Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX5533

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
23-08-2012
Datum publicatie
23-08-2012
Zaaknummer
05/986002-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Arnhem heeft een 28 jarige man uit Ede veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk ter zake overtreding van de Wet op de

Accijns, het in voorraad hebben en afleveren van vervalste merkgoederen (sigaretten) , het voorhanden hebben van wapens en munitie, het aanwezig hebben van een hennepkwekerij en witwassen

Veroordeelde heeft gedurende een korte periode gehandeld in aanzienlijke hoeveelheden vervalste merksigaretten , die via internet werden aangeboden. Daarnaast was verdachte in het bezit van een

tweetal vuurwapens waarvan hij er een bij zich had op het moment dat er vervalste sigaretten werden afgeleverd. Onder veroordeelde is tevens een forse hoeveelheid contant geld aangetroffen

waarvan de herkomst dubieus was. Volgens verdachte waren dat opbrengsten van zijn glazenwassersbedrijf, maar de rechtbank acht bewezen dat het geld afkomstig is van zijn criminele activiteiten en dat hij dat geld heeft witgewassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/986002-12

Datum zitting : 21 mei 2012, 19 juli 2012 en 09 augustus 2012

Datum uitspraak : 23 augustus 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Arnhem - De Berg, Arnhem Noord.

raadsman : mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een toegelaten vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode 4 februari 2012 tot en met 9 februari 2012, in elk geval op 9 februari 2012 te Ede en/of Renswoude meermalen, althans eenmaal, opzettelijk accijnsgoederen, te weten verschillende hoeveelheden sigaretten (van het merk Regal en/of Marlboro) in totaal ongeveer 120.000 sigaretten althans (een) hoeveelhe(i)d(en) sigaretten, althans rookwaar voorhanden heeft gehad, die niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing was/waren betrokken;

2.

hij tezamen en in vereniging met één of meer ander(en) op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode 4 februari 2012 tot en met 9 februari 2012, in elk geval op 9 februari 2012 te Ede en/of Renswoude, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk waren, die zelf op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft en/of waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe

afwijking is nagebootst, te weten verschillende hoeveelheden sigaretten (van het merk Regal), in totaal ongeveer 120.000 sigaretten, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) sigaretten, althans rookwaren, heeft/hebben ingevoerd en/of doorgevoerd en/of heeft/hebben afgeleverd en/of

in voorraad heeft/hebben gehad, terwijl verdachte en/of zijn medeplegers van dit misdrijf zijn beroep heeft gemaakt of het plegen van dit misdrijf als bedrijf heeft uitgeoefend;

3.

hij, in de maand november 2011 en/of op 09 februari 2012 te Ede en/of te Rhenen een of meer wapens van categorie III, te weten

- een vuurwapen, merk Crvena Zastava, type Mod 70, kaliber 7.65mm, serienummer

[nummer] en daarbij behorende 7 stuks munitie van categorie III;

- een vuurwapen, merk Tokarev, type TT33, kaliber 7.63mm, serienummer [nummer] en daarbij behorende 13 stuks munitie van categorie III, en/of

- munitie van categorie III, te weten 25 stuks 6.35mm merk Browning en/of munitie, te weten 4 stuks 7.65 mm merk GECO, voorhanden heeft gehad en/of

(een) wapen(s) van categorie II, te weten

- een vuurwapen, merk Skorpion en/of

- een spuitbus pepperspray met opschrift "PFEFFERSPRAY".

4.

hij, op 9 februari 2012 te Ede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een (grote) hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 21 hennepplanten, in elk geval een (grote) hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij in of omstreeks de periode van 9 tot 10 februari 2012, te Ede en/of Veenendaal, een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 13.167,-- euro, althans een of meer geldbedragen, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans (telkens heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat voorwerp(en) waren/was of wie die/dat voorwerp(en) voorhanden had(den), terwijl hij (telkens) wist, dat die/dat voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren/was uit enig misdrijf, en/of die/dat voorwerp(en) (telkens) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en) (telkens) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij (telkens) wist, dat die/dat voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren/was uit enig misdrijf.

