Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX6140

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
30-08-2012
Zaaknummer
219397
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot medewerking aan levering onroerende zaak op grond van een mondelinge koopovereenkomst met betrekking tot de boerderij tot stand is gekomen door bemiddeling van betrokkenen 1 en 2.

De conclusie isk dat niet alleen het ontbreken van aanvaarding door ged.1conv./eis.2reconv. aan het tot stand komen van de door Denkavit gestelde koopovereenkomst in de weg staat, maar ook de omstandigheid dat het bod dat betrokkenen 1 aan gedn.conv./eis.reconv. heeft overgebracht niet compleet was althans niet de essentialia van de koopovereenkomst bevatte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 219397 / HA ZA 11-1203

Vonnis van 11 juli 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DENKAVIT NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Voorthuizen,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

behandelend advocaat mr. F. van Westrhenen,

tegen

1. [ged.1conv./eis.1reconv.],

wonende te [woonplaats],

2. [ged.2conv./eis.2reconv.],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. R.B. van Heijningen te ‘s-Gravenhage.

Partijen zullen hierna Denkavit en [gedn.conv./eis.reconv.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 11 januari 2012

- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie

- het proces-verbaal van comparitie van 29 mei 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Denkavit is eigenaresse van het industrieterrein gelegen te ([adres+kad.gegevens]

2.2. [ged.1conv./eis.1reconv.] en zijn vrouw ([ged.2conv./eis.2reconv.]) zijn gezamenlijk eigenaar van de aangrenzende boerderij, bestaande uit een vrijstaande woning, diverse schuren, tuin, bouw- en weiland en bijgelegen grond, gelegen aan de [adres+kad.gegevens] (hierna: de boerderij). Zij wonen daar met hun gezin, bestaande uit vier kinderen, en de 91-jarige moeder van [ged.1conv./eis.1reconv.] (hierna: [moeder ged.1conv./eis.1reconv.]). [ged.1conv./eis.1reconv.] heeft de boerderij in 1998 van [moeder ged.1conv./eis.1reconv.] gekocht. [moeder ged.1conv./eis.1reconv.] woont sindsdien in een chalet op het perceel bij het woonerf. [ged.1conv./eis.1reconv.] oefent het agrarisch bedrijf niet meer uit en werkt op inleenbasis bij derden.

2.3. [ged.1conv./eis.1reconv.] is in 1972 een geldlening aangegaan met Stratos Beheer, tot zekerheid waarvan Stratos hypotheekrecht heeft gevestigd op de boerderij. [gedn.conv./eis.reconv.] hebben deze lening afgelost nadat zij op 29 juli 2010 een geldleningovereenkomst hadden gesloten met Waardeel Vastgoed B.V. (hierna: Waardeel). In deze overeenkomst is onder artikel 2 vermeld dat de hoofdsom of het restant daarvan met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden te allen tijde opeis- en aflosbaar is. Ten gunste van Waardeel hebben [gedn.conv./eis.reconv.] vervolgens een hypotheek verstrekt op de boerderij. De heer [betrokkene1] (hierna: [ betrokkene1]) geeft feitelijk leiding aan Waardeel en handelt daarnaast in agrarische quotumrechten en in onroerende zaken.

2.4. In het voorjaar van 2010 zijn de eerste contacten gelegd tussen de makelaar van Denkavit, Midden Nederland Makelaars B.V., en [ged.1conv./eis.1reconv.] omtrent mogelijke verkoop van de boerderij.

2.5. Nadat Waardeel de eerdergenoemde lening had verstrekt, heeft [betrokkene1] er bij [gedn.conv./eis.reconv.] op aangedrongen dat de lening werd terugbetaald en heeft hij contact gezocht met [betrokkene2] van Midden Nederlands Makelaars B.V. Vervolgens heeft [betrokkene2] de boerderij bezichtigd en zijn er vanaf oktober 2010 telefoongesprekken gevoerd tussen [betrokkene2] en [ betrokkene1] waarin over en weer bedragen zijn genoemd.

