Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX9549

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-09-2012
Datum publicatie
09-10-2012
Zaaknummer
233784
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Partijen zijn gewezen echtelieden. In de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap valt de voormalige echtelijke woning, waar de man na de echtscheiding alleen is blijven wonen. De vrouw wil dat de man meewerkt aan de verdeling van de woning door zijn medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning aan de thans in beeld zijnde potentiële kopers. Aan zijn medewerking stelt de man de voorwaarde dat hij eerst de zekerheid heeft dat hij vóór de beoogde uiterlijke leveringsdatum van de woning aan de potentiële kopers van de (plaatselijke) woningbouwcorporatie een passende (sociale) huurwoning naar zijn zin in zijn geboortedorp toegewezen krijgt. De rechtsverhouding tussen partijen wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. De vraag is aldus of de door de man gestelde voorwaarde aan zijn medewerking gelet op alle relevante feiten en omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geoorloofd is.

Niet in geschil is dat geen van beide partijen in staat is om de ander uit te kopen, zodat de woning wel verkocht en geleverd moet worden aan derden om tot opheffing van de onverdeeldheid te komen. De enige concreet aanwezige mogelijkheid om tot verdeling binnen een redelijke termijn te geraken is de verkoop en levering van de woning aan de thans in beeld zijnde potentiële kopers. Dit betekent dat de man gehouden is mee te werken aan de door de vrouw gevorderde verkoop en levering van de woning aan deze kopers, zonder daaraan de voorwaarde over een passende huurwoning te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 233784 / KG ZA 12-463

Vonnis in kort geding van 26 september 2012

in de zaak van

[eiseres]

eiseres,

advocaat mr. I.M.M. Verhaak te Huissen, gemeente Lingewaard,

tegen

[gedaagde]

gedaagde,

advocaat mr. C.G.M. van Rossum te Bemmel, gemeente Lingewaard.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen zijn op 19 december 1972 in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Het huwelijk is ontbonden door de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Arnhem van 30 juli 2010 in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Lingewaard op 11 augustus 2010.

2.2. In de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap valt de voormalige echtelijke woning aan de [adres] (hierna: de woning), waar [gedaagde] nadat partijen uit elkaar zijn gegaan alleen is blijven wonen. [eiseres] bewoont sindsdien een huurwoning in [woonplaats].

2.3. Partijen hebben in het vooruitzicht van de echtscheiding op 22 april 2010 aan makelaar [makelaar] te [woonplaats] de opdracht verstrekt om te bemiddelen bij de verkoop van deze woning.

2.4. Begin 2012 zijn er serieuze gegadigden geweest voor de aankoop van de woning. Partijen hebben in eerste instantie geen overeenstemming over de koopsom weten te bereiken met deze potentiële kopers. Na enige tijd hebben deze potentiële kopers zich weer gemeld en is met hen overeenstemming bereikt over de aankoop van de woning tegen een koopsom van € 167.500,00 met als uiterlijke leveringsdatum 1 december 2012.

2.5. De makelaar heeft vervolgens een (concept)koopovereenkomst opgesteld.

Artikel 3.1. van deze overeenkomst vermeldt:

De akte van levering zal gepasseerd worden op uiterlijk 1 december 2012 indien verkoper de heer [ ] [gedaagde] vóór deze datum de beschikking heeft over een huurwoning in [woonplaats] (…)

Met betrekking tot het vorenstaande zal verkoper de heer [ ] [gedaagde] koper uiterlijk op 22 augustus 2012 informeren of aan hem vóór de datum van het passeren van de akte van levering door [woningstichting] een passende huurwoning wordt toegewezen. Indien dit niet het geval is, staat het partijen vrij om de koopovereenkomst te ontbinden dan wel een nieuwe datum voor de eigendomsoverdracht vast te stellen.

2.6. Nog voordat de (concept)koopovereenkomst was getekend heeft [gedaagde] bij brief van 13 augustus 2012 aan de makelaar bericht dat hij de koopovereenkomst ontbindt, omdat hij als derde stond genoteerd voor een huurwoning en hem dus geen woning was toegewezen.

