hij spoedeisend belang heeft, omdat hij het geld als inkomsten nodig heeft voor zijn levensonderhoud. Bij het verkrijgen van een positief getuigschrift en bij het stoppen van negatieve uitlatingen over hem heeft hij een spoedeisend belang, omdat hij op korte termijn een nieuwe baan moet vinden en het ontbreken van een getuigschrift en de aanwezigheid van negatieve uitlatingen over hem zijn mogelijkheden daartoe bemoeilijken.

3.3. Synthon voert het verweer dat na de ondertekening van de beëindigings¬overeenkomst een groot aantal feiten en omstandigheden aan het licht zijn gekomen op grond waarvan Synthon [eiser] op 7 december 2012 op staande voet heeft ontslagen. Volgens Synthon is de arbeidsovereenkomst van [eiser] door het ontslag op staande voet geëindigd, zodat feitelijk aan de beëindigingsovereenkomst geen betekenis meer toekomt. Synthon heeft per gelijke brief de beëindigingsovereenkomst vernietigd op grond van dwaling, omdat [eiser] informatie aan Synthon heeft onthouden waarvan hij wist dat deze voor Synthon van doorslaggevend belang was om de beëindigingsovereenkomst aan te gaan.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Uitgangspunt is dat partijen voor de afwikkeling van de arbeidsovereenkomst van [eiser] een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten, te weten de beëindigingsovereen¬komst van 12 september 2012. Partijen zijn in beginsel gebonden aan deze vaststellings¬overeenkomst, zodat deze moet worden nagekomen. [eiser] vordert kort gezegd nakoming van de vaststellingsovereenkomst, waartegenover Synthon het verweer voert dat zij niet gehouden is tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst door het ontslag op staande voet van [eiser] op 7 december 2010 en de vernietiging van de vaststellingsovereenkomst op grond van dwaling per gelijke datum.

4.2. Voorop staat dat er beperkte mogelijkheden zijn voor vernietiging van een vaststellingsovereenkomst met een beroep op dwaling. De rechter dient in geval van een vaststellingsovereenkomst terughoudend om te gaan met een beroep op dwaling, des te meer in een kort geding als het onderhavige waarin op de valreep een beroep op dwaling is gedaan als verweer tegen een vordering tot nakoming van die vaststellingsovereenkomst.

De voorzieningenrechter constateert dat de door Synthon aan het beroep op dwaling ten grondslag gelegde feitencomplex en gronden exact dezelfde zijn als die door haar aan het ontslag op staande voet ten grondslag zijn gelegd. Kort gezegd gaat het om de volgende twee gronden: 1) het onvoorwaardelijk toekennen van aandelen aan de heer [.] [betrokkene 3] (Chief Financial Officer (CFO)) in zijn arbeidsovereenkomst en 2) het toekennen van een zeer forse salaris- en bonusverhoging aan mevrouw L. [betrokkene 6] (vice president Latin America).

4.3. Wat betreft de kwestie van de arbeidsovereenkomst van [betrokkene 3] als een dringende reden voor ontslag op staande voet wordt als volgt overwogen. Synthon stelt dat de algemeen bekende norm binnen Synthon is dat aan executive board leden aandelen van Synthon voorwaardelijk kunnen worden toegekend - mits het executive board lid aan zijn jaarlijks vastgestelde strategische en kwalitatieve doelstellingen heeft voldaan - en pas na drie jaar dienstverband de aandelen definitief worden toegekend ná goedkeuring door de CEO. Synthon stelt dat [eiser] in strijd hiermee in de arbeidsovereenkomst van [betrokkene 3] als lange termijnbonus onvoorwaardelijk aandelen heeft toegekend aan [betrokkene 3], door de voorwaarde van goedkeuring door de CEO, welke voorwaarde aanvankelijk wel was opgenomen in de conceptarbeidsovereenkomst van [betrokkene 3], in de definitieve arbeids¬overeenkomst weg te laten. Hierdoor is Synthon ernstig benadeeld door [eiser], hetgeen

een dringende reden voor ontslag op staande voet van [eiser] oplevert, aldus Synthon.

