Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX6150

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
30-08-2012
Datum publicatie
30-08-2012
Zaaknummer
05/986007-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 56-jarige man uit Nederasselt is veroordeeld tot een werkstraf van voor valsheid in geschrift in asbestrapportages. De man had rapporten van zijn bedrijf vervalst door gegevens te gebruiken van een bedrijf waarmee hij aanvankelijk samenwerkte, maar dat die samenwerking inmiddels had opgezegd. De straf valt lager uit dan de eis van de officier van justitie omdat de feiten zich binnen een relatief korte periode afspeelden en de man een blanco strafblad had.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/986007-12

Datum zitting : 16 augustus 2012

Datum uitspraak : 30 augustus 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

raadsman : mr. G.J. Gerrits, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2010 tot en met 17 juni 2010 te

Malden, gemeente Heumen, althans in Nederland, een of meermalen één of meer (asbest)inventarisatierapport(en), te weten de

(asbest) inventarisatierapporten met de/het nummer(s):

pagina: zaak:

10170 1781

10174 1810

10175 1836

10176 1864

10179 1018 en/of 2115 5

10180 1922

10181 1293 en/of 2134 7

10182 1954

10184 1981

10187 1143 en/of 2220 6

10188 2003, 2061 en/of 2196 2

10190 2024 en/of 2175 3

10193 2152

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om

die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te

doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de

waarheid

-op pagina 2 van voornoemd(e) (asbest)inventarisatierapport(en) bij "Voor akkoord:" [naam 1] te vermelden alsmede een (gescande) handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van voornoemde [naam 1],

-op pagina 2 de naam, adres, telefoon, telefax, GSM, Internetsite, E-mail en/of Certificaat nr. van [bedrijfsnaam 1] BV te vermelden,

-op pagina 5 te vermelden dat [bedrijfsnaam 1] B.V. wordt vertegenwoordigd door [naam 2], -op pagina 6 bij "Voor akkoord:" de naam [naam 1] te vermelden alsmede een (gescande) handtekening, die moest doorgaan voor de handtekening van voornoemde [naam 1],

en/of

-bij voornoemd(e) (asbest)inventarisatierappor(ten) een bijlage 6 (Appendix A "verplichtingen van de opdrachtgever overeenkomstig wet- en regelgeving")

en/of een bijlage 7 ("Evaluatieformulier als verplicht onderdeel van het inventarisatierapport") te voegen, (elk) voorzien van het bedrijfslogo van [bedrijfsnaam 1] B.V.;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 16 augustus 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. G.J. Gerrits, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie, mr. S. Buist, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft in de periode van 17 mei 2010 tot en met 17 juni 2010 in Malden, gemeente Heumen, op 13 asbestinventarisatierapporten die naar klanten van zijn bedrijf [bedrijfsmaam 2] B.V. zijn gestuurd een of meer van de onderstaande gegevens vermeld/toegevoegd2:

-op pagina 2 bij "Voor akkoord:" [naam 1] alsmede een (gescande) handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van voornoemde [naam 1]

(rapporten met nr. 10174, 10175, 10176, 10179, 10180, 10181, 10182, 10184, 10187, 10188, 10190, 10193)3;

-op pagina 2 de tekst:

[bedrijfsnaam 1] B.V.

[adres]

[woonplaats]

Telefoon : [telefoonnummer]

Telefax : [faxnummer]

GSM : [telefoonnummer]

Internet : www.[naam].nl

Email : [e-mail adres]

Certificaat nr. : [nummer]

(rapporten met nr. 10170, 10174, 10175, 10176, 10179, 10180, 10181, 10182, 10184, 10187, 10188, 10190, 10193)4;

-op pagina 5 de vermelding dat [bedrijfsnaam 1] B.V. wordt vertegenwoordigd door [naam 2]:

(rapporten met nr. 10170, 10174, 10175, 10176, 10179, 10180, 10181, 10182, 10184, 10187, 10188, 10190, 10193)5;

-op pagina 6 bij "Voor akkoord:" de naam [naam 1] alsmede een (gescande) handtekening, die moest doorgaan voor de handtekening van voornoemde [naam 1].

