Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX3694

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
217876
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot een verklaring voor recht dat CPE aansprakelijk is voor de door eiser ten gevolge van de intrekking van zijn toelating bij KAT geleden schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Niet gebleken is dat CPE bij controle van het pluimveebedrijf van eiser op 22 en 23 juli 2004 feitelijke onjuiste bevindingen heeft gerapporteerd, dan wel hierbij anderszins onzorgvuldig te werk is gegaan. Eiser kan geacht worden ook destijds bekend te zijn geweest met de KAT-normen en met het gegeven dat serieuze tekortkomingen ten aanzien van de uitloopopeningen tot onmiddellijke beëindiging van de KAT-certificering kunnen leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 217876 / HA ZA 11-1067

Vonnis van 27 juni 2012

in de zaak van

[eiser],

eiser,

advocaat mr. A.H. Blok te Veenendaal,

tegen

de stichting

STICHTING CONTROLEBUREAU VOOR PLUIMVEE, EIEREN EN EIERPRODUCTEN,

gevestigd te Barneveld,

gedaagde,

advocaat mr. A.L. Mijnssen te Amersfoort.

Partijen zullen hierna [eiser] en CPE genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 9 november 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 12 maart 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 [eiser] was (in onder meer de periode 2002 tot en met 2004) eigenaar van een pluimveebedrijf te [woonplaats]. Sinds 4 oktober 2002 leverde [eiser] scharreleieren, ook wel Freiland-eieren genoemd aan [X] Diervoeding B.V. te Helmond (hierna te noemen: [X]). [X] leverde deze eieren vervolgens aan Eierhof [Y] GmbH te Euskirchen-Kuchenheim, Duitsland (hierna te noemen: [Y]).

2.2 [eiser] was jegens [X] en [Y] verplicht om de eieren te produceren en het pluimvee te houden volgens de zogeheten KAT-normen. Dit zijn normen op het gebied van huisvesting en voeding van kippen van de Verein für Kontrollierte alternative Tierhaltungsformen (hierna te noemen: KAT) voor de bij haar aangesloten pluimveehouders. Indien een aangesloten pluimveehouder niet (meer) aan deze normen voldoet kan dat tot intrekking van het KAT-certificaat leiden.

2.3 Ten aanzien van deze zogeheten “Freilandhaltungen” is in de KAT-normen onder meer het volgende opgemerkt:

“Definition

Freilandhaltungen sind Haltungen, in denen den Tieren neben dem stallgebaüde auch ein Freilandauslauf geboden wird.

Der Freilandauslauf und die Stallöffnungen sind so anzulegen, dass eine Nutzung durch die Tiere gefördert und sichergestellt wird sowie hygiënische Grundbedingungen eingehalten werden können. Dabei sind die Tiere möglichst Freilandauslauf zu gewöhnen.

Der Freilandauslauf muss in den unmittelbaren Umgebung des Stalles gelegen und für die Hühner direkt erreichbar sein.

(…)

Auslauföffnungen

Die Auslauföffnungen müssen mindestens 40 cm breit und 35 cm (empfohlen werden 50 cm) hoch sein. Für 1.000 Tiere müssen mindestens 2 m Auslauföffnung zur Verfügung stehen; empfohlen wird 60 cm Auslauföffnung für 100 Tiere. Die Öffnungen müssen gleichmässig über die gesamte Stallfläche verteilt bzw. von allen Hennen ohne Hindernis erreichbar sein. Die Auslauföffnungen dürfen nich übereinander angebracht werden.