2.6. Voor of op 9 maart 2011 heeft [ betrokkene1] telefonisch aan [gedn.conv./eis.reconv.] doorgegeven dat Denkavit maximaal € 975.000,- bood. Daarna heeft [ betrokkene1] nog een bezoek gebracht aan [gedn.conv./eis.reconv.] en heeft hij vervolgens aan [betrokkene2] laten weten dat het bod van Denkavit akkoord was. [betrokkene2] heeft naar aanleiding van dat bericht een concept-koopovereenkomst opgesteld.

2.7. Bij brief van 28 maart 2011 heeft [betrokkene2] aan [gedn.conv./eis.reconv.] geschreven:

‘(…)

Op 9 maart jl. heeft ondergetekende een koopovereenkomst tot stand gebracht via uw belangenbehartiger de heer [betrokkene1] en de Denkavit Nederland B.V., betreffende uw gehele agrarische bedrijf (…), gelegen aan de [adres]

De schriftelijke vastlegging van deze koopovereenkomst, vindt u als bijlage bij deze brief.

Graag willen wij u verzoeken, deze koopovereenkomst tezamen met mevrouw [ged.2conv./eis.2reconv.] te ondertekenen en deze zo spoedig mogelijk aan ons te retourneren.

Van uw adviseur de heer [betrokkene1], hebben wij zojuist te horen gekregen dat u de mondelinge gesloten koopovereenkomst niet meer wenst na te komen. Onze opdrachtgever Denkavit Nederland houdt u echter aan de koopovereenkomst en derhalve willen wij u met klem verzoek deze overeenkomst binnen 14 dagen aan ons te retourneren.

Mocht u hieraan geen gevolg willen geven, dan rest onze opdrachtgever niet anders, dan zich te wenden naar de kortgeding rechter en deze verzoeken u tot nakoming te veroordelen.’

2.8. Bij brief van 13 april 2011 heeft (de advocaat van) [gedn.conv./eis.reconv.] – kort samengevat – aan [betrokkene2] geschreven dat [gedn.conv./eis.reconv.] ontkennen dat een koopovereenkomst tot stand is gekomen, dat [ged.1conv./eis.1reconv.] slechts in oriënterende zin met [ betrokkene1] heeft gesproken over de mogelijkheid van verkoop, dat hij [ betrokkene1] nooit opdracht heeft gegeven of gemachtigd heeft om namens hem een aanbod te aanvaarden, dat de koopsom niet aanvaardbaar is en dat niet vrij van bewoning zou kunnen worden geleverd.

2.9. Bij brief van 15 april 2011 heeft (de advocaat van) [gedn.conv./eis.reconv.] – kort samengevat – aan [ betrokkene1] geschreven dat zij [ betrokkene1] nooit hebben gemachtigd dan wel anderszins opdracht hebben gegeven om namens hen een koopovereenkomst aan te gaan, dat zij met [ betrokkene1] slechts gesproken hadden over de mogelijke voorwaarden en geen definitief besluit hadden genomen en dat het [ betrokkene1] bekend was dat het oordeel van moeder [ged.1conv./eis.1reconv.] afgewacht moest worden alvorens definitief kon worden beslist. Bovendien zou de in de concept-koopovereenkomst genoemde koopsom te laag zijn.

2.10. Bij brief van 4 mei 2011 heeft (de advocaat van) [gedn.conv./eis.reconv.] aan [betrokkene2] geschreven dat [ged.2conv./eis.2reconv.] de vernietiging inroept van de beweerde koopovereenkomst nu aan haar geen toestemming is gevraagd en zij ook geen toestemming heeft gegeven voor de verkoop van de echtelijke woning.

