Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX3563

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
229269
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opzegging maatschapsovereenkomst logopediepraktijk. Ontbonden gemeenschap moet worden vereffend en verdeeld. Redelijkheid en billijkhied staan eraan in de weg dat één van de maten met feitelijke uitsluiting van de andere maat de praktijk voortzet. Vorderingen van de uitgesloten maat worden beperkt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 229269 / KG ZA 12-236

Vonnis in kort geding van 20 juni 2012

in de zaak van

[eiseres],

eiseres,

advocaat mr. C.J.P.H.M. Bonnier te Eindhoven,

tegen

[gedaagde],

gedaagde,

advocaat mr. S. Kökbugur te Almere.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiseres]

- de wijziging van eis

- de pleitnota van [gedaagde]

- de aanhouding ten behoeve van schikkingsonderhandelingen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen zijn beiden logopediste. Met ingang van 1 oktober 2005 zijn zij met elkaar een samenwerkingsverband aangegaan in de vorm van een maatschap, waarin voor gemeenschappelijke rekening en risico een logopediepraktijk wordt geëxploiteerd onder de naam “[[de praktijk]]” (hierna: de praktijk).

2.2. De samenwerking is tot uitdrukking gebracht in een schriftelijke maatschapsovereenkomst van 2 september 2005 (hierna: de maatschapsovereenkomst).

2.3. Uit de maatschapsovereenkomst worden de navolgende bepalingen geciteerd:

Aanvang, duur en vestigingsplaats

Artikel 2

1. De maatschap zal aanvangen op 1 oktober 2005 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

2. De maatschap zal gedurende drie jaren, dat is tot 1 oktober 2008, door geen der partijen kunnen worden opgezegd, behoudens het geval dat één der partijen om klemmende redenen de uitoefening der praktijk definitief neerlegt.

3. De maatschap is gevestigd te [woonplaats] en houdt aldaar adres in het pand aan de [adres].

Inbreng

Artikel 3

1. Ieder der partijen brengt in de maatschap in haar volle arbeid, vlijt, kennis, roerende zaken (bij partijen genoegzaam bekend), relaties en cliëntenbestand, alsmede het genot van de onverdeelde helft van de praktijkruimte [adres].

2. Door het ingaan van de maatschap is ieder der partijen gelijkelijk gerechtigd in de maatschapspraktijk en in de roerende zaken ten behoeve van de praktijkuitoefening.

Wederzijdse verplichtingen en nevenwerkzaamheden

Artikel 5

1. Het is aan ieder der partijen verboden, zonder schriftelijke toestemming van de andere partij voor eigen rekening enige andere logopediepraktijk dan de onderhavige uit te oefenen of bij de uitoefening van een dergelijke praktijk rechtstreeks of zijdeling betrokken te zijn.

Einde der maatschap

Artikel 13

De maatschap eindigt:

1. door opzegging per aangetekend schrijven door een der partijen aan de andere partij tegen het einde van een kalendermaand met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste zes maanden en met inachtneming van het gestelde in artikel 2 lid 2;

(…)

5. door ontbinding conform het bepaalde in artikel 14;

(…).

Artikel 14

1. De ontbinding der maatschap kan door een der partijen slechts worden gevorderd in geval van:

a. (…)

b. het bestaan van wettige redenen.

2. Het al dan niet bestaan van wettige redenen staat uitsluitend ter beoordeling van de in artikel 19 bedoelde scheidslieden.

Gevolgen van beëindiging

Vereffening

Artikel 15

1. Bij beëindiging der maatschap tegen enig tijdstip gedurende de loop van een kalenderjaar, zal per datum van beëindiging een balans en verlies- en winstrekening worden opgemaakt, waarbij de leden 3, 4 en 5 van artikel 7 overeenkomstig van toepassing zijn.

2. Bij beëindiging der maatschap, om welke reden ook, wordt aan ieder der partijen respectievelijk diens rechtverkrijgenden de aan ieder tot aan de dag der beëindiging of ontbinding toekomende winst uitgekeerd.

3. Ieder der partijen is gehouden al hetgeen zij ieder voor zich nog uit de maatschap te vorderen hebben respectievelijk aan haar verschuldigd zijn, met elkander te verrekenen. De vorderingen en de schulden der maatschap dienen te worden geïnd, respectievelijk betaald en het saldo wordt in verdeling gebracht, echter niet eerder dan drie maanden, nadat de bekende schulden zijn betaald.

4. Voor zover mogelijk, blijven de bepalingen van de onderhavige overeenkomst tijdens de vereffening van toepassing.

Gevolgen van het eindigen der maatschap anders dan wegens overlijden

Artikel 17

1. Indien de maatschap eindigt door ontbinding als bedoeld in artikel 13 sub 3, 4, 5 (juncto artikel 14 lid 1a) en 6 (…) wordt de tot de maatschap behorende praktijk door de achterblijvende partij voor wat betreft haar aandeel voortgezet en voor wat betreft het aandeel van de vertrekkende partij gedurende ten hoogste drie maanden waargenomen. (…)

3. Binnen twee maanden, te rekenen vanaf de datum van ontbinding, is de vertrekkende partij verplicht diens aandeel in de maatschap schriftelijk aan te bieden aan de achterblijvende partij, terwijl deze het recht heeft dat aandeel over te nemen, tegen een som, vast te stellen met inachtneming van de alsdan geldende normen en omstandigheden. (…)

6. De partij, die na beëindiging van de maatschap haar aandeel in de maatschapspraktijk overdraagt aan de andere partij of aan een derde, is gehouden zich niet opnieuw als logopedist te vestigen en als zodanig praktijk uit te oefenen in [woonplaats] en een straal van 10 km daaromheen, zulks op straffe van een terstond opeisbare, niet voor matiging vatbare, boete (…). Dit verbod geldt voor een termijn van vijf jaren, te rekenen vanaf de datum, waarop een dergelijke praktijkoverdracht zal hebben plaatsgevonden.

