Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX7045

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-09-2012
Datum publicatie
12-09-2012
Zaaknummer
05/700447-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

19-jarige verdachte veroordeeld ter zake een overval, verboden wapenbezit en rijden onder invloed tot jeugddetentie gelijk aan voorarrest en pij-maatregel van 2 jaar. Verdachte heeft een ernstige ontwikkelingsachterstand ten gevolge van excessief drugsgebruik en wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Gezien de grote ontwikkelingsachterstand en de behoefte aan pedagogisch ingrijpen is verdachte veroordeeld volgens het jeugdstrafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/700447-12

Data zittingen : 4 juli 2012 en 29 augustus 2012

Datum uitspraak : 12 september 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [naam verdachte]

geboren op : [geboortedatum verdachte] 1993 te [geboorteplaats verdachte]

adres : [adres verdachte]

plaats : [woonplaats verdachte]

thans gedetineerd in PI Arnhem - De Berg, Arnhem Noord.

Raadsman : mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 17 maart 2012 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer EURO 834,00 en/of EURO 600,00 en/of EURO 295,00), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer[slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij -verdachte-

-gemaskerd met een pet en/of capuchon en/of bewapend met een vuurwapen,

althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, voornoemde sportkantine is

binnengegaan en op die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] is afgelopen en/of

-(vervolgens/daarbij) meermalen, althans eenmaal tegen die [slachtoffer 2] en/of

die [slachtoffer 3] heeft geroepen: "Dit is een overval" en/of "Overval, geld" en/of "Ik

schiet je kapot" en/of "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke

dreigende / dwingende aard of strekking en/of

-(vervolgens/daarbij) een vuurwapen, althans een op een vuurwapend gelijkend

voorwerp, op die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft gericht, althans aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft getoond en/of

-(vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,

op/aan de in de sportkantine aanwezige personen heeft gericht/getoond;

2.

hij op of omstreeks 17 maart 2012 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een nabootsing van een vuurwapen,

dat door zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een

vuurwapen van het merk Colt, type M1911, voorhanden heeft gehad; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

3.

hij op of omstreeks 17 maart 2012 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, als bestuurder van een motorrijtuig (een bromfiets/scooter met kenteken

[kentekennummer]) voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank,

dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek als bedoeld in

artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 0,83 milligram, in elk geval hoger dan 0,2 milligram alcohol per milliliter

bloed bleek te zijn, terwijl nog geen zeven jaren waren verstreken sinds de

eerste afgifte aan verdachte van een rijbewijs dat de bevoegdheid gaf tot het

besturen van bromfietsen en verdachte op het ogenblik van die afgifte nog niet

de leeftijd van achttien jaren had bereikt en de eerste afgifte van het

rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 29 augustus 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

* [slachtoffer[slachtoffer 3]

* [slachtoffer 2]

* [slachtoffe[slachtoffer 4]

[slachtoffer[slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] zijn tevens ter terechtzitting verschenen, bijgestaan door A.E. Stachelhausen van Slachtofferhulp.

De officier van justitie, mr. A.M.C.V. Fellinger, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], p. 17-20;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer[slachtoffer 3], p. 24-26;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 augustus 2012.

Ten aanzien van feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, p. 112;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 augustus 2012.

Ten aanzien van feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- het rapport Alcohol in het verkeer, p. 337;

- proces-verbaal van aanrijding, p. 301;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 augustus 2012.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 17 maart 2012 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (EURO 834,00), toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer[slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij -verdachte- -gemaskerd met een pet en capuchon en bewapend met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, voornoemde sportkantine is binnengegaan en op die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] is afgelopen en - vervolgens/daarbij) tegen die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft geroepen: "Dit is een overval" en/of "Overval, geld" en/of "Ik schiet je kapot" en/of "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende / dwingende aard of strekking en -(vervolgens/daarbij) een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] heeft gericht en -(vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/aan de in de sportkantine aanwezige personen heeft gericht/getoond;

2.

hij op 17 maart 2012 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een nabootsing van een vuurwapen, dat door zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen van het merk Colt, type M1911, voorhanden heeft gehad;

3.

hij op 17 maart 2012 te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe, als bestuurder van een motorrijtuig (een bromfiets/scooter met kenteken [kentekennummer]) voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 0,83 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, terwijl nog geen zeven jaren waren verstreken sinds de eerste afgifte aan verdachte van een rijbewijs dat de bevoegdheid gaf tot het besturen van bromfietsen en verdachte op het ogenblik van die afgifte nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

'Diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.'

Ten aanzien van feit 2:

'Handelen in strijd met art. 13, lid 1 van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij art. 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie.'

Ten aanzien van feit 3:

'Overtreding van art. 8 van de Wegenverkeerswet 1994.'

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 7 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, alsmede tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft naar voren gebracht zich te kunnen vinden in de oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

* het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 20 maart 2012; en

* voorlichtingsrapportages van GGZ IrisZorg, van 5 juli 2012 en 28 augustus 2012, betreffende verdachte;

* een multidisciplinair rapport betreffende verdachte, van drs. H.E.W. Koornstra, psycholoog, gedateerd 16 juni 2012 en van dr. G.J.A.M. Bakkeren, psychiater, gedateerd 23 juni 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft onder invloed van drank en drugs een overval gepleegd op een sportkantine, waarbij hij gebruik gemaakt heeft van een balletjespistool dat sterk lijkt op een echt vuurwapen. Verdachte heeft dit wapen van zeer dichtbij op de barmedewerkster en een bezoeker van de kantine gericht. Verdachte heeft de slachtoffers hiermee de schrik van hun leven bezorgd, als gevolg waarvan één van de slachtoffers nog altijd te kampen heeft met psychische en lichamelijke klachten.

