Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX3591

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
127220
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank zal beslissen dat de deskundige de nadere vragen niet hoeft te beantwoorden en dat hij zijn conceptrapport als definitief rapport dient in te leveren, vergezeld van zijn einddeclaratie. De rechtbank zal partijen de gelegenheid geven om te concluderen na deskundigenbericht. Het staat Varilec vrij om in haar conclusie nader in te gaan op de (volgens haar) gebruikelijke kopertoeslagen en verpakkingskosten en een met stukken onderbouwde berekening te maken van de consequenties voor haar provisieaanspraak, waarna Induktor in haar antwoordconclusie inhoudelijk kan ingaan op deze kwestie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 127220 / HA ZA 05-912

Vonnis van 20 juni 2012

in de zaak van

de rechtspersoon naar Duits recht

INDUKTOR RINGKERNBAUELEMENTE GMBH,

gevestigd te 81243 München,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VARILEC B.V.,

gevestigd te Malden,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R.J. Borghans te Arnhem.

Partijen zullen hierna Induktor en Varilec genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 8 juni 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 31 augustus 2011

- het concept deskundigenbericht van 9 januari 2012

- het commentaar van Induktor van 23 januari 2012

- het commentaar van Varilec van 17 februari 2012

- het e-mail bericht van de deskundige van 23 april 2012

- het schrijven van de rechtbank aan partijen van 26 april 2012

- de reactie van Induktor van 27 april 2012

- de reactie van Varilec van 23 mei 2012.

1.2. Hierop is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1. De rechtbank verwijst naar voormeld tussenvonnis van 8 juni 2011 en de daaraan voorafgaande tussenvonnissen.

2.2. In deze langslepende rechtszaak is op 10 augustus 2005 de comparitie na antwoord gehouden. Daarna hebben partijen in conventie en in reconventie geconcludeerd voor repliek en dupliek en is op 22 maart 2006 bij tussenvonnis zowel in conventie als in reconventie bewijs opgedragen aan Varilec. Vervolgens zijn getuigenverhoren gehouden en is geconcludeerd na enquête, waarna bij tussenvonnis van 1 augustus 2007 in conventie het geschil is beslecht, zij het nog zonder einduitspraak, en in reconventie de zaak naar de rol is verwezen voor nader debat. Na aktewisseling heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 19 december 2007 in reconventie geoordeeld dat een deskundigenbericht noodzakelijk is. De zaak is naar de rol verwezen voor overleg en voorstellen omtrent het deskundigenonderzoek. Na aktewisseling heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 8 oktober 2008 de zaak opnieuw naar de rol verwezen voor nadere aktes inzake de aan de deskundige te stellen vragen.

2.3. Na deze nadere aktewisseling heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 10 december 2008 in reconventie een deskundigenonderzoek bevolen. Daarbij heeft de rechtbank een Duitse deskundige benoemd, de Wirtschaftsprüfer (registeraccountant) R. Fürholzer te München, en bepaald dat Varilec als voorschot op de kosten van de deskundige een bedrag van € 10.000,00 dient te deponeren. De rechtbank heeft aan de deskundige de volgende vragen ter beantwoording voorgelegd:

1. Kunt u zo nauwkeurig mogelijk, op basis van de administratie van Induktor en Zollner, vaststellen voor welk bedrag Induktor omzet heeft gegenereerd uit haar leveringen aan Zollner in de periode tussen 1 oktober 1997 en 2 juni 2004 en op welk bedrag Varilec derhalve aanspraak heeft?

2. Welke andere feiten en omstandigheden, gebleken uit het onderzoek, kunnen van belang zijn voor een goed begrip van de zaak?

2.4. Mede in verband met vertaling- en communicatieperikelen en een langdurige ziekenhuisopname van de door de rechtbank benoemde deskundige liet de rapportage jarenlang op zich wachten. Daarop heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 8 juni 2011 een comparitie van partijen belegd om met hen te overleggen over de verdere voortgang van de procedure. Uiteindelijk heeft de door de rechtbank benoemde deskundige toch nog een concept rapport opgemaakt. Dit concept is op 17 januari 2012 bij de rechtbank ingediend en het concept is aan partijen toegestuurd voor schriftelijke reacties.