4.4. Vast staat dat in de definitieve arbeidsovereenkomst van [betrokkene 3], die namens Synthon is getekend door [eiser] in zijn hoedanigheid van CEO, de voorwaarde van goedkeuring door de CEO aan het einde van de driejaarstermijn niet is opgenomen. De voorwaarde dat de werknemer drie jaar in dienst moet zijn van Synthon voor de onvoor¬waardelijke toekenning van de aandelen is wel opgenomen, evenals de andere voorwaarden zoals het jaarlijks hebben bereikt van bepaalde strategische en kwalitatieve doelstellingen. De arbeidsovereenkomst van [betrokkene 3] is inmiddels beëindigd en [betrokkene 3] heeft Synthon verlaten. Omdat [betrokkene 3] de voorwaarde dat hij drie jaar in dienst moest blijven niet heeft volgemaakt komt hij reeds daarom niet in aanmerking voor onvoorwaardelijke toekenning van aandelen, zodat het belang van Synthon bij het tegen haar zin in de arbeidsovereen¬komst van [betrokkene 3] wegge¬laten zijn van de voorwaarde van goedkeuring door de CEO na drie jaar dienst¬verband zeer beperkt is. Maar, wat daar verder van zij, in de conceptarbeidsovereenkomst van [betrokkene 3] die door Synthon is geaccordeerd, is in bijlage 2 reeds aangekondigd dat er verandering op komst was met betrekking tot de aandelenregeling van Synthon, zodat er niet zonder meer van kan worden uitgegaan dat de aandelenregeling zo star zou zijn als door Synthon wordt gesteld. Verder is onweersproken dat, hoewel [eiser] zijn handtekening heeft gezet onder de definitieve arbeidsovereenkomst van [betrokkene 3], deze arbeidsovereenkomst het resultaat is van onderhandelingen van [betrokkene 3] met mevrouw [betrokkene 4], het hoofd Human Resources van Synthon en de heer [betrokkene 2], het hoofd Juridische Zaken van Synthon. De rol van [eiser] bij het niet opnemen van de voorwaarde van goedkeuring door de CEO na drie jaar dienst¬verband aan de voorwaardelijke toekenning van aandelen aan [betrokkene 3] in zijn arbeidsovereenkomst, dient dan ook gerelativeerd te worden. De voorzien¬ingen¬rechter is voorshands van oordeel dat het weglaten van deze voorwaarde voor onvoorwaardelijke toekenning van aandelen in de arbeidsovereenkomst van [betrokkene 3] een aangelegenheid is die Synthon (en de statutair bestuurder en grootaandeelhouder [betrokkene 1]) aangaat en dat dit dus met Synthon vooraf besproken had moeten worden. Voor zover [eiser] hierin tekort zou zijn geschoten, omdat de aanstelling van [betrokkene 3] onder zijn verantwoor¬de¬lijk¬heid als CEO viel, levert dit echter naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter geen dringende reden op voor ontslag op staande voet ex artikel 7:677 jo. 7:678 BW. Voorshands geoordeeld bestaat onder deze omstandigheden evenmin een geldige grond voor vernietiging van de beëindigingsovereenkomst op grond van dwaling.

Of Synthon over dit punt heeft gedwaald en bij een juiste voorstelling van zaken de vaststellingsovereenkomst niet zou hebben gesloten, moet verder worden onderzocht in een (eventuele) bodemprocedure. Daar leent een kort gedingprocedure zich niet voor.

4.5. Ten aanzien van de door Synthon gestelde zeer forse salaris- en bonusverhoging van [betrokkene 6] vlak voor het vertrek van [eiser] als een dringende reden voor ontslag op staande voet van [eiser], wordt het volgende overwogen. Synthon heeft tegenover de gemotiveerde betwisting van [eiser] niet aannemelijk gemaakt dat [eiser] hiermee bekend was en hierin daadwerkelijke bemoeienis heeft gehad. Onweersproken is dat [eiser] niet de leidinggevende van [betrokkene 6] is geweest. Haar leidinggevende was en is de heer M.J. [betrokkene 7], de Chief Commercial Officer (CCO) van Synthon. Synthon betwist niet dat de aanmerkelijke salarisverhoging van [betrokkene 6] door [betrokkene 7] is aangeboden. Dat [betrokkene 7] moest rapporteren aan [eiser] en onder zijn verantwoordelijkheid viel, betekent niet dat [eiser] zonder meer aansprakelijk is voor de feitelijk door [betrokkene 7] uitgevoerde salaris¬verhoging. Vooralsnog kan niet worden aangenomen dat de onbekendheid van [eiser] hiermee dan wel zijn nalatigheid om zich hierin te moeien zo zeer verwijtbaar is, dat dit kan worden aangemerkt als een dringende reden voor ontslag op staande voet. Voorshands geoordeeld levert dit evenmin een geldige grond op voor vernietiging van de beëindigings¬overeenkomst op grond van dwaling. Of Synthon over dit onderdeel heeft gedwaald en bij een juiste voorstelling van zaken de vaststellingsovereenkomst niet zou hebben gesloten, moet verder worden onderzocht in een (eventuele) bodemprocedure.