7. In geval na de onopzegbare periode de maatschap door één der partijen wordt opgezegd, zijn beide partijen gerechtigd ter plaatse zelfstandig en voor eigen rekening en risico de praktijk te blijven uitoefenen.

8. Bij scheiding en deling van de tot de maatschapspraktijk behorende cliënten rust op partijen de verplichting een verdeling te treffen conform de in artikel 3 lid 2 bedoelde gerechtigdheid.

Arbitrage

Artikel 19

Alle geschillen welke mochten ontstaan met naar aanleiding van deze overeenkomst, dan wel van nadere overeenkomsten die hiervan het gevolg mochten zijn, worden - behoudens voorzieningen in kort geding - uitsluitend beslist door middel van arbitrage door drie scheidslieden. (…)

2.4. [eiseres] heeft per aangetekende brief van 13 oktober 2011 aan [gedaagde] de maatschapsovereenkomst opgezegd tegen 1 mei 2012. Uit de brief – van mr. S.A. Snippenburg namens [eiseres] – wordt geciteerd:

Cliënte is van oordeel dat de onderlinge samenwerking met u duurzaam is ontwricht en wenst de maatschap thans tegen de vroegst mogelijke datum te beëindigen.

Door middel van deze brief zegt cliënte u hierbij de maatschap op, en wel uitgaande van de opzegging overeenkomstig artikel 13 lid 1 van het maatschapscontract, met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste zes maanden; de maatschap zal daardoor eindigen per 1 mei 2012.

2.5. Als reactie hierop heeft [gedaagde] bij brief van 25 november 2011 de maatschapsovereenkomst per direct buitengerechtelijk ontbonden wegens gewichtige redenen en het standpunt ingenomen dat zij als voortzettende maat dient te worden gekwalificeerd die gerechtigd is het maatschapsaandeel van [eiseres] over te nemen.

Uit de brief van mr. Nome namens [gedaagde] wordt geciteerd:

In bovengenoemde zaak bericht ik u dat cliënte hierbij buitengerechtelijk en per direct om gewichtige redenen de maatschap ontbindt, ex art. 13 lid 5 jo art. 14 lid 1 sub b van de maatschapsovereenkomst.

Cliënte zal als achterblijvende partij haar aandeel voortzetten en zal uw aandeel voor ten hoogste drie maanden waarnemen. Gelet op artikel 17 lid 3 maatschapsovereenkomst dient u binnen twee maanden na heden uw aandeel in de maatschap schriftelijk aan cliënte aan te bieden (…)

2.6. Bij brief van 15 december 2011 heeft [eiseres] de maatschapovereenkomst per direct buitengerechtelijk ontbonden. Uit deze brief – van mr. S.A. Snippenburg namens [eiseres] – wordt geciteerd:

Bij brief van 13 oktober 2011 heeft mijn cliënte de maatschap met u opgezegd per 1 mei 2012 omdat zij van oordeel is dat de onderlinge samenwerking met u zodanig duurzaam is ontwricht dat de maatschap dient te eindigen.

Na deze datum hebben zich nieuwe feiten en omstandigheden voorgedaan welke, tezamen met de feiten en omstandigheden die aanleiding waren voor de opzegging, met zich brengen dat in redelijkheid niet langer van cliënte kan of mag worden gevergd of verwacht om de samenwerking met u tot 1 mei 2012 voort te zetten. Voormelde feiten en omstandigheden betreffen onder meer, doch niet uitsluitend, de navolgende:

U heeft op 6 december 2011 mijn cliënte de toegang tot de praktijk ontzegd, zonder overleg en instemming van mijn cliënte heeft u recentelijk de praktijk roze geverfd, heeft u spullen en materialen van cliënte uit een kast weggeruimd en heeft u een computer van de praktijk mee naar huis genomen. Bovendien werd cliënte aan huis onaangekondigd bezocht door de heer [X]. Naar verluid heeft hij cliënte aangesproken op haar bezoek aan de praktijkruimte van 6 december 2011 en haar zodanig bejegend dat zij zich bedreigd en geïntimideerd voelde. Voorts weigert u stelselmatig inzage te verschaffen en informatie te verstrekken omtrent het inlenen van mevrouw [betrokkene] via [praktijk Y]. Ook heeft u niet volledig voldaan aan hetgeen ter zake het kort geding eerder dit jaar tussen u en cliënte werd afgesproken, zoals het verschaffen van een lijst met namen van personen en instellingen die onrechtmatig door u werden aangeschreven en heeft u cliënte geen volledige toegang verschaft tot geautomatiseerde bestanden en computersystemen van de praktijk. Daarnaast heeft cliënte vastgesteld dat u in strijd met het non-concurrentiebeding uit de maatschapsovereenkomst heeft gehandeld.

Cliënte ontbindt hierbij buitengerechtelijk en per direct de maatschap op grond van artikel 13 lid 5 juncto artikel 14 lid 1 sub b van de maatschapsovereenkomst. Cliënte zal haar praktijk op de huidige locatie continueren en wenst de totale praktijk in haar geheel voort te zetten. Cliënte dient te worden aangemerkt als achterblijvende vennoot en zal in deze hoedanigheid het aandeel van de uwe voortzetten en voor ten hoogste drie maanden waarnemen.

Op grond van artikel 17 lid 3 maatschapsovereenkomst bent u gehouden uw aandeel in de maatschap aan mijn cliënte aan te bieden.

In het geval de ontbinding rechtens geen stand mocht houden, betrekt cliënte subsidiair en meer subsidiair de volgende stellingen. Subsidiair. Gezien de inmiddels ontstane situatie, acht cliënte deze momenteel dermate ernstig en spoedeisend dat termen aanwezig zijn om de bij brief van 13 oktober 2011 reeds gedane opzegging per onmiddellijk in te laten gaan, en voor zover nodig wordt hierbij de maatschap per direct aan u opgezegd en waardoor per direct de maatschap eindigt. Meer subisidiair (…) handhaaft cliënte de reeds d.d. 13 oktober 2011 gedane opzegging en derhalve de beëindiging van de maatschap per 1 mei 2012.

