Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX4119

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
09-08-2012
Datum publicatie
09-08-2012
Zaaknummer
05/700149-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 42-jarige automobilist uit Elburg is door de rechtbank veroordeeld voor een overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet waarbij een ander lichamelijk letsel is toegebracht. De man wordt aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid verweten nu hij niet op tijdig heeft gezien dat sprake was van filevorming terwijl zijn navigatiesysteem daarvoor had gewaarschuwd en hij wist dat ter plaatse regelmatig sprake was van filevorming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/700149-12

Datum zitting : 26 juli 2012

Datum uitspraak : 9 augustus 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [Naam verdachte],

geboren op : [Geboortedatum] 1969 te Doornspijk,

adres : [Adres verdachte],

plaats : [Postcode, woonnplaats].

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

Primair:

hij op of omstreeks 12 mei 2011, te gemeente Neder-Betuwe, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Rijksweg A15, richting Tiel, ter hoogte van hectometerpaal 141,8,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of

terwijl een of meerdere ander(e) op die rijbaan rijdende verkeersdeelnemer(s) zijn/hun waarschuwings- of alarmverlichting van zijn/hun motorrijtuig had(den) ingeschakeld, om achter zich/hen rijdend verkeer te waarschuwen voor filevorming,

heeft gereden over de linkerrijbaan van die Rijksweg A15, en/of (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem liggende weggedeelte van die weg heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate zijn aandacht op of bij het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad, en/of

(daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(vervolgens), toen hij die zich voor hem bevindende file had waargenomen, naar rechts heeft gestuurd, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een of meerdere op die Rijksweg A15 rijdende personenauto('s),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([Slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 12 mei 2011 te gemeente Overbetuwe, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg A15, richting Tiel, ter hoogte van hectometerpaal 141,8,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd, en/of

terwijl een of meerdere ander(e) op die rijbaan rijdende verkeersdeelnemer(s) zijn/hun waarschuwings- of alarmverlichting van zijn/hun motorrijtuig had(den) ingeschakeld, om achter zich/hen rijdend verkeer te waarschuwen voor filevorming,

heeft gereden over de linkerrijbaan van die Rijksweg A15, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem liggende weggedeelte van die weg heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate zijn aandacht op of bij het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad, en/of

(daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van voornoemd reglement zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(vervolgens), toen hij die zich voor hem bevindende file had waargenomen, naar rechts heeft gestuurd, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een of meerdere op die Rijksweg A15 rijdende personenauto('s),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 26 juli 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen.

De officier van justitie, mr. V.A.S.E. Lantain, heeft gerekwireerd.

Verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 12 mei 2011 reed verdachte als bestuurder van een bedrijfsauto (merk Renault, kenteken 20-VGS-32) in de gemeente Neder-Betuwe op de linkerrijbaan van de A15 met een snelheid van ongeveer 100 a 110 kilometer per uur.3 Het zicht op deze weg werd die dag niet belemmerd.4 Op een gegeven moment ontstond er filevorming. Verschillende automobilisten hadden hun waarschuwings- of alarmverlichting aan om achteropkomende verkeersdeelnemers te waarschuwen voor een file.5 Verdachte zag deze filevorming te laat en heeft geremd en naar rechts gestuurd.6 Hij is tegen de rechter achterzijde van de voor hem rijdende blauwe Volkswagen gereden. Vervolgens is hij met de rechter voorzijde tegen de linker achterzijde van een rode Opel aangereden. De Opel werd hierbij naar de rechterzijde van de rijbaan geworpen en is daarna ondersteboven in de rechts naast de rijbaan gelegen sloot terechtgekomen.7

De bestuurder van de rode Opel, de heer [Slachtoffer], heeft hierdoor een gebroken schouderkop en kleine wondjes aan zijn hoofd opgelopen.8

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat verdachte niet voldoende heeft opgelet waardoor hij de filevorming te laat heeft gezien. Verdachte kon zijn snelheid niet meer tijdig aanpassen waardoor hij in aanrijding is gekomen met twee verkeersdeelnemers.

De officier van justitie verwijt verdachte dat hij zeer onvoorzichtig heeft gereden. Hij heeft een langere periode niet opgelet waardoor hij zelfs de alarm- en waarschuwingslichten van de overige verkeersdeelnemers niet heeft gezien. Zij is van mening dat sprake is van een aanmerkelijke verkeersschuld grenzend aan een grove verkeersfout. Het letsel van de heer [Slachtoffer] kwalificeert de officier van justitie als zodanig lichamelijk letsel dat daaruit verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

De beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.

