Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BY3558

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
23-10-2012
Datum publicatie
20-11-2012
Zaaknummer
AWB 12/361, AWB 12/363, AWB 12/364 en AWB 12/365
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

deze uitspraak is op verzoek gepubliceerd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2012/2754
FutD 2012-2949
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

registratienummers: AWB 12/361, AWB 12/363, AWB 12/364 en AWB 12/365

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak ingevolge artikel 8:67 en artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 23 oktober 2012

inzake

[X], wonende te [Z], eiser,

tegen

de inspecteur van de Belastingdienst/Oost, kantoor Doetinchem, verweerder.

De bestreden uitspraken op bezwaar

De uitspraken van verweerder van 9 december 2011 op de bezwaarschriften van eiser tegen de aan eiser opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) 2007 en 2008 (aanslagnummers: [000].H.76 en [000].H.86) en de aanslagen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) 2007 en 2008 (aanslagnummers [000].W.76 en [000].W.86).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden te Arnhem op 12 oktober 2012. Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder is verschenen [gemachtigde].

1. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen tegen aanslagen IB/PVV en Zvw voor 2007 en 2008 niet-ontvankelijk;

- wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen met betrekking tot de aanslagen IB/PVV en Zvw voor 2007 en 2008 af.

2. Gronden

De definitieve aanslagen IB/PVV en Zvw 2007 en 2008 zijn met respectievelijk dagtekening 17 december 2010 en

24 december 2010 aan eiser opgelegd.

Verweerder heeft met dagtekening 2 augustus 2012 en 16 augustus 2012 de aanslagen IB/PVV en Zvw 2007 en 2008 volledig verminderd naar nihil. Verweerder heeft tevens het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat de beroepen van eiser gericht tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw 2007 en 2008 niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang, nu verweerder volledig tegemoet gekomen is aan de beroepen van eiser en tevens het griffierecht aan eiser zal worden vergoed.

Gelet op de omstandigheid dat verweerder eveneens aan het verzoek van eiser om uitstel van betaling tegemoetgekomen is, worden de verzoeken om een voorlopige voorziening afgewezen.

Aan het voorgaande kan eisers verzoek om voeging inzake de procedures in het kader van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen, Wet openbaarheid van bestuur (hierna: WOB) en de Wet bescherming persoonsgegevens, niet afdoen. Ook als die procedures gevoegd hadden kunnen worden, dan zou dat niets kunnen veranderen aan de beslissingen van de rechtbank over de belastingaanslagen. Daarbij komt nog, dat verweerder ter zitting, onweersproken, heeft verklaard dat inmiddels meerdere uitspraken zijn gedaan ten aanzien van de WOB-verzoeken van eiser en dat rechtbank niet bekend is met deze uitspraken. Ook in zoverre kan aan het verzoek van eiser om voeging van deze procedures niet worden tegemoetgekomen.

Gelet op het vorenoverwogene zijn de beroepen niet-ontvankelijk en worden de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.W. van de Sande, rechter, in tegenwoordigheid van mr. G. Schokker, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op: 23 oktober 2012

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.