Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX8532

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
28-09-2012
Zaaknummer
05/701371-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 20-jarige verdachte veroordeeld voor het veroorzaaken van een ongeval waarbij de passagier, haar vriend, zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Zij is gaan rijden terwijl zij daartoe, gelet op haar emotionele gesteldheid, eigenlijk niet goed in staat was. Vervolgens heeft zij haar vriend meegenomen en heeft niet voorkomen dat er wederom ruzie ontstond, zodat haar emotionele gesteldheid verder verslechterde. Hierdoor heeft zij onvoldoende concentratie voor de wegsituatie kunnen opbrengen, is de macht over de auto verloren, waardoor ze in de berm terecht is gekomen. De rechtbvank is van oordeel dat er sprake is van aanmerkelijk onvoorzichtig, onzorgvuldig en onoplettend verkeersgedrag. De rechtbank legt op een werkstraf voor de duur van 60 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/701371-11

Data zittingen : 1 augustus 2012 en 14 september 2012

Datum uitspraak : 28 september 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

raadsvrouw : mr. W.A. Koers, advocaat te Leusden.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. zij op of omstreeks 31 mei 2011, te Bemmel, gemeente Lingewaard, in elk geval Nederland,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Zandsestraat, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of

terwijl zij (in hevige mate) geëmotioneerd was, en/of

terwijl op die Zandsestraat ter plaatse een wegversmalling is, en/of

terwijl die Zandsestraat (kort) voor die wegversmalling, gezien verdachtes rijrichting, een bocht naar links maakt, en/of

terwijl er voor die bocht op het wegdek van die Zandsestraat een zogenaamde psycho bremse belijning was aangebracht, welke een visuele versmalling moet bewerkstelligen,

haar aandacht niet, althans in onvoldoende mate op of bij het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad, en/of

(daarbij) in die bocht een ander motorrijtuig (personenauto) is gaan inhalen, en/of heeft ingehaald, en/of

(daarbij) naar links heeft gestuurd om de bocht af te snijden waarbij zij de binnenbocht heeft genomen en/of niet, althans in onvoldoende mate heeft voldaan aan haar verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(daarbij) terecht is gekomen op het weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte (voor het tegemoetkomende verkeer) te (gaan) rijden, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met de aan de, gezien verdachtes rijrichting, linkerzijde van die weg geplaatste stoeprand, en/of

(vervolgens) in een slip is geraakt, en/of

(vervolgens) in de naast die Zandsestraat gelegen berm is gegleden of gereden, in elk geval terecht is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

zij op of omstreeks 31 mei 2011 te Bemmel, gemeente Lingewaard, in elk geval in Nederland,

als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Zandsestraat,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of

terwijl zij (in hevige mate) geëmotioneerd was, en/of

terwijl op die Zandsestraat ter plaatse een wegversmalling is, en/of

terwijl die Zandsestraat (kort) voor die wegversmalling, gezien verdachtes rijrichting, een bocht naar links maakt, en/of

terwijl er voor die bocht op het wegdek van die Zandsestraat een zogenaamde psycho bremse belijning was aangebracht, welke een visuele versmalling moet bewerkstelligen,

haar aandacht niet, althans in onvoldoende mate op of bij het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad, en/of

(daarbij) in die bocht een ander motorrijtuig (personenauto) is gaan inhalen, en/of heeft ingehaald, en/of

(daarbij) naar links heeft gestuurd om de bocht af te snijden waarbij zij de binnenbocht heeft genomen en/of niet, althans in onvoldoende mate heeft voldaan aan haar verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(daarbij) terecht is gekomen op het weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte (voor het tegemoetkomende verkeer) te (gaan) rijden, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met de aan de, gezien verdachtes rijrichting, linkerzijde van die weg geplaatste stoeprand, en/of

(vervolgens) in een slip is geraakt, en/of

(vervolgens) in de naast die Zandsestraat gelegen berm is gegleden of gereden, in elk geval terecht is gekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 14 september 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. W.A. Koers, advocaat te Leusden.

De officier van justitie, mr. T.C. Henniphof, heeft gerekwireerd.

