Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BY2825

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-10-2012
Datum publicatie
12-11-2012
Zaaknummer
226676
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident; forumkeuze in algemene voorwaarden; vraag of algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst wordt bevestigend beantwoord; de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 226676 / HA ZA 12-135

Vonnis in het incident en in de hoofdzaak van 24 oktober 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARCELORMITTAL CONSTRUCTION NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Tiel,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. S.J. van Susante te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REMCO RUIMTEBOUW B.V.,

gevestigd te Best,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna ook als ArcelorMittal en Remco aangeduid worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis in het incident van 13 juni 2012

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 19 september 2012, waar in enquête zijn gehoord [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3], [getuige 4], mevrouw [getuige 5] en [getuige 6],

- de rolverwijzing waaruit blijkt dat Remco heeft afgezien van contra-enquête.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling

in het incident

2.1. In het incidenteel tussenvonnis van 13 juni 2012 heeft de rechtbank ArcelorMittal in de gelegenheid gesteld de offertes en facturen waarop de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) integraal staan afgedrukt, aan de rechtbank te tonen en te bewijzen dat zij een exemplaar van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) aan Remco heeft overhandigd.

2.2. ArcelorMittal heeft een aantal orderbevestigingen en facturen van haar aan Remco overgelegd uit de periode 19 december 2007 tot en met 24 juni 2010. Op de achterzijde van al deze stukken staan afgedrukt de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007).

2.3. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het voorgaande dat Remco in ieder geval meerdere malen kennis heeft kunnen nemen van de inhoud van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007). Verwacht mocht worden dat als Remco, een professionele wederpartij, die van het bestaan van algemene voorwaarden op de hoogte was gebracht door de voettekst op de voorkant van de stukken (zie het tussenvonnis van 13 juni 2012), van de juistheid van die volledige tekst niet zeker was, dit aanleiding voor haar zou vormen opheldering te vragen aan ArcelorMittal alvorens haar een nadere opdracht te verstrekken.

2.4. Dit heeft Remco niet gedaan. Onder deze omstandigheden moet worden aangenomen dat Remco, door geen nadere toelichting op de verwijzing en de niet daarmee corresponderende volledige tekst van ArcelorMittal te vragen en haar zonder meer opdrachten te verstrekken, bij ArcelorMittal het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt dat zij instemde met toepasselijkheid van de volledig toegezonden Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007).

2.5. ArcelorMittal is te bewijzen opgedragen dat zij tijdig voor het aangaan van de overeenkomst de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) aan Remco ter hand gesteld heeft. De getuigen hebben voor zover thans van belang het volgende verklaard.

2.6. De getuige [getuige 1]:

Ik ben adjunct directeur geweest van Remco Ruimtebouw. Ik heb voor dit bedrijf de inkoop gedaan. In verschillende functies heb ik contact gehad met ArcelorMittal. Dit was onder andere contact met [getuige 5] en met [werknemer A]. In het algemeen was ik de eerste van ons bedrijf die over een overeenkomst met ArcelorMittal contact had. De algemene voorwaarden hebben misschien ergens in een map gezeten, maar ik heb ze nooit inhoudelijk bekeken, als ze er al waren. Met de map bedoel ik de documentatiemap die wij kregen (…).

Ik heb altijd gevraagd naar nieuwe ontwikkelingen. Dan stuurden zij mij een map en die zal ik wel ontvangen hebben (…). Ik heb orderbevestigingen van ArcelorMittal ontvangen (…). U vraagt mij of ik algemene voorwaarden op de achterzijde heb zien staan. Daar heb ik nooit naar gekeken.

2.7. De getuige [getuige 2]:

Ik was bij Remco Ruimtebouw besteller c.q. afroeper. Wij bestelden onder andere bij ArcelorMittal (…). In het begin van het jaar kregen wij een map (…). Ik gebruikte die map, waar de algemene voorwaarden ongetwijfeld zullen hebben ingezeten, om kleur, profiel, coating e.d. vast te stellen. Aan het einde van die map zaten de verkoopvoorwaarden, maar die heb ik nooit bekeken.

2.8. De getuige [getuige 3]:

Ik heb 25 jaar bij Remco Ruimtebouw gewerkt, het laatst als montagebegeleider. Ik had ook contact met ArcelorMittal. Zij was een leverancier van Remco Ruimtebouw. Ik kan mij niet herinneren of ik haar algemene voorwaarden ooit gezien heb (…). Misschien werd ergens wel naar de algemene voorwaarden verwezen, maar dat weet ik niet. Ik keek alleen naar de bedragen (…). Ik heb orderbevestigingen van ArcelorMittal onder ogen gehad (…). Naar de achterkant keken wij nooit.

2.9. De getuige [getuige 4]:

Ik ben (…) bij ArcelorMittal in Tiel werkzaam geweest (…). Bij offertes werd naar de algemene voorwaarden verwezen en achterop de opdrachtbevestiging stonden de algemene voorwaarden afgedrukt. Toen ik bij ArcelorMittal kwam werken was Remco Ruimtebouw al een key account. Ooit was er natuurlijk een eerste keer geweest, maar daar was ik niet bij.

