Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BY5483

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
05-12-2012
Datum publicatie
07-12-2012
Zaaknummer
05/701135-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Een concentratie van een hoeveelheid met zuurstof vermengd gas in een woning levert een reëel ontploffingsgevaar op. Verdachte had opzet op het teweeg brengen van een ontploffing. Geen sprake van vrijwillige terugtred. Gelet op de ernst van het feit, legt de rechtbank een gevangenisstraf van een langere duur op, dan door de officier van justitie geëist. Gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich laat behandelen in de Piet Roordakliniek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/701135-12

Datum zitting : 21 november 2012

Datum uitspraak : 5 december 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in PI Arnhem - De Berg, Arnhem Noord.

raadsman : mr. C.J. Looijen, advocaat te Zetten.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is na een vordering wijziging tenlastelegging ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 08 augustus 2012 te Tiel, in een woning aan de [adres], in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk een

ontploffing teweeg te brengen een of meerdere gaspit(ten) in voornoemde woning open heeft gezet en aldus de woning heeft gevuld met gas, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid en terwijl daarvan gemeen gevaar voor de onder die woning gelegen winkel en/of de naast die woning gelegen andere woning(en) (waaronder het pand [adres 1]), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor

zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van het pand [adres 1] (waaronder mevr. [naam 1]) en/of een of meerdere nog onbekend gebleven perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 08 augustus 2012 te Tiel ter voorbereiding van het misdrijf om opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen in een pand gelegen aan de [adres], terwijl daarvan gemeen gevaar voor de onder die woning gelegen winkel en/of de naast die woning gelegen andere woning(en) (waaronder het pand aan de [adres 1]), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor voor de bewoners van het pand [adres 1] (waaronder mevr. [naam 1]) en/of een of meer nog onbekend gebleven perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was, toen en daar opzettelijk voorwerpen en/of stoffen en/of ruimten bestemd tot het begaan van

dat misdrijf verwerft of voorhanden heeft gehad, immers heeft hij verdachte één of meer ruimte(s) in een pand gelegen aan de [adres] gevuld met een (grote) hoeveelheid gas, althans met een explosieve, althans lichtontvlamba(a)r(e) materiaal/stof;

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 21 november 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. C.J. Looijen, advocaat te Zetten.

De officier van justitie, mr. A.C.J. Nettenbreijers, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van het tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte is woonachtig op het adres [adres] te Tiel. Dit betreft een rijtjeswoning, gelegen boven een winkel. Direct naast de woning van verdachte bevinden zich ook andere bewoonde woningen.2 In perceel [nummer] woont het echtpaar [naam 1].3

Op 8 augustus 2012 belde verdachte omstreeks 6:46 uur naar de meldkamer van de politie met de melding dat er zo een bom afgaat in Tiel4 en dat hij alle gaskranen heeft open gezet.5 In een volgend gesprek met de meldkamer zei de verdachte dat hij alle gaskranen open heeft en zo een vlammetje gaat aansteken6 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de gaspitten rond 06.30 uur heeft opengezet.7

Twee verbalisanten kwamen anderhalve minuut later ter plaatse en kort daarna arriveerden ook de brandweer en andere politieambtenaren. Door de politie werd de straat afgezet en werden bewoners van naastgelegen woningen uit hun woningen geëvacueerd. Twee, zich in de directe nabijheid bevindende benzinestations werden gesloten.8 Omstreeks 07.18 uur opende verdachte een zolderraam van zijn woning. Hij riep vanuit dat raam tegen de verbalisanten dat alles in orde was. De verbalisanten betraden omstreeks 07.28 uur de woning van verdachte. Verdachte zei toen tegen de verbalisanten dat hij 10 minuten geleden het gas had uitgedaan.9 Verbalisant [verbalisant] rook een zeer sterke gaslucht in de woonkamer met de daar aan grenzende open keuken.10 De officier van dienst van de brandweer constateerde om 07.50 uur dat er op dat moment geen explosiegevaar was.11 Er werd nog wel een gaslucht geroken.12

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.