Mindestensbreiten im Auslauf

Die Mindestbreite für den Auslauf, unabhängig davon, ob ein weiteres Gebäude vis à vis steht, muss mindestend so breit sein, wie die Gesamtlänge der an der betreffenden Wand zur Verfügung stehenden Auslauföffnungen (2 m für 1.000 Hennen). (…)”

2.4 Bij vorenstaande KAT-normen hoort een gestandaardiseerd controleformulier (“Checkliste: Bericht zur neutralen Kontrolle Legebetriebe KAT”). Op deze formulieren is voor diverse onderdelen (waaronder onder 3“Freilandkriterien”) een beoordeling mogelijk variërend van A (“kein Mangel”), B (“leichter Mangel”), C (“noch abstellbarer Mangel”) en D (“schwerer Mangel”). Voor een A-, B-, C- en D-score wordt respectievelijk 20, 15, 5 en 0 punten gegeven. Bij de laagste waardering D is in het standaard scoreformulier bij een aantal onderdelen de term “K.O.” (Knock Out) aangegeven. Een K.O.-score betekent volgens de KAT-normen intrekking van de KAT-certificering, zodat de aangesloten pluimveehouder geen Freiland-eieren (meer) mag leveren. Ten aanzien van de Freiland-criteria 3.1 “Laufende Meter Auslauföffnung” en 3.2 “Grösse Auslauföffnungen” geldt een D-score tevens als een K.O. Bij 3.1 staat bij een D-/K.O.-score vermeld: “vorgeschriebene Länge nicht eingehalten, Freifläche slecht angenommen”. Bij 3.2 staat bij een D-/K.O.-score vermeld: “Mindestmasse nicht eingehalten, Öffnungen nicht angenommen, Auslauföffnungen übereinander”.

2.5 In de overeenkomsten tussen [eiser], [X] en [Y] staat onder meer:

“(…) die vom Verein für kontrollierte, alternative Tierhaltungsformen e.V. (KAT) geforderten Bedingungen müssen erfüllt werden. Den KAT muss unangemeldet Zutritt zum Stall gewährt werden.

Sollten die Regeln der KAT vom Hühnerhalter nicht eingehalten werden, so wird dieser Vertrag mit sofortiger Wirkung ungültig.

Bei der Nichteinhaltung der hier in diesem Vertrag festgehaltenen Regelungen ist der Eierhof [Y] nicht verpflichtet, weiterhin die Ihm angebotene Ware abzunehmen. (…)”

2.6 CPE (Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en eiproducten) is een stichting die sinds 2007 op grond van de Landbouwkwaliteitswet als taak heeft om toe te zien op naleving van wettelijke normen voor producenten van eieren. Tot 2006 verrichte CPE op basis van haar expertise ook werkzaamheden voor particuliere opdrachtgevers zoals het geven van adviezen en het uitvoeren van controles. In dit kader heeft CPE vóór 2006 ook regelmatig controles (“audits”) uitgevoerd in opdracht van KAT bij Nederlandse pluimveehouders die zijn aangesloten bij KAT. In deze periode schakelde KAT ook regelmatig ISA (International Supplier Auditing) in voor het uitvoeren van dergelijke controles bij Nederlandse pluimveehouders. CPE en ISA legden hun bevindingen tijdens dergelijke controles vast aan de hand van voornoemde gestandaardiseerde controleformulieren van KAT.

2.7 Op 14 juni 2004 heeft ISA in opdracht van KAT een controle uitgevoerd op het pluimveebedrijf van [eiser]. Volgens het (op die datum door zowel de controleur van ISA als [eiser] ondertekende) formulier was er in stal 1 sprake van verontreiniging “+/- 30% korsten” hetgeen per direct in orde gemaakt diende te worden (onderdeel 2.2), waren er “geen documenten vorig koppel”, hetgeen bij het “volgend koppel in orde” diende te zijn (onderdeel 6.3) en waren de “laatste 2 weken slechts 1x per week [eieren] opgehaald”, waarbij staat “melden aan [Y]” (onderdeel 6.5). Volgens dit scoreformulier had [eiser] 43 A-scores, 2 B-scores, 0 C-scores, 1 D score (en 4 E-scores, waarbij is vermeld “nicht prüfbar”). De D-score is door ISA gegeven voor onderdeel 6.3, hetgeen volgens de KAT-normen niet tevens een K.O.-score oplevert. Volgens ISA heeft [eiser] 890 van 920 punten gehaald, een score van 96,7 procent. In een brief van ISA van 7 juli 2004 aan [eiser] staat:

“Hierbij ontvangt u de resultaten van de inspectie zoals die bij u is uitgevoerd in het 2e kwartaal van 2004. Het resultaat is voldoende. U komt in aanmerking voor een jaarlijkse controle. U wordt verzocht de eventueel vastgestelde afwijkingen zo spoedig mogelijk, zoals besproken en overeengekomen, op te heffen. (…)”

2.8 Op 16 juli 2004 heeft de heer [Y], directeur van [Y] en tevens bestuurslid van KAT, een onaangekondigde controle uitgevoerd op het pluimveebedrijf van [eiser]. Uit het (uitsluitend door [Y] ondertekende) beknopte formulier – waarin overigens bij de diverse onderdelen uitsluitend de scores A, B en C (en niet D) staan voorgedrukt – staat bij vele onderdelen een B- of C-score. Aan het slot van dit scoreformulier staat:

“Zusammenfassung:

Das Gesamtergebnis der Auditierung entspricht der Bewertungskategorie 64% C”

Vervolgens staat onderaan het formulier met pen omcirkeld en aangekruist het volgende:

“C=Schwere Mangel unter 70% Nachaudit”

2.9 Op 20 juli 2004 heeft [Y] – ditmaal vergezeld van de heer [betrokkene 1], directeur van KAT – nogmaals een bezoek gebracht aan het bedrijf van [eiser].

2.10 Vervolgens heeft CPE in opdracht van KAT een zogenoemde cross-audit (“Nachaudit”) uitgevoerd op het bedrijf van [eiser]. Deze controle is uitgevoerd in de middag van 22 juli 2004. In het (door zowel de heer [betrokkene 2], inspecteur in dienst van CPE als [eiser] op 22 juli 2004 ondertekende) controleformulier staat in de vakjes “Abweichungen” en “Massnahmen mit zeitlicher Festlegung” het volgende:

“afstand tussen de stallen = 7,5 meter zie foto

lengte uitloopopening = 18,64 meter

Opening in stal II + IV wordt trap gemaakt om naar buiten te gaan zie foto

omgeving van de stal wordt opgeruimd”

2.11 Bij brief van 23 juli 2004 heeft CPE over haar bevindingen op het bedrijf van [eiser] een dag eerder, het volgende geschreven aan KAT:

“Abweichungen:

Stall 1+3 Auslaufoffnungen Sehe Bilder (sehr Hohe Offnungen, nicht angenommen)

Stall 2+4 Auslaufoffnungen hinter Eisenplatte – Sehe Bilder

Bewertung:

1.2.3 B Verschmutzungen

Die umgebung von die Stall war verschmutzt. [eiser] hat die Pruefer direkt gesagt, dass in ordnung zu machen

3.1 D=KO Freiflache slecht angenommen

• Die Freiflache werden ganz nicht angenommen, die Huhner gehen ganz nicht nach aussen. In die Bewertung 3.1 ist das ein K.O.

3.2 D=KO Offnungen nicht angenommen

• Die Offnungen werden nicht angenommen. Das ist auch sehr klar auf die Bilder (das gilt auch für alle Stalle). In die Bewertung 3.2 is das ein K.O.

3.6 D ist kein KO Abstand auf mehr als 25% der Lange nicht gewahrleistet

• Die abstand zwischen die Stalle muss sein 18.64 meter. Ist 7.5 meter. Auf die Bilder ist es auch deutlich.Es betrifft ein Altgebaude, so es kann so sein das das eine Ubergangsfrist betrifft.

Konklusion

In die Bewertung soll das Betrieb die Ergebnis “Keine Zulassung” bekommen.

Nachschrift

Die Geluegelhalter hat gestern Abend die Pruefer angerufen das bei Stall 2 und 4 schon Treppen nach die offnungen gemacht waren. Bei Stall 1 und 3 hat der Gefluegelhalter gesagt das er auch an die andere seite von die Stall Auslaufoffnungen werden machen.

Der Gefluegelhalter hat an die Pruefer [betrokkene 2] gesagt das der Prufer von ISA keine Anmerkungen gemacht hat in Bezug auf der Freiland Anforderungen.”