2.11. Op 6 juli 2011 hebben [gedn.conv./eis.reconv.] Waardeel in kort geding doen dagvaarden. Volgens de inhoud van de kortgedingdagvaarding wilden [gedn.conv./eis.reconv.] in mei 2011 de vordering (hoofdsom en rente) van Waardeel aflossen maar wilde Waardeel hier uitsluitend aan meewerken indien ook vermeende vorderingen van een andere – aan [ betrokkene1] gelieerde – vennootschap zouden worden voldaan. Het kort geding heeft geen doorgang gevonden aangezien Waardeel uiteindelijk deze laatste voorwaarde voor royement heeft laten vervallen en heeft meegewerkt aan de doorhaling van het recht van hypotheek.

2.12. Op 13 juli 2011 heeft Denkavit conservatoir beslag tot levering doen leggen op de boerderij.

2.13. Op 3 april 2012 heeft op verzoek van Denkavit bij deze rechtbank een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden, waarbij als getuigen zijn gehoord [ betrokkene1], [betrokkene2] en [getuige1], directeur van Denkavit.

[betrokkene1] heeft onder meer verklaard:

‘(…)

Op een zeker moment heeft Denkavit een laatste bod van € 975.000,- gedaan dat ik heb overgebracht aan [ged.1conv./eis.1reconv.]. Die wilde daar eerst nog met zijn vrouw over praten en liet mij vervolgens telefonisch weten: ‘het moet maar gebeuren’. Hij heeft daarbij geen enkel voorbehoud gemaakt. Ik heb met [ged.1conv./eis.1reconv.] eigenlijk niet over de inhoud van mijn volmacht gesproken. Omdat wij het geld terug wilden van de hypotheek was de enige mogelijkheid om met Denkavit in zee te gaan. Voor wat betreft de woning van [ged.1conv./eis.1reconv.] zelf is afgesproken met [betrokkene2] dat hij daar nog wel een tijdje zou mogen blijven wonen, maar dan zou een deel van de koopprijs laten worden betaald. Dat bedrag was nog niet vastgesteld. Ik meen dat er in het koopcontract wel een uiterste datum is opgenomen waarop [ged.1conv./eis.1reconv.] de woning ontruimd moest hebben. Het chalet waar de negentigjarige moeder van [ged.1conv./eis.1reconv.] in woont zou op een nieuwe locatie worden neergezet. In het voortraject hebben we wellicht te weinig gesproken over hoe we de overdracht zouden doen. We hebben telkens erg op de prijs gefocust. Door geen van beide partijen zijn er aanvullende vragen of eisen gesteld.

Nadat we overeenstemming hadden bereikt over de prijs ben ik bij [ged.1conv./eis.1reconv.] en zijn vrouw langs geweest om te vertellen wat er nu daadwerkelijk was afgesproken en hoe we verder gingen. We hebben toen ook afgesproken dat ik een courtage van één procent zou ontvangen en uiteraard dat de rente zou worden betaald en de hypotheek zou worden afgelost. Bij het verstrekken van de lening had ik bedongen dat ik naast de rente een fee van tien procent zou ontvangen. (…)

Op vragen van mr. Van Westrhenen:

Toen ik bij [ged.1conv./eis.1reconv.] aan de koffietafel heb gezeten om de verkoop toe te lichten was mevrouw [ged.2conv./eis.2reconv.] daar ook bij aanwezig. U vraagt mij of zij ook heeft ingestemd. Bij mijn weten is dat wel gebeurd. Ik heb in ieder geval geen opmerkingen van haar gehoord of enige terughoudendheid gemerkt. (…)

Op vragen van mr. Van Heijningen:

U vraagt mij op basis waarvan ik de conclusie heb getrokken dat mevrouw [ged.2conv./eis.2reconv.] instemde. Ik ben daarvan uitgegaan omdat er geen enkele op- of aanmerking is gekomen over de koopovereenkomst en de afwikkeling daarvan. De inhoud van de mondelinge koopovereenkomst heb ik op dat moment aan [ged.1conv./eis.1reconv.] en zijn vrouw uitgelegd. (…)’