2.7. Op 10 april 2012 heeft [gedaagde] per e-mail aan medewerkers van het consultatiebureau te [woonplaats] gemaild:

Zoals je waarschijnlijk al weet maakt [ ] [eiseres] geen deel meer uit van [de praktijk]. De laatste jaren was zij degene die de praktijk vertegenwoordigde op het consultatiebureau van [woonplaats]. (…) Wij hebben best veel consultatiebureau kinderen in behandeling en we zouden daarover graag met jullie in contact blijven.

2.8. De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 18 april 2012 [gedaagde] gesommeerd een aantal in die brief omschreven volgens [eiseres] nalatige en onrechtmatige c.q. wanpresterende handelingen te staken en haar aansprakelijk gesteld voor alle geleden dan wel te lijden schade. In deze brief is een aantal van de gestelde nalatige handelingen van [gedaagde] opgesomd en is aangegeven dat in het belang van beide partijen de praktijksituatie weer moet worden genormaliseerd en tegelijkertijd ofwel via de rechter in een bodemzaak ofwel via bindend advies het conflict tussen partijen definitief moet worden beslecht. In de brief is ook onderhavig kort geding aangezegd.

2.9. [gedaagde] heeft hierop gereageerd bij brief van 22 april 2012. [gedaagde] weigert aan de sommatie gehoor te geven.

2.10. Tussen de partijen is of wordt een arbitrale procedure aanhangig gemaakt, op grond van artikel 19 van de maatschapsovereenkomst.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd dat de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde] beveelt om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis:

a. Alle gegevens vanaf 1 maart 2012 de praktijk betreffende zoals afspraken, verslagen, notities, financiële gegevens e.d., in het softwareprogramma "Logobase" van de praktijk te registreren en geregistreerd te houden;

b. Alle administratie van de praktijk - waaronder de mappen ter zake de verwijzingen van huisartsen over de jaren 2011 en 2012, de map boekhouding 2011 en de personeelsmap, neer te leggen op de hoofdlocatie van de praktijk, zodanig dat [eiseres] aldaar de vrije toegang heeft tot deze administratie;

c. [eiseres] per brief te informeren over alle zaken de praktijk betreffende die [gedaagde] voor [eiseres] vanaf 1 januari 2011 achter heeft gehouden;

d. Het personeel van de praktijk een brief te sturen - met kopie aan [eiseres] - met de navolgende inhoud, dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen andersluidende inhoud: "Op last van de Voorzieningenrechter te Arnhem, rechtdoende in kort geding, en uit hoofde van het dienaangaande op ….. 2012 gewezen vonnis, bericht ik u hierbij dat u mijn praktijkgenote mevrouw [ ] [eiseres] nog immer dient te beschouwen als uw mede-werkgever en dienovereenkomstig jegens haar dient te handelen. Ondermeer dient u alle gegevens vanaf 1 maart 2012 betreffende uw werkzaamheden, zoals afspraken, verslagen, notities, financiële gegevens e.d., in het softwareprogramma "Logobase" van de praktijk te registreren en geregistreerd te houden.";

e. Alle e-mailcorrespondentie de praktijk betreffende slechts nog te laten lopen via het e-mailadres van de praktijk, te weten [e-mailadres] en [eiseres] te voorzien van alle e-mailcorrespondentie de praktijk betreffende die niet heeft plaatsgevonden via laatstgenoemd e-mailadres;

f. Het beheer van de website mede beschikbaar te stellen aan [eiseres] door middel van het schriftelijk verschaffen aan [eiseres] van de daartoe benodigde inlog- en overige gegevens;

g. De website van de praktijk zodanig aan te passen dat ook het mobiele nummer van [eiseres] op de website wordt vermeld, net als bij [gedaagde], en dat met een klik op de foto van [eiseres] de oorspronkelijke beschrijving/CV van [eiseres] weer voor gebruikers van de website zichtbaar wordt;

h. De mogelijkheid voor [eiseres] om met haar laptop gebruik te maken van de zakelijke internetverbinding, te herstellen;

i. Alle financiële transacties de praktijk betreffende, waaronder de huur- en salarisbetalingen, slechts nog te laten plaatsvinden via het bankrekeningnummer van de praktijk, te weten [rekeningnummer] (ABN AMRO) en alle daartoe benodigde handelingen te verrichten, alsmede [eiseres] te voorzien van een overzicht, inclusief bank- c.q. giroafschriften, met vermelding van alle financiële transacties de praktijk betreffende die [gedaagde] niet heeft laten plaatsvinden via genoemd bankrekeningnummer van de praktijk;

j. De roze geschilderde delen van de praktijk op eigen kosten te herstellen c.q. over te (laten) schilderen in de oorspronkelijke kleur;

k. Aan [eiseres] te overhandigen een lijst met vermelding van alle derde partijen die [gedaagde] schriftelijk dan wel mondeling heeft bericht aangaande het beweer¬delijk niet meer werkzaam c.q. betrokken zijn van [eiseres] bij de praktijk en de betreffende partijen/personen een brief te sturen - met kopie aan [eiseres] - met de navolgende inhoud, dan wel een door de Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen andersluidende inhoud: "Op last van de Voorzieningenrechter te Arnhem, rechtdoende in kort geding, en uit hoofde van het dienaangaande op …… 2012 gewezen vonnis, bericht ik u hierbij dat in tegenstelling tot mijn eerdere berichtgeving aan u, mijn praktijkgenote [ ] [eiseres] nog immer, net als voorheen, deel uitmaakt van "[de praktijk]".