2.7. De potentiële kopers hebben de makelaar laten weten dat zij bereid zijn de koopovereen¬komst door te zetten en de woning uiterlijk op 1 december 2012 af te nemen, mits - onder meer – [gedaagde] de koopovereenkomst onvoorwaardelijk ondertekent. Hieromtrent is een schriftelijke verklaring van de potentiële kopers in het geding gebracht.

2.8. [gedaagde] weigert zijn onvoorwaardelijke medewerking.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

A. [gedaagde] te veroordelen om, binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, de door hem gestelde voorwaarde over een huurwoning in te trekken en onvoorwaardelijk een handtekening te zetten onder de als productie 4 bij de dagvaarding overgelegde (concept)koopovereenkomst, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor elke dag dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft;

B. [eiseres] te machtigen om, wanneer [gedaagde] in gebreke blijft om aan het hiervoor gevorderde te voldoen, mede namens [gedaagde] de koopovereenkomst te ondertekenen, en voor zover nodig mede namens [gedaagde] aan levering van de woning aan de [adres] te [woonplaats] mee te werken;

C. [gedaagde] te veroordelen om uiterlijk op 15 november 2012 de woning leeg en onder afgifte van alle sleutels aan [eiseres] ter beschikking te stellen, teneinde de levering te realiseren;

D. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

3.2. [eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de woning valt in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap die verdeeld moet worden. [eiseres] maakt aanspraak op haar aandeel in de overwaarde van deze woning en stelt dat de verkoop van de woning de enige manier is om haar aandeel daarin te krijgen, nu [gedaagde] zelf niet in staat is haar uit te kopen. Nu er concrete kopers zijn voor de woning waarmee partijen ook overeenstemming hebben bereikt over de verkoop, dient [gedaagde] onvoorwaardelijk zijn medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning aan deze kopers. Van haar kan onder deze omstandigheden in redelijkheid niet worden gevergd dat zij deelgenoot blijft in de ontbonden gemeenschap ten aanzien van de woning, doordat [gedaagde] zijn medewerking weigert aan de verkoop en levering van de woning. [eiseres] stelt een spoedeisend belang te hebben gelet op de forse overwaarde die aan partijen toekomt bij de verkoop van de woning. Zij stelt dat geld nodig te hebben gelet op haar krappe financiële situatie. Als deze koop niet doorgaat is onduidelijk of en wanneer dan de verkoop van de woning kan geschieden gezien de huidige slechte woningmarkt, zodat zij ook hierom een spoedeisend belang heeft.

3.3. [gedaagde] voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vloeit het spoedeisend belang uit de stellingen van [eiseres] voort. Van [eiseres] mag niet verwacht worden dat zij tegen haar zin nog langer deelgenoot blijft in de gemeenschappelijke voormalige echtelijke woning. Daarnaast heeft zij ook een spoedeisend belang vanwege haar onbetwiste slechte financiële situatie.

4.2. Voorop gesteld moet worden dat als gevolg van de echtscheiding van partijen en de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand de huwelijksgoederen¬gemeenschap die tussen partijen bestond ontbonden is en deze, op verzoek van één van de deelgenoten, verdeeld moet worden. Uitgangspunt is immers dat niemand kan worden genoodzaakt om (nog langer) in een onverdeelde gemeenschap te blijven. Op grond van het bepaalde in artikel 3:178 BW kan ieder der deelgenoten te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed vorderen. Daarbij dienen de deelgenoten zich te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. De woning, waarvan partijen ieder voor de onverdeelde helft eigenaar zijn, valt in de ontbonden huwelijksgoederen¬gemeenschap en moet dus verdeeld worden nu [eiseres] daarom vraagt.

Al bij echtscheidingsbeschikking van 30 juli 2010 is de verdeling van de huwelijksgoe¬deren¬¬gemeenschap van partijen gelast. Tot een volledige uitvoering daarvan is het echter nooit gekomen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] recht heeft op verdeling van de woning binnen een redelijke termijn.

