Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BY7015

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
21-12-2012
Zaaknummer
05/987018-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid aan vuurhanden hebben van professioneel vuurwerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Parketnummer : 05/987018-11

Data zittingen : 15 december 2011 en 13 december 2012

Datum uitspraak : 21 december 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige economische kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het Functioneel Parket

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

verdachte op of omstreeks 20 december 2010, althans in of omstreeks de maand december 2010, te Voorthuizen, in de gemeente Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten:

- knalvuurwerk, te weten 240 stuks, althans een aantal, nitraatklappers (naam: Bomb, model handgranaat) en/of

- 180 stuks, althans een aantal, strijkers (naam: doodshoofdstrijkers) en/of

- 20 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF04, opdruk doos 43F182/004/10) en/of

- 20 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF10, opdruk doos 43F182/009/10) en/of

- 51 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF20, opdruk doos 43F182/004/10) en/of

- 10 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF22) en/of

- 14 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF28) en/of

- 23 stuks, althans een aantal, flowerbeds (type merk Havannacake 257, opschrift doos 43F182/016/10)

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

[medeverdachte BY7009] op of omstreeks 20 december 2010, althans in of omstreeks de maand december 2010, te Voorthuizen, in de gemeente Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten:

- knalvuurwerk, te weten 240 stuks, althans een aantal, nitraatklappers (naam: Bomb, model handgranaat) en/of

- 180 stuks, althans een aantal, strijkers (naam: doodshoofdstrijkers) en/of

- 20 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF04, opdruk doos

43F182/004/10) en/of

- 20 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF10, opdruk doos 43F182/009/10) en/of

- 51 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF20, opdruk doos 43F182/004/10) en/of

- 10 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF22) en/of

- 14 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF28) en/of

- 23 stuks, althans een aantal, flowerbeds (type merk Havannacake 257, opschrift doos 43F182/016/10)

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad, bij/tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de maand december 2010, althans in 2010, in de gemeente Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, door toen aldaar - zakelijk weergegeven - opslagruimte aan de [adres]) (ten behoeve van de opslag/verkoop) van vuurwerk te verhuren of ter beschikking aan die [medeverdachte BY7009], althans op enigerlei (andere) wijze, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of (een) inlichting(en), heeft verschaft);

meer subsidiair

verdachte op of omstreeks 20 december 2010, althans in of omstreeks de maand december 2010, te Voorthuizen, in de gemeente Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- knalvuurwerk, te weten 240 stuks, althans een aantal, nitraatklappers (naam: Bomb, model handgranaat) en/of

- 180 stuks, althans een aantal, strijkers (naam: doodshoofdstrijkers) en/of

- 20 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF04, opdruk doos 43F182/004/10) en/of

- 20 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF10, opdruk doos 43F182/009/10) en/of

- 51 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF20, opdruk doos 43F182/004/10) en/of

- 10 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF22) en/of

- 14 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF28) en/of

- 23 stuks, althans een aantal, flowerbeds (type merk Havannacake 257, opschrift doos 43F182/016/10)

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

meest subsidiair

[medeverdachte BY7009] op of omstreeks 20 december 2010, althans in of omstreeks de maand december 2010, te Voorthuizen, in de gemeente Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- knalvuurwerk, te weten 240 stuks, althans een aantal, nitraatklappers (naam: Bomb, model handgranaat) en/of

- 180 stuks, althans een aantal, strijkers (naam: doodshoofdstrijkers) en/of

- 20 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF04, opdruk doos 43F182/004/10) en/of

- 20 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF10, opdruk doos 43F182/009/10) en/of

- 51 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF20, opdruk doos 43F182/004/10) en/of

- 10 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF22) en/of

- 14 stuks, althans een aantal, flowerbeds (artikelnummer SF28) en/of

- 23 stuks, althans een aantal, flowerbeds (type merk Havannacake 257, opschrift doos 43F182/016/10) heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad, bij/tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de maand december 2010, althans in 2010, in de gemeente Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, door toen aldaar – zakelijk weergegeven – opslagruimte aan de [adres]) (ten behoeve van de opslag/verkoop) van vuurwerk te verhuren of ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte BY7009], althans op enigerlei (andere) wijze, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of (een) middel(en) en/of inlichting(en), heeft verschaft.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 13 december 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie, mr. S. Buist, heeft gerekwireerd.

Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

2a. Geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de woorden ‘althans op enigerlei (andere) wijze’ een onvoldoende feitelijke beschrijving behelst van hetgeen verdachte ten laste wordt gelegd. Dit leidt tot het oordeel dat dit onderdeel van de tenlastelegging onder subsidiair en meest subsidiair nietig wordt verklaard.

