Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX3589

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
208421
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Er is niet met voldoende mate van zekerheid vast komen te staan dat sprake was van een gezamenlijke van de tekst van de principal agreement afwijkende partijbedoeling. Go4Agri is derhalve niet geslaagd in haar opgedragen bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 208421 / HA ZA 10-2332

Vonnis van 20 juni 2012

in de zaak van

[eiser in conventie],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. J.W. Kobossen te Nijmegen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GO4AGRI INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Bemmel, gemeente Lingewaard,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R.J. Verweij te Nijmegen.

Partijen zullen hierna [eiser] en Go4Agri genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 31 augustus 2011

- het proces-verbaal van getuigenverhoor en van tegengetuigenverhoor van 8 februari 2012

- de conclusie na enquête van de zijde van Go4Agri

- de antwoordconclusie na enquête van de zijde van [eiser].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

2.1. De rechtbank verwijst naar wat in de tussenvonnissen van 31 augustus 2011 en van 19 oktober 2011 is overwogen en beslist.

2.2. Bij voormeld tussenvonnis van 19 oktober 2011 is Go4Agri opgedragen te bewijzen dat [betrokkene 1] en [eiser] op 10 februari 2010 weliswaar de intentie hebben uitgesproken om twaalf maanden samen te werken maar dat zij voorts uitdrukkelijk hebben besproken dat partijen tussentijds zouden kunnen stoppen.

2.3. Go4Agri heeft in enquête doen horen haar statutair directeur [betrokkene 1] en diens broer [betrokkene 2]. In contra-enquête is [eiser] gehoord.

2.4. [betrokkene 1] heeft, voor zover van belang, het volgende verklaard.

Voorafgaande aan het tekenen van de principal agreement op 10 februari 2010 heb ik drie à vijf gesprekken met de heer [eiser] gevoerd. Daarin heb ik de nadruk gelegd op het feit dat hij een nieuwe functie zou gaan bekleden. Ik heb ook gezegd dat Go4Agri daarom bewegingsvrijheid noodzakelijk achtte en dat we de mogelijkheid wilden hebben om, als het niet goed liep, tussentijds met de samenwerking te stoppen. Ik heb dus van meet af aan duidelijk gemaakt dat het onze doelstelling was dat we niet meteen getrouwd waren en weer van elkaar af konden als de samenwerking niet bleek te werken. Als het goed zou gaan, zou de looptijd van de samenwerking 12 maanden zijn en dan worden omgezet in een vaste overeenkomst. Wij zijn toen samen op het idee gekomen om een tussentijdse opzegtermijn van drie maanden te hanteren voor het geval de samenwerking niet goed zou verlopen. Dat hebben wij toen ook afgesproken.

Die voorafgaande gesprekken hadden tot doel om de wijze waarop we zouden gaan samenwerken vorm te geven. Om die reden was mijn broer, [betrokkene 2], bij een aantal van die gesprekken aanwezig. Het was zijn taak als senior manager om onze afspraken uit die gesprekken vast te leggen. Dat heeft hij ook gedaan. Hij heeft de principal agreement opgesteld.

Op 10 februari 2010 heb ik samen met de heer [eiser] de principal agreement puntsgewijs nagelopen. Bij punt E van de principal agreement heb ik nog een keer gezegd dat dit betekent dat we beiden de vrijheid hadden om na drie maanden acuut te stoppen als de samenwerking niet in lijn was met wat we hadden afgesproken. De heer [eiser] heeft toen niet nog een keer gezegd dat hij daarmee akkoord was. Hij heeft ook niet gezegd dat hij daar niet mee akkoord was. Hij heeft gewoon getekend.

[…] Ik ging er toen van uit dat de principal agreement goed vastlegde wat wij in de voorafgaande gesprekken hadden afgesproken, waaronder dus onze doelstelling dat ieder de vrijheid had om na drie maanden te stoppen.

2.5. [betrokkene 2] heeft, voor zover van belang, verklaard als volgt.