4.3. Niet in geschil is dat geen van beide partijen in staat is om de ander uit te kopen, zodat de woning wel verkocht en geleverd moet worden aan derden om tot opheffing van de onverdeeldheid te komen. Partijen zijn het ook erover eens dat de woning verkocht moet worden en dat de opbrengst daarvan na aflossing van de hypothecaire geldlening(en) tussen partijen bij helfte verdeeld moet worden. Met dat doel is de woning door partijen in 2010 ook te koop gezet. Thans zijn er concrete potentiële kopers voor de woning, waarmee partijen ook overeenstemming hebben bereikt over de koopprijs (€ 167.500,00) en andere essen¬tia¬lia van de koopovereenkomst (zoals de beoogde uiterlijke leveringsdatum 1 decem¬ber 2012). In dit kader is een (concept)koopovereenkomst opgesteld dat als productie 4 bij de dagvaarding is overgelegd. De aan deze woning gerelateerde hypothecaire schuld bedraagt € 26.000,00, zodat de woning bij deze koopprijs een overwaarde oplevert van

€ 141.500,00. [eiseres] maakt aanspraak op haar aandeel (zijnde de helft) in die overwaarde. Daartoe moet eerst de woning verkocht en geleverd worden aan deze potentiële kopers, waarvoor de medewerking van [gedaagde] is vereist, welke medewerking hij volgens [eiseres] in redelijkheid niet kan weigeren.

4.4. [gedaagde] wil hieraan echter niet onvoorwaardelijk meewerken. Aan zijn medewer¬king stelt hij de voorwaarde dat hij eerst de zekerheid heeft dat hij vóór 1 december 2012,

de beoogde uiterlijke leveringsdatum van de woning aan de potentiële kopers, van de (plaatselijke) woningbouwcorporatie een passende (sociale) huurwoning naar zijn zin in zijn geboortedorp [woonplaats] of het aangrenzende [woonplaats] toegewezen krijgt. Hij stelt dat gelet op het feit dat hij zijn hele leven al in [woonplaats] woont, zijn sociale leven zich volledig afspeelt in [woonplaats] en daarenboven [eiseres] zelf wel een huur¬woning naar haar zin in [woonplaats] heeft, in alle redelijk¬heid van hem niet kan worden gevergd dat hij zonder de zekerheid van een huurwoning naar zijn zin meewerkt aan de verkoop en levering van de woning. Zonder die zekerheid bestaat immers de kans dat hij op straat terecht komt als zich geen geschikt aanbod van een huur¬woning voordoet of dat hij wordt genoodzaakt om een ongeschikte en een te ver van [woonplaats] verwijderde huurwoning in de regio Arnhem-Nijmegen te accepteren, waardoor hij zijn lange meettijd als woningzoekende verliest en daardoor niet meer kan terugkeren naar een geschikte huurwoning in [woonplaats] of [woonplaats]. [gedaagde] stelt dat tegenover deze grote belangen van hemzelf [eiseres] slechts een ondergeschikt financieel belang heeft bij de verkoop en levering van de woning. Daarnaast stelt [gedaagde] dat partijen bovendien hebben afgesproken dat zij in de onver¬deeld¬¬¬heid van de gemeenschappelijke woning zouden blijven totdat hij een huurwoning naar zijn zin heeft, zodat hij ook op grond van deze afspraak niet gehouden is zijn onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de door [eiseres] gewenste verkoop en levering van de woning.

4.5. Dat partijen zouden hebben afgesproken dat [gedaagde] pas hoeft mee te werken aan de verdeling c.q. de verkoop en levering van de woning aan derden indien [gedaagde] eerst de zekerheid van een huurwoning naar zijn zin zou hebben, heeft [gedaagde] gelet op de ge¬motiveer¬de betwisting van deze afspraak door [eiseres], onvoldoende aannemelijk gemaakt. Daaraan doet niet af dat in artikel 3.1. van de (concept)koop¬¬overeen¬komst een tekst van dergelijke strekking is opgenomen. Hierover stelt [eiseres], hetgeen namens [gedaagde] ook niet gemotiveerd is betwist, dat die tekst door de makelaar eenzijdig op verzoek van [gedaagde] is opgenomen zonder haar instemming. Dit betekent dat vooralsnog niet kan worden uitgegaan van het bestaan van deze afspraak tussen partijen, zodat [gedaagde] hierop geen geslaagd beroep kan doen.

4.6. Hiervoor is reeds overwogen dat de rechtsverhouding tussen partijen wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. De vraag is aldus of de door [gedaagde] gestelde voorwaarde aan zijn medewerking aan de verkoop en levering van de woning, te weten dat hij eerst een huurwoning toegewezen althans toegezegd krijgt die aan al zijn specifieke wensen voldoet, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geoorloofd is.