l. Aan de huisarts van mevrouw [Q] een brief te sturen - met kopie aan [eiseres] - met de navolgende inhoud, dan wel een door de Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen andersluidende inhoud: "Op last van de Voorzieningenrechter te Arnhem, rechtdoende in kort geding, en uit hoofde van het dienaangaande op ….. 2012 gewezen vonnis, bericht ik u hierbij dat in tegenstelling tot mijn eerdere bericht aan u mijn praktijkgenote [ ] [eiseres] weldegelijk voldoende capabel was en is om de behandeling van mw. [Q] op zich te kunnen nemen.";

m. Aan het administratiekantoor van de praktijk (AH&T B.V. te Velp) een brief te sturen - met kopie aan [eiseres] - met de navolgende inhoud, dan wel een door de Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen andersluidende inhoud: "Op last van de Voorzieningenrechter te Arnhem, rechtdoende in kort geding, en uit hoofde van het dienaangaande op ….. 2012 gewezen vonnis, bericht ik u hierbij dat in tegenstelling tot mijn eerdere bericht aan u werkneemster A. [betrokkene] met ingang van 1 mei 2012 niet langer in dienst is van de praktijk en werkneemster L. [betrokkene 2] nog immer in dienst is van de praktijk, en wel op grond van een dienstverband voor onbepaalde tijd.";

n. Iedere met de praktijk concurrerende activiteit te staken en opgaaf te doen aan het handelsregister van wijziging van de inschrijving van onderneming [praktijk Y], zodanig dat in het handelsregister niet langer het bedrijfsadres van de praktijk bij [praktijk Y] geregistreerd staat en uit de inschrijving in het handelsregister op geen enkele wijze meer blijkt van een mogelijk met de praktijk concurrerende onderneming;

o. De website van [praktijk Y] zodanig aan te passen dat niet langer het bedrijfsadres c.q. overige gegevens van de gezamenlijke praktijk daarop vermeld staan en dat op geen enkele wijze nog blijkt van een mogelijk met de praktijk concurrerende onderneming;

p. Nu evident is dat "[de praktijk] B.V. i.o." feitelijk wordt beheerst door [gedaagde]: te realiseren dat ieder gebruik van de naam "[de praktijk] B.V. i.o." alsmede het gebruik door die entiteit van de website van de praktijk, wordt gestaakt, opgaaf wordt gedaan aan het handelsregister om de inschrijving van de onderneming [de praktijk] B.V. i.o. te wijzigen zodanig dat voormelde naam en website van de gezamenlijke praktijk niet langer staan ingeschreven en uit de inschrijving in het handelsregister op geen enkele wijze meer blijkt van een mogelijk met de praktijk concurrerende onderneming, alsmede dat opgaaf wordt gedaan aan de exploitant(en) van de website van zorgverzekeraar 'Agis' te Amersfoort en van de website www.allebedrijven.nl, omtrent voormelde wijzigingen.

Iedere overtreding van enig in verband met het hierboven onder la tot en met 1p bepaalde gegeven bevel, op straffe van een dwangsom van € 5.000 voor iedere dag, dan wel een gedeelte daarvan, dat [gedaagde] hiermee - al dan niet gedeeltelijk - in gebreke blijft;

2. [gedaagde] te veroordelen:

a. Om gestaakt te houden alle nalatige handelingen die zij, gelet op het hierover onder 1a tot en met 1p bepaalde, heeft verricht, zulks op straffe van een dwangsom van

€ 5.000 per overtreding voor iedere dag, dan wel een gedeelte daarvan, dat [gedaagde] hiermee - al dan niet gedeeltelijk - in gebreke blijft;

b. Tot betaling van een bedrag aan [eiseres] van € 5.000, dan wel een door de

Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen lager bedrag, en wel ten titel van voorschot op de door [eiseres] inmiddels geleden schade dan wel nog te lijden schade;

c. In de kosten van dit geding.

3.2. [eiseres] heeft haar eis vervolgens vermeerderd, waartegen [gedaagde] zich niet heeft verzet, in de zin dat zij naast de vorderingen in de dagvaarding nog het volgende vordert:

q. [gedaagde] te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis ofwel de pincode van voor het op afstand afluisteren van de voice mail van de gezamenlijke praktijk geheel op te heffen ofwel deze pincode schriftelijk af te geven aan [eiseres], en deze situatie te handhaven, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag, dan wel een gedeelte daarvan, dat [gedaagde] hiermee - al dan niet gedeeltelijk - in gebreke blijft;

r. [gedaagde] te verbieden om mevrouw [ ] [betrokkene] vanaf 1 mei 2012 werkzaam te laten zijn voor (klanten van) de gezamenlijke praktijk en/of haar anderszins werkzaam te laten zijn voor de gezamenlijke praktijk en/of haar toegang te verlenen tot de gezamenlijke praktijk en/of betalingen aan haar te doen als ware zij werkneemster van de gezamenlijke praktijk en/of anderszins te handelen als ware mevrouw [ ] [betrokkene] werkneemster van de gezamenlijke praktijk, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag, dan wel een gedeelte daarvan, dat [gedaagde] hiermee - al dan niet gedeeltelijk - in gebreke blijft.

3.3. [gedaagde] voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Preliminaire kwesties

4.1. De mondelinge behandeling van onderhavige zaak heeft plaatsgevonden op 16 mei 2012 om 9.00 uur. De advocaat van [gedaagde] heeft op de dag voor de zitting rond 15:30 uur een zestiental producties gefaxt aan de rechtbank. De advocaat van [eiseres] heeft bezwaar gemaakt tegen toelating van die producties omdat hij die allereerst niet heeft ontvangen en die daarenboven te laat, niet vóór 24 uur voor de zitting zijn ingediend, waardoor hij zich niet heeft kunnen voorbereiden op die stukken.