(rapporten met nr. 10174, 10175, 10176, 10179, 10180, 10181, 10182, 10184, 10187, 10188, 10190, 10193)6;

-een bijlage 6 (Appendix A "verplichtingen van de opdrachtgever overeenkomstig wet- en regelgeving") voorzien van het bedrijfslogo van [bedrijfsnaam 1] B.V

(rapporten met nr. 10170, 10174, 10175, 10176, 10179, 10180, 10181, 10182, 10184, 10187, 10188, 10190)7;

- een bijlage 7 ("Evaluatieformulier als verplicht onderdeel van het inventarisatierapport") voorzien van het bedrijfslogo van [bedrijfsnaam 1] B.V. ;

(rapporten met nr. 10170, 10176, 10179, 10180, 10181, 10184, 10187, 10188, 10190)8.

[bedrijfsmaam 2] B.V. had in die periode geen samenwerkingsverband met [bedrijfsnaam 1] B.V. en laatstgenoemd bedrijf was er niet van op de hoogte dat haar naam werd gebruikt in voornoemde rapporten. [naam 1] was werknemer van [bedrijfsnaam 1], dat geen toestemming heeft gegeven om de handtekening van [naam 1] te gebruiken.9

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging voert de volgende bewijsverweren:

a. bij het tweede gedachtestreepje kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de "telefoon", "telefax", "GSM", en "e-mail" van [bedrijfsnaam 1] B.V. in de asbestinventarisatierapporten heeft vermeld. Het gaat immers om een telefoonnummer, een faxnummer, een mobiel telefoonnummer (waarvan de tenaamgestelde onbekend is) en een e-mailadres van [naam 3].

b. Bijlage 6 is een verplichte bijlage waarvan de inhoud is voorgeschreven door de Stichting [naam stichting]. Niet kan worden gesteld dat het vermelden van het logo was bestemd om tot enig bewijs te dienen, en het vals karakter ontbreekt daaraan.

c. Het rapport met nummer 10170 is niet voorzien van de ingescande handtekening van [naam 1] op pagina's 2 en 6.

d. Bij de rapporten met nummers 10174, 10175, 10182 en 10193 ontbreekt bijlage 7.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de verweren van de raadsman oordeelt de rechtbank als volgt.

a. De tenlastelegging geeft op de door de raadsman genoemde punten weer hetgeen letterlijk op pagina 2 van de voornoemde rapporten staat. Naar het oordeel van de rechtbank kan er geen twijfel over bestaan dat hiermee de telefoon- fax- en gsm-nummers van [bedrijfsnaam 1] B.V. worden bedoeld en kan het niet anders dan dat dit ook voor verdachte duidelijk was. De rechtbank leest deze woorden dan ook als telefoonnummer, faxnummer en gsm-nummer van [bedrijfsnaam 1] B.V. Het verweer wordt verworpen.

b. Naar het oordeel van de rechtbank is het logo van [bedrijfsnaam 1] B.V. op bijlage 6 te beschouwen als dienende ter ondersteuning van de geloofwaardigheid van genoemde rapporten en is dat onderdeel daardoor, anders dan de raadsman stelt, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen en valselijk opgemaakt. Het verweer wordt verworpen.

c.en d. De rechtbank leest de tenlastelegging zo dat de valsheid in geschrift ten aanzien van alle genoemde rapporten is ten laste gelegd, zonder dat daarbij elk onderdeel onder de gedachtestreepjes van de tenlastelegging betrekking heeft of hoeft te hebben op alle 13 genoemde rapporten. Aansluitend bij de kennelijke strekking van de tenlastelegging leest de rechtbank derhalve tussen de diverse door liggende streepjes gescheiden onderdelen van de tenlastelegging de woorden: en/of. Het verweer wordt verworpen.

