Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX6982

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
31-08-2012
Datum publicatie
10-09-2012
Zaaknummer
815235 CV Expl. 12-2507
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Executiegeschil in een kantonzaak. Bevoegdheid kantonrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/278

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 815235 \ CV EXPL 12-2507 \ 199\392

uitspraak van

vonnis in het bevoegdheidsincident

in de zaak van

[eisende partij]

wonende te [woonplaats]

gemachtigde mr. J. de Haan

eisende partij in de hoofdzaak

verwerende partij in het incident

toevoegingsnummer [nummer]

tegen

1.

de besloten vennootschap Janssen & Janssen c.s. gerechtsdeurwaarders B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Eindhoven

gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Eindhoven

2.

de besloten vennootschap DAS Incasso Arnhem B.V.

gevestigd te Arnhem en kantoorhoudende te Elst

gemachtigde mr. F. Okan

3.

de besloten vennootschap 402Events.com B.V.

gevestigd te Moerdijk en kantoorhoudende te Amsterdam

gemachtigde mr. M.A. Ouwehand

gedaagde partijen in de hoofdzaak

eisende partijen in het incident

Partijen worden hierna [eisende partij] en J&J, Das en 402Events genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 april 2012 met producties

- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring, tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak met producties van J&J

- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring, tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak met producties van Das

- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring, tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak met producties van 402Events

- de conclusie van antwoord in het incident, tevens conclusie van repliek in de hoofdzaak van [eisende partij].

2. Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1. [eisende partij] vordert de hoofdelijke veroordeling van J&J, Das en 402Events bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot het verstrekken van alle gegevens van alle betalingen die door [eisende partij] zijn gedaan sinds het vonnis van de kantonrechter in Boxmeer van 21 maart 2006 en voorts tot betaling van een bedrag van € 7.713,28 dat [eisende partij] tot op heden teveel heeft betaald, althans enig bedrag, kosten rechtens.

2.2. [eisende partij] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij bij vonnis van de kantonrechter in Boxmeer van 21 maart 2006 is veroordeeld tot betaling van € 8.388,88 in hoofdsom en € 517,32 aan proceskosten aan de v.o.f. [X] Das is als haar gemachtigde opgetreden en de executie is verricht door J&J. 402Events zou de rechtsopvolger van deze vennootschap zijn.

[eisende partij] stond destijds onder bewind, doch de bewindvoerder heeft nagelaten verweer te voeren tegen de vordering. Daarom is geen rekening gehouden met een creditering van € 5.224,10.

Sinds 27 september 2007 ligt er loonbeslag, overigens boven de toegestane beslagvrije voet. [eisende partij] heeft tot op heden € 11.746,03 afgedragen, doch het loonbeslag is niet opgeheven. Voorts weigeren gedaagde partijen opgave te doen van hetgeen is betaald, de berekende rente en het nog verschuldigde bedrag.

2.3. J&J, Das en 402Events hebben alle ten aanzien van de bevoegdheid van de kantonrechter opgeworpen dat het een executiegeschil betreft dat op grond van artikel 438 Rechtsvordering (hierna: ‘Rv.’) door de sector civiel van de rechtbank dient te worden beoordeeld. Voorts hebben zij aangevoerd dat de kantonrechter in Nijmegen relatief onbevoegd is omdat J&J, Das en 402Events geen van alle in diens arrondissement is gevestigd.

[eisende partij] heeft in de conclusie van antwoord in het incident gesteld abusievelijk geen acht te hebben geslagen op de competentieregels. Zij refereert zich (derhalve) op dit punt aan het oordeel van de kantonrechter.

2.4. De kantonrechter oordeelt als volgt. Het onderhavige geschil vindt zijn grond in het vonnis van de kantonrechter in Boxmeer van 21 maart 2006. Gelet op hun stellingen duiden partijen het als een executiegeschil als bedoeld in artikel 438 Rv., hoewel [eisende partij] ook – gelet op haar stellingen met betrekking tot een creditering – een inhoudelijk geschilpunt opwerpt. De kantonrechter is van oordeel dat, zo al sprake is van een (zuiver) executiegeschil, geen verwijzing dient plaats te vinden. De rechtbank Arnhem is volgens de “gewone regels” als bedoeld in artikel 438 lid 1 Rv. bevoegd kennis te nemen van het geschil tussen partijen. De sector kanton maakt onderdeel uit van de rechtbank en was op grond van de “gewone regels” (artikel 93 Rv.) bevoegd van het oorspronkelijke geschil tussen partijen kennis te nemen. De kantonrechter verklaart zich derhalve absoluut bevoegd van dit geschil kennis te nemen. Hierbij neemt de kantonrechter mede in aanmerking dat geen goede grond bestaat om een executiegeschil met betrekking tot een kantonzaak door de sector civiel te laten afdoen, mede gelet op de hogere kosten die een procedure bij de sector civiel met zich brengt ten opzichte van een procedure bij de sector kanton.

Das houdt kantoor in Elst, zodat de kantonrechter, anders dan door Das gesteld, ook relatief bevoegd is van het geschil kennis te nemen.

2.5. De incidentele vordering wordt afgewezen. J&J, Das en 402Events worden in het ongelijk gesteld en daarom veroordeeld in de proceskosten in het incident.

2.6. [eisende partij] heeft reeds een conclusie van repliek in de hoofdzaak genomen. De zaak wordt verwezen naar de rol voor conclusie van dupliek in de hoofdzaak aan de zijde van J&J, Das en 402Events.

3. De beslissing

De kantonrechter

in het incident

3.1. wijst de vordering af;

3.2. veroordeelt J&J, Das en 402Events in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eisende partij] begroot op € 60,00 aan salaris voor de gemachtigde;

in de hoofdzaak

3.3. verwijst de zaak naar de rol van 21 september 2012 voor conclusie van dupliek aan de zijde van J&J, Das en 402Events;

3.4. houdt voor het overige iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op