2.12 Bij brief van 23 juli 2004 heeft KAT aan [eiser] bericht dat uit controle is gebleken dat zijn bedrijf niet voldoet aan de KAT-normen en dat hij om die reden niet langer in aanmerking kwam voor het leveren van Freiland-eieren.

2.13 Bij brief van 23 juli 2004 en 5 augustus 2004 hebben [Y] respectievelijk [X] aan [eiser] bericht dat zij de overeenkomsten als beëindigd beschouwen omdat het bedrijf van [eiser] niet meer voldoet aan de KAT-normen.

2.14 Op 2 augustus 2004 heeft ISA op verzoek van [eiser] een zogeheten contra-audit uitgevoerd. In het (op die datum door zowel door ISA als [eiser] ondertekende) formulier staat onder meer:

“Abweichungen:

2.7 nestjes gedeeltelijk licht verontreinigd.

5.3.1 mestopslag boven nest te vol.

6.5 eieren > 4 dgn. oud in eierlokaal, i.v.m. het niet hebben van pakstation.

Massnahmen mit zeitlicher Festlegung:

2.7 per direct schoonmaken en houden

5.3.1. per direct leegmaken en tijdig leegmaken.

6.5 z.s.m. eieren laten ophalen.”

In het bijbehorende scoreformulier staat onder het kopje “Kommentare” het volgende:

hr. [Y] hat das contract mit [eiser] auf gesagt, so er hat jetzt keine pakstelle. Und die Eieren werden nicht regelmassig abgeholt. Wir haben per email foto/bilde geschikt mit einen brief von die befindungen van das betrieb.

Herr von der Borne hat drei punkte erandert.

1. Er hat extra stangen geplatzt fur eine bessere ausflucht

2. Die Auslaufoffnungen sind verplatz nach die andere Seite von die Stall

3. Er had Dratgitters geplatz uber einen greppel fur die Zugang nach der Freiland”

Aan het slot van het scoreformulier concludeert ISA dat [eiser] 895 van 920 punten heeft behaald, neerkomend op een score van 97.3 procent.

2.15 Bij brief van 6 augustus 2004 heeft ISA het volgende bericht aan [eiser]:

“Wij kunnen u hierbij namens KAT mededelen dat, op basis van de rapportage van de bevindingen van dhr. W. [betrokkene 3] op 2 augustus jl., de aanvullende informatie die u telefonisch heeft aangereikt en het fotomateriaal wat u ons per email heeft aangereikt, KAT heeft besloten u een voorlopige erkenning te verstrekken voor “Freilandhaltung” voor deze legperiode.

Hierbij geldt als voorwaarde dat vóór de opzet van de volgende koppel leghennen, de uitloopopeningen op maaiveld-niveau moeten zijn aangebracht.

Zodra wij hebben kunnen vaststellen dat u dit heeft gerealiseerd en u ook aan de overige voorwaarden blijft voldoen, kan een definitieve erkenning worden verkregen. KAT heeft inmiddels het pakstation [Y] hiervan per mail op de hoogte gebracht. (…)”

2.16 [eiser] heeft [X] in augustus 2004 in kort geding gedagvaard en gevorderd dat [X] wordt veroordeeld met onmiddellijke ingang weer eieren van [eiser] af te nemen en de overeenkomst tussen partijen gestand te doen. Bij vonnis van 26 augustus 2004 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch deze vordering afgewezen. Kort gezegd omdat hetgeen [eiser] daartoe heeft aangevoerd onvoldoende aanleiding bood om aan de juistheid van de controle van CPE op 22 juli 2004 en de uitkomst daarvan te twijfelen en een kort geding zich niet leent voor uitgebreid feitenonderzoek. In de periode 23 juli 2004 tot en met 6 augustus 2004 had [eiser] geen KAT-goedkeuring en is sprake van een tekortkoming van [eiser] die ontbinding van de overeenkomst door [X] rechtvaardigt, aldus de voorzieningenrechter.