3. De beslissing inzake het bewijs

Inzake de inbeslagname van het vuurwerk:

De verdediging stelt dat het in beslag genomen vuurwerk uitgesloten moet worden van het bewijs omdat het onderzoek op het perceel van medeverdachte [medeverdachte BY7012] en verdachte onrechtmatig is geweest.

De rechtbank stelt allereerst vast dat sprake was van een verdenking van een economisch delict jegens medeverdachte [medeverdachte BY7009]. Op grond van de WED kunnen opsporingsambtenaren diverse bevoegdheden uitoefenen indien dat in het belang van de opsporing is en als het redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

In dit geval hadden de verbalisanten, gelet op het proces-verbaal ‘lokatie Voorthuizen’, aanwijzingen dat [medeverdachte BY7009] mogelijk professioneel vuurwerk had opgeslagen in een loods op het perceel. Deze aanwijzingen waren

a) de aanleiding van het onderzoek, te weten CIE-informatie over [medeverdachte BY7009], zijn onderneming [naam] B.V. en ene [betrokkene] waaruit – kort weergegeven – kan worden afgeleid dat zij zich bezig zouden houden met de handel in vuurwerk;

b) bakengegevens waaruit bleek dat [betrokkene] bij [medeverdachte BY7009] is geweest en op 13 december 2010 ook met zijn bestelauto op het perceel van verdachte is geweest;

c) een tapgesprek tussen [medeverdachte BY7009] en het mobiele telefoonnummer van [medeverdachte BY7012];

d) een mutatie in BPS dat er in 2004 een onderzoek heeft plaats gevonden naar de opslag van illegaal vuurwerk bij [medeverdachte BY7012]; en

e) een proces-verbaal van bevindingen waarin verbalisant [verbalisant1] relateert dat [medeverdachte BY7009] eerder gebruik heeft gemaakt van een opslagruimte op een perceel dat is gelegen in de eerste bocht naar rechts aan de (adres) te Voorthuizen.

Op verzoek van de verdediging heeft verbalisant [verbalisant1] een aanvullend proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin hij over aanwijzing e) relateert dat de tweede bedrijfslocatie van [medeverdachte BY7009] is gelegen op perceel nr. en dus niet op het perceel van verdachte. Aanwijzing e) bleek achteraf dus foutief te zijn.

Aanwijzing d) is naar het oordeel van de rechtbank niet foutief nu uit een aanvullend proces-verbaal van verbalisant [verbalisant2] d.d. 21 september 2011 blijkt dat in BPS de mutatie is opgenomen dat in 2004 een onderzoek heeft plaats gevonden naar de opslag van illegaal vuurwerk bij [medeverdachte BY7012]. Dit is aan te merken als een antecedent en mag als zodanig worden gebruikt als een aanwijzing.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aanwijzingen a, b, c en d voldoende concrete aanwijzingen om in redelijkheid het perceel van medeverdachte [medeverdachte BY7012] en verdachte te betreden, een onderzoek te verrichten en het vuurwerk in beslag te nemen. Dit was immers in het belang van de opsporing van overtreding van de WED.

Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

Inzake het bewijs:

Gelet op haar eigen verklaring en die van medeverdachte [medeverdachte BY7012], wist verdachte dat er een partij vuurwerk was opgeslagen in een loods op het perceel waar zij met medeverdachte [medeverdachte BY7012] woonde. Ze was immers vaak op het perceel aanwezig, ze had een vermoeden dat het ging om vuurwerk omdat er ’s avonds mensen bij de loods aanwezig waren in de tijd van het jaar waarin vuurwerk verhandeld werd, ze had van medeverdachte [medeverdachte BY7012] gehoord dat hij had gezien dat een doos met vuurwerk de loods werd ingedragen, zij heeft ten tijde van het onderzoek op het perceel op 20 december 2010 de sleutel van de loods van medeverdachte [medeverdachte BY7009] achtergehouden en zij heeft contact met hem gezocht om te vragen wat te doen nu de verbalisanten de loods wilden onderzoeken. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van vuurwerk.

De rol die verdachte heeft gehad in de verhuur van de loods is naar het oordeel van de rechtbank niet dusdanig klein geweest dat haar geen verwijt gemaakt kan worden. Als medeverdachte [medeverdachte BY7012] niet aanwezig was, dan was zij namelijk het aanspreekpunt voor de verhuurders. Zij heeft zich aldus niet geheel afzijdig gehouden in de verhuur en zij is ook niet opgetreden tegen de aanwezigheid van professioneel vuurwerk op haar perceel. Dit terwijl ze naar eigen zeggen de situatie wel met [medeverdachte BY7012] heeft besproken. Bovendien kwamen de huuropbrengsten van de loods ook haar ten goede.