4.2. Hoewel de advocaat van [gedaagde] stelt dat hij de producties ook heeft gefaxt aan de advocaat van [eiseres], heeft hij dat niet met een faxbevestiging aangetoond en evenmin, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist dat de advocaat van [eiseres] de producties niet heeft ontvangen. In ieder geval staat vast dat de producties niet conform artikel 6.2 van het Proces¬reglement kort gedingen rechtbanken sector civiel/familie (hierna: het Procesreglement) uiterlijk 24 uur (één werkdag) vóór de zitting zijn ingediend. Zij zijn dus in ieder geval te laat ingediend. Gezien de grote omvang van de producties bestond er tijdens de zitting onvoldoende gelegenheid voor [eiseres] en mr. Bonnier om van die producties kennis te nemen. Daarom acht de voorzieningenrechter het in strijd met de goede proces¬orde om de producties van [gedaagde] in het geding toe te laten. De voorzieningen¬rechter heeft ter zitting de producties van [gedaagde] teruggegeven aan de advocaat van [gedaagde].

4.3. De advocaat van [gedaagde] heeft op de terechtzitting een eis in reconventie ingediend, zonder voorafgaande schriftelijke mededeling van deze eis en de gronden daarvan aan [eiseres] en de voorzieningen¬rechter. De advocaat van [eiseres] heeft met verwijzing naar het procesreglement kort geding rechtbanken sector civiel/familie bezwaar gemaakt tegen de eis in reconventie. Hij stelt dat hij is overvallen door de niet vooraf aangekondigde eis in reconventie en daardoor geen goed verweer kan voeren tegen die eis.

4.4. Ingevolge artikel 7.2 van het procesreglement dient een eis in reconventie en de gronden daarvan zo spoedig mogelijk, uiterlijk 24 uur vóór de terechtzitting, schriftelijk meegedeeld te worden aan de wederpartij en de voorzieningenrechter. Vast staat dat de eis in reconventie niet dienovereenkomstig is aangekondigd. Gelet op de uitgebreide eis in reconventie, bestaande uit twaalf vorderingen, die bovendien niet eenvoudig te beoordelen zijn, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de eisen van een goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor eraan in de weg staan dat deze niet vooraf aangekondigde en in omvang uitgebreide eis in reconventie toch wordt toegestaan. [gedaagde] kan dus niet worden ontvangen in haar eis in reconventie. De voorzieningenrechter heeft op die grond ter zitting beslist de eis in reconventie buiten beschouwing te laten.

Inhoudelijke beoordeling

4.5. [eiseres] stelt een spoedeisend belang te hebben bij de door haar verzochte voorzieningen. Zij voert aan dat zij, tot het moment dat de partijen de verdeling van hun ontbonden maatschap hebben geëffectueerd, er belang bij heeft dat de praktijk op normale wijze wordt voortgezet. Door het handelen van [gedaagde] wordt het [eiseres] onmogelijk gemaakt haar werkzaamheden op behoorlijke wijze uit te voeren en lijdt zij schade, waaronder reputatieschade die zeer lastig te herstellen is. De schade voor [eiseres] blijft oplopen. [gedaagde] is niet bereid gebleken vrijwillig de praktijksituatie te normaliseren en haar schadeveroorzakend handelen te staken. Het spoedeisend belang vloeit uit deze stellingen voort.

4.6. [eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] verschillende, door haar in de stukken nader omschreven, nalatige c.q. onrechtmatige c.q. wanpresterende handelingen en gedragingen jegens haar verricht en/of heeft verricht, die ongedaan gemaakt moeten worden. [eiseres] stelt dat door de ontbinding van de maatschapsovereenkomst een onverdeelde gemeenschap als bedoeld in Titel 7 Boek 3 BW is ontstaan en dat partijen tot aan de vereffening/verdeling van deze ontbonden gemeenschap zich correct en redelijk en billijk ten opzichte van elkaar moeten gedragen, met inachtneming van de maatschaps¬overeenkomst en zorgvuldig dienen om te gaan met de ontbonden gemeenschap. De door [gedaagde] verrichte handelingen en gedragingen zijn daarmee in strijd. [eiseres] wenst dat de praktijk op normale wijze wordt voortgezet totdat de verdeling een feit is.

4.7. Hierover wordt als volgt overwogen. Tussen de partijen staat wel vast dat hun samenwerking duurzaam is ontwricht. Nadat [eiseres] bij brief van 13 oktober 2011 de maatschapsovereenkomst had opgezegd, heeft [gedaagde] bij brief van 25 november 2011 de maatschapsovereenkomst ontbonden wegens gewichtige redenen, waarna vervolgens [eiseres] harerzijds bij brief van 15 december 2011 de maatschapsovereenkomst heeft ontbonden wegens gewichtige redenen.