Voor het overige heeft verdachte de feiten bekend.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 17 mei 2010 tot en met 17 juni 2010 te

Malden, gemeente Heumen, meermalen (asbest)inventarisatierapporten, te weten de

asbest inventarisatierapporten met de nummers:

pagina: zaak:

10170

10174

10175

10176

10179

10180

10181

10182

10184

10187

10188

10190

1013

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen -, telkens valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om

die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te

doen gebruiken, door telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de

waarheid

-op pagina 2 van voornoemde (asbest)inventarisatierapporten bij "Voor akkoord:" [naam 1] te vermelden alsmede een (gescande) handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van voornoemde [naam 1] en/of

-op pagina 2 de naam, adres, telefoon, telefax, GSM, Internetsite, E-mail en/of Certificaat nr. van [bedrijfsnaam 1] BV te vermelden en/of

-op pagina 5 te vermelden dat [bedrijfsnaam 1] B.V. wordt vertegenwoordigd door [naam 2], -op pagina 6 bij "Voor akkoord:" de naam [naam 1] te vermelden alsmede een (gescande) handtekening, die moest doorgaan voor de handtekening van voornoemde [naam 1],

en/of

-bij voornoemde (asbest)inventarisatierapporten een bijlage 6 (Appendix A "verplichtingen van de opdrachtgever overeenkomstig wet- en regelgeving")

en/of een bijlage 7 ("Evaluatieformulier als verplicht onderdeel van het inventarisatierapport") te voegen, elk voorzien van het bedrijfslogo van [bedrijfsnaam 1] B.V.;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en voorts tot het verrichten van 240 uren werkstraf subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De verdediging heeft verzocht een geldboete op te leggen. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf acht de verdediging niet passend en het is volgens de verdediging de vraag of verdachte voldoende tijd kan vrijmaken voor een werkstraf, gezien zijn drukke werkzaamheden als ondernemer en raadslid.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

* de justitiële documentatie van verdachte, gedateerd 26 april 2012; en

* een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 14 juni 2012, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft een dertiental asbestinventarisatierapporten valselijk opgemaakt. Dit zijn ernstige feiten. Zeker bij een gevoelig onderwerp als asbest dienen de ontvangers van rapporten uit te kunnen gaan van de juistheid van alle gegevens in en op die rapporten.

De feiten hebben zich binnen een relatief korte periode afgespeeld en verdachte heeft een blanco strafblad. Dat in aanmerking genomen acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals geëist door de officier van justitie, niet op zijn plaats. Een geldboete, zoals verzocht door de verdediging acht de rechtbank echter geen recht doen aan de ernst van de feiten. De rechtbank zal daarom aan verdachte een werkstraf opleggen. Voor wat betreft de duur acht zij een werkstraf van 120 uur passend en geboden.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 27, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 120 (eenhonderdentwintig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 60 (zestig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 4 uren, zijnde 2 dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. J.M. Hamaker (voorzitter), mr. W.A. Holland en mr. R.M. Maanicus, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 augustus 2012.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de regiopolitie Gelderland-Midden/Geldeland Zuid, Milieurechercheteam, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2010073699 (onderzoek 07JZM10014 [naam onderzoek]), gesloten op 17 februari 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 16 augustus 2012.

3 Schriftelijke bescheiden, zijnde asbestinventarisatierapporten, p. 1811, 1837, 1865, 1019, 1923, 1294, 1955, 1982, 1144, 2004, 2025, 2152.

4 Schriftelijke bescheiden, zijnde asbestinventarisatierapporten, p. 1782, 1811, 1837, 1865, 1019, 1923, 1294, 1955, 1982, 1144, 2004, 2025, 2152.

5 Schriftelijke bescheiden, zijnde asbestinventarisatierapporten, p. 1785, 1814, 1840, 1868, 1022, 1926, 1297, 1958, 1985, 1147, 2007, 2028, 2155.

6 Schriftelijke bescheiden, zijnde asbestinventarisatierapporten, p. 1815, 1841, 1869, 1023, 1927, 1298, 1959, 1986, 1148, 2008, 2029, 2156.

7 Schriftelijke bescheiden, zijnde asbestinventarisatierapporten, p. 1806, 1834, 1862, 1889, 1035, 1950, 1317, 1979, 1999, 1167, 2020, 2048.

8 Schriftelijke bescheiden, zijnde asbestinventarisatierapporten, p. 1809, 1892, 1038, 1953, 1320, 2002, 1170, 2023, 2051.

9 Proces-verbaal verhoor [naam 3], p. 60-62.