Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BY0439

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
19-10-2012
Datum publicatie
19-10-2012
Zaaknummer
05/720812-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens poging doodslag tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Voorwaardelijk opzet op de dood. Steken met een mes in de borst levert ernstig gevaar voor het leven op nu zich aldaar vitale lichaamsdelen bevinden. Verdachte heeft bewust de aanmerkelijke kans hierop aanvaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/720812-12

Datum zitting : 29 augustus 2012 en 05 oktober 2012

Datum uitspraak : 19 oktober 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement [geboorteplaats]

tegen

naam : [naam verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PI Arnhem - De Berg, Arnhem Noord.

raadsman : mr. M.R. Roethof, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 17 mei 2012 te Arnhem, op de openbare weg, (Varkensstraat) ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, opzettelijk met een (klap)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in (de linkerzijde van) zijn rug (net onder het schouderblad), althans in zijn lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 17 mei 2012 te Arnhem, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk die Brinkhuis met een (klap)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in (de linkerzijde van) zijn rug (net onder het schouderblad), althans in zijn lichaam, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Meer Subsidiair

hij op of omstreeks 17 mei 2012 te Arnhem opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [naam slachtoffer]), één of meerdere malen (met kracht) met een (klap)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in (de linkerzijde van) zijn rug (net onder het schouderblad), althans in zijn lichaam, heeft gestoken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 05 oktober 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.R. Roethof, advocaat te Arnhem.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd:

[naam slachtoffer]

De officier van justitie, mr. C.Y. Huang, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft op donderdag 17 mei 2012 te Arnhem, in de Varkensstraat, [naam slachtoffer] met een (klap)mes in de linkerzijde van zijn rug (net onder het schouderblad) gestoken.2

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich door zo te handelen heeft schuldig gemaakt aan het hem primair ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het primair ten laste gelegde bepleit. Zijn cliënt, die voorafgaand aan het gebeuren veel alcohol had gedronken, is in een schermutseling van jongens terecht gekomen waarbij hij met een mes het slachtoffer heeft gestoken. Echter, uit het dossier blijkt niet wat er kort voorafgaand aan het incident nu precies is gebeurd. Zeker is wel dat het nooit de bedoeling van zijn cliënt is geweest om het slachtoffer te doden dan wel zeer ernstig letsel toe te brengen. Het enige doel dat zijn cliënt met het trekken van zijn mes heeft gehad, is het afschrikken van het slachtoffer en zijn companen. Dat het mes van zijn cliënt in de zwaai die hij ermee maakte, het slachtoffer in de buurt van vitale delen raakte, impliceert niet direct dat er sprake is geweest van (voorwaardelijk) opzet op het toebrengen van dodelijk letsel, noch kan dit worden afgeleid uit de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van zijn cliënt. De raadsman is van mening dat het aan zijn cliënt subsidiair ten laste gelegde wel bewezen kan worden.

Het oordeel van de rechtbank

Thans dient door de rechtbank de vraag te worden beantwoord of verdachte door dit handelen een poging doodslag dan wel zware mishandeling kan worden verweten.

Uit het dossier leidt de rechtbank af dat het mes waarmee verdachte heeft gestoken, een klapmes van met een lemmet van ca. 10 centimeter betrof.3 Voorts leidt de rechtbank uit het dossier af, dat het slachtoffer in het linker achterdeel van de borst een wond van ongeveer drie centimeter lang en vier centimeter diep heeft opgelopen.4 De rechtbank kwalificeert dit als een diepe wond.

Het dossier bevat -onder meer- camerabeelden, gemaakt op de bewuste avond. Op die beelden is te zien dat verdachte het slachtoffer, dat op het moment van het steken met zijn rug naar verdachte toe stond 5, met een vrijwel gestrekte arm6 en met kracht7, door diens jas heen8, met het mes in de rug heeft gestoken. Uit deze waarneming leidt de rechtbank af dat er niet, zoals door de raadsman is aangevoerd, sprake is geweest van een zwaai met het mes, maar dat er sprake is geweest van doelbewust steken door verdachte.

Aangezien het voorts een feit van algemene bekendheid is dat het steken met een mes bij een ander in de borst of rug, ernstig gevaar voor het leven oplevert nu zich in dat onderdeel van het lichaam vitale delen bevinden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij het slachtoffer dodelijk zou raken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 17 mei 2011 te Arnhem, op de openbare weg, (Varkensstraat) ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, opzettelijk met een (klap)mes, in (de linkerzijde van) zijn rug (net onder het schouderblad), heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Poging doodslag

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt het volgen van een training voor alcohol en agressie en het volgen van een behandeling of training bij Kairos of een soortgelijke instelling, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangegeven dat hij, gezien de persoonlijke omstandigheden van zijn cliënt, alsmede gezien het feit dat hij first offender is, een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, passend vindt. Zijn cliënt dient behandeld te worden en verdient een kans om zijn leven te hervatten.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met: de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