Een mengsel van gas en zuurstof is een deugdelijk middel om met behulp van een vlam of ontsteking een ontploffing teweeg te brengen. Het hanteren van een deurklink zou al voldoende kunnen zijn om een ontploffing teweeg te brengen. De officier van justitie heeft betoogd dat verdachte weliswaar op enig moment de gaskranen heeft dicht gedraaid, maar dat er geen sprake is van vrijwillige terugtred, omdat verdachte dit heeft gedaan nadat hij de brandweer en de politie heeft gehoord. Bovendien wist hij dat de hulpdiensten zouden komen, omdat hij zelf de politie had gebeld.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het primair en subsidiair tenlastegelegde, wegens onvoldoende bewijs.

De vereiste opzet ontbreekt, ook in de voorwaardelijke variant, omdat het een uit de hand gelopen grap betrof en verdachte veel gedronken had toen hij de politie belde. Voorts is de raadsman van mening dat een gasconcentratie in een oud en tochtig huis geen explosie kan veroorzaken.

Indien dit wel zo zou zijn, heeft de raadsman bepleit dat er sprake is van vrijwillige terugtred, omdat verdachte zelf het besluit heeft genomen de gaspitten uit te zetten.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat een concentratie van een hoeveelheid met zuurstof vermengd gas in een woning een reëel ontploffingsgevaar oplevert. Dit geldt te meer, omdat voor het doen ontstaan van een explosie in een dergelijk geval geen nader menselijk handelen vereist is; de voor een ontploffing benodigde ontsteking van een gasmengsel kan ook worden veroorzaakt door externe factoren, zoals het aanslaan van een koelkast. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit bij hem bekend is.13

De rechtbank leidt uit de gedragingen van verdachte af dat hij opzet had op het teweeg brengen van een ontploffing. Verdachte wist dat door het opendraaien van de gaspitten een ontploffing zou kunnen plaatsvinden. Uit zijn telefonische mededelingen aan de meldkamer van de politie leidt de rechtbank af dat hij dit ook wilde.

Voor de vraag of sprake is van vrijwillige terugtred, is bepalend of het misdrijf niet is voltooid tengevolge van omstandigheden van de wil van de verdachte afhankelijk. De rechtbank is van oordeel dat hier in casu geen sprake van is geweest. Volgens zijn eigen verklaring tijdens het politieverhoor heeft verdachte de gaspitten om 07.18 uur dichtgedraaid. Op dat tijdstip heeft hij ook het zolderraam geopend en tegen de verbalisanten gezegd dat alles in orde was. Verbalisant [verbalisant] heeft ter terechtzitting verklaard dat verdachte op dat moment nog niet door hem of één van zijn collega's was benaderd. De rechtbank maakt hieruit op dat verdachte wist dat er zich politie bij zijn woning bevond en dat deze omstandigheid hem ertoe heeft gebracht de gaspitten dicht te draaien en korte tijd later ook de deur te openen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 08 augustus 2012 te Tiel, in een woning aan de [adres], ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk een

ontploffing teweeg te brengen meerdere gaspitten in voornoemde woning open heeft gezet en aldus de woning heeft gevuld met gas, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid en terwijl daarvan gemeen gevaar voor de onder die woning gelegen winkel en de naast die woning gelegen andere woningen (waaronder het pand [adres 1]), en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van het pand [adres 1] (waaronder mevr. [naam 1]) en/of een of meerdere nog onbekend gebleven personen, te duchten was;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

poging tot het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is; en

poging tot het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, waarvan 257 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde op te leggen behandeling bij de Piet Roordakliniek of een soortgelijke instelling met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair om vrijspraak verzocht. De raadsman stelt dat verdachte wel hulp nodig heeft en daarvoor gemotiveerd is, maar dat die hulp hem ook op vrijwillige basis geboden kan worden. De raadsman verzoekt de rechtbank om af te zien van strafoplegging als die enkel is gebaseerd op de mogelijkheid om behandelingsvoorwaarden te kunnen opleggen. Verdachte zal er ook zonder een gedwongen kader alles aan doen de goede kant op te gaan.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