Verdachte heeft zich aldus tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte BY7012], schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk door een loods aan medeverdachte [medeverdachte BY7009] te verhuren, zodat [medeverdachte BY7009] een grote partij professioneel vuurwerk kon opslaan zonder dat hij, [medeverdachte BY7009], daarvoor de gespecialiseerde kennis had.

Op 20 december 2012 is de ten laste gelegde partij vuurwerk in beslag genomen, aldus het proces-verbaal van inbeslagname betreffende het onderzoek van het perceel aan de [adres] te Voorthuizen en het proces-verbaal onderzoek aan vuurwerk.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van hetgeen haar primair is tenlastegelegd en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

[medeverdachte BY7009] op 20 december 2010, te Voorthuizen, in de gemeente Barneveld, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten:

- knalvuurwerk, te weten 240 stuks, nitraatklappers (naam: Bomb, model handgranaat) en

- 180 stuks, strijkers (naam: doodshoofdstrijkers) en

- 20 stuks, flowerbeds (artikelnummer SF04, opdruk doos

43F182/004/10) en

- 20 stuks, flowerbeds (artikelnummer SF10, opdruk doos 43F182/009/10) en

- 51 stuks, flowerbeds (artikelnummer SF20, opdruk doos 43F182/004/10) en

- 10 stuks, , flowerbeds (artikelnummer SF22) en

- 14 stuks, , flowerbeds (artikelnummer SF28) en

- 23 stuks, flowerbeds (type merk Havannacake 257, opschrift doos 43F182/016/10)

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad,

tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf zij, verdachte, in de maand december 2010, in de gemeente Barneveld, tezamen en in vereniging met een ander, door toen aldaar - zakelijk weergegeven - opslagruimte aan de [adres]) (ten behoeve van de opslag) van vuurwerk te verhuren aan die [medeverdachte BY7009], opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 180 uren werkstraf subsidiair 90 dagen hechtenis met aftrek van de uren ter zake van de tijd in inverzekeringstelling doorgebracht. De officier van justitie is tot deze eis gekomen omdat hij aansluiting heeft gezocht bij de strafeis die de richtlijn voor strafvordering vuurwerkovertredingen voorschrijft bij de ten laste gelegde hoeveelheid en de rol die verdachte in het geheel heeft gespeeld.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat door het geringe aandeel dat verdachte in het geheel heeft gehad en haar blanco strafblad, een schuldig verklaring zonder oplegging van straf of maatregel, subsidiair een geheel voorwaardelijke straf afdoende is.

Beoordeling strafmaat

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, d.d. 25 oktober 2012; en

• een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 5 juni 2011, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan de opslag van een grote partij vuurwerk in een loods nabij haar eigen woning. De rechtbank acht het voorhanden hebben van dit vuurwerk nabij een woning extreem gevaarzettend. Afgezien van de brandgevaarlijkheid bij het bewaren van dit vuurwerk, brengt het tot ontbranding brengen daarvan enorme risico’s met zich zowel voor degene die het vuurwerk tot ontbranding brengt als voor de eventuele omstanders. Te denken valt onder meer aan gehoorbeschadiging, oogletsel en verminking van ledematen. Bovendien is de hoeveelheid naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als een handelsvoorraad en ziet de rechtbank in gang van zaken rondom de loods, een professionele aanpak; kennelijk was er veel bedrijvigheid bij de loods en reden auto’s af en aan.

De rechtbank ziet geen reden om aan verdachte een andere of lagere straf op te leggen dan aan medeverdachte [medeverdachte BY7012] en zoekt aansluiting bij de straf die aan hem is opgelegd. Gelet op de afdoening van soortgelijke zaken, komt de rechtbank aldus tot oplegging van een geldboete ten bedrage van € 2.000,- en een werkstraf voor de duur van 180 dagen. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank in de rol van verdachte geen rechtvaardiging om aan haar een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel of een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 23, 24, 24c, 27, 47, 48, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 90 (negentig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 6 (zes) uren, zijnde 3 (drie) dagen hechtenis.

En tot:

een betaling van een geldboete van € 2.000,- (tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door de duur van 30 dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. G.M.L. Tomassen (voorzitter), mr. C. van Linschoten en mr. J.M. Klep, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.P.H. Brinkman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 december 2012.