Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BY7779

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
05-12-2012
Datum publicatie
07-01-2013
Zaaknummer
232184
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident.

Conform de gewone bevoegdheidsregels is in ieder geval de rechtbank ’s-Gravenhage, als de rechtbank van de woonplaats van gedaagden, relatief bevoegd. Er is geen wettelijke grondslag voor relatieve bevoegdheid van de rechtbank Arnhem. De onroerende zaak die naar stelling van Recreatie Verkoop aan gedaagden is verkocht, is ook niet gelegen in het arrondissement van de rechtbank Arnhem. Op grond van het voorgaande is de rechtbank Arnhem dan ook relatief onbevoegd om van het geschil kennis te nemen. Gedaagden hebben voorts terecht aangevoerd dat de zaak – gezien het beloop van de vordering – door de kantonrechter dient te worden behandeld en beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 232184 / HA ZA 12-524

Vonnis in incident van 5 december 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RECREATIE VERKOOP B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. H.M.G. van Lotringen te Ede,

tegen

[eisers]

gedaagden in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. R.K. van der Brugge te ‘s-Gravenhage.

Partijen zullen hierna Recreatie Verkoop en [eisers] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de incidentele conclusie inhoudende de exceptie van onbevoegdheid,

- de conclusie van antwoord in het incident.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. Recreatie Verkoop stelt op 6 december 2011 een recreatie-object van het type L’Avenir (hierna: het chalet), inclusief een meubelpakket, te hebben verkocht aan [eisers] voor een totale koopsom van € 80.000,00. Voorts stelt Recreatie Verkoop op 10 januari 2012 aan [eisers] een perceel grond voor de plaatsing van het chalet te hebben verkocht voor een koopsom van € 30.000,00. Recreatie Verkoop stelt dat op deze verkoopovereenkomsten haar algemene voorwaarden van toepassing zijn. In die algemene voorwaarden is in artikel 14 een geschillenregeling opgenomen waarin is bepaald: “alle geschillen die tussen koper en verkoper mochten ontstaan kunnen uitsluitend en alleen worden aangebracht bij de volgens de normale regels van absolute competentie bevoegde rechter in het arrondissement Arnhem.”

2.2. Recreatie Verkoop stelt dat [eisers] zijn verplichtingen uit de koopovereenkomsten niet is nagekomen, reden waarom zij beide koopovereenkomsten met betrekking tot het chalet en het perceel grond respectievelijk op 11 juni 2012 en 29 juni 2012 buitengerechtelijk heeft ontbonden. Recreatie Verkoop vordert thans een verklaring voor recht met betrekking tot deze buitengerechtelijke ontbinding en zij vordert betaling van contractueel verschuldigde boetes van in totaal € 19.000,00 in verband met de gestelde niet-nakoming. Ten aanzien van de bevoegdheid van de rechtbank Arnhem heeft Recreatie Verkoop een beroep gedaan op het hierboven aangehaalde artikel 14 van haar algemene voorwaarden.

2.3. [eisers] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Daartoe heeft hij gemotiveerd gesteld dat tussen partijen geen overeenkomst tot stand is gekomen. Om die reden zijn ook de algemene voorwaarden niet overeengekomen en dient aldus het beroep op artikel 14 van die algemene voorwaarden te worden gepasseerd. Conform de gewone bevoegdheidsregels is dan de rechtbank ’s-Gravenhage bevoegd, aldus [eisers] Voorts stelt [eisers] dat de sector kanton bevoegd is om van het geschil kennis te nemen, nu de zaak een financieel belang heeft van € 19.000,00. Ten slotte heeft [eisers] gewezen op artikel 108 lid 2 Rv.

2.4. Recreatie Verkoop heeft bij conclusie van antwoord in het incident enkel verweer gevoerd tegen de stelling van [eisers] dat geen sprake zou zijn van een overeenkomst. Op de stelling van [eiser sub 1] dat de sector kanton bevoegd is heeft Recreatie Verkoop niet gereageerd. Evenmin heeft Recreatie Verkoop gereageerd op de verwijzing van [eisers] naar artikel 108 lid 2 Rv.

2.5. Gelet op het verweer van [eisers] dient zich allereerst de vraag aan of Recreatie Verkoop een beroep toekomt op het forumkeuzebeding, wanneer men veronderstellenderwijs aanneemt dat tussen partijen een bindende overeenkomst tot stand is gekomen. Artikel 108 lid 2 Rv bepaalt (onder meer) dat een forumkeuzebeding geen gevolg heeft bij vorderingen tot € 25.000,00. De ratio van die bepaling is te voorkomen dat gedaagden in kleine zaken worden afgehouden van hun eigen rechter die volgens artikel 99 e.v. Rv bevoegd zou zijn. Het forumkeuzebeding van artikel 14 van de algemene voorwaarden van Recreatie Verkoop heeft dan ook – behoudens uitzonderingen, waarvan niet is gebleken – geen gevolg. Uit het voorgaande volgt dan dat onafhankelijk van de vraag of tussen partijen sprake is van een overeenkomst, de (relatieve) bevoegdheid moet worden vastgesteld aan de hand van de gewone bevoegdheidsregels. Daarom zal de rechtbank thans niet treden in het antwoord op de vraag of tussen partijen sprake is van een overeenkomst. Conform de gewone bevoegdheidsregels is in ieder geval de rechtbank ’s-Gravenhage, als de rechtbank van de woonplaats van gedaagden, relatief bevoegd. Er is geen wettelijke grondslag voor relatieve bevoegdheid van de rechtbank Arnhem. De onroerende zaak die naar stelling van Recreatie Verkoop aan gedaagden is verkocht, is ook niet gelegen in het arrondissement van de rechtbank Arnhem. Op grond van het voorgaande is de rechtbank Arnhem dan ook relatief onbevoegd om van het geschil kennis te nemen. Gedaagden hebben voorts terecht aangevoerd dat de zaak – gezien het beloop van de vordering – door de kantonrechter dient te worden behandeld en beslist.

De zaak zal daarom in de staat waarin zij zich bevindt op de voet van artikel 110 lid 2 Rv in samenhang met de artikelen 71 lid 2 Rv en 74 lid 1 en 3 Rv worden verwezen naar de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton.

2.6. Recreatie Verkoop zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3. De beslissing

De rechtbank,

in het incident

3.1. verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,

3.2. veroordeelt Recreatie Verkoop in de kosten van het incident, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 452,00,

3.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

3.4. verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank

’s-Gravenhage, sector kanton,

3.5. wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,

3.6. wijst partijen erop dat de kantonrechter zal beslissen over de proceskosten in deze procedure,

3.7. wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2012.

Coll.: AB