3. Het geschil

in conventie

3.1. Denkavit vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. [gedn.conv./eis.reconv.] te veroordelen, op straffe van een dwangsom van € 500.000,-, om uiterlijk op 1 maart 2012, of zoveel later als de rechtbank gerechtvaardigd acht, eraan mee te werken dat aan Denkavit geleverd wordt in juridische eigendom het eigendomsrecht van het agrarische bedrijf, bestaande uit een vrijstaand woonhuis met diverse schuren, ondergrond, erf, tuin, bouw- en weiland, bijgelegen grond en overige daartoe behorende zaken, gelegen te ([adres+kad.gegevens] het Agrarisch bedrijf, en hem (lees: hen) te gebieden daartoe uiterlijk op 1 maart 2012, of zoveel later als de rechtbank gerechtvaardigd acht, te verschijnen bij een notaris verbonden aan het kantoor AKD Prinsen Van Wijmen N.V., gevestigd te (3072 AP) Rotterdam aan de Wilhelminakade 1, althans een door Denkavit aan te wijzen notaris, op een door deze te bepalen tijd teneinde alsdan aldaar mede te werken aan het passeren van de op voormelde onroerende zaak betrekking hebbende en gebruikelijke bedingen en bepalingen bevattende, transportakte:

2. Denkavit te machtigen om, indien [gedn.conv./eis.reconv.] niet zou verschijnen voor voornoemde notaris, dan wel verschenen zijnde mocht weigeren aan het passeren van die akte mee te werken, dit vonnis in de plaats te doen stellen van de onder 1 bedoelde notariële akte van transport,

3. [gedn.conv./eis.reconv.] te veroordelen tot betaling aan Denkavit van de buitengerechtelijke incassokosten, primair de werkelijk gemaakte kosten van € 2.060,20, en subsidiair de kosten op grond van het rapport Voorwerk II,

4. [gedn.conv./eis.reconv.] te veroordelen in de proceskosten, alsmede de nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten indien deze niet binnen 14 dagen na het wijzen van dit vonnis zouden zijn voldaan.

3.2. Denkavit baseert haar vorderingen op de stelling dat een mondelinge koopovereenkomst met betrekking tot de boerderij tot stand is gekomen door bemiddeling van [ betrokkene1] en [betrokkene2].

3.3. [gedn.conv./eis.reconv.] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.4. [gedn.conv./eis.reconv.] vorderen – indien en voor zover moet worden geoordeeld dat tussen partijen een koopovereenkomst met betrekking tot de boerderij tot stand is gekomen – om bij vonnis:

• Primair:

de beweerde koopovereenkomst, in ieder geval voor zover deze overeenkomst betreft de koop en verkoop van de woning van [gedn.conv./eis.reconv.], te vernietigen dan wel de vernietiging daarvan uit te spreken;

• Subsidiair:

de beweerde koopovereenkomst te ontbinden, dan wel de ontbinding daarvan uit te spreken.

3.5. [gedn.conv./eis.reconv.] baseren hun primaire vordering op het ontbreken van de ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub a BW vereiste toestemming van [ged.2conv./eis.2reconv.] voor de verkoop. Zij heeft ook nooit ingestemd met een opdracht tot verkoop of volmacht aan [ betrokkene1], aldus [gedn.conv./eis.reconv.] De subsidiaire vordering baseren [gedn.conv./eis.reconv.] op artikel 15 van de schriftelijke conceptkoopovereenkomst.

3.6. Denkavit voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. In deze zaak is in geschil of tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (art. 6:217 BW). Of een afgelegde verklaring een aanvaarding inhoudt en of deze ook inhoudelijk overeenstemt met het aanbod, dient te worden bepaald aan de hand van de wilsvertrouwensleer (art. 3:33-35 BW). Of hiervan sprake is hangt af van wat partijen hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid (HR 17 december 1976, NJ 1977, 241). Aanbod en aanvaarding hoeven niet uitdrukkelijk plaats te vinden; zij kunnen in elke vorm geschieden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen (HR 21 december 2001, NJ 2002, 60).

