Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX6739

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-08-2012
Datum publicatie
07-09-2012
Zaaknummer
232159
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Opzegging duurovereenkomst per direct, gelet op omstandigheden, niet onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 232159 / KG ZA 12-391

Vonnis in kort geding van 6 augustus 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REYHAN UITZENDBUREAU B.V.,

gevestigd te Doetinchem,

eiseres,

advocaat mr. dr. D. Coskun te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VLEESHANDEL HILCKMANN B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLACHTHUIS NIJMEGEN B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagden,

advocaat mr. J. van de Hel te Nijmegen.

Partijen zullen hierna Reyhan en Hilckmann worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Reyhan

- de pleitnota van Hilckmann.

1.2. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 6 augustus 2012 vonnis bepaald. De feiten en de motivering waarop de in dit vonnis gegeven beslissing steunt, worden hierna vastgelegd.

2. De feiten

2.1. Hilckmann houdt zich onder meer bezig met de exploitatie van het slachthuis in Nijmegen. Sinds eind 2007 levert Reyhan in verband daarmee uitzendkrachten aan Hilckmann.

2.2. Het aantal uitzendkrachten dat Reyhan aan Hilckmann uitleent verschilt van dag tot dag en fluctueerde het afgelopen jaar van circa 100 tot 135 per week.

2.3. Omdat het slecht gaat in de vleesbranche heeft Hilckmann haar werkzaamheden in mei 2012 gereorganiseerd. In de maanden mei en juni 2012 is er overleg geweest tussen Reyhan en Hilckmann over de in de toekomst te hanteren tarieven.

2.4. Op 5 juli 2012 heeft overleg tussen partijen plaats gevonden. Afgesproken is de maandag daarop een voorstel tot uitfasering te bespreken.

2.5. Op 5 juli 2012 heeft de productiemanager van Hilckmann, de heer [betrokkene1], Reyhan per sms meegedeeld per maandag 9 juli 2012 geen behoefte te hebben aan een viertal uitzendkrachten van Reyhan. Daarna heeft een aantal telefoongesprekken tussen Reyhan en [betrokkene1] plaats gevonden.

2.6. Op vrijdagochtend 6 juli 2012 zijn nagenoeg alle uitzendkrachten van Reyhan niet bij Hilckmann verschenen. Slechts vijf van hen zijn wel verschenen.

2.7. Dezelfde dag heeft Hilckmann Reyhan mondeling laten weten dat zij met ingang van maandag 9 juli 2012 geen uitzendkrachten meer mocht leveren aan Hilckmann.

2.8. Bij brief van 9 juli 2012 heeft Reyhan Hilckmann gesommeerd haar uitzendkrachten toe te laten tot de werkzaamheden.

2.9. Dinsdag 10 juli 2012 hebben zich circa 90 uitzendkrachten van Reyhan gemeld bij Hilckmann. Hilckmann heeft geweigerd deze uitzendkrachten als uitzendkrachten van Reyhan toe te laten. Via een ander uitzendbureau waren zij wel welkom.

3. Het geschil

3.1. Reyhan vordert – samengevat – Hilckmann, op straffe van een dwangsom, te verbieden de uitzendkrachten van Reyhan te benaderen met de mededeling dat Hilckmann niet meer met Reyhan zal werken en de uitzendkrachten alleen via een ander uitzendbureau bij Hilckmann kunnen blijven werken. Reyhan vordert voorts Hilckmann te veroordelen de overeenkomst met haar voor onbepaalde tijd, althans gedurende vijf maanden, voort te zetten.

3.2. Reyhan legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de overeenkomst met Hilckmann op grond waarvan zij Hilckmann uitzendkrachten verschaft, een duurovereenkomst is die door Hilckmann zonder geldige reden en zonder redelijke opzegtermijn is beëindigd. Nadat op 6 juli 2012 een groot aantal uitzendkrachten eigener beweging niet bij Hilckmann was verschenen heeft Hilckmann Reyhan, wie niets te verwijten was, dezelfde dag laten weten dat zij vanaf 9 juli 2012 geen uitzendkrachten meer hoefde te leveren. Die opzegging is onrechtmatig. Daarnaast heeft Hilckmann onrechtmatig gehandeld door uitzendkrachten van Reyhan te benaderen met de mededeling dat zij niet meer met Reyhan werkt en de uitzendkrachten alleen voor Hilckmann kunnen blijven werken via een ander uitzendbureau.