* het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 8 augustus 2012; en

* de reclasseringsadviezen van IrisZorg gedateerd 9 augustus 2012, 22 augustus 2012 en 15 november 2012, betreffende verdachte;

* een briefconsult d.d. 17 oktober 2012 betreffende verdachte en opgemaakt door psychiater B. Gotink;

* een brief van de Piet Roordakliniek d.d. 14 november 2012, betreffende opname van verdachte

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte, woonachtig in een rijtjeswoning boven een winkel, heeft op 8 augustus 2012 de gaspitten in zijn woning opengedraaid met de bedoeling een ontploffing te veroorzaken. Dat er geen ontploffing is gevolgd, is te danken aan omstandigheden die buiten de wil van verdachte lagen.

Het pogen om een ontploffing te veroorzaken in een situatie als de onderhavige is een zeer ernstig feit. Niet alleen heeft verdachte daarmee gevaar veroorzaakt voor de naast- en ondergelegen panden, hij heeft ook levens van anderen op het spel gezet. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van een zeer ernstig feit.

Verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van het delict zwaar onder invloed van alcohol verkeerde en dat hij ook cocaïne had gebruikt. De reclassering heeft gerapporteerd dat er sprake is van verslavingsproblematiek en dat verdachte ook is gediagnosticeerd met een stoornis in de impulsbeheersing, antisociale trekken en ADHD. Verdachte heeft al eens eerder in een justitieel kader een ambulante behandeling ondergaan. Toen die behandeling geëindigd was, is verdachte teruggevallen in zijn verslavingen. De recidivekans wordt als hoog ingeschat als verdachte niet (opnieuw) wordt behandeld. De reclassering heeft geadviseerd om verdachte verplicht op te laten nemen in de Forensische Verslavings Kliniek Piet Roorda. Verdachte kan op 22 november 2012 in die kliniek terecht. Ook op een later moment kan verdachte daar worden opgenomen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij gemotiveerd is om te worden opgenomen in de Piet Roordakliniek en daar mee wil werken aan behandeling van zijn problematiek.

Gelet op de ernst van het feit, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van langere duur, dan door de officier van justitie is geëist, op zijn plaats is. De rechtbank ziet in de problematiek van verdachte wel aanleiding om een deel van die gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen en daaraan de voorwaarde te verbinden dat verdachte zich dient te laten behandelen in de Piet Roordakliniek, zoals door de reclassering is geadviseerd.

Gezien de samenhang tussen de problematiek van verdachte en diens delictgedrag, acht de rechtbank het van groot belang dat verdachte in aansluiting op zijn detentie direct wordt opgenomen in de Piet Roordakliniek..

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 5 (vijf) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

4. zich moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft. Hij moet zich daags na zijn ontslag uit detentie telefonisch melden bij Reclassering Iriszorg, tel. 088-6061600;

5. zich in aansluiting op zijn detentie, op een door de reclassering te bepalen dag en tijd, zal laten opnemen in de Piet Roordakliniek, voor de duur van maximaal 12 maanden, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

6. zich gedurende de proeftijd, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, zal onthouden van het gebruik van drugs en alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek en/of urineonderzoek.

waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. H.G. Eskes (voorzitter), mr. I.P.H.M. Severeijns en mr. J. Barrau, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. Klaasen, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 december 2012.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Zuid, district De Waarden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2012078136 op 20 september 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 11.

3 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terchtzitting d.d. 21 november 2012.

4 Eigen waarneming van de rechter ter terechtzitting gedaan, geluidsfragment 112-opname.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 18; schriftelijk bescheid, te weten uitluisterformulier, p. 20.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 19.

7 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 21 november 2012.

8 Verklaring getuige [verbalisant] ter terechtzitting van 21 november 2012.

9 Proces-verbaal van aanhouding, p. 24.

10 Verklaring getuige [verbalisant] ter terechtzitting van 21 november 2012.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10

12 Proces-verbaal van aanhouding, p. 25.

13 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 21 november 2012.