2.17 [eiser] heeft vervolgens KAT gedagvaard voor de Duitse rechter en gevorderd KAT te veroordelen tot schadevergoeding aan [eiser] wegens het op 23 juli 2004 ten onrechte beëindigen van de KAT-erkenning van het bedrijf van [eiser]. Bij vonnis van 1 augustus 2008 heeft het Landgericht Bonn deze vordering afgewezen. Kort gezegd heeft het Landgericht Bonn geoordeeld dat niet is gebleken dat KAT onzorgvuldig heeft gehandeld jegens [eiser], en dat een eventueel onzorgvuldig handelen van CPE niet aan KAT kan worden toegerekend.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert na wijziging van eis samengevat – voor recht te verklaren dat CPE aansprakelijk is voor de door [eiser] ten gevolge van de intrekking van zijn toelating bij KAT geleden schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, veroordeling van CPE tot betaling van € 63.721,49, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2004, en CPE te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2. CPE voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 [eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat CPE jegens hem onzorgvuldig heeft gehandeld door in haar rapportage van 22/23 juli 2004 melding te maken van twee KO-punten. Deze vermelding liet voor KAT (zoals ook blijkt uit het door de Duitse rechter tussen [eiser] en KAT gewezen vonnis) geen andere conclusie dan dat [eiser] niet meer voldeed aan de KAT-normen en daarom niet meer tot levering van Freiland-eieren behoorde te worden toegelaten. Uit de hercontrole van ISA op 4 augustus 2004 is echter gebleken dat [eiser] wel degelijk aan alle KAT-normen voldeed en dat CPE op 22/23 juli 2004 onjuiste bevindingen aan KAT heeft gerapporteerd met alle schadelijke gevolgen van dien voor [eiser]. Daarnaast heeft CPE onzorgvuldig gehandeld jegens [eiser] door hem niet te berichten dat CPE voornemens was om twee fatale KO-punten te rapporteren aan KAT.

4.2 [eiser] heeft ten aanzien van dit laatste verwijt (in de dagvaarding onder 2.10) onder meer gesteld dat CPE heeft gehandeld in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur. Voor zover [eiser] zich op het standpunt heeft gesteld dat CPE bij het uitvoeren van haar controlerende taken in juli 2004 heeft gehandeld ter uitvoering van haar publiekrechtelijke taak, dient dit standpunt te worden verworpen. CPE heeft tijdens de comparitie onbetwist verklaard dat zij weliswaar op grond van de Landbouwkwaliteitswet toeziet op de naleving van diverse publiekrechtelijke normen, maar dat de onderhavige controle in opdracht van KAT in juli 2004 op het bedrijf van [eiser] niets van doen heeft met de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak. CPE heeft destijds uit hoofde van privaatrechtelijke opdrachtverlening door KAT bezien of de daarbij aangesloten Nederlandse pluimveehouders (nog) voldeden aan de KAT-normen. Het handelen van CPE dient dan ook niet (tevens) te worden getoetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

4.3 CPE heeft de controle op het bedrijf van [eiser] in juli 2004 uitsluitend uitgevoerd in opdracht van KAT, zodat geen sprake is van een contractuele rechtsverhouding tussen CPE en [eiser]. Bij de uitvoering van haar opdracht diende CPE zich ten opzichte van [eiser] te gedragen overeenkomstig hetgeen volgens ongeschreven recht betaamt (artikel 6:162 lid 2 BW). Daarbij diende CPE de door KAT aan haar opgedragen taak op zorgvuldige wijze en als een redelijk handelend en redelijk bekwaam controleur uit te voeren en rekening te houden met de voor haar kenbare belangen van [eiser]. Dit betreft met name het belang van [eiser] bij het in stand houden van de KAT-certificering van zijn pluimveebedrijf, waardoor [eiser] zijn eieren als Freiland-eieren tegen een hogere prijs kan leveren aan zijn afnemers.