4.6. De conclusie is dat de het beroep van Synthon op vernietiging van de beëindigingsovereenkomst op grond van dwaling naar het voorlopige oordeel van de voorzieningen¬rechter faalt. Nu Synthon voorts onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat zij ook anderszins niet gehouden zou zijn tot nakoming van de beëindigingsovereenkomst, dient deze overeenkomst te worden nagekomen. Dit betekent dat Synthon in beginsel het salaris van [eiser] moet doorbetalen tot de overeengekomen einddatum van het dienst¬verband in de beëindigingsovereenkomst en dat Synthon ook haar andere (financiële) verplichtingen uit die overeenkomst moet nakomen.

De vorderingen

4.7. Onder 1 wordt, kort gezegd, doorbetaling van loon tot de einddatum 31 december 2012 conform de beëindigingsovereenkomst gevorderd. Deze voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Een vordering tot loondoorbetaling is naar zijn aard spoedeisend, zodat daarmee voldaan is aan de voorwaarde van het hebben van een spoedeisend belang voor toewijzing van een geldvordering in kort geding. Het gaat in casu om het maandloon over de maanden november en december 2012, inclusief de maandelijkse vaste onkosten¬vergoeding, de reiskostencompen¬satie en het werkgeversdeel van de pensioenpremie. De betaalbaar¬stelling van de vaste onkostenvergoeding, de reiskostencompen¬satie en het werkgeversdeel van de pensioenpremie tot de einddatum 31 december 2012 is in de beëindigingsovereen¬komst uitdrukkelijk opgenomen (artikelen 6.2 en 8), zodat deze (loon)componenten samen met het maandloon door Synthon aan [eiser] betaald moeten worden. De gevorderde pensioenbijdrage, zijnde het werkgeversdeel van de pensioenpremie, zal conform de vordering worden toegewezen met toepassing van de 30%-regeling op de voet van artikel 7 van de arbeidsovereenkomst van [eiser]. Onweersproken is dat het gebruikelijke tijdstip van salarisbetaling de 21e van de maand is. Vast staat dat [eiser] vanaf 1 november 2012 geen betalingen van Synthon heeft ontvangen. De salarisbetaling voor de maand november 2012 had moeten plaatsvinden op 21 november 2012. Nu dat niet is gebeurd, is er sprake van een wettig verzuim en is de vordering van [eiser] met betrekking tot het salaris cum annexis over de maand november toewijsbaar. Synthon is hierover ook de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW (vordering onder 5) verschuldigd vanaf 25 november 2012, zijnde de vierde dag na de reguliere dag van salarisbetaling. Door Synthon is onvoldoende gesteld voor matiging van de wettelijke verhoging.

4.8. Voor het salaris cum annexis over de maand december 2012 geldt dat dit op

21 december 2012, zijnde de dagtekening van dit vonnis, moet worden betaald. Uit de opstel¬ling van Synthon kan worden opgemaakt dat zij niet bereid is dit salaris te betalen, zodat ex artikel 6:83 sub c BW aangenomen kan worden dat Synthon bij voorbaat hiermee in verzuim is. Dit betekent dat ook het salaris en de daarbij behorende betalingen over de maand december 2012 toewijsbaar zijn. De gevorderde wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over de loonbetaling over december is niet toewijsbaar, nu de daarvoor vereiste termijn van drie werkdagen na het reguliere tijdstip van salarisbetaling (de 21e van de maand) nog niet zijn verstreken. Synthon kan dus nog tijdig betalen.

4.9. Synthon dient daarnaast [eiser] een deugdelijke specificatie van de te verrichten betalingen over de maanden november en december 2012 te verstrekken zoals is gevorderd.

4.10. De vordering onder 2 is ook toewijsbaar. Synthon moet op grond van artikel 7 van de beëindigingsovereenkomst [eiser] een eindafrekening van zijn arbeidsovereenkomst verstrekken en hem conform die eindafrekening binnen een maand na einddatum 31 december 2012 uitbetalen.