Uit de hierboven genoemde rapportages van de psycholoog en psychiater komt naar voren dat de ten laste gelegde feiten een duidelijk verband kennen met de ernstige verslavingsproblematiek van verdachte en de ten gevolge hiervan bestaande gedragsstoornis. Hoewel verdachte weet welke invloed drugs op hem hebben is hij niet in staat het gebruik hiervan te stoppen. Onder invloed heeft betrokkene geen last van zijn enorme remmingen, van zijn angsten en onzekerheden.

Er is sprake van ernstige ontwikkelingsachterstanden ten gevolge van het excessieve drugsgebruik en geen enkele ontwikkeling van de identiteit. Beïnvloeding, indien nog mogelijk, zal binnen een intensieve behandeling moeten plaatsvinden waarbij behalve uiteraard aan het verslavingsgedrag, zeker aandacht moet zijn voor de onderliggende problematiek. De behandeling zal plaats moeten vinden in een kliniek, waar verdachte langdurig opgenomen zal moeten worden.

Gezien de grote ontwikkelingsachterstand en de behoefte aan pedagogisch ingrijpen wordt met klem geadviseerd verdachte volgens het jeugdstrafrecht te berechten, waarbij concreet wordt geadviseerd verdachte in het kader van een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen gesloten te plaatsen. De kans op herhaling van soortgelijke feiten of erger lijkt zeer reëel, indien verdachte niet behandeld wordt. Geadviseerd wordt om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank volgt dit advies en acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar voor de door hem gepleegde feiten.

Gelet op hetgeen door de psycholoog en de psychiater over verdachte is gerapporteerd en gelet op de omstandigheden waaronder feit 1 is begaan, vindt de rechtbank grond om recht te doen overeenkomstig het jeugdsanctierecht.

De rechtbank is van oordeel dat voor de afdoening van de onderhavige zaak jeugddetentie in aanmerking komt. De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat een jeugddetentie gelijk aan het reeds ondergane voorarrest passend is.

De rechtbank overweegt voorts dat het onder 1 bewezenverklaarde een feit betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen eist en dat de maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte is en de voor hem noodzakelijke behandeling kan bieden, het opleggen van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen geboden is. De rechtbank zal daarom aan verdachte, naast de reeds genoemde jeugddetentie, ook de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen opleggen voor de duur van twee jaren.

6a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51g van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

[slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1744,60.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering geheel toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het bedrag van de door [slachtoffer 3] gevorderde immateriële schade gematigd moet worden.

Beoordeling door de rechtbank

Het materiële deel van de vordering is niet betwist door verdachte en komt de rechtbank gegrond voor. De rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook in haar geheel toewijzen.

Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op na te melden bedrag.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 17 maart 2012.

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3223,81.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering geheel toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 42 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het bedrag van de door [slachtoffer 2] gevorderde immateriële schade toewijsbaar is. De verdediging heeft voorts aangevoerd dat het deel van de vordering dat ziet op materiële schade als gevolg van inkomstenderving niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

Het materiële deel van de vordering voor zover dit ziet op reis- en telefoonkosten á € 81,- is niet betwist door verdachte. De rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook toewijzen.

De rechtbank zal voorts de civiele vordering tot een bedrag van € 750,- aan materiële schade als gevolg van inkomstenderving toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken op dat bedrag is begroot.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake van vergoeding van materiële schade omdat dit deel van de vordering onvoldoende met stukken is onderbouwd. Een nadere beoordeling van deze schadeposten zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op na te melden bedrag.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 17 maart 2012.

[slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 799,-.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering geheel toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het bedrag van de door [slachtoffer 4] gevorderde schade niet voldoende is onderbouwd en vastgesteld kan worden op € 500,-.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de stukken blijkt dat door verdachte een bedrag van € 834, - is weggenomen, waarvan

€ 295,- is teruggevonden en teruggegeven. Derhalve resteert een bedrag van € 539,- aan schade dat voor toewijzing vatbaar is. Het overige deel van de vordering dient te worden afgewezen nu uit het dossier niet is gebleken dat de kassalade bij het bewezenverklaarde feit beschadigd is geraakt.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 17 maart 2012.

7. De voorlopige hechtenis

De officier van justitie heeft gevorderd dat het bevel voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

Gelet op de op te leggen maatregel zal de rechtbank de voorlopige hechtenis niet opheffen.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 27, 36f, 57, 77c, 77g, 77h, 77i, 77s, 91, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 8, 176, 178 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 2, 13, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

9. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een jeugddetentie voor de duur van 178 (honderdachtenzeventig) dagen

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

En voorts tot

de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 3] te betalen € 544,60 (vijfhonderdvierenveertig euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], te betalen € 544,60 (vijfhonderdvierenveertig euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 2], te betalen € 2531,- (tweeduizendvijfhonderdeenendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], te betalen € 2531,- (tweeduizendvijfhonderdeenendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 35 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 4], te betalen € 539,- (vijfhonderdnegenendertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], te betalen € 539,- (vijfhonderdnegenendertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. H.G. Eskes, (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. M. van der Linde, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 september 2012.

mr. Eskes is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.2

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [naam verbalisant] van de regiopolitie Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PLPL081A 2012043055, gesloten op 1 mei 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.