4.8. Voor de beoordeling van de rechtsverhouding waarin de partijen thans tot elkaar staan, is van belang vast te stellen welke van deze wijzen van beëindiging van de maatschapsovereenkomst rechtsgevolg heeft gehad en welke niet. Tussen de partijen is niet in geschil dat de maatschapsovereenkomst voorziet in de mogelijkheid van opzegging (zie artikel 13 lid 1). De overeenkomst is dus in ieder geval opgezegd door de brief van 13 oktober 2011 van [eiseres] aan [gedaagde], zodat deze in ieder geval is geëindigd per 1 mei 2012. Voorshands is de voorzieningenrechter van oordeel dat die opzegging niet uitsluit dat in de periode daarna de overeenkomst door één der partijen wordt ontbonden als voorzien in artikel 14 van de overeenkomst. Artikel 14 van de maatschapsovereenkomst voorziet in ontbinding in geval van het bestaan van wettige redenen. In de maatschapsovereenkomst wordt niet geëxpliciteerd wat daarmee wordt bedoeld. De voorzieningenrechter gaat er van uit dat gedoeld wordt op gewichtige redenen zoals bedoeld in artikel 7A:1684 BW. De partijen gaan er kennelijk beiden van uit dat die gewichtige redenen kunnen zijn gelegen in wanprestatie. Het gaat echter het bestek van dit kort geding te buiten om te beoordelen of sprake is van een wanprestatie van één der partijen en zo ja, van wie. Nog afgezien van het feit dat de brief van 25 november 2011 niet is gemotiveerd, hebben beide partijen de door de ander aan haar standpunt ten grondslag gelegde stellingen betwist. De stukken die [eiseres] in het geding heeft gebracht zijn onvoldoende voor de beoordeling daarvan, terwijl voorts wellicht nog nadere bewijslevering nodig zou zijn, waarvoor dit kort geding zich niet leent. Het gevolg hiervan is dat bij de beoordeling van de vorderingen uitgangspunt moet zijn dat in onvoldoende mate is komen vast te staan dat [gedaagde] de overeenkomst terecht heeft ontbonden bij brief van 25 november 2011, terwijl evenmin in voldoende mate is komen vast te staan dat [eiseres] de overeenkomst terecht heeft ontbonden bij brief van 15 december 2011. Wel is duidelijk dat de overeenkomst in ieder geval is geëindigd per 1 mei 2012 door de opzegging van [eiseres].

4.9. Beide partijen hebben in hun brieven van 25 november 2011 en 15 december 2011 aangegeven dat zij de praktijk willen voortzetten ingevolge artikel 17 lid 1 van de maatschapsovereenkomst. Uit het voorgaande volgt echter dat in dit kort geding niet kan worden beoordeeld of één der partijen daarop aanspraak kan maken en zo ja, wie. Uitgangspunt bij de verdere beoordeling is dan dat de overeenkomst per 1 mei 2012 door opzegging is geëindigd, dat geen van beide partijen aan de maatschapsovereenkomst het recht tot voortzetting kan ontlenen en dat beide partijen ingevolge artikel 17 lid 7 van de maatschapsovereenkomst gerechtigd zijn ter plaatse zelfstandig en voor eigen rekening en risico de praktijk te blijven uitoefenen.

4.10. Daaruit vloeit voort dat sprake is van een ontbonden gemeenschap, die dient te worden vereffend en verdeeld. Ook in deze fase van hun samenwerking staan de partijen tot elkaar in een door redelijkheid en billijkheid beheerste rechtsverhouding (zie art 3:166 lid 3 BW).

4.11. [eiseres] stelt - samengevat - dat [gedaagde] net doet alsof de praktijk alleen van haar is. Zij heeft ter onderbouwing daarvan het volgende gesteld.

- Met ingang van 1 maart 2012 worden door [gedaagde] en de medewerkers van de praktijk geen praktijkgegevens meer in het software programma ‘logobase’ geregistreerd, waardoor [eiseres] niet meer in staat is deze afspraken te declareren, waardoor zij geen volledig inzicht meer heeft in de dossiers en de planning en ernstig wordt belemmerd in de normale praktijkuitoefening.

- [gedaagde] doet de gelden terzake van de door haar en de medewerkers verrichte behandelingen niet meer binnenkomen op de gezamenlijke bankrekening van de praktijk maar op een eigen bankrekening, terwijl [eiseres] de revenuen van haar eigen werkzaamheden wel op de gezamenlijke praktijkrekening laat betalen.

- [gedaagde] heeft alle automatische betalingen van de praktijkrekening, waaronder die aan [eiseres] en haar zelf, geannuleerd.

- [gedaagde] heeft een eigen bankrekening geopend op naam van de prakijk, waar [eiseres] geen toegang toe heeft.

- [gedaagde] concurreert met haar onderneming [praktijk Y] met de praktijk.

- Sinds 8 februari 2012 is in het handelsregister een vennootschap in oprichting ingeschreven, te weten ‘[de praktijk] B.V.’, die wordt beheerst door [X], de partner van [gedaagde]. Deze vennootschap in oprichting maakt onrechtmatig gebruik van de handelsnaam van de gezamenlijke praktijk, van de website, terwijl deze ook wordt gebruikt op de website van zorgverzekeraar Agis en terug te vinden is op www.allebedrijven.nl.

- [gedaagde] heeft op 10 april 2012 een e-mail verzonden aan het consultatiebureau te [woonplaats], waarin zij heeft medegedeeld dat [eiseres] geen deel meer uitmaakt van [de praktijk].

- [gedaagde] heeft aan het administratiekantoor van de praktijk medegedeeld dat de beide medewerkers met ingang van 1 maart 2012 niet meer bij de praktijk in dienst zijn.

- [gedaagde] heeft bewerkstelligd dat de zakelijke email alleen nog binnenkomt op haar privé

e-mailadres, dat op de website alleen het mobiele nummer van [gedaagde] en niet dat van [eiseres] wordt vermeld, dat op de website de foto van [eiseres] en haar daarachter aan te klikken gegevens zijn verwijderd en dat [eiseres] geen wijzigingen in de website kan aanbrengen.

- [gedaagde] heeft een bedrag ad € 12.795,00 van de gezamenlijke rekening opgenomen.

- [gedaagde] houdt de machtigingen c.q. verwijzingen van huisartsen onder zich, evenals de boekhouding over 2011 en de map betreffende praktijkpersoneel.

- [eiseres] wordt buiten overleg gehouden.

- [gedaagde] heeft de praktijk zonder overleg roze geverfd.

4.12. [gedaagde] heeft daartegen aangevoerd dat de samenwerking hoe dan ook is beëindigd en dat het haar vrij staat een eigen praktijk te voeren. Zij voert dus nu een eigen praktijk.

In dat kader is zij vrij haar afspraken te plannen in een eigen administratiesysteem, de betalingen op haar eigen bankrekening te laten binnenkomen, haar eigen website te beheren en de voormalige medewerkers van de gezamenlijke praktijk in te lenen.

