Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BY8178

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
05-12-2012
Datum publicatie
11-01-2013
Zaaknummer
235729
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erfdienstbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 235729 / HA ZA 12-771

Vonnis van 5 december 2012

in de zaak van

[eisers]

eisers,

advocaat mr. S.G. Volbeda te Arnhem,

tegen

[gedaagden]

gedaagden,

advocaat mr. M.J.A. Arts te Nijmegen.

Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagden] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 14 december 2011 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 220946 / HA ZA 11-1343 en het proces-verbaal van comparitie van 8 mei 2012 in die zaak. De zaak is doorgehaald op de rol van 3 oktober 2012. De zaak is vervolgens weer opgebracht, thans met zaaknummer / rolnummer: 235729 / HA ZA 12-771, en op de rol geplaatst van 12 december 2012 voor vonnis.

2. De feiten

2.1. De partijen zijn buren. [eisers] wonen aan de [adres] 3 te [woonplaats]. Hun woning staat op het perceel kadastraal bekend gemeente [woonplaats] sectie R nummer 338, in de akte van toedeling Ruilverkaveling [woonplaats] van 15 mei 2003 aangeduid met kavelnummer 028.068. Zij zijn eveneens eigenaars van het ook aan de [adres] gelegen perceel met kavelnummer 028.031. Tussen die kavels ligt een onverhard pad dat begint aan de [adres] en dat uitkomt op een openbare weg die in noordelijke richting uitkomt op [adres 2]. Aan dat pad liggen (onder één kap) de woningen van [gedaagden], met het adres [adres] 1, op de percelen kadastraal bekend [woonplaats] R 506 van [gedaagde sub 2] (verder: [gedaagde sub 2]) en 502 van [gedaagde sub 1] (verder: [gedaagde sub 1]). De percelen 506, 502 en het perceel, kadastraal bekend gemeente [woonplaats] sectie R nummer 507 van [gedaagde sub 2], dat aan de linker- en rechterzijde en aan de achterzijde om de percelen 502 en 506 heen ligt, worden in de akte van toedeling gezamenlijk aangeduid met kavelnummer 028.036. Die kavel grenst aan kavel 028.068 van [eisers] Tussen kavel 028.036 en de openbare weg waarop het onverharde pad uitkomt ligt kavel 028.069 van derden. Gezien vanaf de [adres] ligt aan de zuidzijde van het pad dus achtereenvolgens kavel 028.068 van [eisers], kavel 028.036 met daarop de woningen van [gedaagden] en kavel 028.069. Aan de overzijde van dat pad ligt gezien vanaf de [adres] tot aan de openbare weg achtereenvolgens eerdergenoemde kavel 028.031 van [eisers], kavel 028.033 van [gedaagde sub 2] en de door [eisers] van derden gepachte kavel 028.034. Blijkens de akte van toedeling bestaat het pad gezien vanaf de [adres] tot aan de openbare weg uit de kavels met de nummers 028.032 (eigendom van [eisers]), 028.035 (eigendom van [gedaagde sub 2]) en 028.037 (eigendom van de eigenaar van kavel 028 034). De kavels 028.031, 028.033, 028.034 en 028.036 bestaan uit weiland/bouwland.

Zie voor dit alles het volgende kaartje.

2.2. In de akte van toedeling is met nummer 180 een recht van erfdienstbaarheid met de volgende inhoud opgenomen:

“Ten behoeve van de kavel(s) 028.034, 028.033, 028.035 en 028.036 en ten laste van de kavel(s) 028.032, 028.035 en 028.037 wordt gevestigd de erfdienstbaarheid van weg om te komen en te gaan van en naar de openbare weg, de [adres], naar en van het heersend erf uit te oefenen op de voor het dienend erf minst bezwarende wijze. Het onderhoud van de uitweg komt ten laste van het heersend erf alswel het dienend erf naar de mate van gebruik.”

2.3. [gedaagde sub 2] heeft de breedte van het pad op de grens van de kavels 028.035 en 028.037 beperkt tot een voor landbouwwerktuigen onvoldoende breedte.

3. Het geschil

3.1. [eisers] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden] zal veroordelen tot nakoming van de akte van toedeling in die zin dat zij binnen één maand na betekening van het in deze te wijzen vonnis er zorg voor dragen dat alle belemmeringen die de doorgang beletten worden opgeheven en dat [eisers] zonder problemen met hun paarden over dit pad kunnen lopen, en met hun landbouwmachines over dit pad kunnen rijden zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,-- voor iedere dag dat [gedaagden] in gebreke mochten blijven aan dit vonnis te voldoen en [gedaagden] in de proceskosten zal veroordelen.