6,

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 9 februari 2012 te Ede en/of Veenendaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens te weten een Mauser en/of een Scorpion en/of een Crvena Zastava en/of een Tokarev en/of zes Mini-Uzi's en/of zes Scorpions en/of andere (vuur)wapens en bijbehorende munitie en/of munitie behorende bij een Browning, zijnde wapens en/of munitie van de categorie II en/of III, voorhanden heeft gehad en van het in strijd met de Wet vervaardigen en/of transformeren en/of uitwisselen en/of verhuren en/of anderszins ter beschikking stellen en/of herstellen en/of beproeven en/of verhandelen van een of meer genoemde wapens en/of munitie een beroep of een gewoonte heeft gemaakt.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 09 augustus 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal.

De officier van justitie, mr. E. Edens, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op verschillende tijdstippen in de periode van 4 februari 2012 tot en met 9 februari 2012 heeft verdachte te Ede meermalen opzettelijk accijnsgoederen, te weten verschillende hoeveelheden sigaretten van het merk Regal en Marlboro, voorhanden gehad die niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van de Wet op de accijns zoals tenlastegelegd. De officier van justitie acht het feit bewezen op basis van de verklaring van verdachte alsmede de overige zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte ontkent het medeplegen. Verdachte kocht de sigaretten bij [medeverdachte 1] die woonachtig is in Renswoude en verkocht ze vervolgens aan anderen. De enige keer dat [medeverdachte 1] bij een aflevering aanwezig was, is onvoldoende om te komen tot medeplegen. Renswoude kan daarom niet bewezen worden, nu daar de woning van [medeverdachte 1] is.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte kocht zijn sigaretten bij [medeverdachte 1]. Zowel verdachte als [medeverdachte 1] hadden tot doel deze sigaretten te verkopen. [medeverdachte 1] had in Renswoude zijn opslag en verkocht sigaretten aan verdachte. Verdachte heeft op 9 februari 2012 sigaretten voor een levering bij [medeverdachte 1] in Renswoude opgehaald. [medeverdachte 1] is vervolgens met verdachte meegereden toen die sigaretten werden afgeleverd. Nu zowel verdachte als [medeverdachte 1] beiden tot doel hadden het verkopen van sigaretten en verdachte gebruik maakte van de opslagruimte bij [medeverdachte 1], is de rechtbank van oordeel dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander, sigaretten voorhanden heeft gehad.3

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij tezamen en in vereniging met een ander op verschillende tijdstippen in de periode 4 februari 2012 tot en met 9 februari 2012, te Ede en/of Renswoude meermalen, opzettelijk accijnsgoederen, te weten verschillende hoeveelheden sigaretten van het merk Regal en Marlboro hoeveelheden sigaretten, voorhanden heeft gehad, die niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken;

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op verschillende tijdstippen in de periode van 4 februari 2012 tot en met 9 februari 2012 heeft verdachte te Ede opzettelijk waren, die zelf op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft en/of waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking is nagebootst, te weten verschillende hoeveelheden sigaretten van het merk Regal en Marloboro, afgeleverd en in voorraad gehad.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het binnen Nederland in voorraad hebben en verkopen van vervalste sigaretten zoals tenlastegelegd. De officier van justitie acht het feit bewezen op basis van de verklaring van verdachte alsmede de overige zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte ontkent het medeplegen alsmede dat hij van het misdrijf een beroep heeft gemaakt. Verdachte kocht de sigaretten bij [medeverdachte 1], die woonachtig is in Renswoude en verkocht ze vervolgens aan anderen. De enige keer dat [medeverdachte 1] bij een aflevering aanwezig was, is onvoldoende om te komen tot medeplegen. Renwswoude kan daarom niet bewezen worden, nu daar de woning van [medeverdachte 1] is.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte kocht zijn sigaretten bij [medeverdachte 1]. Zowel verdachte als [medeverdachte 1] hadden tot doel deze sigaretten te verkopen. [medeverdachte 1] had in Renswoude zijn opslag en verkocht sigaretten aan verdachte. Verdachte heeft op 9 febreuari 2012 sigaretten voor een levering bij [medeverdachte 1] in Renswoude opgehaald. [medeverdachte 1] is vervolgens met verdachte meegereden toen die sigaretten werden afgeleverd. Nu zowel verdachte als [medeverdachte 1] beiden tot doel hadden het verkopen van sigaretten en verdachte gebruik maakte van de opslagruimte bij [medeverdachte 1], [medeverdachte 1] de leverancier van verdachte was, is de rechtbank van oordeel dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander, sigaretten heeft afgeleverd en voorhanden heeft gehad.5