Voordat de principal agreement werd getekend heb ik diverse voorgesprekken bijgewoond tussen mijn broer [betrokkene 1] en de heer [eiser]. In die gesprekken kwam aan de orde dat er een samenwerkingsovereenkomst opgesteld moest worden. De heer [eiser] zou een nieuw te creëren functie binnen Go4Agri gaan vervullen. Omdat het tot mijn taak behoorde om contracten voor te bereiden heb ik de principal agreement opgesteld. […] Ik heb bij het opstellen van de principal agreement gebruik gemaakt van onze standaardovereenkomst. Deze is in het Nederlands opgesteld. Ik heb in deze standaardtekst de afspraken die mijn broer met de heer [eiser] in het voortraject had gemaakt verwerkt. Vervolgens heb ik de overeenkomst via Google vertaald naar het Engels. […]

Bij de voorgesprekken hebben de heer [eiser] en mijn broer een tijdsplan van twaalf maanden afgesproken en daarbij uitdrukkelijk afgesproken dat de samenwerking tussentijds kon worden opgezegd. Ik heb daar nog een notitie van gemaakt tijdens een van die voorgesprekken. […] Dit soort notities heb ik tijdens die gesprekken gemaakt waarop ik voor mijzelf de acties noteerde die ik behoorde te nemen. Dat mijn broer en de heer [eiser] hebben afgesproken dat tussentijds kon worden opgezegd herinner ik mij goed. Ik herinner mij niet meer wie van hen met een termijn van drie maanden is gekomen. In onze standaardovereenkomst is die termijn overigens niet ingevuld. Ik herinner mij niet meer om welke reden zij hebben afgesproken dat tussentijds mocht worden opgezegd. Ik heb geprobeerd om die afspraak vast te leggen onder e) van de principal agreement.

[…] U vraagt mij of de mogelijkheid van tussentijdse opzegging in de voorgesprekken een belangrijk thema was. Dat was het zeker voor Go4Agri, omdat het een nieuwe functie was en wij niet te lang aan de heer [eiser] vast zouden zitten als de samenwerking niet zou lukken. Dat is ook zo in die gesprekken ter sprake geweest. Ik kan u niet zeggen wat de reactie van [eiser] daarop was. Dat zij een tussentijdse opzegmogelijkheid hebben afgesproken in die gesprekken leid ik af uit mijn notitie.

2.6. De door [betrokkene 2] bedoelde gespreksnotitie van een gesprek tussen [eiser], [betrokkene 1] en hemzelf, is door hem tijdens het getuigenverhoor overgelegd en aan het proces-verbaal gehecht. Deze handgeschreven, ongedateerde notitie luidt als volgt:

[betrokkene 2] uitwerken

- samenwerkingsovereenkomst in engelse tekst.

- trial voor alle partijen omdat functie [constatering rechtbank: het woord ‘functie’ vervangt het

doorgestreepte woord ‘financiering’] nog niet bestaat.

- standaard overeenkomst met mogelijkheid van tussentijdse opzegging van 3 maanden (van beide

zijden).

Dit ongeacht de mogelijke tijdsduur.

bij stopzetting [constatering rechtbank: het woord ‘stopzetting’ vervangt de doorgestreepte woorden

‘niet functioneren’] acute ontbinding van 3 maanden, ongeacht looptijd.

Voor 08-02-2010 uitwerken.

2.7. [eiser] heeft, voor zover van belang, het volgende verklaard.

[…] [betrokkene 1] heeft mij benaderd om met Go4Agri samen te gaan werken. Daarover hebben wij samen meerdere gesprekken gevoerd. De laatste drie van die gesprekken gingen over het concretiseren van de samenwerking. Daarin hebben [betrokkene 1] en ik besproken wat er in het contract moest komen. Daar was verder niemand bij.

Ik denk na het op een na laatste gesprek dat ik van [betrokkene 1] een eerste draft principal agreement kreeg. […] We hebben toen de draft principal agreement samen doorgenomen. […] We hebben toen dus niet gesproken over punt e) van de principal agreement. Voordat ik die draft principal agreement kreeg is tussen ons ook niet gesproken over opzegging. We hebben wel gesproken over een tijdsduur van 12 maanden. Het klopt dat we hebben uitgesproken dat we ons niet meteen voor lange tijd wilden vastleggen. Dat was de reden dat we die tijdsduur van 12 maanden zijn overeengekomen. Ik heb in de draft principal agreement gezien dat een opzegtermijn van drie maanden was opgenomen. Voor mij was het duidelijk dat dat geen tussentijdse opzeggingsmogelijkheid inhield. Deze opzeggingsmogelijkheid uit de principal agreement hebben [betrokkene 1] en ik toen niet besproken. […]

[…] Zoals ik net al heb verklaard hebben [betrokkene 1] en ik niet over deze tekst [lees: principal agreement onder e), toevoeging rechtbank] of over de beëindiging van het contract gesproken. Ik heb de tekst gezien, voor mij was die duidelijk en ik was ermee akkoord.