4.4 De rechtbank is van oordeel dat niet gebleken is dat CPE jegens [eiser] niet de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen. Daarbij zijn achtereenvolgens de volgende feiten en omstandigheden van belang:

- Ten aanzien van [eiser] geldt dat hij – als een bij KAT aangesloten pluimveehouder – geacht mag worden bekend te zijn met de inhoud van de (hiervoor in 2.3 en 2.4 geciteerde) KAT-normen. De KAT-normen kennen gedetailleerde voorschriften voor onder meer de lengte en de hoogte van de uitloopopeningen (KAT-criteria 3.1 en 3.2). Tevens blijkt daaruit dat volgens de KAT-normen een D-score ten aanzien van deze criteria 3.1 en 3.2 tot een “knock out” van de desbetreffende pluimveehouder leidt. Aldus diende [eiser] reeds voorafgaand aan de controle door CPE in juli 2004 zich ervan bewust te zijn dat het niet voldoen aan deze KAT-normen tot het beëindigen van zijn toelating als KAT-leverancier zou kunnen leiden.

- Op 16 juli 2004 – dus zes dagen vóór de controle door CPE – heeft [Y] namens KAT een controle uitgevoerd op het bedrijf van [eiser]. Uit het daarbij door [Y] ingevulde controleformulier blijkt dat de totaalscore van [eiser] slechts 64 procent bedroeg, in de categorie C (“Schwere Mangel”) valt en [eiser] een nacontrole “Nachaudit”) tegemoet kan zien.

- Vier dagen later, op 20 juli 2004, hebben [Y] en [betrokkene 1], directeur van KAT, nogmaals een bezoek aan het bedrijf van [eiser] gebracht. Omtrent dit bezoek heeft [eiser] gesteld dat [Y] en [betrokkene 1] onaangekondigd op zijn bedrijf hebben “rondgelopen en foto’s [hebben] gemaakt” en “op hoge toon toegang tot de stallen eisten”. Uit deze gang van zaken in de week voorafgaand aan de controle door CPE op 23 juli 2004 kon voor [eiser] voldoende duidelijk zijn dat zijn bedrijf de verscherpte aandacht had van KAT, ondanks de goedkeuring door ISA op 14 juni 2004.

- Verder staat vast dat de door CPE in juli 2004 verrichte controle bij [eiser] een zogeheten cross-audit betrof. Dit is een controle in opdracht van de KAT nadat bij een eerdere controle is gebleken dat een aangesloten pluimveehouder mogelijk niet (meer) aan de KAT-normen voldoet. Tijdens de comparitie heeft CPE hieromtrent onbetwist het volgende gesteld. Het reguliere werkgebied destijds (in 2004) van CPE voor KAT-controles lag boven de grote rivieren, terwijl het werkgebied van de andere controlerende instantie ISA onder de rivieren lag (waartoe [woonplaats], de vestigingsplaats van [eiser] ook behoort). Bij een dergelijke cross-audit werd CPE door KAT niet op de hoogte gebracht van de aanleiding daarvoor. Aldus was CPE niet op de hoogte van de bevindingen van KAT bij haar inspecties van 16 en 20 juli 2004.

- Tijdens de controle op 22 juli 2004 heeft inspecteur [betrokkene 2] van CPE zijn bevindingen met [eiser] doorgenomen. Dit blijkt ook uit het feit dat het controleformulier door [eiser] is ondertekend. Uit deze korte omschrijvingen op het formulier blijkt dat voor [eiser] op dat moment kenbaar was dat CPE tekortkomingen constateerde ten aanzien van “lengte uitloopopening” en “opening (…) trap [wordt] gemaakt om naar buiten te gaan”. Gegeven het uitgangspunt van de bekendheid van de KAT-normen, kon op dat moment bij [eiser] ook bekend zijn dat voornoemde tekortkomingen tot een mogelijke beëindiging van zijn KAT-certificering (“knock-out”) zou kunnen leiden.

- Deze bevindingen van [betrokkene 2] zijn de volgende dag (23 juli 2004) per brief gerapporteerd aan KAT. Daarin staan met betrekking tot “Auslaufoffnungen” tekortkomingen omschreven als “sehr Hohe Offnungen” en “Offnungen nicht angenommen”. Anders dan [eiser] stelt, blijkt daaruit niet dat ten aanzien van criteria 3.1 en 3.2 van de KAT-normen wezenlijk andere bevindingen door CPE zijn gerapporteerd dan [betrokkene 2] de dag ervoor heeft geconstateerd.