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte van dit misdrijf zijn beroep heeft gemaakt of het plegen van dit misdrijf als bedrijf heeft uitgeoefend. De officier van justitie heeft in zijn requisitoir bewijsmiddelen opgesomd op grond waarvan hij van oordeel is dat het feit wettig en overtuigend bewezen. Enige onderbouwing van de zijde van de officier van justitie waarom in dezen sprake is van een beroep of een bedrijfsmatige uitoefening van de verboden gedraging is niet gegeven. Gelet op de korte periode zoals tenlastegelegd en bewezenverklaard waarin verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verkopen van vervalste merksigaretten alsmede de omstandigheid dat niet kan worden vastgesteld dat er een duidelijke bedrijfsmatige werkwijze was, is voor de rechtbank aanleiding dit onderdeel van de tenlastelegging niet bewezen te achten.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 heeft begaan, waarbij de rechtbank achter de merknaam "Regal" inleest "Marlboro". Feit 2 is onlosmakelijk verbonden met feit 1 en aldaar is de tenlastelegging aangevuld met de merknaam "Marlboro". Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat het om Regal en Marlboro sigaretten ging. Verdachte wordt door de toevoeging niet in zijn verdediging geschaad. Bewezen wordt geacht dat:

hij tezamen en in vereniging met een ander op verschillende tijdstippen in de periode 4 februari 2012 tot en met 9 februari 2012, te Ede en/of Renswoude, meermalen, opzettelijk waren, die zelf op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft en waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe

afwijking is nagebootst, te weten verschillende hoeveelheden sigaretten van het merk Regal en Marlboro), hoeveelheden sigaretten, heeft afgeleverd en/of in voorraad heeft gehad

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde:

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 9 februari 2012 heeft verdachte een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen van het merk Crvena Zastava, type Mod 70, kaliber 7.65 mm, serienummer [nummer] en daarbij behorende 7 stuks munitie van categorie II, een vuurwapen van het merk Tokarev, type TT33, kaliber 7.63 mm, serienummer [nummer] en daarbij behorende 13 stuks munitie van categorie III en munitie van categorie III, te weten 25 stuks 6.35 mm merk Browning en munitie te weten 4 stuks 7.65 mm merk GECO en een wapen van categorie II, te weten een spuitbus pepperspray met opschrift "Pfefferspray" voorhanden gehad.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid wapens en munitie. Ook voor wat betreft het Skorpion wapen is de officier van justitie van oordeel dat sprake is van het voorhanden hebben daarvan. Een wapen in handen hebben, ook al is het alleen voor het maken van een foto, en het vervolgens teruggeven van dat wapen is een gedraging zoals omschreven in artikel 55, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