* het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 19 mei 2012,

* een voorlichtingsrapportage van MEE Gelderse Poort, d.d. 14 november 2011, betreffende verdachte;

* voorlichtingsrapportages van de Reclassering Nederland, d.d. 30 mei 2012, respectievelijk 9 juli 2012, betreffende verdachte;

* een consultbrief van psychiater Boerboom, d.d. 18 juni 2012, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich op een donderdagavond, op een tijdstip waarop zich veel mensen in het uitgaansleven bevonden, in de binnenstad van Arnhem schuldig gemaakt aan een poging doodslag. Verdachte heeft in een kleine steeg, tijdens een schermutseling die was ontstaan tussen twee groepen vrienden, onverwacht en onverhoeds een mes getrokken en heeft het slachtoffer daarmee doelbewust in de rug gestoken. Dat dit voor het slachtoffer niet fataal is afgelopen, is niet aan verdachte te danken. Hoewel de lichamelijke verwondingen inmiddels zijn genezen, draagt het slachtoffer de psychische gevolgen nog steeds met zich. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Dergelijke feiten brengen grote onrust teweeg in de maatschappij en veroorzaken een groot gevoel van onveiligheid en schokken de rechtsorde. Voor een dergelijk feit is naar het oordeel van de rechtbank dan ook slechts een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder in aanraking is geweest met justitie. Verdachte heeft bovendien op zitting getoond inzicht te hebben in de ernst en in de zinloosheid van zijn handelen. Verdachte heeft vanaf het eerste politieverhoor bekend en heeft verklaard alles te willen doen wat op zijn weg ligt om het slachtoffer weer recht in de ogen te kunnen kijken. Op grond van het voorgaande lijkt het plegen van onderhavig delict een incident te zijn geweest.

Voorts houdt de rechtbank rekening met de persoonlijkheid van verdachte. Uit de opgemaakte rapportages blijkt dat verdachte externe structuur en hulp in zijn leven nodig heeft en agressie regulatieproblemen heeft. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een straf als geëist door de officier van justitie passend en geboden is. De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat mocht inhouden het volgen van een training voor alcohol en agressie en het volgen van een behandeling of training bij Kairos of een soortgelijke instelling.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde [naam slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezen verklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 469,54 (vier honderd negenenzestig euro en vierenvijftig eurocent) ter vergoeding van geleden materiële schade en een bedrag van € 1.000,- (duizend euro) aan immateriële schade, af te ronden op € 1.469,- (veertien honderd negen en zestig euro)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 24 dagen hechtenis en vermeerderd met de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De vordering betreffende geleden schade ter waarde van € 1.469,54 is niet betwist door verdachte en komt de rechtbank gegrond voor. De rechtbank zal de vordering dan ook in haar geheel toewijzen.

De rechtbank zal dan ook het totale door de benadeelde partij [naam slachtoffer] gevorderde bedrag van € 1.469,- toewijzen. Voor dit bedrag geldt tevens dat de rechtbank de schade- vergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr zal toepassen en dus verdachte de verplichting zal opleggen het bedrag, gelijk aan het door de rechtbank toe te wijzen schadebedrag, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 17 mei 2012.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 24c en 36f, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezen verklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen:

Tenuitvoerlegging kan worden gelast indien verdachte zich binnen de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

- Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens de (stichting) Reclassering Nederland zullen worden gegeven, voor zover en voor zolang dat door genoemde instelling nodig wordt geacht, ook als dat mocht inhouden het volgen van een training voor alcohol en agressie en het volgen van een behandeling of training bij Kairos of een soortgelijke instelling.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer]

Wijst de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [naam slachtoffer], te betalen een bedrag van € 1.469,- (veertien honderd en negenenzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2011.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], te betalen € 1.469,- (veertien honderd en negenenzestig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 24 (vier en twintig) dagen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2011 met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. A.M. van Gorp (voorzitter), mr. M.G.J. Post en mr. W.L.J.M. Duijst, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Cosijn, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2012.

9

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [naam verbalisant], verbalisant van de regiopolitie Gelderland-Midden, district Arnhem Veluwezoom, Executieve ondersteuning, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2012055568, gesloten op 2 juli 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [naam aangever], d.d. 19 mei 2011, pag. 74 en Verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2012.

3 Schriftelijk bescheid in de vorm van een fotomap, pag. 114.

4 Schriftelijk bescheid in de vorm van een geneeskundige verklaring door drs. Hasselt, d.d. 31 mei 2012.

5 Eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 5 oktober 2012.

6 Eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 5 oktober 2012.

7 Eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 5 oktober 2012.

8 Verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2012.