4.7. Vast staat dat de woning twee jaar lang te koop heeft gestaan zonder noemens¬waardige interesse en dat er op dit moment concrete kopers zijn, waarmee partijen ook overeenstemming hebben bereikt over de verkoop van de woning tegen een voor hen aanvaardbare prijs. Gelet hierop en mede in aanmerking genomen de huidige economische crisis en de aanhoudende slechte woningmarkt kan ervan worden uitgegaan dat indien deze verkoop niet doorgaat, de kans op daadwerkelijke verkoop en levering van de woning aan derden binnen een redelijke termijn zeer ongewis is. Daarnaast is van belang dat de kans dat [gedaagde] vóór 1 december 2012, de beoogde uiterlijke leveringsdatum, een huurwoning toegewezen krijgt niet gering is gelet op zijn lange meettijd als woningzoekende, zodat hij niet op straat zal komen te staan als de door [eiseres] gewenste verkoop van de woning doorgaat. Dat dit misschien een huurwoning zal zijn die niet aan al zijn specifieke wensen zal voldoen acht de voorzieningenrechter niet doorslaggevend. Daarenboven geldt dat [gedaagde] al meer dan twee jaar weet dat hij de woning moet verlaten, zodat hij zich al die tijd daarop had kunnen en moeten voorbereiden door naar passende vervangende woon¬ruimte te zoeken. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] ook de mogelijkheid om een tijdelijke noodoplos¬sing te kiezen voor huisvesting, zoals een verblijf bij vrienden of familie of tijdelijke huur in de vrije sector, totdat hij een sociale huurwoning naar zijn wens toegewe¬zen krijgt van de woningbouwcorporatie. [eiseres] stelt dat [gedaagde] in dat geval zijn meettijd als woning¬zoekende niet verliest, mits hij dat in overleg met de woningbouwcorporatie doet. [gedaagde] heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat voorshands niet kan worden aangenomen dat, zoals [gedaagde] beweert, hij in dat geval ook echt zijn meettijd verliest.

Het voorgaande is van voldoende gewicht om [eiseres] te machtigen de woning conform de (concept)koopovereenkomst, doch zonder de voorwaarde opgenomen in artikel 3.1. daarvan, te gelde te maken. De enige concreet aanwezige mogelijkheid om tot verdeling binnen een redelijke termijn te geraken is namelijk de verkoop en levering van de woning aan de thans in beeld zijnde potentiële kopers. Dit betekent dat [gedaagde] gehouden is mee te werken aan de door [eiseres] gevorderde verkoop en levering van de woning aan deze kopers, zonder daaraan de voorwaarde over een passende huurwoning te stellen. De vorderingen van [eiseres] zullen dan ook worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde termijn voor de ontruiming van de woning zal worden verkort, omdat een veel langere termijn daarvoor niet noodzakelijk is. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als hierna in het dictum vermeld.

4.8. Gelet op de voormalige relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [gedaagde] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, de

door hem gestelde voorwaarde over een huurwoning in te trekken en een handtekening te zetten onder de als productie 4 bij de dagvaarding overgelegde (concept)koopovereenkomst zonder de in artikel 3.1. opgenomen voorwaarde over een huurwoning,

5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.1 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt, en met dien verstande dat geen verdere dwangsommen verschuldigd zullen zijn, indien [eiseres] gebruik maakt van de hierna onder 5.3. te geven machtiging,

5.3. machtigt [eiseres] om, wanneer [gedaagde] in gebreke blijft aan het onder 5.1 van dit vonnis bepaalde te voldoen, mede namens [gedaagde] de (concept)koopovereenkomst, zonder de in artikel 3.1. opgenomen voorwaarde over een huurwoning, te ondertekenen, en voor zover nodig mede namens [gedaagde] aan levering op basis van deze koopovereenkomst van de voormalige echtelijke woning aan de [adres] te [woonplaats] mee te werken,

5.4. veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk op 24 november 2012 de voormalige echtelijke woning aan de [adres] te [woonplaats] te ontruimen en leeg en onder afgifte van alle sleutels aan [eiseres] ter beschikking te stellen, teneinde [eiseres] in de gelegenheid te stellen de levering uiterlijk op 1 december 2012 te realiseren,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2012.

Coll.: HS