De officier van justitie acht het feit bewezen op basis van de verklaring van verdachte alsmede de overige zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte ontkent niet op enig moment een Skorpion wapen in handen te hebben gehad maar stelt dat dit alleen was om daarvan, terwijl hij dat wapen in handen had, een foto te maken. Het enkel in handen houden impliceert niet het voorhanden hebben, aangezien verdachte daarmede geen beschikkingsmacht en zeggenschap over het wapen heeft gehad.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het vuurwapen, merk Skorpion, voorhanden heeft gehad. Het enige bewijsmiddel dat het dossier bevat, is een foto van het wapen terwijl dat door iemand werd vastgehouden. Die iemand was verdachte, zo heeft hij ter zitting verklaard. Het gedurende korte tijd vasthouden van een wapen met de bedoeling daarvan een foto te maken, levert zonder meer nog geen "voorhanden hebben" van het wapen op, indien verder niet is komen vast te staan van wie dat wapen was en wat er voorafgaande aan en na het maken van de foto met het wapen is gebeurd. Daarnaast is in het dossier geen bewijsmiddel voorhanden waaruit blijkt dat enige relatie heeft bestaan tussen het wapen en verdachte, in die zin dat er met betrekking tot het wapen een zekere vorm van zeggenschap mogelijk is geweest voor verdachte.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 3 heeft begaan, waarbij de rechtbank, in verband met een betere leesbaarheid de woorden "voorhanden heeft gehad" verplaatst achter het woord "Pfefferspray" met welke verbetering verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij, op 09 februari 2012 te Ede en te Rhenen meer wapens van categorie III, te weten

- een vuurwapen, merk Crvena Zastava, type Mod 70, kaliber 7.65mm, serienummer

[nummer] en daarbij behorende 7 stuks munitie van categorie III;

- een vuurwapen, merk Tokarev, type TT33, kaliber 7.63mm, serienummer [nummer] en daarbij behorende 13 stuks munitie van categorie III, en

- munitie van categorie III, te weten 25 stuks 6.35mm merk Browning en munitie, te weten 4 stuks 7.65 mm merk GECO, en

Een wapen van categorie II, te weten:

- een spuitbus pepperspray met opschrift "PFEFFERSPRAY",

voorhanden heeft gehad.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen (AH-012);

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 09 augustus 2012.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 4 heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij, op 9 februari 2012 te Ede, opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt een hoeveelheid van in totaal 21 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde:

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte aan de [adres] te Ede op 9 februari 2012 is geld aangetroffen in de flipperkast, in de gokkast, in een broek van verdachte, in de Mercedes van verdachte en in diens kleding bij fouillering, in totaal € 6.147,-.7 Dit geld behoorde aan verdachte toe.8 Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] op 10 februari 2012 aan de [adres] te Veenendaal is een plastic zak gevonden met daarin € 7.020,-.9 Dit geld was eigendom van verdachte en werd door [medeverdachte 2] voor hem bewaard.10

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. De officier van justitie acht het feit bewezen op basis van de verklaring van verdachte alsmede de overige zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte erkent dat het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van hem is. Hij stelt echter dat dit bedrag niet van enig misdrijf afkomstig is, maar dat het opbrengsten zijn van zijn bedrijf. Dat verdachte dergelijke grote bedragen contant onder zich heeft, komt omdat verdachte nauwelijks kan lezen en/of schrijven en niet om kan gaan met het digitaal betalingsverkeer. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat de contante opnamen die zijn gedaan, opbrengsten zijn uit het bedrijf van verdachte. Die contante opnames komen overeen met het onder verdachte inbeslaggenomen geldbedrag. Voorts zijn voorafgaand aan de contante opnames facturen verzonden aan klanten en boekhoudkundig verantwoord. Daaruit alleen al blijkt dat geen sprake is van witwassen, nu het aangetroffen geld een legale herkomst heeft.

Beoordeling door de rechtbank

Na diens aanhouding heeft de FIOD de door verdachte gebruikte bankrekeningen onderzocht. Daarbij is vastgesteld dat die bankrekeningen in 2011 uitgaven laten zien van (afgerond) in totaal € 26.977 en inkomsten (inclusief contante stortingen) tot € 31.902. De herkomst van de contante stortingen is niet duidelijk.11 Op de bankrekeningen zijn niet of nauwelijks uitgaven voor het dagelijks levensonderhoud te zien, zoals voedsel, kleding etc. en evenmin voor gas, water en licht.12 Verdachte heeft verklaard dat hij vrijwel alle betalingen contant doet.13