4.2. Denkavit stelt dat partijen op 9 maart 2011 mondeling overeenstemming hebben bereikt over de prijs, de omvang en de datum van levering van de boerderij. Zij heeft bewijs bijgebracht van deze stelling door onder meer [ betrokkene1] als getuige te laten horen in een voorlopig getuigenverhoor. Tijdens dit verhoor heeft [ betrokkene1] verklaard dat hij in overleg met [ged.1conv./eis.1reconv.] aanvankelijk een vraagprijs van € 1,5 miljoen bij [betrokkene2] heeft neergelegd. Daarop zijn onderhandelingen gevolgd in het najaar van 2010 die uiteindelijk hebben geresulteerd in mondelinge overeenstemming tussen [ betrokkene1] en [betrokkene2] ter zake van een koopprijs van € 975.000,-. Daarvóór had hij een bod van € 975.000,- aan [ged.1conv./eis.1reconv.] overgebracht en had [ged.1conv./eis.1reconv.], na overleg met zijn vrouw, vervolgens telefonisch aan hem heeft medegedeeld ‘het moet maar gebeuren’. In een daaropvolgend bezoek aan [gedn.conv./eis.reconv.] heeft [ betrokkene1] de verkoop toegelicht en aan [gedn.conv./eis.reconv.] verteld ‘wat er nu daadwerkelijk was afgesproken en hoe we verder gingen’. [ betrokkene1] heeft tenslotte verklaard dat hij ervan uit is gegaan dat [ged.2conv./eis.2reconv.] instemde met de verkoop van de boerderij voor genoemd bedrag, doordat ‘er geen enkele op- of aanmerking is gekomen over de koopovereenkomst en de afwikkeling daarvan. Er was toen nog niets op schrift gesteld, aldus [ betrokkene1].

4.3. [gedn.conv./eis.reconv.] voeren in de eerste plaats aan dat geen koopovereenkomst tot stand is gekomen aangezien wilsovereenstemming heeft ontbroken. Zowel [ged.1conv./eis.1reconv.] als [ged.2conv./eis.2reconv.] hebben niet ingestemd met de essentialia van de koopovereenkomst, zoals de in de concept-overeenkomst genoemde koopprijs (€ 975.000,-), de staat van levering (vrij van gebruik en bewoning), de transportdatum (1 maart 2012) en de levering inclusief agrarische productierechten, toeslagrechten en milieuvergunning. [ betrokkene1] heeft daar ook niet gerechtvaardigd op mogen vertrouwen.

Voor zover [ged.1conv./eis.1reconv.] al zou hebben ingestemd met enig bedrag, hetgeen hij betwist, heeft [ betrokkene1], aldus [ged.1conv./eis.1reconv.], hieruit niet mogen concluderen dat hij definitief instemde met verkoop van de boerderij voor dit bedrag. [ betrokkene1] wist immers dat zijn moeder eerst nog zou moeten instemmen en dat over alle andere voorwaarden, behoudens de koopprijs, nog overeenstemming moest worden bereikt. [ged.1conv./eis.1reconv.] verkeerde in de veronderstelling dat nog steeds oriënterend werd gesproken en hoewel hij zich erg onder druk gezet voelde door [ betrokkene1], die belang had bij spoedige verkoop, is hij nooit definitief akkoord gegaan met de door [ betrokkene1] geïnitieerde verkoop aan Denkavit.

Daarnaast heeft de vrouw van [ged.1conv./eis.1reconv.] nooit ingestemd met het bod van Denkavit van € 975.000,- en heeft zij [ betrokkene1] nooit toestemming gegeven om de boerderij tegen welk bod dan ook te verkopen. Er is geen schriftelijk bewijs van opdrachtverlening c.q. volmachtverlening aan [ betrokkene1]. Aan [gedn.conv./eis.reconv.] kan ook niet de gerechtvaardigde schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid worden toegerekend dat [ betrokkene1] namens hen een overeenkomst tot stand kon brengen.

