Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX7900

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-08-2012
Datum publicatie
20-09-2012
Zaaknummer
833179 BH VERZ 13454 en 824138 BM VERZ 12-990
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Klachten rechthebbende voor het merendeel ongegrond. Een klacht gegrond, echter een maatregel is niet op zijn plaats.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 833179 BH VERZ 12-13454

824138 BM VERZ 12-990

uitspraak van 6 augustus 2012

op verzoek van

[rechthebbende]

wonende te [adres]

geboren te Nijmegen op [dag en maand] 1977

hierna ook te noemen verzoeker

Het verzoek strekt tot ontslag van de huidige bewindvoerster en benoeming van een nieuwe bewindvoerder ten behoeve van verzoeker zelf.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de brief van rechthebbende van 6 juni 2012

- de brief van de bewindvoerster van 20 juni 2012

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 2 augustus 2012.

De beoordeling

Bij brief van 6 juni 2012 heeft rechthebbende verzocht om ontslag van de huidige bewindvoerster en benoeming van een andere wegens de volgende klachten over het beheer.

1. Als hij contact opneemt met bewindvoerster, krijgt hij vaak onduidelijke en ook botte antwoorden. Hij heeft al moeilijkheden om contact te leggen met mensen en dit maakt het nog moeilijker.

2. Voor extra uren is een bedrag van € 550,- van zijn rekening afgeschreven en zijn contactpersoon bij bewindvoerster gaf aan dat hem dat niet aanging. Hij heeft nooit een factuur voor dat bedrag gezien.

3. Rechthebbende heeft bankafschriften van een andere cliënt van bewindvoerster ontvangen.

4. Op zijn schuldenoverzicht was de schuld van een ander vermeld. Uiteindelijk heeft de Gemeentelijke Kredietbank dit met veel moeite in orde gemaakt.

5. Toen rechthebbende een deel van zijn spaargeld van € 2.500 wilde opnemen om een operatie van zijn hond te betalen, kreeg hij geen geld. Op zijn vraag: "Moet ik dan mijn hond laten doodgaan?" kreeg hij als antwoord van bewindvoerster dat dat zijn keus was.

In haar brief van 20 juni 2012 heeft bewindvoerster als volgt op de klachten gereageerd.

ad 1. De dossierbehandelaar probeert altijd helder en duidelijk antwoord op vragen en verzoeken te geven. Helaas wordt duidelijkheid als bot ervaren, maar zo is het niet bedoeld.

Hoewel rechthebbende deugdelijk voor de mondelinge behandeling was opgeroepen, is hij, zonder bericht van verhindering, niet verschenen.

De kantonrechter overweegt dat niet duidelijk is geworden - behalve het in punt 5 genoemde voorbeeld - waaruit de gestelde botheid in de telefonische beantwoording van vragen heeft bestaan. Het voorbeeld geeft wel een indicatie, maar de woorden op papier geven zonder de context waarin de mededeling werd gedaan en de intonatie waarmee de woorden zijn uitgesproken, te weinig grond om de klacht gegrond te achten.

De kantonrechter merkt hierbij op dat de ene mens gevoeliger is voor fors taalgebruik dan een ander. Het is aan een bewindvoerder om in een gesprek met een rechthebbende na te gaan hoe zijn woorden overkomen. Indien zijn woorden niet goed worden opgevat, zal hij zijn taalgebruik op de rechthebbende moeten afstemmen. Niet alleen gaat het om het niveau van abstractie waarin een mededeling wordt gedaan, maar ook de woordkeus (zowel moeilijkheid als mate van forsheid) en de intonatie.

ad 2. Het bedrag aan extra beloning van € 550,- houdt verband met het feit dat bewindvoerster rechthebbende heeft begeleid in het traject voor toelating tot de WSNP. Rechthebbende is op 2 april 2012 tot deze schuldenregeling toegelaten. Voor het in rekening brengen van het bedrag heeft bewindvoerster machtiging van de rechtbank gekregen. De nota bevindt zich in het dossier van rechthebbende. Rechthebbende wordt elke 3 maanden (sinds kort elke maand) geïnformeerd over de verrichte betalingen door middel van een transactieoverzicht van de beheerrekening. De opmerking dat dat hem niet zou aangaan is niet door bewindvoerder gemaakt.

De kantonrechter acht de klacht ongegrond, nu de feiten niet zijn komen vast te staan.

ad 3. Bewindvoerster geeft toe dat per ongeluk verkeerde bankafschriften aan rechthebbende zijn toegestuurd en biedt daarvoor excuses aan.

De kantonrechter acht dit voorval uit het oogpunt van privacybescherming van de verschillende cliënten van bewindvoerster belangrijk. Ter zitting is niet duidelijk geworden op welke wijze in de werkprocessen van bewindvoerster is geborgd, dat dit soort fouten niet wordt gemaakt.

De klacht is daarom gegrond.

De kantonrechter acht een maatregel thans niet op zijn plaats, maar verwacht dat de bewindvoerster bij het volgend accountgesprek toelicht op welke wijze binnen haar organisatie is geborgd hoe dit soort verwisselingen (stukken naar de verkeerde persoon sturen, betalingen van/op verkeerde rekeningen boeken) worden voorkomen.

Ad 4. Op het schuldoverzicht was ten onrechte een schuld van een andere persoon met dezelfde achternaam en voorletter vermeld. In een aantal gezamenlijke besprekingen van de Gemeentelijke Kredietbank, rechthebbende, bewindvoerder en andere hulpverlening is dit een keer aan de orde gekomen. De GKB heeft de schuld op aangeven van bewindvoerder van het overzicht verwijderd. Het kostte geen moeite de GKB daartoe te bewegen.

De kantonrechter acht deze klacht ongegrond.

ad 5. Volgens bewindvoerster diende bij de toelating tot de WSNP het spaarsaldo - met uitzondering van het vrij te laten bedrag - te worden gestort op de boedelrekening bij de WSNP-bewindvoerder. Bewindvoerster heeft de kosten van de operatie van de hond voorgelegd aan de WSNP-bewindvoerder, die heeft aangegeven dat hij zou kijken of hij daarvoor geld kon vrijmaken. De beslissing ligt in dezen bij de WSNP-bewindvoerder.

Naast hetgeen de kantonrechter bij punt 1 heeft opgemerkt, heeft hij hierbij geen aanvulling. Deze klacht zal ongegrond worden verklaard.

Het onderzoek van de klachten leidt niet tot het oordeel dat bewindvoerster haar taak niet goed vervult. Het verzoek om ontslag wordt daarom afgewezen.

De beslissing

De kantonrechter

acht de kantonrechter de klacht onder 3 gegrond, maar acht hij onder de daar vermelde voorwaarde een maatregel niet op zijn plaats;

wijst het verzoek om ontslag van bewindvoerster af.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. P.A. Huidekoper en in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2012.

Tegen deze beslissing kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem

a. door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.