Weergave van relevante bewijsmiddelen

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op een zeker moment, rijdend op de linkerbaan van de A15, op zijn navigatiesysteem keek en hierop zag dat over 2000 meter een file ontstond. Vervolgens heeft hij, naar eigen zeggen, ongeveer 2 seconden naar links gekeken. Op het moment dat hij weer voor zich keek, zag hij dat de andere verkeersdeelnemers remden. Verdachte bevond zich op dat moment ongeveer 10 meter achter deze auto's. Een aanrijding kon niet voorkomen worden. Om de schade te beperken heeft verdachte naar rechts gestuurd - en is midden op de rijbaan gaan rijden - met het idee om geen van de verkeersdeelnemers vol te raken.9

De verklaring van verdachte wordt bevestigd door de getuigenverklaringen van [Slachtoffer] en [Getuige 1]. Zij verklaren te hebben gezien dat verdachte - rijdend in een witte bestelbus met het logo van KPN op de zijkant - niet remde en opeens naar rechts stuurde.10 De politie heeft dit in haar Verkeers Ongevallen Analyse eveneens geconcludeerd.11

Beoordeling van de verkeersgedragingen van verdachte

Gelet op de aangehaalde verklaringen en de conclusies uit de Verkeers Ongevallen Analyse is de rechtbank van oordeel dat verdachte schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 draagt aan de aanrijding met de twee personenauto's op de A15. Verdachte heeft in onvoldoende mate gelet op het voor hem liggende gedeelte van die weg en de zich daar bevindende andere verkeersdeelnemers. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij enige tijd naar links heeft gekeken aannemelijk. Verdachte heeft zijn aandacht enige tijd niet bij de weg gehad. Hierdoor is verdachte - in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - niet in staat geweest om de door hem bestuurde bedrijfsauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was. Dit rijgedrag heeft uiteindelijk geresulteerd in de aanrijding met twee personenauto. De rechtbank is van oordeel dat verdachte onvoldoende adequaat heeft gehandeld, zeker in het licht van zijn wetenschap dat filevorming te verwachten was. De gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden kunnen naar het oordeel van de rechtbank als aanmerkelijk onoplettendheid en onvoorzichtigheid worden aangemerkt.

Letsel van [Slachtoffer]

Door de aanrijding is de personenauto waar [Slachtoffer] zich in bevond, op de kop in de sloot terecht gekomen. Door getuige [Getuige 2] is [Slachtoffer] uit de personenauto gehaald. Na het ongeval is [Slachtoffer] overgebracht naar het ziekenhuis alwaar een gebroken schouderkop en kleine wondjes zijn geconstateerd.12 Ruim een jaar na het ongeval is [Slachtoffer] nogmaals gehoord en heeft hij verklaard dat hij door zijn gebroken schouder iets beperkter is. Zijn bewegingsvrijheid is aangetast. Na de aanrijding is hij drie maanden thuis geweest, omdat hij in deze periode zijn arm niet mocht gebruiken.13

Gelet op de verklaringen van [Slachtoffer] en de geneeskundige verklaring stelt de rechtbank vast dat [Slachtoffer] als gevolg van het ongeval letsel heeft opgelopen. Gelet op de aard en ernst van dit letsel en de langere duur van genezing kwalificeert de rechtbank dit letsel als zwaar lichamelijk letsel.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 12 mei 2011, te gemeente Neder-Betuwe als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Rijksweg A15, richting Tiel, ter hoogte van hectometerpaal 141,8,

aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig, terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en werd gehinderd, en terwijl meerdere andere op die rijbaan rijdende verkeersdeelnemers hun waarschuwings- of alarmverlichting van hun motorrijtuig hadden ingeschakeld, om achter hen rijdend verkeer te waarschuwen voor filevorming,

heeft gereden over de linkerrijbaan van die Rijksweg A15, en daarbij in onvoldoende mate op het voor hem liggende weggedeelte van die weg heeft gelet en is blijven letten, en