4.4. Tijdens de comparitie hebben zowel [ged.1conv./eis.1reconv.] als zijn vrouw verklaringen afgelegd. Kort samengevat heeft [ged.1conv./eis.1reconv.] verklaard dat hij tijdens het telefoongesprek met [ betrokkene1] direct heeft gezegd dat hij niet akkoord ging met een bod van € 975.000,-. Voorts heeft [ged.1conv./eis.1reconv.] verklaard dat [ betrokkene1] hem bij [ged.1conv./eis.1reconv.] thuis is komen vertellen dat hij ([ betrokkene1]) de boerderij had verkocht, waarop hij heeft gezegd dat dat niet kon en dat hij daar niet mee instemde. [ged.2conv./eis.2reconv.] heeft verklaard dat zij niets wist over een bod van € 975.000,- van Denkavit en dat zij niets heeft begrepen van het gesprek dat [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ betrokkene1] in haar aanwezigheid hebben gevoerd. Zij begreep niet dat de boerderij verkocht zou zijn. Zij heeft zelf niets gezegd, aldus [ged.2conv./eis.2reconv.].

4.5. Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv rust op Denkavit de bewijslast van haar stelling dat een koopovereenkomst tot stand is gekomen nu zij zich beroept op de rechtsgevolgen van die stelling. Denkavit zal derhalve moeten bewijzen dat het bod van Denkavit door beide verkopers is aanvaard en dat die aanvaarding van [gedn.conv./eis.reconv.] overeenstemde met het bod van Denkavit.

4.6. De rechtbank oordeelt dat op basis van de stellingen van partijen en het bewijs dat Denkavit reeds heeft bijgebracht, moet worden aangenomen dat in ieder geval [ged.2conv./eis.2reconv.] het bod dat mondeling door [ betrokkene1] is overgebracht niet heeft aanvaard. Vast staat dat het telefoongesprek waarin [ged.1conv./eis.1reconv.] akkoord zou zijn gegaan met het bod van Denkavit niet door [ged.2conv./eis.2reconv.] is gevoerd zodat de koopovereenkomst in ieder geval niet op 9 maart 2011 tot stand kan zijn gekomen. Voor zover Denkavit bedoeld heeft te stellen dat [ged.2conv./eis.2reconv.] het bod alsnog heeft aanvaard dan wel zij alsnog haar toestemming heeft gegeven tijdens het gesprek dat [ betrokkene1] bij [gedn.conv./eis.reconv.] thuis heeft gevoerd, is deze stelling niet in overeenstemming met de verklaring van [ betrokkene1] en ook overigens niet gebleken. [ betrokkene1] heeft immers verklaard dat de koopovereenkomst toen al tot stand was gekomen en dat hij de inhoud van de mondelinge koopovereenkomst tijdens dat gesprek aan [gedn.conv./eis.reconv.] heeft uitgelegd. Het doel van zijn bezoek was dan ook niet om zich ervan te vergewissen dat (ook) de vrouw van [ged.1conv./eis.1reconv.] instemde met het aanbod van Denkavit. Het enkele feit dat [ged.2conv./eis.2reconv.] tijdens het bewuste gesprek met [ betrokkene1] bij hen thuis geen blijk heeft gegeven van twijfel of geen bezwaar heeft gemaakt tegen de koopovereenkomst, zoals die volgens [ betrokkene1] reeds tot stand was gekomen, is onder de gegeven omstandigheden – zonder nadere toelichting, die ontbreekt – onvoldoende om te kunnen concluderen dat [ betrokkene1] daaruit een aanvaarding door [ged.2conv./eis.2reconv.] heeft mogen afleiden. Daarbij is relevant dat er zwaarwegende belangen van [ged.2conv./eis.2reconv.], haar kinderen en mevrouw Velthuizen senior bij een eventuele verkoop gemoeid waren nu zij daar allen wonen. Tevens is relevant dat de boerderij familiebezit is en dat het initiatief om de mogelijkheden van verkoop aan Denkavit te onderzoeken is genomen door [ betrokkene1], die – ook volgens zijn eigen verklaring – de lening van Waardeel snel afgelost wilde zien. Mede gelet op de fee van 10% die [ betrokkene1] meende te kunnen vorderen van [gedn.conv./eis.reconv.] bij verkoop van de boerderij aan Denkavit, had hij een eigen belang bij spoedige verkoop van de boerderij. Onder deze omstandigheden kon [ betrokkene1] niet snel veronderstellen dat [ged.2conv./eis.2reconv.] stilzwijgend toestemming had gegeven voor verkoop en al helemaal niet voor verkoop onder de voorwaarden die in de door [betrokkene2] opgestelde schriftelijke koopovereenkomst staan vermeld. Uit de verklaring van [ betrokkene1] moet immers worden afgeleid dat hij aan [gedn.conv./eis.reconv.] uitsluitend de geboden koopprijs heeft gecommuniceerd, zonder daarbij een door Denkavit gewenste leveringsdatum en opleveringswijze (vrij van gebruik en bewoning, ook voor wat betreft het chalet van [moeder ged.1conv./eis.1reconv.]) te vermelden. [ betrokkene1] heeft ook verklaard dat (achteraf bezien) wellicht te weinig is gesproken over hoe de overdracht zou geschieden en dat telkens uitsluitend op de prijs is gefocust.