Verdachte heeft verklaard dat de klanten van zijn glazenwassersbedrijf nauwelijks contant betalen, particulieren betaalden via de SNS-rekening,14 grotere klanten betaalden via de zakelijke rekening of de rekening van zijn ex-vriendin [naam ex-vriendin].15

Op de zakelijke rekening is in 2011 een bedrag van (afgerond) € 9.811 binnengekomen, in zijn geheel afkomstig van grotere klanten, op de SNS-rekening is € 2.907 binnengekomen van particuliere klanten.16 Daarnaast is op de rekening van [naam ex-vriendin] een bedrag van € 14.020 binnengekomen, dat kan worden gerelateerd aan het glazenwassersbedrijf.17 In totaal bedragen de inkomsten in 2011 daarmee € 26.738. Andere legale inkomstenbronnen dan het glazenwassersbedrijf heeft verdachte niet genoemd. Hiermee kunnen de uitgaven van € 26.977 niet geheel worden verklaard uit de legale inkomsten, in aanmerking genomen dat daarnaast nog uitgaven moeten zijn gedaan voor het dagelijks levensonderhoud en nutsvoorzieningen.

Daarnaast staat vast dat verdachte zich heeft bezig gehouden met illegale activiteiten, zoals de handel in illegale sigaretten. Volgens zijn eigen verklaring ter zitting is hij hiermee begonnen medio 2011 (in augustus 2011 zijn illegale sigaretten bij hem gevonden en heeft hij daarvoor een fiscale naheffing van € 18.000 gehad).18 Hij heeft, volgens eigen zeggen, (ten minste één keer) medio 2011 hennep verkocht voor € 450 en bij zijn aanhouding is er in zijn schuur weer een hennepkwekerij gevonden.19

Deze bewijsmiddelen in ogenschouw nemend, acht de rechtbank bewezen dat het contant aangetroffen geld afkomstig is uit misdrijf. Verdachte heeft deze gelden en de herkomst ervan verhuld door ze te verstoppen in de flipperkast en onder te brengen bij een vriend.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 5 heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 9 tot 10 februari 2012, te Ede en Veenendaal, een geldbedrag van in totaal 13.167,-- euro, de werkelijke aard, de herkomst heeft verhuld, terwijl hij wist, dat dat voorwerp -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf, en dat voorwerp verworven, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist, dat dat voorwerp -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf.

Ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het hem onder 6 tenlastegelegde heeft begaan. In het dossier bevinden zich mogelijk aanwijzingen (de verklaring van de ex-vriendin van verdachte [naam ex-vriendin], het tapgesprek waarin verdachte een afspraak maakt om een Marokkaanse man te ontmoeten die hij wat zou laten zien en een zogenaamd boodschappenlijstje met een opsomming van diverse wapens) waaruit zou kunnen blijken dat verdachte zich bezig hield met het verhandelen van wapens. Deze bewijsmiddelen, zo daaruit al de conclusie zou kunnen worden getrokken dat zij betrekking hebben op de tenlastegelegde wapenhandel, zijn zo summier dat op basis daarvan geen veroordeling van het tenlastegelegde kan plaatsvinden. Bovendien ontbreekt het in het dossier aan concrete bewijsmiddelen waaruit zou moeten blijken dat verdachte de wapens, zoals genoemd in de tenlastelegging, ook daadwerkelijk voorhanden heeft gehad en heeft verhandeld. Voor wat betreft een aantal in de tenlastelegging genoemde wapens is het voorhanden hebben bewezen zoals hiervoor onder feit 3 opgenomen, maar van enige handel blijkt niet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de accijns gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 2:

Het medeplegen van opzettelijk waren, die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft en waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst, afleveren en in voorraad hebben, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

(ten aanzien van de munitie)

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

en

(ten aanzien van het wapen onder categorie II)

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

en

(ten aanzien van de wapens onder categorie III)

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 5:

Witwassen.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de feiten 1 tot en met 6 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar alsmede een geldboete ten bedrage van € 5000,-- subsidiair te vervangen door een hechtenis voor de duur van 60 dagen. Met betrekking tot het beslag vordert de officier van justitie de onttrekking aan het verkeer, verbeurdverklaring en handhaving van het conservatoire beslag.