4.11. Onder 3 vordert [eiser] uitbetaling van de ontslagvergoeding van artikel 2 van de beëindigingsovereenkomst. De voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Volgens vaste jurisprudentie (HR 22 januari 1982, NJ 1982, 505; HR 14 april 2000, NJ 2000, 489 en HR 15 juni 2007, NJ 2008, 153) geldt voor toewijzing van een geldvordering in kort geding een verzwaarde stel- en motiverings¬plicht met betrekking tot het gestelde spoedeisend belang. Van zowel de partij die de voorziening vordert als van de rechter die haar toewijst, mag worden verlangd dat naar behoren feiten en omstandigheden worden aangewezen die meebrengen dat een zodanige voorziening uit hoofde van onverwijlde spoed is geboden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn deze feiten en omstandigheden hier niet, althans onvoldoende, aanwezig. [eiser] heeft als spoedeisend belang gesteld dat hij de ontslagvergoeding nodig heeft voor zijn levensonderhoud, maar daarentegen heeft hij niet betwist dat hij een zeer vermogende man is. [eiser] heeft geen ander spoedeisend belang gesteld bij deze geldvordering, zodat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de uitkomst van een eventuele bodemprocedure hierover door [eiser] in redelijkheid niet kan worden afgewacht. Het vorenoverwogene leidt tot de conclusie dat reeds op grond van het ontbreken van een voldoende spoedeisend belang deze vordering van [eiser] moet worden afgewezen. Daarenboven is de ontslagvergoeding nog niet opeisbaar, zodat ook op die grond deze vordering niet voor toewijzing in aanmerking komt. Immers, de ontslagvergoeding moet door Synthon op grond van artikel 2 van de beëindigingsovereenkomst binnen een maand na de einddatum, aldus uiterlijk op 31 januari 2013 betaald worden.

4.12. Onder 4 vordert [eiser] vaststelling van de korte termijnbonus en uitkering van die bonus uiterlijk op 30 april 2013 conform artikel 4 van de beëindigingsovereenkomst. Ook deze vordering is prematuur nu de korte termijnbonus pas op 30 april 2013 opeisbaar wordt. Daarnaast valt niet te overzien of Synthon ook na dit vonnis zal volharden in haar standpunt dat het ontslag op staande voet van [eiser] gegrond was en dat de beëindigingsovereen¬komst op grond van dwaling terecht is vernietigd, zodat het nog maar de vraag is of Synthon de uitkering van de korte termijnbonus tegen zal houden. Ook deze vordering zal worden afgewezen.

4.13. De vordering onder 6 zal worden toegewezen als hierna vermeld. [eiser] heeft op grond van artikel 9 van de beëindigingsovereenkomst recht op en een (spoedeisend) belang bij een positief geformuleerd getuigschrift met het oog op het vinden van een nieuwe baan. Ook dient Synthon, waaronder ook [betrokkene 1] kan worden geschaard, zich te onthouden van negatieve uitlatingen over [eiser] zoals partijen in artikel 12 van de beëindigingsovereen¬komst zijn overeengekomen. De vordering onder 7 is dus eveneens toewijsbaar. Deze veroordelingen zullen worden versterkt met een dwangsom zoals hierna is bepaald.

4.14. De vordering onder 9 tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. [eiser] heeft niet voldoende onderbouwd gesteld dat hij deze kosten daadwerke¬lijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.15. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt Synthon om aan [eiser] te betalen het maandloon van € 43.568,00 bruto cum annexis over de maanden november en december 2012, waaronder 8% vakantie¬bijslag, € 200,00 netto aan onkostenvergoeding, € 2.200,00 netto aan reiskostencompensatie en het werkgeversdeel van de pensioenpremie, zulks met toepassing van de geldende 30%-regeling, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de reguliere dag van loonbetaling, zijnde 21 november 2012 respectievelijk 21 december 2012 tot de dag der algehele voldoening, een en ander onder gelijktijdige verstrekking van een deugdelijke specificatie van de te verrichten betalingen,

5.2. veroordeelt Synthon om aan [eiser] te betalen de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over de bedragen over november 2012 voor zover de betalingsverplich¬tingen loon betreffen als bedoeld in dat artikel, vanaf 25 november 2012 (zijnde de vierde dag na de reguliere dag van loonbetaling),

5.3. veroordeelt Synthon om aan [eiser] uiterlijk op 31 december 2012 een deugdelijke specificatie van de eindafrekening te verstrekken en om binnen één maand na 31 december 2012 [eiser] uit te betalen conform die eindafrekening,

5.4. veroordeelt Synthon om aan [eiser] binnen 48 uur na betekening van dit vonnis een positief geformuleerd getuigschrift te verstrekken,

5.5. gebiedt Synthon om zich met onmiddellijke ingang te onthouden van het doen van negatieve uitlatingen over [eiser],

5.6. veroordeelt Synthon om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.4 uitgesproken veroordeling voldoet en een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere overtreding van de in 5.5 uitgesproken veroordeling vermeerderd met een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,

5.7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8. wijst het meer of anders gevorderde af,

5.9. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2012.

Coll.: HS