Verdachte en haar raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte reed op 31 mei 2011 te Bemmel, gemeente Lingewaard, als bestuurder van een personenauto over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Zandsestraat. Het zicht ter plaatse werd niet belemmerd, beperkt of gehinderd. Op die Zandsestraat is een wegversmalling aangebracht. Vlak daarvoor maakt de weg een bocht naar links. Voor deze bocht is op de weg een zogenaamd psycho bremse belijning aangebracht, welke een visuele versmalling moet bewerkstelligen.2

Toen verdachte daar reed was zij hevig geëmotioneerd. Op enig moment is zij op de linkerweghelft terecht gekomen en is daar gebotst tegen de stoeprand. Daarna is zij in een slip geraakt en is in de rechterberm naast die Zandsestraat terechtgekomen.3 Door dat ongeval heeft de inzittende van de door verdachte bestuurde auto ([slachtoffer], hierna: [slachtoffer]) een gebroken linker bovenbeen en een hersenschudding opgelopen. Het letsel aan het bovenbeen diende operatief te worden hersteld.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, te weten een aanmerkelijke verkeersfout.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte geen schuld had aan het ongeval. Dit omdat zij werd overvallen door het plotseling heviger worden van haar emotionele toestand. Derhalve heeft de verdediging voor vrijspraak voor het primair tenlastegelegde gepleit. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de verdediging voor ontslag van alle rechtsvervolging gepleit.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld welke feitelijke gedragingen die ten laste zijn gelegd, kunnen worden bewezen en of de bewezen geachte feitelijke gedragingen schuld aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 opleveren. Daarbij komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Verdachte had op de betreffende dag veel aan haar hoofd. Op die dag kreeg zij ruzie met haar vriend [slachtoffer]. [slachtoffer] wilde vervolgens alleen op weg naar een sollicitatiegesprek. Op enig moment reed verdachte naar hem toe, zette de auto schuin naast/voor hem neer en zei hem in te stappen, wat hij deed. In de auto werd tijdens het rijden tegen elkaar geschreeuwd, omdat [slachtoffer] en verdachte ruzie hadden. Verdachte heeft verklaard dat zij op dat moment ook geëmotioneerd was door de medische toestand van haar grootvader en het feit dat zij kort tevoren had gehoord dat zij zou worden ontslagen van haar werk. Daarbij moest verdachte tijdens het autorijden huilen.5 Vervolgens heeft verdachte de macht over de auto verloren en is uiteindelijk in de berm terecht gekomen. De rechtbank is van oordeel dat het ongeval door deze gedragingen van verdachte en onder genoemde omstandigheden heeft plaatsgevonden.

De verdediging heeft de mogelijkheid geopperd dat [slachtoffer] voor het ongeval aan het stuur heeft getrokken. De rechtbank volgt dit niet. Verdachte heeft in haar eerste verklaringen aangegeven dat [slachtoffer] aan het stuur trok om de slingerende auto te corrigeren. [slachtoffer] heeft dit in zijn verklaring expliciet ontkend.6 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat ze duizelig werd en ging slingeren, waardoor ze de (voor haar) zware auto niet meer onder controle kon houden. Vervolgens heeft ze verklaard niet meer precies te weten hoe het ongeval gebeurde. De rechtbank vindt het dan ook niet aannemelijk dat [slachtoffer] aan het stuur heeft getrokken en evenmin dat het ongeval mede door zijn gedragingen zou zijn veroorzaakt.

De vraag is vervolgens of deze bewezenverklaarde feitelijke gedragingen, gegeven de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval, de conclusie kunnen rechtvaardigen dat verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Het gedrag van verdachte moet daarvoor worden gespiegeld aan dat wat van een automobilist in het algemeen en gemiddeld genomen mag worden verwacht.

Eerst het in aanmerkelijke mate niet in acht nemen van de normaal te verlangen voorzichtigheid levert schuld in de zin van genoemd artikel op.

Van iedere automobilist mag worden verwacht dat hij of zij zich ervan vergewist dat hij of zij lichamelijk en geestelijk in staat is om veilig aan het verkeer deel te nemen.