4.13. Daarover wordt als volgt overwogen. De relatie tussen de partijen is ontwricht. De partijen hebben al sinds 2010 onderhandeld over een mogelijke voortzetting van de praktijk door één van hen, zonder dat zij tot overeenstemming hebben kunnen komen. Beide partijen hebben jegens de ander aanspraak gemaakt op voortzetting van de praktijk. Onder die omstandigheden staat de redelijkheid en billijkheid eraan in de weg dat één van de maten met feitelijke uitsluiting van de andere maat de praktijk voortzet. Die situatie doet zich hier voor. [gedaagde] stelt wel dat zij haar eigen praktijk is gaan voeren, maar dat overtuigt de voorzieningenrechter voorshands niet. [gedaagde] is praktijk blijven houden op hetzelfde adres als voorheen de maatschap, onder dezelfde naam als voorheen de maatschap, zij beheert een website onder hetzelfde adres als voorheen de maatschap, terwijl uit de e-mail van 10 april 2012 van [gedaagde] aan de consultatiebureaumedewerkers zonneklaar de suggestie volgt dat [gedaagde] de logopediepraktijk [woonplaats] voortzet en dat [eiseres] die heeft verlaten. Uit niets blijkt dat [gedaagde] een nieuwe praktijk zou zijn gestart. In wezen is sprake van een voortzetting van de gezamenlijke praktijk, maar dan voor eigen rekening. De belangrijkste wijzigingen zijn immers dat [gedaagde] de opbrengsten van haar behandelingen op een eigen bankrekening doet storten en dat zij – via haar vennootschap [praktijk Y] – de voormalige medewerkers [betrokkene] en [betrokkene 2] inleent, wier revenuen eveneens op de bankrekening van [gedaagde] worden gestort, waartegenover [gedaagde] ook van haar eigen bankrekening de huur van de door haar gebruikte nevenlocaties en, naar moet worden aangenomen, de kosten van inlening van de medewerkers voldoet.

4.14. Daarmee is feitelijk sprake van een voortzetting van de praktijk door [gedaagde] met uitsluiting van [eiseres], terwijl daarover geen overeenstemming is tussen de partijen en terwijl niet vaststaat dat [gedaagde] uiteindelijk tot voortzetting gerechtigd zal zijn. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat dergelijk handelen in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

4.15. Uitgangspunt is dat de maatschap door opzegging is geëindigd, zodat het maatschapsvermogen zal moeten worden vereffend en verdeeld. Artikel 15 lid 4 van de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de bepalingen van de onderhavige overeenkomst voorzover mogelijk tijdens de vereffening van toepassing blijven. Ook daarmee is de feitelijke voortzetting van de praktijk door [gedaagde] met uitsluiting van [eiseres] in strijd.

4.16. Desondanks zullen de vorderingen van Holthuizer maar beperkt worden toegewezen. De vorderingen zijn gericht op het voortzetten van de gezamenlijke praktijk. Het is duidelijk dat de partijen niet meer in staat zijn tot een constructieve gezamenlijke praktijkuitoefening. Aangenomen moet worden dat zij beiden hun eigen praktijk zullen moeten beginnen. Toewijzing van alle vorderingen zou er in wezen op neer komen dat de partijen over een periode van nog ongewisse duur gezamenlijk een bedrijf zouden moeten leiden, waartoe zij in wezen, zo is wel gebleken, niet meer in staat zijn en dat terwijl de maatschapsovereenkomst juist om die reden door [eiseres] is opgezegd.

4.17. Tot het moment dat de partijen overeenstemming hebben over wie de praktijk voortzet dan wel totdat er bij de arbitrage is beslist, dan wel de partijen beiden hun eigen praktijk zijn gestart, zullen wel enkele ordemaatregelen worden genomen. In zoverre zullen enkele vorderingen van [eiseres] worden toegewezen. Het betreft de vorderingen onder a, b, e, f, g, h, i en q.

4.18 De vordering onder a is toewijsbaar. In de periode van 1 maart tot 1 mei 2012 was de maatschapsovereenkomst nog niet geëindigd, zodat in die periode de gegevens die de praktijk betreffen in het softwareprogramma van de praktijk dienen te worden ingevoerd. Over de periode na 1 mei 2012 is uitgangspunt dat de praktijk nog wordt voortgezet, zodat ook dan de gegevens in het softwareprogramma waartoe ook [eiseres] toegang heeft, dienen te worden ingevoerd. Daarom is de vordering ook over de periode na 1 mei 2012 toewijsbaar.

4.19. De vordering onder b is toewijsbaar op dezelfde gronden als de vordering onder a.

4.20. De vordering onder c zal worden afgewezen omdat deze te onbepaald is.

4.21. De vordering onder d zal eveneens worden afgewezen. [gedaagde] heeft ter zitting gesteld dat de medewerkers [betrokkene] en [betrokkene 2] ontslag hebben genomen. De advocaat van [gedaagde] heeft concreet naar de ontslagbrieven verwezen. Onder die omstandigheden kan niet worden aangenomen dat zij nog bij de praktijk in dienst zijn, zodat er geen grond is hun mede te delen dat [eiseres] nog als hun werkgever dient te worden beschouwd.

4.22. De vorderingen onder e is toewijsbaar, in die zin dat [gedaagde] zal worden veroordeeld haar emailcorrespondentie de praktijk betreffende te laten lopen via het emailadres van de praktijk. Bij het terbeschikking stellen van alle emailcorrespondentie over het verleden heeft [eiseres] voorshands geoordeeld onvoldoende belang. De stand van zaken van de praktijk zal uit de administratie blijken.

4.23. De vorderingen onder f, g, h, en i zijn toewijsbaar.

4.24. De vordering onder j zal worden afgewezen omdat spoedeisend belang daarbij ontbreekt.

4.25. De vordering onder k zal worden afgewezen. Bij wijze van ordemaatregel is toewijzing van de vordering niet nodig, terwijl de gevorderde mededeling bij derden ook verwarring zal wekken, zeker als de partijen binnen afzienbare tijd helemaal uit elkaar zijn.