Bovendien blijkt uit het “Nachschrift” in deze brief van 23 juli 2004 dat CPE KAT ervan op de hoogte heeft gesteld dat de pluimveehouder ([eiser]) de avond ervoor de controleur telefonisch heeft laten weten dat hij bij stal 2 en 4 reeds trappen naar de openingen heeft aangebracht en bij stal 1 en 3 uitloopopeningen aan de andere zijde van de stal zal gaan aanbrengen. Verder heeft [eiser] hierbij – aldus dit “Nachschrift” – aan CPE laten weten dat de controleur van ISA geen opmerkingen heeft gemaakt ten aanzien van de naleving van de Freiland-vereisten.

Uit dit “Nachschrift” blijkt in de eerste plaats dat [eiser] – na de achtereenvolgende controles van 16, 20 en 22 juli – er inmiddels van doordrongen was dat zijn pluimveebedrijf niet in alle opzichten aan de KAT-normen voldeed, en dat op korte termijn maatregelen waren vereist. Kennelijk heeft [eiser] om aan de KAT-normen te voldoen nog dezelfde dag (waarop ook de controle door het CPE heeft plaatsgevonden) trappen naar de uitloopopeningen aangebracht en CPE daarnaast laten weten dat hij openingen aan de andere zijde van de stal zal realiseren.

Bovendien blijkt uit het “Nachschrift” dat CPE bij haar rapportage op 23 juli 2004 aan KAT ook anderszins zorgvuldig te werk is gegaan. CPE heeft niet volstaan met het rapporteren van de bevindingen van [betrokkene 2] tijdens het bezoek aan [eiser]. CPE heeft KAT er immers ook op gewezen dat [eiser] naar eigen zeggen reeds een deel van de vereiste maatregelen had doorgevoerd, en voornemens was om andere maatregelen nog door te voeren. Daarnaast heeft CPE uit eigen beweging KAT erop gewezen dat ISA bij een vorige controle geen opmerkingen heeft gemaakt over het niet voldoen aan de KAT-vereisten.

- Verder heeft CPE onbetwist gesteld dat de gebruikelijke werkwijze bij de uitvoering van controles in opdracht van KAT is dat zij haar bevindingen vastlegt en kwalificeert aan de hand van de KAT-normen en hieromtrent rapporteert aan KAT, waarna KAT de beslissing neemt ten aanzien van de KAT-certificering van de desbetreffende pluimveehouder. Gelet op deze taakverdeling tussen KAT als opdrachtgever en CPE als opdrachtnemer/controleur, was het niet aan CPE om – alvorens zij aan KAT zou rapporteren – haar conceptrapport eerst aan [eiser] voor te leggen. In dit verband is ook van belang het Urteil van het Landgericht Bonn van 1 augustus 2008 in de procedure die [eiser] tegen KAT heeft gevoerd. Op p. 11 van dit Urteil staat het volgende:

“Auch hat der Beklagte [=KAT, toevoeging rechtbank] unwidersprochen vorgetragen, dass es nach den KAT-Regelungen, denen sich den Kläger unterworfen habe, keine besondere Anhörungspflicht oder Pflicht, dem Kläger Gelegenheit zur Beseitigung zu geben, gibt, so dass dem Beklagten auch nicht vorgeworfen werden kann, dass er nicht vor dem Entzug der Zulassung erst den Kläger kontaktiert hat oder diesem Gelegenheit zur Beseitigung etwaiger Mängel gab.”

Uit de KAT-reglementen volgt dus dat KAT niet verplicht is om voorafgaand aan de beëindiging van de KAT-certificering een pluimveehouder te horen, dan wel gelegenheid te geven om eventuele gebreken te herstellen. Aldus valt niet in te zien waarom op CPE, die in opdracht van KAT de controles uitvoert, wel een dergelijke verplichting zou rusten. Bovendien geldt dat, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, [betrokkene 2] namens CPE zijn bevindingen van 22 juli 2004 diezelfde dag wel degelijk met [eiser] heeft gedeeld, waarna [eiser] diezelfde dag nog aan [betrokkene 2] heeft laten weten welke maatregelen hij voornemens was door te voeren. In zoverre is wel degelijk voldaan aan de door [eiser] gewenste wederhoor voorafgaand aan de rapportage door CPE aan KAT.