Op het moment dat verdachte is gaan rijden terwijl zij, door meerdere omstandigheden, erg emotioneel was, veel moest huilen en er naar eigen zeggen helemaal doorheen zat, had het voor verdachte kenbaar moeten zijn dat zij niet in staat was op een adequate manier aan het verkeer deel te nemen. Zij had al op dit moment moeten kiezen niet te rijden. Zij is echter toch gaan rijden en heeft ook haar vriend dringend verzocht in de auto plaats te nemen. In de auto heeft zij niet voorkomen dat er wederom ruzie/geschreeuw was, waardoor haar emotionele gesteldheid verder verslechterde. Naar het oordeel van de rechtbank kan verdachte, gelet op het voorgaande, worden verweten dat zij in een toestand is komen te verkeren waardoor zij, door een dermate groot concentratieverlies, de macht over de auto is verloren. Verdachte heeft dan ook in aanmerkelijke mate schuld aan het ongeval. De rechtbank is van oordeel dat [slachtoffer] ten gevolge van dit ongeval zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

zij op 31 mei 2011, te Bemmel, gemeente Lingewaard, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Zandsestraat, aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of werd gehinderd, en terwijl zij in hevige mate geëmotioneerd was, en terwijl op die Zandsestraat ter plaatse een wegversmalling is, en terwijl die Zandsestraat (kort) voor die wegversmalling, gezien verdachtes rijrichting, een bocht naar links maakt, en terwijl er voor die bocht op het wegdek van die Zandsestraat een zogenaamde psycho bremse belijning was aangebracht, welke een visuele versmalling moet bewerkstelligen, haar aandacht in onvoldoende mate op of bij het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad, en (daarbij) in onvoldoende mate heeft voldaan aan haar verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en (daarbij) terecht is gekomen op het weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte (voor het tegemoetkomende verkeer) te (gaan) rijden, en (vervolgens) is gebotst tegen de aan de, gezien verdachtes rijrichting, linkerzijde van die weg geplaatste stoeprand, en (vervolgens) in een slip is geraakt, en (vervolgens) in de naast die Zandsestraat gelegen berm terecht is gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, werd toegebracht.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, te vervangen door 25 dagen hechtenis, en tevens tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met aftrek van de periode waarin het rijbewijs al ingehouden is geweest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte waaronder een blanco strafblad. Tevens is aangevoerd dat het straffen van verdachte in dit geval neer komt op het straffen van het slachtoffer (haar vriend). Verdachte heeft zich erg schuldig gevoeld naar het slachtoffer toe en heeft het revalidatieproces van dichtbij meegemaakt.

Voorts is aangevoerd dat verdachte haar rijbewijs nodig heeft en verzocht is een eventuele ontzegging van de rijbevoegdheid voorwaardelijk op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 14 augustus 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aanmerkelijke verkeersfout. Zij is gaan rijden terwijl zij daartoe, door haar emotionele gesteldheid, niet in staat was. Vervolgens heeft zij haar vriend meegenomen en heeft niet voorkomen dat er wederom ruzie ontstond, zodat haar emotionele gesteldheid verder verslechterde. Hierdoor heeft zij onvoldoende concentratie voor de wegsituatie kunnen opbrengen, is de macht over de auto verloren, waardoor het ongeval heeft kunnen plaatsvinden. Dit ongeval heeft nadelige gevolgen voor het slachtoffer gehad. Hij heeft zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

Gelet op de ernst van dit verkeersmisdrijf en de gevolgen voor het slachtoffer, alsmede uit oogpunten van algemene preventie, acht de rechtbank het opleggen van een straf geboden. De omstandigheid dat verdachte een relatie heeft met het slachtoffer kan daaraan niet afdoen. Richtinggevend voor dergelijke feiten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie weken en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden. Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat zij niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld en dat zij het slachtoffer in zijn revalidatieperiode heeft bijgestaan.

Gelet met name op de ouderdom van het feit acht de rechtbank een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid niet passend.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 6, 175 en 178 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 60 (zestig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens haar vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat zij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 30 (dertig) dagen.

Veroordeelt verdachte tevens tot een

Ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 6 (zes) maanden,

met aftrek overeenkomstig artikel 179, lid 6, van de Wegenverkeerswet 1994.

Bepaalt dat deze ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door:

mr. H.T. Wagenaar (voorzitter), mr. J.J. Catsburg en mr. A.M. van Gorp, rechters,

in tegenwoordigheid van C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september 2012.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, registratienummer PL079A 2011064206, gesloten op 14 juli 2011 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaringen van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 september 2012 en proces-verbaal van VOA, pg's 67 en 68.

3 Verklaringen van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 september 2012 en proces-verbaal van VOA, pg. 76.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige, [slachtoffer], pg. 45 en een geneeskundige verklaring, pg. 58.

5 Verklaringen van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 september 2012 en proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer], pg. 43.

6 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer], pg. 44.