3.3. Hilckmann voert verweer. Hilckmann voert ter onderbouwing van haar verweer aan dat de uitzendkrachten van Reyhan in diens opdracht op 6 juli 2012 niet zijn verschenen. Hilckmann stelt dat te hebben vernomen van de uitzendkrachten van Reyhan en wijst op de door haar in het geding gebrachte verklaringen (producties 10 tot en met 19, 22 en 23). Hilckmann heeft in reactie op het voorval van 6 juli 2012 de samenwerking met Reyhan met onmiddellijke ingang verbroken. Hilckmann is van mening dat zij een gewichtige reden had om de duurovereenkomst per direct te beëindigen. Als gevolg van deze actie van Reyhan stelt Hilckmann aanzienlijke schade te hebben geleden. Volgens Hilckmann was er geen enkele reden voor Reyhan om de uitzendkrachten op 6 juli 2012 niet te laten werken. Partijen waren in goed overleg met elkaar, dat door Reyhan plotseling werd afgebroken.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Reyhan betwist dat zij de uitzendkrachten opdracht heeft gegeven om op 6 juli 2012 niet bij Hilckmann te gaan werken. De heer Reyhan heeft ter zitting verklaard dat hij wel wist dat zoiets zou gebeuren, nadat hij met zijn mensen had besproken dat ze als gevolg van tariefswijziging door Hilckmann circa 20% minder zouden gaan verdienen. Hij is in de vroege ochtend van 6 juli 2012 meerdere keren door Hilckmann gebeld waarbij hem werd meegedeeld dat en gevraagd waarom zijn uitzendkrachten niet waren verschenen. Op de vraag of er nog mensen zouden komen die dag heeft hij, naar zijn zeggen, geantwoord

“ik weet het niet” en op de mededeling dat de slachters in elk geval moesten komen heeft hij ook geantwoord “ik weet het niet”. Volgens Hilckmann heeft Reyhan haar desgevraagd slechts meegedeeld dat zijn mensen die dag niet zouden komen werken. Voorshands geoordeeld en mede gelet op de overgelegde verklaringen, lijkt het betoog van Reyhan niet geloofwaardig. Reyhan wist dat zijn uitzendkrachten op 6 juli 2012 niet bij Hilckmann zouden verschijnen en heeft, nadat hij door Hilckmann was gebeld, geen enkele actie ondernomen om zijn mensen die dag alsnog te laten verschijnen. Hilckmann werd op 6 juli 2012 geconfronteerd met het wegblijven van nagenoeg alle uitzendkrachten van Reyhan en met omstandigheden die erop wezen dat het niet om individuele acties van de uitzendkrachten, maar om een actie op instigatie of met goedvinden van Reyhan. Daardoor was Hilckmann, voorshands geoordeeld, gerechtigd de duurovereenkomst per direct te beëindigen. De vordering om de overeenkomst voort te zetten dient dan ook te worden afgewezen.

4.2. De vordering om Hilckmann te verbieden uitzendkrachten van Reyhan te benaderen met de mededeling dat zij via een ander uitzendbureau voor Hilckmann werkzaam kunnen blijven, treft een zelfde lot. Hilckmann heeft gesteld uitzendkrachten van Reyhan niet actief te hebben benaderd en dat ook niet te zullen doen. Zoals hiervoor is overwogen, was Hilckmann gerechtigd de overeenkomst met Reyhan per direct te beëindigen. Het enkele feit dat Hilckmann te kennen heeft gegeven dat de voormalige uitzendkrachten van Reyhan niet de dupe hoeven worden van het conflict met Reyhan en via een ander uitzendbureau bij Hilckmann kunnen blijven werken, maakt nog niet dat sprake is van onrechtmatig handelen door Hilckmann.

4.3. Reyhan zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Hilckmann worden begroot op:

- griffierecht € 575,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.391,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Reyhan in de proceskosten, aan de zijde van Hilckmann tot op heden begroot op € 1.391,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2012 terwijl de feiten en de motivering waarop de beslissing steunt afzonderlijk zijn vastgelegd op 28 augustus 2012.

Coll: ESMD