2.5. Induktor laat weten dat zij zich kan vinden in de uitkomst van het onderzoek. Varilec echter heeft bericht dat zij nadere vragen en opmerkingen wil voorleggen aan de deskundige.

Het komt erop neer dat Varilec zich afvraagt hoe het mogelijk is dat Induktor tamelijk stabiele prijzen hanteert, terwijl de koperprijzen fluctueren. Volgens Varilec is het gebruikelijk in de branche dat afwijkingen van de gecalculeerde basisprijs afzonderlijk in rekening worden gebracht. Varilec wil onderzocht zien of Induktor aan Zollner afzonderlijk nog kopertoeslagen in rekening heeft gebracht. Voorts wil zij onderzocht zien of, zoals evenzeer gebruikelijk in de branche, afzonderlijk nog verpakkingskosten in rekening zijn gebracht. Volgens Varilec behoort het een en ander tot de omzet.

2.6. De rechtbank heeft dit voorgelegd aan de deskundige en deze heeft aan de rechtbank laten weten dat deze vragen, in zijn opinie, een detaillering vergen die neerkomt op een gerechtelijke beoordeling die buiten de scope van zijn onderzoek valt. De deskundige laat weten dat de tijd en de kosten, die nodig zijn om die vragen te beantwoorden, afhankelijk zijn van de informatie en de medewerking van het management van Induktor, dat het onderzoek tot nu toe (ongeveer) € 7.000,00 heeft gekost en dat voor een behoorlijke beantwoording van de nadere vragen in elk geval het budget (voorschot) van € 10.000,00 zal worden overschreden.

De rechtbank heeft dit aan partijen voorgelegd en hen gevraagd of zij beide prijs stellen op deze uitbreiding van het onderzoek, in welk geval het voorschot zal moeten worden verhoogd.

2.7. Induktor heeft in haar schrijven 27 april 2012 het standpunt in genomen dat de nadere vragen van Varilec buiten het bestek van de eerder aan de deskundige gestelde vragen vallen en dat het op de weg van Varilec had gelegen om die opmerkingen c.q. vragen in een eerder stadium van de procedure onderdeel te laten maken van het debat. Induktor verzet zich tegen een verdere vertraging van de procedure en stelt dat het in strijd is met een goede procesorde om het onderzoek in dit stadium van de procedure nog uit te breiden. Varilec stelt zich, zo begrijpt de rechtbank, op het standpunt dat de beantwoording van haar vragen wel binnen het bestek van het bevolen onderzoek valt. In haar schrijven van 23 mei 2012 wijst Varilec erop dat de nadere tijdsbesteding afhankelijk is van de medewerking van het management van Induktor en dat, daarom, van enige aanvullende betaling door Varilec geen sprake kan zijn en dat betaling door Induktor voor de hand ligt. De rechtbank heeft daarop de zaak naar de rol verwezen voor beslissing bij vonnis over de (nadere) vraagstelling aan de deskundige en de verhoging en verschuldigdheid van het voorschot.

2.8. De rechtbank overweegt dat, anders dan Induktor thans betoogt, Varilec haar vragen over de kopertoeslagen en verpakkingskosten weldegelijk in een eerder stadium aan de orde heeft gesteld. Varilec heeft in haar akte van 12 november 2008 hieromtrent concrete vragen geformuleerd, die volgens haar moesten worden voorgelegd aan de deskundige. In haar vonnis van 10 december 2008 heeft de rechtbank die concrete vragen echter uitdrukkelijk niet overgenomen. De rechtbank heeft daar overwogen dat zij het niet noodzakelijk acht, gelet op de vakbekwaamheid van de te benoemen deskundige, om het begrip omzet of de wijze waarop de deskundige zijn onderzoek zal uitvoeren nader te omschrijven. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat het aan partijen is om ervoor te zorgen dat de producties, die zij onder de aandacht van de deskundige willen brengen, in vertaling de deskundige tijdig bereiken. Het betrof (onder meer) Varilec’s overzicht, productie 18, waarin al aan de orde werd gesteld dat de koperprijzen fluctueren. Voorts heeft de rechtbank daar overwogen dat het de deskundige vrij staat om rekening te houden bij zijn onderzoek met opmerkingen die door partijen worden gemaakt, doch tevens dat hij zelfstandig op basis van zijn expertise de gegenereerde omzet door Induktor bij Zollner dient vast te stellen.