daarbij in onvoldoende mate zijn aandacht op of bij het overige verkeer en de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en gehad, en daarbij in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, en vervolgens, toen hij die zich voor hem bevindende file had waargenomen, naar rechts heeft gestuurd, en vervolgens is gebotst tegen, meerdere op die Rijksweg A15 rijdende personenauto's, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([Slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, werd toegebracht;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het primaire feit:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden veroordeeld voor een overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 waarbij het slachtoffer zodanig lichamelijk letsel heeft opgelopen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering de in uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Bij het formuleren van haar eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de geldende richtlijnen, de blanco justitiële documentatie van verdachte en het gegeven dat verdachte oprecht geraakt is door het ongeval en actief contact heeft gehad met het slachtoffer. De officier van justitie heeft op grond daarvan geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van 120 (honderdtwintig) uren werkstraf subsidiair 60 (zestig) dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 (zes) maanden waarvan 3 (drie) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 9 maart 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft, rijdend op de A15, enige tijd zijn aandacht niet bij de verkeerssituatie gehad. Hierdoor heeft hij de alarm- en waarschuwingslichten van de andere verkeersdeelnemers niet tijdig gezien en niet tijdig opgemerkt dat sprake was van filevorming. Verdachte heeft een aanrijding niet kunnen voorkomen en is tegen twee personenauto's aangereden. De heer [Slachtoffer] heeft hier zwaar lichamelijk letsel aan over gehouden.

Verdachte had te allen tijde zijn aandacht bij het verkeer moeten hebben. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard bekend te zijn met de situatie aldaar en dat hij wist dat op het betreffende traject vaker sprake was van filevorming. Bovendien had zijn navigatiesysteem gemeld dat over 2000 meter een file te verwachten was. Door enige tijd zijn aandacht niet bij de verkeerssituatie te hebben gehad, heeft hij een ongeval veroorzaakt. Dit rekent de rechtbank verdachte aan en houdt hier ten nadele van verdachte rekening mee.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid. De rechtbank kwalificeert daarbij het letsel van [Slachtoffer], eveneens anders dan de officier van justitie, als zwaar lichamelijk letsel met name gelet op de duur van het herstel van dat letsel en de blijvende gevolgen ervan. Dit zal de rechtbank meenemen bij strafbepaling.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met de betrokkenheid die verdachte heeft getoond. Hij heeft nauw contact met het slachtoffer gehad.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van de blanco justitiële documentatie van verdachte.

De rechtbank zal, alles overwegende, een deels voorwaardelijke werkstraf en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te noemen duur opleggen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht alsmede de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 120 (honderdtwintig) uren.

Bepaalt dat van deze werkstraf 60 (zestig) uren niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Bepaalt dat het onvoorwaardelijk deel van de werkstraf binnen één jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden verricht. De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast en stelt deze vervangende hechtenis vast op 60 (zestig) dagen, waarvan 30 (dertig) dagen zien op het onvoorwaardelijk opgelegde deel van de werkstraf en 30 (dertig) dagen op het voorwaardelijk deel van de opgelegde werkstraf.

Alsmede

een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 6 (zes) maanden,

met aftrek overeenkomstig artikel 179, lid 6, van de Wegenverkeerswet 1994.

Bepaalt dat deze ontzegging geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door:

mr. J.M. Hamaker (voorzitter), mr. W.A. Holland en C. van Linschoten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Ruessink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 augustus 2012.

14

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Zuid, team Tiel, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL083N 2011047779, gesloten op 14 november 2011 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van Verkeers Ongeval Analyse, d.d. 2 september 2011, pagina 30.

3 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 26 juli 2012.

4 Het proces-verbaal van Verkeers Ongeval Analyse, d.d. 2 september 2011, pagina 33 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 26 juli 2012.

5 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [Getuige 1], d.d. 9 juni 2011, pagina 12, het proces-verbaal van verhoor van getuige [Getuige 3]k, d.d. 12 mei 2011, pagina 14 en het proces-verbaal van verhoor van benadeelde [Slachtoffer], d.d. 12 mei 2011, pagina 19.

6 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting, d.d. 26 juli 2012.

7 Het proces-verbaal van Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 2 september 2011, pagina 47.

8 Het proces-verbaal van verhoor van benadeelde [Slachtoffer], ,d.d. 12 mei 2011, pagina 19 en het schriftelijke bescheid zijnde de medische verklaring betreffende [Slachtoffer], d.d. 19 juli 2011, pagina 24

9 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting, d.d. 26 juli 2012.

10 Het proces-verbaal van verhoor van benadeelde [Slachtoffer], d.d. 12 mei 2011, pagina 19 en het proces-verbaal van verhoor van getuige [Getuige 1], d.d. 9 juni 2011, pagina 12

11 Het proces-verbaal van Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 2 september 2011, pagina 47.

12 Het schriftelijke bescheid zijnde een geneeskundige verklaring, d.d. 19 juli 2011, pagina 24.

13 Het proces-verbaal van verhoor van benadeelde, d.d. 23 juli 2012.