[eisers] leggen aan hun vordering ten grondslag dat [gedaagden] onrechtmatig handelen door [eisers] te belemmeren in het gebruik van het recht van overpad zoals vastgelegd in de akte van toedeling ruilverkaveling.

3.2. [gedaagden] voeren verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagden] voeren in de eerste plaats ten verwere aan dat [gedaagde sub 1] geen eigenaar is van de kavels 028.035 (onderdeel van het pad) en dat de vordering alleen al om die reden niet jegens [gedaagde sub 1] toewijsbaar is. [eisers] hebben dat een en ander niet betwist. Dat brengt mee dat zij jegens [gedaagde sub 1] niet in hun vordering kunnen worden ontvangen. [eisers] zullen daarom worden veroordeeld in de proceskosten in de procedure voor zover die tegen [gedaagde sub 1] is ingesteld. Aan de zijde van [gedaagde sub 1] worden die kosten begroot op nihil.

4.2. Het in rechtsoverweging 2.2. weergegeven recht van erfdienstbaarheid omvat het recht om al of niet met paarden, zoals [eisers] wensen, te komen naar en te gaan van de

[adres] naar en van de door hen gepachte kavel 028.034 over kavel 028.035. Er op gelet dat kavel 028.034 een landbouwperceel is, omvat het recht van erfdienstbaarheid mede het recht om kavel 028.035 (ook) te gebruiken voor de landbouwkundige exploitatie van dat landbouwperceel en dus ook om daarover met landbouwwerktuigen te komen naar en te gaan van de [adres] naar en van dat perceel. Gesteld noch gebleken is dat de kavels waaruit het pad bestaat onvoldoende breedte hebben voor landbouwwerktuigen. [gedaagde sub 2] mag het gebruik van kavel 028.035 niet belemmeren ten behoeve van het gebruik van kavel 028.034 en hij mag kavel 028.035 daarom ook niet zodanig versmallen dat het door [eisers] gepachte land daardoor niet met landbouwwerktuigen kan worden bereikt.

4.3. Aan het voorgaande doet niet af dat de pachtkavel van [eisers] ook bereikbaar zou zijn, zoals [gedaagde sub 2] stelt, via een andere route dan via kavel 028.035. Ook de omstandigheid dat kavel 028.034 thans bestaat uit bouwland brengt niet mee dat [eisers] kavel 028.035 niet mogen gebruiken om daarover met paarden te gaan naar en te komen van dat perceel. [eisers] mogen kavel 028.035 echter niet anders gebruiken dan ten behoeve van het gebruik en de exploitatie van hun pachtkavel. Zij mogen het pad dus niet gebruiken om, al of niet met paarden, van de [adres] naar verderop gelegen bestemmingen te gaan.

4.4. Het voorgaande brengt mee dat de vordering als na te melden zal worden toegewezen. De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. [gedaagde sub 2] zal in de proceskosten worden veroordeeld in de procedure tussen hem en [eisers] Die kosten worden aan de zijde van [eisers] begroot op € 260,-- aan vast recht en € 904,-- (2 punten x tarief II € 452,--) voor salaris advocaat, totaal € 1.164,--.

5. De beslissing

De rechtbank

verklaart [eisers] niet ontvankelijk in de tegen [gedaagde sub 1] ingestelde vordering,

veroordeelt [eisers] in de proceskosten in de procedure tegen [gedaagde sub 1], aan de zijde van [gedaagde sub 1] bepaald op nihil,

veroordeelt [gedaagde sub 2] om binnen één maand na betekening van dit vonnis alle belemmeringen op kavel 028.035 weg te nemen die de doorgang beletten voor paarden en landbouwwerktuigen om te komen en te gaan van de [adres] naar en van kavel 028.034, bij gebreke waarvan hij een dwangsom verbeurt van € 100,-- voor elke keer dat [eisers] door zijn toedoen geen gebruik kan (laten) maken van het pad over kavel 028.035 om te komen naar en te gaan van de [adres] naar en van kavel 028.034, met een maximum van € 10.000,--,

veroordeelt [gedaagde sub 2] in de proceskosten in de procedure tegen hem, aan de zijde van [eisers] bepaald op € 1.164,--,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.A. Walda en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2012.