2.9. Uit het conceptrapport van de deskundige leidt de rechtbank af dat de deskundige de boekhouding van Induktor heeft onderzocht en zich heeft laten voorlichten door medewerkers van Induktor en dat de deskundige ervan uitgaat dat hem alle rekeningen aan de klant Zollner zijn voorgelegd. De deskundige heeft op basis van dat onderzoek de omzet vastgesteld die in zijn opinie relevant is, en de rechtbank gaat vooralsnog ervan uit dat de deskundige hierbij geen structurele facturen en geldstromen buiten aanmerking heeft gelaten.

2.10. Voorts overweegt de rechtbank dat in deze zaak de grenzen zijn bereikt van de redelijke termijn waarbinnen een zaak moet worden afgehandeld. In conventie is, zonder formele einduitspraak, na bewijslevering al vijf jaar geleden in het vonnis van 1 augustus 2007 beslist dat Varilec een bedrag van bijna € 20.000,00 met rente aan Induktor moet betalen. Daarna is zeer langdurig doorgeprocedeerd in reconventie, in welke reconventie het gaat om een tegenvordering van Varilec van maximaal ongeveer € 42.000,00, waarvan Induktor ruim € 20.000,00 erkent (zie het vonnis van 19 december 2007, r.ov. 2.4). Partijen liggen dus niet meer dan ongeveer € 22.000,00 uit elkaar. Al deze jaren gingen verloren aan de vraagstelling en het uitbrengen van een deskundigenrapport. De rechtbank beslist op grond van artikel 20 Rv dat daar nu een einde aan moet komen. In dit wetsartikel is vastgelegd dat de rechter moet waken tegen onredelijke vertraging van de procedure en dat hij daartoe zo nodig ambtshalve maatregelen moet treffen. Bij haar beslissing om het deskundigenonderzoek in tijd en kosten in te dammen laat de rechtbank nog meewegen dat het deskundigenonderzoek reeds ongeveer € 7.000,00 heeft gekost, dat alleen Varilec nadere vragen wil stellen, terwijl Induktor hiertegen gekant is, en dat Varilec niet bereid is om daarvoor een aanvullend voorschot te deponeren, terwijl zij als de eisende partij in beginsel daartoe wel gehouden is (zie artikel 195 Rv).

2.11. De rechtbank zal beslissen dat de deskundige de nadere vragen niet hoeft te beantwoorden en dat hij zijn conceptrapport als definitief rapport dient in te leveren, vergezeld van zijn einddeclaratie. De rechtbank zal partijen de gelegenheid geven om te concluderen na deskundigenbericht. Het staat Varilec vrij om in haar conclusie nader in te gaan op de (volgens haar) gebruikelijke kopertoeslagen en verpakkingskosten en een met stukken onderbouwde berekening te maken van de consequenties voor haar provisieaanspraak, waarna Induktor in haar antwoordconclusie inhoudelijk kan ingaan op deze kwestie.

2.12. Dit vonnis wordt gewezen door een andere rechter dan de rechters van de voorafgaande tussenvonnissen, omdat deze rechters inmiddels bij andere rechtbanken en/of in een andere sector werken.

3. De beslissing

De rechtbank

in reconventie

3.1. bepaalt dat de deskundige de nadere vragen van Varilec niet hoeft te beantwoorden en dat de deskundige zijn definitieve rapport, vergezeld van zijn einddeclaratie, bij de griffie van deze rechtbank dient in te dienen vóór 18 juli 2012,

3.2. bepaalt dat Varilec vóór 4 juli 2012 een door een beëdigd vertaler gemaakte vertaling in de Duitse taal van dit tussenvonnis aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.3. verwijst de zaak naar de rolzitting van 15 augustus 2012 voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van Varilec of voor bepaling datum vonnis,

in conventie en in reconventie voorts

3.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2012.