Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX9535

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-09-2012
Datum publicatie
09-10-2012
Zaaknummer
228210
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN BX 4969.

Vorering in incident ex art. 843a Rv afgewezen omdat geen sprake is van "bepaalde bescheiden"en ook niet van "bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin HDS partij is" in de zin van art. 843a Rv. Vordering in vrijwaringsincident toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 228210 / HA ZA 12-232

Vonnis in het incident ex art. 843 Rv en

in het vrijwaringsincident

van 26 september 2012

in de zaak van

[verweerder]

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident ex art. 843a Rv,

verweerder in het vrijwaringsincident,

advocaat mr. T.J. van Veen te Ede,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HDS GROEP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident ex art. 843a Rv,

eiseres in het vrijwaringsincident,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna [verweerder] en Univé genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis in het incident van 3 oktober 2012

- de akte houdende in geding brengen van stukken en wijziging eis van [verweerder]

- de doorhaling van de procedure tussen [verweerder] en Univé

- de akte houdende in het geding brengen producties en wijziging eis van [verweerder]

- de antwoordakte, houdende incident ex art. 843a, tevens incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van HDS Groep

- de antwoordakte inzake incident ex art. 843a Rv tevens conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring van [verweerder].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De verdere beoordeling in het incident ex art. 843a Rv

2.1. De in het tussenvonnis onder 3.1 bedoelde stukken zijn overgelegd door [verweerder]. Daarmee heeft hij zonder veroordeling het verzoek stukken over te leggen ingewilligd, zodat de vordering op dit onderdeel bij gebrek aan belang moet worden afgewezen.

2.2. In zijn akte houdende in het geding brengen producties en wijziging eis stelt [verweerder] dat uit de inhoud van de bij dagvaarding overgelegde productie 2 blijkt dat hij en Univé het eens waren over de waarde van het verzekerde registergoed na de brand (€ 771.376,00) en de verzekerde som (€ 1.427.222,00). Dit betekent, stelt [verweerder], dat ter zake van opstalschade door Univé € 655.846,00 zal worden uitgekeerd. Met dit bedrag vermindert hij vervolgens dat van de schade zoals in het petitum vermeld, terwijl hij de vordering tegen Univé intrekt.

2.3. HDS Groep stelt dat [verweerder] kennelijk aanleiding heeft gezien genoegen te nemen met een uitkering conform de in de polis verzekerde som. Zij wil daarom inzage krijgen in de exacte merites van de getroffen regeling en vordert afschrift van de getroffen vaststellingsovereenkomst en/of de correspondentie waarin de regeling is vastgelegd.

2.4. [verweerder] geeft aan dat hij zich niet langer op het standpunt stelt dat Univé haar zorgplicht jegens hem heeft geschonden. Hij stelt dat ten aanzien van de onder 2.3 bedoelde stukken niet is voldaan aan de vereisten van art. 843a Rv voor toewijzing van een vordering en concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering op dit onderdeel.

2.5. De rechtbank deelt deze conclusie. Daartoe overweegt zij het volgende.

2.6. [verweerder] heeft zich neergelegd bij de aanvankelijke standpuntbepaling van Univé. Dat daaraan overleg vooraf gegaan zal zijn, laat zich raden. De resultaten daarvan kunnen schriftelijk vastgelegd zijn, maar dat hoeft niet het geval te zijn.

2.7. Er is dus geen sprake van “bepaalde bescheiden” in de zin van art. 843a Rv, hooguit van de kans dat er bescheiden zijn opgemaakt in het kader van het onder 2.6 bedoelde overleg. Reeds daarom moet naar het oordeel van de rechtbank de incidentele vordering op dit onderdeel worden afgewezen.

2.8. Hier komt nog het volgende bij. In de loop van de onderhavige procedure kan de exacte inhoud van de overeenstemming tussen [verweerder] en Univé een rol gaan spelen, maar naar het oordeel van de rechtbank is er bij die overeenstemming geen sprake van “bescheiden (…) aangaande een rechtsbetrekking waarin (HDS Groep of haar) rechtsvoorgangers partij zijn” in de zin van art. 843a Rv.

2.9. De rechtbank zal op grond van het voorgaande de incidentele vordering ook voor zover deze betreft een tussen [verweerder] en Univé getroffen vaststellingsovereenkomst en/of de correspondentie waarin een regeling is vastgelegd, afwijzen.

2.10. HDS Groep wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3. De beoordeling in het vrijwaringsincident

3.1. HDS Groep vordert dat haar wordt toegestaan Coöperatie Univé Midden U.A. in vrijwaring op te roepen. [verweerder] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

3.2. De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.

3.3. De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

4. De beslissing

De rechtbank

in het incident ex art. 843a Rv

4.1. wijst het gevorderde af,

4.2. veroordeelt HDS Groep in de kosten van het incident, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op € 678,00,

4.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in het vrijwaringsincident

4.4. staat toe dat Coöperatie Univé Midden U.A., kantoorhoudende aan de Oranjelaan 6, 3862CX Nijkerk, door HDS Groep wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 7 november 2012,

4.5. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

4.6. bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van 7 november 2012 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2012.