De officier van justitie is van mening dat het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie in strijd is met de wet en een groot gevoel van gevaar en gevoelens van angst en onveiligheid teweeg brengt in de samenleving. Dat geldt te meer nu verdachte eerder voor geweldsmisdrijven is veroordeeld en hij meermalen met een geladen vuurwapen naar buiten is getreden. Voorts rekent de officier van justitie verdachte zwaar aan dat hij actief bijdraagt aan de verspreiding van wapens, waaronder in ieder geval één automatisch wapen. Ook is verdachte medeverantwoordelijk voor het benadelen van de Nederlandse fiscus voor een niet onaanzienlijk bedrag.

Het standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank tot een strafoplegging komt, dan wordt verzocht te volstaan met een onvoorwaardelijk strafdeel gelijk aan de reeds ondergane voorlopige hechtenis. Dit zou kunnen in combinatie met een lange voorwaardelijke straf, desnoods met een langere proeftijd die gebruikelijk is. Het is voor verdachte van belang dat hij zijn eenmanszaak kan behouden. Dit bedrijf wordt door vrienden van hem thans draaiend gehouden, maar deze vrienden kunnen daar niet te lang mee doorgaan gezien hun eigen werk. Indien verdachte langer vast blijft zitten, dan dreigt een faillissement van zijn bedrijf. Voorts heeft verdachte het nodige te betalen en gezien zijn vooropleiding zal het voor verdachte bijzonder moeilijk worden om anders dan via zijn eigen bedrijf inkomen te genereren. Voor wat betreft het beslag wordt verzocht de Jaguar en het geld aan verdachte te retourneren.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

* het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd

1 mei 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte vervalste sigaretten onder zich had en deze heeft afgeleverd zonder daar accijns over af te dragen. Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte twee vuurwapens met munitie en een busje pepperspay voorhanden had en dat hij een geldbedrag van ruim 13.000 euro heeft witgewassen. Voorts is in de woning van verdachte een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen Voor de afdoening van deze feiten komt naar het oordeel van de rechtbank uitsluitend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in aanmerking.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk alsmede een forse geldboete. De officier van justitie acht tevens feit 6, de wapenhandel, bewezen van welk feit de rechtbank verdachte zal vrijspreken. Op zich zou dat inhouden dat, rekening houdend met deze vrijspraak, een lagere straf dan door de officier van justitie geëist op zijn plaats is. De rechtbank zal verdachte echter conform de eis van de officier van justitie veroordelen voor wat betreft de gevangenisstraf en baseert dit op het volgende.

Medio 2011 is verdachte al bezig geweest met de verkoop van illegale sigaretten. Daarvoor is hem een naheffingsaanslag accijns ter hoogte van, zo verklaart verdachte, € 18.000,- opgelegd. Op grond van de hoogte van die naheffing kan geconcludeerd worden dat het om een grote hoeveelheid sigaretten moet zijn gegaan. Ondanks die naheffing gaat verdachte kennelijk zonder onderbreking door met deze illegale handel, waardoor de Staat der Nederlanden wordt benadeeld.

Een tweede argument is gelegen in de omstandigheid dat verdachte, wanneer hij zijn illegale sigaretten aflevert, een geladen vuurwapen bij zich heeft. Weliswaar heeft verdachte een verklaring gegeven voor het op dat moment aanwezig zijn van dat vuurwapen, maar de rechtbank vindt die verklaring ongeloofwaardig. Verdachte is kennelijk bang geript te worden en neemt ter bescherming een geladen vuurwapen mee. Het behoeft geen betoog welk gevaar er schuilt in het voorhanden hebben van een geladen vuurwapen op het moment dat er in de ogen van verdachte iets niet zou gaan zoals verwacht.