Er was regelmatig overleg in Best met [getuige 1]. Daarbij werd ook de documentatiemap met de leveringsvoorwaarden overhandigd en werden offertes besproken met de leveringsvoorwaarden (…).

2.10. De getuige [getuige 5]:

Ik heb 8 jaar voor ArcelorMittal gewerkt en had in die periode contact met Remco Ruimtebouw als klant. Ik hield mij bezig met verkoop binnendienst. Ik zag offertes, boekte orders en zag orderbevestigingen en facturen. Bij ArcelorMittal had ik hierover contact met [werknemer A] en [getuige 4] en bij Remco Ruimtebouw vooral met [getuige 2] en [getuige 1] (…). De algemene voorwaarden van ArcelorMittal stonden op de achterkant van de orderbevestigingen en facturen afgedrukt. In offertes werd er naar verwezen (…). De algemene voorwaarden zaten in deze map, volgens mij onder een apart tabblad (…).

2.11. De getuige [getuige 6], financieel manager bij ArcelorMittal, ten slotte:

Ik ben betrokken geweest bij het opstellen van de nieuwe verkoop- en leveringsvoorwaarden in 2007. De algemene voorwaarden staan afgedrukt achterop het briefpapier. Er staat een verwijzing op de voorkant en ze staan afgedrukt op de achterkant. Dit geldt voor alle orderbevestigingen en facturen. Ik ben werkzaam bij ArcelorMittal vanaf 1 januari 2004 en toen gebeurde dit al (…).

Na de wijziging in 2007 is ook het briefpapier veranderd. Op de achterkant worden vanaf dat moment de algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden 2007 afgedrukt.

2.12. De getuigenverklaringen bevestigen de uit de overgelegde stukken al gebleken volledige vermelding van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007). Voorts blijkt uit de verklaringen dat Remco de tekst van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) ook ontving doordat deze in de documentatiemap was opgenomen. Dat de tekst in feite niet of nauwelijks gelezen werd, verandert niets aan de conclusie hieruit dat ArcelorMittal van haar professionele wederpartij mocht verwachten dat deze kennis genomen had van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) en van zich zou hebben laten horen als zij zich tegen toepasselijkheid verzette.

2.13. Op grond van hetgeen onder 2.4 en onder 2.12 is overwogen gaat naar het oordeel van de rechtbank het beroep van ArcelorMittal op de toepasselijkheid van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) op.

2.14. De rechtbank heeft in het vonnis van 13 juni 2012 overwogen dat zij voorshands van oordeel was dat als de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) deel uitmaakten van een door Remco aanvaard aanbod van ArcelorMittal, de in dat vonnis bedoelde vermelding op Remco’s postpapier niet aan die aanvaarding afdoet. Het definitieve oordeel hierover heeft de rechtbank afhankelijk gesteld van het antwoord op de vraag of ArcelorMittal een eenduidig aanbod tot aanvaarding van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) heeft gedaan. Deze laatste vraag moet gelet op het voorgaande bevestigend worden beantwoord. Daarmee is het hier bedoelde voorlopige oordeel een eindbeslissing geworden.

2.15. De incidentele vordering tot onbevoegdverklaring zal, gelet op het voorgaande, worden afgewezen.

2.16. Remco zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

in de hoofdzaak

2.17. De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

2.18. ArcelorMittal heeft de gelegenheid de conclusie van antwoord in reconventie ter comparitie te nemen. Zij moet een schriftelijke conclusie uiterlijk twee weken voor de comparitie toezenden. Na de comparitie kan deze conclusie niet meer genomen worden.

2.19. De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die zij geraden acht.

2.20. In beginsel zal ter comparitie niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.

2.21. Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen. Partijen moeten er op voorbereid zijn, dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen.

2.22. Ter zitting kan aan de orde komen of een deskundigenonderzoek noodzakelijk is, welke vragen beantwoord moeten worden en wie partijen als deskundige benoemd willen zien.

2.23. De partijen wordt verzocht de stukken waarop zij tijdens de comparitie een beroep willen doen, uiterlijk twee weken tevoren in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toe te zenden.

2.24. Indien partijen, zonder dat daaraan voorafgaand een comparitie wordt gehouden, gebruik willen maken van de mogelijkheid de zaak door te verwijzen naar een mediator, dienen zij dat binnen twee weken na de datum van dit vonnis aan de griffie te berichten.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. wijst het gevorderde af,

3.2. veroordeelt Remco in de kosten van het incident, aan de zijde van ArcelorMittal tot op heden begroot op € 1.414,46,

3.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak in conventie en in reconventie

3.4. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. J.D.A. den Tonkelaar in het paleis van justitie te Arnhem, aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

3.5. bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

3.6. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 7 november 2012 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de woensdagen in de maanden december 2012 tot en met februari 2012, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

3.7. bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

3.8. bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

3.9. wijst partijen er op, dat voor de zitting twee uur zal worden uitgetrokken,

3.10. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2012.