2.8. Vooropgesteld wordt dat [betrokkene 1] gelet op zijn functie van statutair directeur van Go4Agri, moet worden aangemerkt als partijgetuige. De verklaring die hij als partijgetuige heeft afgelegd, kan op grond van artikel 164, tweede lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen bewijs in het voordeel van Go4Agri opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. Volgens vaste jurisprudentie houdt dat in dat er aanvullende bewijzen voorhanden moeten zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijverklaring voldoende geloofwaardig maken. De vraag is dus of de verklaring van [betrokkene 2], mede gelet op de verklaring van [eiser], als dergelijk aanvullend bewijs kan worden aangemerkt. Deze vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend en overweegt daartoe als volgt.

2.9. Volgens [betrokkene 1] heeft hij tijdens het gesprek met [eiser] op 10 februari 2010 gezegd dat punt e) van de principal agreement inhield dat beiden de vrijheid hadden om na drie maanden acuut te stoppen, maar dat daar behalve [eiser] niemand anders bij aanwezig was. Nu [eiser] heeft verklaard dat dit niet is besproken, kan dit, gelet op hetgeen in rechtsoverweging 2.8 is overwogen, niet bewezen worden geacht.

[betrokkene 1] heeft voorts verklaard dat hij voorafgaande aan het ondertekenen van de principal agreement op 10 februari 2010 drie à vijf keer met [eiser] heeft gesproken over tussentijdse opzegging en dat [betrokkene 2] bij een aantal van die gesprekken aanwezig is geweest. Als al wordt uitgegaan van de verklaring van [betrokkene 1] , die door [eiser] op dit punt eveneens wordt betwist, dan volgt daaruit nog niet dat aan [eiser] kenbaar is gemaakt dat Go4Agri met tussentijdse opzegging bedoelde dat de principal agreement ook eerder kon worden beëindigd dan na ommekomst van de overeengekomen bepaalde duur van 12 maanden. Tussentijdse beëindiging kon ook zien op de beëindiging na ommekomst van die 12 maanden, nu beiden hebben verklaard dat zij de intentie hebben uitgesproken om voor langere tijd te gaan samenwerken. Dat uitdrukkelijk zou zijn besproken dat ook eerder met de samenwerking kon worden gestopt, volgt wel met zoveel woorden uit de verklaring van [betrokkene 2] en zijn gespreksnotitie, maar de rechtbank heeft geen aanknopingspunten om de verklaring van [betrokkene 2] geloofwaardiger te achten dan de verklaring van [eiser], integendeel. Zo is de gespreksnotitie niet gedateerd en ook pas tijdens het getuigenverhoor ter sprake gekomen. Bovendien bevat deze gespreksnotitie dermate specifieke kenmerken, dat bij vertaling via Google, zoals [betrokkene 2] stelt te hebben gedaan, het in de lijn der verwachting had gelegen dat daarvoor ook in de Engelse tekst van de principal agreement aanknopingspunten zouden zijn te vinden. Dat is niet het geval. Bij dit alles betrekt de rechtbank dat [betrokkene 2] de broer is van [betrokkene 1] en als zelfstandige zelf werkzaamheden voor Go4Agri verricht. In zoverre heeft [betrokkene 2] ook zelf belang bij de uitkomst van dit geding.

2.10. Gelet op het voorgaande is niet met een voldoende mate van zekerheid komen vast te staan dat sprake was van een gezamenlijke van de tekst van de principal agreement afwijkende partijbedoeling. Go4Agri is derhalve niet geslaagd in het haar opgedragen bewijs.

2.11. In rechtsoverweging 4.6 van het tussenvonnis van 31 augustus 2011 is reeds overwogen dat dit meebrengt dat de vordering van [eiser] zal worden toegewezen tot het bedrag van € 30.450,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarden.

2.12. Go4Agri zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van [eiser] op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 84,89

- griffierecht 580,00

- salaris advocaat 1.737,00 (3,0 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 2.401,89

in reconventie

2.13. In rechtsoverwegingen 4.9 tot en met 4.11 van het tussenvonnis van 31 augustus 2011 is reeds overwogen dat de vorderingen in reconventie dienen te worden afgewezen.

2.14. Go4Agri zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op € 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00).

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. veroordeelt Go4Agri om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 30.450,00 (dertig duizendvierhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van 15 november 2010 tot de dag van volledige betaling,

3.2. veroordeelt Go4Agri in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 2.401,89,

3.3. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.5. wijst de vorderingen af,

3.6. veroordeelt Go4Agri in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.158,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op

20 juni 2012.