In de omstandigheden dat verdachte nog de,forse naheffingsaanslag dient te betalen en er mogelijk ten aanzien van de thans bewezenverklaarde feiten nog een naheffingsaanslag en/of ontnemingsvordering zal volgen, ziet de rechtbank aanleiding geen geldboete op te leggen zoals door de officier van justitie geëist.

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, waarmee en/of met behulp waarvan het onder 3 en 4 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Ook zal de rechtbank de onttrekking aan het verkeer van de overige goederen uitspreken ondanks dat die niet gekoppeld kunnen worden aan een bewezenver-klaard feit, nu het namaakgoederen betreft en het voorhanden hebben daarvan strafbaar is gesteld.

Voor wat betreft de personenauto van het merk Jaguar en het onder verdachte inbeslaggenomen geld zal de rechtbank geen beslissing nemen nu hierop, gezien de zich in het dossier bevindende beslaglijst, een conservatoir beslag rust.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36b, 36c, 47, 57, 91, 337 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3, 11 en 13 van de Opiumwet, de artikelen 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 5, 91 en 97 van de Wet op de Accijns.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 6 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen te weten:

1 wapen Crvena Zastava 7.65 mm geladen; 1 wapen spuitbus pepperspray; 1 wapen Tokarev 7.63mm met twee houders met 13 patronen; 25 stuks munitie Browning 6.35mm. 1 kapmes Machete; hennepplanten en diverse goederen behorend bij de hennepplantage; 2 pakjes sigaretten marlboro; 1 slof sigaretten Regal; een aangebroken slof sigaretten Regal; een witte zak inhoudende sigaretten Regal, West, Marlboro sigaretten; 5 mastercases Regal; 1 horloge Rolex; 1 horloge Diesel; 4 horloges Hublot en 1 horloge Hysek.

Aldus gewezen door:

mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. J. Barrau en mr. dr. N. Djebali, rechters, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank

op 23 augustus 2012, zijnde mr. Barrau buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de Belasting-dienst/FIOD, kantoor Arnhem, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 49959/50543, gesloten op 13 juni 2012, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 09 augustus 2012; een proces-verbaal doorzoeking woning [adres] te Ede (ordner 2, pag. 288 e.v.); een proces-verbaal doorzoeking woning [adres] te Renswoude (ordner 2, pag. 275 e.v.); een proces-verbaal van ambtshandeling, onderzoek verpakking sigaretten (ordner 2, pag. 495, 498, 501, 503, 505, 507, 509, 511, 513, 515, 517, 519, 522, 524);

3 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 09 augustus 2012 alsmede een proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] (ordner 1, pag. 105 e.v.);

4 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 09 augustus 2012 alsmede een proces-verbaal van ambtshandeling, onderzoek verpakking sigaretten (ordner 2, pag. 495, 498, 501, 503, 505, 507, 509, 511, 513, 515, 517, 519, 522, 524);

5 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 09 augustus 2012 alsmede een proces-verbaal van verhoor, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] (ordner 1, pag. 105 e.v.);

6 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 09 augustus 2012 alsmede een proces-verbaal Wet wapens en munitie (ordner2 AH-011);

7 Proces-verbaal van doorzoeking, pag. 288.

8 Verklaring van verdachte ter zitting.

9 Proces-verbaal van ambtshandeling, map 1, pag. 230.

10 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 09 augustus 2012; proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], ordner 1, pag. 125-126.

11 Overzichtsproces-verbaal witwassen, ordner 3, p. 56.

12 Overzichtsproces-verbaal witwassen, ordner 3, p. 51.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, ordner 1, p. 97.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte, ordner 3, p. 83.

15 Processen-verbaal van verhoor verdachte, ordner 1, p. 96 en van [naam ex-vriendin], ordner 3, p. 112.

16 Overzichtsproces-verbaal witwassen, ordner 3, p. 52-53.

17 Overzichtsproces-verbaal witwassen, ordner 3, p. 55.

18 Overzichtsproces-verbaal, ordner 1, p. 46, verklaring verdachte ter zitting van 21 mei 2012.

19 Zie bewijsmiddelen feit 4.