4.7. De conclusie van het voorgaande is dan ook dat niet alleen het ontbreken van aanvaarding door [ged.2conv./eis.2reconv.] aan het tot stand komen van de door Denkavit gestelde koopovereenkomst in de weg staat, maar ook de omstandigheid dat het bod dat [ betrokkene1] aan [gedn.conv./eis.reconv.] heeft overgebracht niet compleet was althans niet de essentialia van de koopovereenkomst bevatte.

4.8. Denkavit heeft zich tijdens de comparitie uitsluitend door haar advocaat laten vertegenwoordigen. Zij heeft reeds bewijs aangedragen in de vorm van drie getuigenverklaringen, waarvan uitsluitend de verklaring van [ betrokkene1] relevant is voor de vraag die hier in geschil is. De verklaring van [ betrokkene1] vormt onvoldoende bewijs voor de stelling van Denkavit dat de door haar gestelde koopovereenkomst tot stand is gekomen. Ook overigens is dit niet komen vast te staan. Denkavit heeft geen nader bewijsaanbod gedaan, in aanvulling op de getuigenverklaringen die zij reeds in het geding heeft gebracht. Onder deze omstandigheden zal Denkavit niet worden toegelaten (nogmaals) bewijs bij te brengen van haar stelling dat (ook) met [ged.2conv./eis.2reconv.] overeenstemming is bereikt over de essentialia van de koopovereenkomst. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat geen koopovereenkomst tussen Denkavit en [gedn.conv./eis.reconv.] tot stand is gekomen. De vorderingen van Denkavit zullen dan ook worden afgewezen.

4.9. Denkavit zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedn.conv./eis.reconv.] worden begroot op € 260,- wegens griffierecht en € 904,- (2,0 punten x tarief € 452,-) voor het salaris van de advocaat.

in (voorwaardelijke) reconventie

4.10. De aan de reconventionele vordering verbonden voorwaarde is niet vervuld, zodat deze vordering geen bespreking behoeft.

4.11. Denkavit zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedn.conv./eis.reconv.] worden begroot op € 452,- (2,0 punten x ½ x tarief € 452,-) voor het salaris van de advocaat.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Denkavit in de proceskosten, aan de zijde van [gedn.conv./eis.reconv.] tot op heden begroot op € 1.616,- (€ 1.164,- in conventie en € 452,- in reconventie),

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2012.