- KAT is op 23 juli 2004 om haar moverende redenen direct ertoe overgegaan om de KAT-certificering van [eiser] in te trekken, waarna [Y] (en later [X]) de afname van eieren van [eiser] hebben beëindigd. Uit niets blijkt dat een andere wijze van rapporteren door CPE voornoemde betrokkenen van deze stappen zou hebben weerhouden.

- ISA heeft op 2 augustus 2004 op verzoek van [eiser] een contra-audit uitgevoerd. Ook uit de rapportage van ISA aan KAT blijkt dat [eiser] na 23 juli 2004 wel degelijk de nodige maatregelen heeft genomen om alsnog aan de KAT-normen te voldoen. In de ISA-rapportage staat namelijk dat [eiser] op drie punten veranderingen heeft doorgevoerd, namelijk (i) extra stangen geplaatst voor een betere uitvlucht, (ii) de uitloopopeningen verplaatst naar de andere zijde van de stal en (iii) een toegang gemaakt over een greppel naar het Freiland. Nadien is [eiser] door KAT opnieuw een (voorlopige) KAT-certificering toegekend. Aldus staat vast dat – anders dan [eiser] heeft gesteld – de situatie ten tijde van de controle door ISA op 2 augustus 2004 wel degelijk was gewijzigd ten opzichte van de situatie ten tijde van de controle door CPE op 22 juli 2004.

4.5 Uit het voorgaande blijkt niet – zoals [eiser] aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd – dat CPE bij controle van het pluimveebedrijf van [eiser] op 22 en 23 juli 2004 feitelijke onjuiste bevindingen heeft gerapporteerd, dan wel hierbij anderszins onzorgvuldig te werk is gegaan. [eiser] kan geacht worden ook destijds bekend te zijn geweest met de KAT-normen en met het gegeven dat serieuze tekortkomingen ten aanzien van de uitloopopeningen tot onmiddellijke beëindiging van de KAT-certificering kunnen leiden. [eiser] wist ten tijde van de hercontrole (Nachaudit) door CPE dat KAT verscherpte aandacht voor hem had. CPE heeft haar bevindingen tijdens de controle van 22 juli 2004 met [eiser] gedeeld. CPE was op dat moment niet op de hoogte van de eerdere bevindingen van KAT. [eiser] – zich kennelijk bewust van de ernst en de spoedeisendheid van de situatie – heeft nog diezelfde avond aan CPE laten weten dat hij een aantal maatregelen reeds had doorgevoerd, en andere nog zou doorvoeren. CPE heeft dit laatste ook aan KAT bericht op 23 juli 2004, bij het rapporteren van haar bevindingen van de dag ervoor aan KAT. Vervolgens heeft KAT diezelfde dag besloten tot onmiddellijke beëindiging van de KAT-certificering, waarna [X] en [Y] hebben besloten geen eieren meer van [eiser] af te nemen. [eiser] heeft zijn stelling dat CPE zich hierbij heeft “laten lenen” door KAT en/of [Y] om laatstgenoemde van een voor deze ongunstig contract met [eiser] af te helpen, niet onderbouwd of concreet gemaakt. Om die reden zal de rechtbank dan ook voorbijgaan aan deze stelling.

4.6 De vordering van [eiser] zal worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van CPE, vermeerderd met de nakosten. Deze worden begroot op:

vast recht € 1.181,00

salaris advocaat € 2.235,00 (2,5 punt x tarief IV € 894,00)

totaal: € 3.416,00.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1 wijst de vordering af,

5.2 veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van CPE begroot op € 3.416,00, vermeerderd met de nakosten bepaald op € 131,-, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met EUR 68,- en de werkelijk gemaakte kosten voor het doen uitbrengen van een exploot van betekening,

5.3 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Beens en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2012.