4.26. De vordering onder l zal worden afgewezen. [gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat aan de huisarts van cliënt [Q] zou zijn medegedeeld dat [eiseres] niet capabel was. Een onderzoek daarnaar gaat het bestek van dit kort geding te buiten. Bij gebreke van een vaststaande grondslag is voor de gevorderde mededeling geen grond.

4.27. De vordering onder m zal worden afgewezen nu [gedaagde] gemotiveerd heeft aangevoerd dat beide medewerkers niet in dienst zijn van de praktijk (maar via [praktijk Y] worden ingeleend). Aangenomen moet worden dat hun salariëring dienovereenkomstig plaats vindt. Bij de gevorderde mededeling aan het administratiekantoor heeft [eiseres] dan geen belang.

4.28. De vorderingen onder n en o zullen worden afgewezen. [gedaagde] heeft gesteld dat zij destijds met toestemming van [eiseres] activiteiten in [praktijk Y] is gaan ontplooien op het gebied van counseling en dat die activiteiten niet concurreren of concurreerden met de praktijk. Dat heeft [eiseres] niet gemotiveerd betwist. De doelomschrijving van [praktijk Y] is volgens [gedaagde] op enig moment wel aangepast, in die zin dat daaraan is toegevoegd logopedische werkzaamheden, maar de achtergrond daarvan was uitsluitend dat daardoor [betrokkene 2] en [betrokkene] door [praktijk Y] aan [de praktijk] konden worden uitgeleend. Ook dat heeft [eiseres] niet gemotiveerd betwist. De vermogensrechtelijke gevolgen van de werkzaamheden van [betrokkene 2] en [betrokkene] in de praktijk via [praktijk Y], dienen bij de vereffening en verdeling te worden betrokken. Er is onvoldoende grond voor het oordeel dat [praktijk Y] overigens concurrerende activiteiten verricht. Onder deze omstandigheden is er geen grond voor toewijzing van de vorderingen onder n en o.

4.29. De vordering onder p zal worden afgewezen omdat vast staat dat ‘[de praktijk] B.V. i.o.’ op naam staat van [X], die geen partij is in deze procedure.

4.30. De vordering onder q zal worden toegewezen.

4.31. De vordering onder r zal worden afgewezen. Aangenomen moet worden dat de werkzaamheden van [ ] [betrokkene] aan de praktijk ten goede komen. Het feit dat [eiseres] het niet eens is met de inleningsconstructie rechtvaardigt niet dat aan [betrokkene] – in strijd met de afspraken die met haar zijn gemaakt – de toegang tot het werk zou worden ontzegd.

4.33. De vordering onder 2 sub a wordt afgewezen omdat [eiseres] hierbij geen belang heeft. Deze vordering strekt niet tot iets anders dan de uitvoerige vorderingen onder 1 sub a tot en met q. De vordering onder 2 sub b strekt tot betaling van een geldsom. Hiervoor is geen spoedeisend belang gesteld, zodat deze vordering niet kan worden toegewezen. Bovendien is het gestelde bedrag in het geheel niet onderbouwd en dus niet aannemelijk geworden, zodat ook op die grond deze vordering niet voor toewijzing in aanmerking komt.

4.34. Er is aanleiding de gevorderde dwangsom te matigen en te maximeren als volgt. Gelet op de veelomvattendheid van de toegewezen vorderingen zal aan [gedaagde] een ruimere termijn dan de gevorderde 48 uur na betekening worden gegund om daaraan uitvoering te geven.

4.35. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschou¬wen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. beveelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis:

- alle gegevens vanaf 1 maart 2012 de praktijk betreffende zoals afspraken, verslagen, notities, financiële gegevens e.d., in het softwareprogramma "Logobase" van de praktijk te registreren en geregistreerd te houden;

- alle administratie van de praktijk - waaronder de mappen ter zake de verwijzingen van huisartsen over de jaren 2011 en 2012, de map boekhouding 2011 en de personeelsmap, neer te leggen op de hoofdlocatie van de praktijk, zodanig dat [eiseres] aldaar de vrije toegang heeft tot deze administratie;

- alle e-mailcorrespondentie de praktijk betreffende slechts nog te laten lopen via het

e-mailadres van de praktijk, te weten [e-mailadres];

- het beheer van de website mede beschikbaar te stellen aan [eiseres] door middel van het schriftelijk verschaffen aan [eiseres] van de daartoe benodigde inlog- en overige gegevens;

- de website van de praktijk zodanig aan te passen dat ook het mobiele nummer van [eiseres] op de website wordt vermeld, net als bij [gedaagde], en dat met een klik op de foto van [eiseres] de oorspronkelijke beschrijving/CV van [eiseres] weer voor gebruikers van de website zichtbaar wordt;

- de mogelijkheid voor [eiseres] om met haar laptop gebruik te maken van de zakelijke internetverbinding, te herstellen;

- alle financiële transacties de praktijk betreffende, waaronder de huur- en salarisbetalingen, slechts nog te laten plaatsvinden via het bankrekeningnummer van de praktijk, te weten [rekeningnummer] (ABN AMRO) en alle daartoe benodigde handelingen te verrichten, alsmede [eiseres] te voorzien van een overzicht, inclusief bank- c.q. giroafschriften, met vermelding van alle financiële transacties de praktijk betreffende die [gedaagde] niet heeft laten plaatsvinden via genoemd bankrekeningnummer van de praktijk;

- ofwel de pincode van voor het op afstand afluisteren van de voice mail van de praktijk geheel op te heffen ofwel deze pincode schriftelijk af te geven aan [eiseres], en deze situatie te handhaven,

5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2012.

Coll.: HS