Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BY0856

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
10-10-2012
Datum publicatie
23-10-2012
Zaaknummer
230129
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten (art. 224 Rv).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 230129 / HA ZA 12-357

Vonnis in incident van 10 oktober 2012

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

RANA GLOBAL TRANSPORT CO. L.L.C.,

gevestigd te Fujairah, Verenigde Arabische Emiraten,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. R.W.J.M. te Pas te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PINARCI MACHINES EUROPE B.V.,

gevestigd te Nijkerk,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.Ph. van der Veen te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Rana en Pinarci genoemd worden.

De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de incidentele conclusie tot het stellen van zekerheid;

- de incidentele conclusie van antwoord.

Daarna is vonnis bepaald in het incident.

De beoordeling in het incident

1. Rana heeft bij dagvaarding in de hoofdzaak primair gevorderd de overeenkomst tussen partijen met betrekking tot koop van een mobiele kraan te ontbinden, met veroordeling van Pinarci tot terugbetaling aan haar van de koopsom ad € 100.000,--, te vermeerderen met rente, buitengerechtelijke kosten, proceskosten en nakosten. Subsidiair heeft Rana gevorderd Pinarci te veroordelen de mobiele kraan alsnog te leveren, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Rana heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd zij een mobiele kraan van Pinarci heeft gekocht en betaald, maar dat Pinarci weigert de kraan af te leveren.

2. Pinarci heeft voor alle weren een incident geopend en gevorderd dat Rana wordt veroordeeld zekerheid te stellen tot een bedrag van € 15.000,-- voor de proceskosten tot betaling waarvan zij naar aanleiding van de ingestelde vordering zou kunnen worden veroordeeld. Zij hebben daartoe gesteld dat Rana is gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten en geen bekende vestigingsplaats in Nederland heeft.

3. Ingevolge artikel 224 Rv. zijn “allen zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die bij een Nederlandse rechter een vordering instellen (…) verplicht op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten (…)”. Nu vast staat dat Rana een vreemdeling is in de zin van dit artikel, zal zij in beginsel zekerheid moeten stellen, tenzij sprake is van een van de uitzonderingen genoemd in het tweede lid van artikel 224 Rv.

4. Rana heeft een beroep gedaan op de uitzonderingssituatie van artikel 224 lid 2 aanhef en onder d Rv. Door het vragen van een garantie van € 15.000,-- zou haar de effectieve toegang tot de rechter worden belemmerd. Rana heeft echter in het geheel niet toegelicht dat haar financiële omstandigheden het stellen van zekerheid niet toelaten, zodat reeds daarom aan dit verweer moet worden voorbijgegaan. Voor het overige heeft Rana geen verweer gevoerd tegen de vordering. Deze is daarom toewijsbaar. Wat betreft de hoogte van de zekerheidstelling wordt het volgende overwogen.

5. Pinarci begroot de proceskosten in deze zaak, gelet op de hoogte van de vordering in de hoofdzaak, op (afgerond) € 15.000,--. Zij gaat daarbij uit van € 3.621,-- aan griffierecht en een liquidatietarief volgens tariefgroep V (€ 1.421), waarbij zij het aantal punten op 8 stelt. Het berekende vastrecht en het gehanteerde liquidatietarief zijn juist. De rechtbank zal uitgaan van vier te liquideren punten, rekening houdend met de mogelijkheid dat na een eventuele comparitie de zaak nog niet definitief zal kunnen worden afgedaan.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het bedrag waarvoor zekerheid gesteld dient te worden begroten op € 9.305,--.

6. Wat betreft de wijze van zekerheidstelling heeft Pinarci aangegeven dat dat dient te geschieden in de vorm van een bankgarantie conform het Rotterdams garantieformulier, meest recent model, te verstrekken door een eersteklas bankinstelling met hoofdkantoor in Nederland. Pinarci heeft daartegen geen verweer gevoerd. Wel heeft zij gevraagd om haar een termijn te geven van vier weken voor het afgeven van de bankgarantie. Die termijn zal haar worden gegund. De zekerheid zal dus moeten worden gesteld uiterlijk 7 november 2012. De zaak zal worden verwezen naar de rol van 14 november 2012. Pinarci zal dan bij akte kenbaar kunnen maken of zij de gestelde zekerheid genoegzaam acht. Als dat het geval is, zal de zaak worden verwezen naar de rol van 19 december 2012 voor conclusie van antwoord. Als zij geen akte neemt, zal de rechtbank aannemen dat de gestelde zekerheid genoegzaam is. Als Pinarci bij akte kenbaar maakt dat zij de gestelde zekerheid niet genoegzaam acht, zal de zaak worden verwezen naar de rol van 28 november 2012 voor akte aan de zijde van Rana.

7. Rana zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

De beslissing

De rechtbank

veroordeelt Rana tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten tot een bedrag van € 9.305,--, uiterlijk op 7 november 2012, door middel van een door een Nederlandse bank met hoofdkantoor in Nederland afgegeven bankgarantie conform het Rotterdam garantieformulier, meest recent model,

verwijst de zaak naar de rol van 14 november 2012 voor akte aan de zijde van Pinarci zoals overwogen in rechtsoverweging 6,

verstaat dat de hoofdzaak zal worden verwezen naar de rol van 19 december 2012 voor conclusie van antwoord als Pinarci de gestelde zekerheid genoegzaam acht en dat de zaak zal worden verwezen naar de rol van 28 november 2012 voor akte aan de zijde van Rana als Pinarci de gestelde zekerheid niet genoegzaam acht;

veroordeelt Rana in de kosten van het incident, aan de zijde van Pinarci tot op heden begroot op € 1.421,-- aan salaris voor de advocaat,

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2012.

Coll.: ED