Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX3514

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
03-08-2012
Datum publicatie
03-08-2012
Zaaknummer
05/700472-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 37-jarige man uit Pannerden wegens het veroorzaken van een verkeersongeval veroordeeld tot een werkstraf van 150 uren en tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden voorwaardelijk met 2 jaar proeftijd. Verdachte is op een regenachtige dag, 5 november 2010, op een bochtige weg, de Berghoofdseweg te Pannerden, op de verkeerde weghelft gekomen doordat hij de binnenbocht nam. Daarbij heeft hij een tegemoetkomende motor niet goed waargenomen. Hij heeft deze motorrijder aangereden, waardoor deze zwaar gewond is geraakt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/700472-11

Data zittingen : 19 januari 2012, 26 januari 2012 en 20 juli 2012

Datum uitspraak : 3 augustus 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [naam verdachte],

geboren op : [geboortedatum verdachte] 1985 te Zevenaar,

adres : [adres verdachte],

plaats : [woonplaats verdachte].

Raadsvrouw : mr. M.N. Guntenaar, advocaat te Zeist.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 05 november 2010, te Pannerden, gemeente Rijnwaarden, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Berghoofdseweg, roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht ter plaatse door (hevige) regenval werd beperkt en/of belemmerd, op die Berghoofdseweg het door hem, verdachte, bestuurde voertuig naar links heeft gestuurd om de bocht naar links af te snijden, en/of om de bocht naar links te nemen, waarbij hij, verdachte, de binnenbocht heeft genomen, en/of

(daarbij) niet, althans onvoldoende aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als gesteld in artikel 3 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met (de bestuurder van) een ander motorrijtuig (motor), welke hem, verdachte, over die Berghoofdseweg tegemoet kwam, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([naam slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 05 november 2010 te Pannerden, gemeente Rijnwaarden, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Berghoofdseweg,

terwijl het zicht ter plaatse door (hevige) regenval werd beperkt en/of belemmerd, op die Berghoofdseweg het door hem, verdachte, bestuurde voertuig naar links heeft gestuurd om de bocht naar links af te snijden, en/of om de bocht naar links te nemen, waarbij hij, verdachte, de binnenbocht heeft genomen, en/of

(daarbij) niet, althans onvoldoende aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als gesteld in artikel 3 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met (de bestuurder van) een ander motorrijtuig (motor), welke hem, verdachte, over die Berghoofdseweg tegemoet kwam, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 20 juli 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.N. Guntenaar, advocaat te Zeist.

De officier van justitie, mr. A.A. Reah, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 5 november 2010 reed verdachte als bestuurder van een personenauto over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Berghoofdseweg te Pannerden, gemeente Rijnwaarden. Op dat moment regende het.2 In een bocht op die weg, reed verdachte met de linkerkant van zijn auto over de middenbelijning op de weg en daarmee op de linkerweghelft, zijnde de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer. Vervolgens is verdachte in aanrijding gekomen met de op die weghelft rijdende motor, bestuurd door [naam slachtoffer].3 Ten gevolge van dit ongeval heeft [naam slachtoffer] een fractuur aan de elleboog opgelopen, waarbij operatief ingrijpen noodzakelijk was. Voorts heeft hij een fractuur aan het middenvoetbeentje opgelopen. De geschatte duur van de genezing bedroeg 6 weken.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een grove verkeersfout. Deze fout heeft zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer tot gevolg gehad.

Het standpunt van de verdediging

Uit eigen waarnemingen blijkt dat vele bestuurders, rijdende in de betreffende bocht, op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer terechtkomen. De verkeersregel van het zoveel mogelijk rechts houden, lijkt niet aan te sluiten bij de voorgeschreven snelheid en de feitelijke situatie ter plaatse. Verdachte heeft in de bocht een licht gezien. Door de kronkels in beide wegen heeft verdachte ingeschat dat dit het licht van een bromfiets op het naast de rijbaan gelegen fietspad moest zijn. Dit bleek evenwel een tegemoetkomende motorrijder te zijn. Nu verdachte derhalve slechts één inschattingsfout heeft gemaakt, is er geen sprake van schuld in de zin van artikel 6, noch van artikel 5 van de Wegenverkeerswet, aldus de raadsvrouw.

De beoordeling door de rechtbank

Ter beoordeling van het primair tenlastegelegde ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld welke feitelijke gedragingen die ten laste zijn gelegd kunnen worden bewezen en of de bewezen geachte feitelijke gedragingen schuld aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 opleveren. Daarbij komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Verdachte reed op een hem bekende weg, de Berghoofdseweg in Pannerden. In deze weg zitten veel bochten en er geldt een maximum snelheid van 60 km/u. Ten tijde van het ongeval regende het. [naam slachtoffer] verklaarde dat hij in verband met het slechte weer 30 a 40 km/u reed.5 Verdachte verklaarde dat hij toen hij bij de bocht kwam, een lampje zag met daarachter een bestelbus.6 Verdachte dacht dat het lampje van een brommer op het naastgelegen fietspad kwam. Voor een snelle doorstroming heeft verdachte de binnenbocht genomen.7

Verdachte reed op een bochtige weg in slecht weer en nam naderend verkeer waar in de vorm van een 'lampje'. De rechtbank is van oordeel dat van hem onder deze omstandigheden een grotere mate van oplettendheid dan normaal mocht worden verwacht. In plaats daarvan interpreteerde verdachte niet alleen de herkomst van het 'lampje' onjuist, maar nam hij daarenboven ook nog eens bewust de binnenbocht van die weg, waardoor hij op de verkeerde weghelft terecht kwam. Verdachte nam de voor hem geldende zorgplicht niet in acht. Hierdoor vond het ongeval plaats.

De rechtbank merkt op dat het bewust naar de verkeerde weghelft sturen om de binnenbocht te nemen, in zich zelf reeds een zeer gevaarlijke verkeersgedraging is en dat de omstandigheden waaronder verdachte dit deed, - het zicht werd beperkt door de regen en de bochten in de weg, terwijl hij had gezien dat hem een "lampje" tegemoet kwam - maken dat sprake is van zeer onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam rijden door verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte aan het verkeersongeval grove schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Nu het slachtoffer aan zijn elleboogbreuk moest worden geopereerd en zijn herstel zes weken duurt, is de rechtbank van oordeel dat het letsel zo ernstig is, dat het als zwaar lichamelijk letsel kan worden beschouwd.

Het verweer van de verdediging dat vele bestuurders in die bewuste bocht op de weghelft van tegemoetkomend verkeer terecht komen, en dat verdachte niet anders kon dan de binnenbocht nemen, verwerpt de rechtbank. Allereerst ligt het verkeersgedrag van deze automobilisten thans niet ter beoordeling voor. Daarbij komt nog dat op geen van de foto's, door de verdediging overgelegd, te zien is dat men op de linkerweghelft reed terwijl er sprake was van tegemoetkomend verkeer. Dat, ten slotte, ter plaatse een maximumsnelheid geldt, maakt niet dat die snelheid ook gereden moet worden. Als de verkeerssituatie daarom vraagt, zoals in casu het geval was, heeft iedere verkeersdeelnemer zijn/haar snelheid dusdanig aan te passen dat men veilig rijdt. Verdachte was bovendien bekend ter plaatse en hij wist welke gevaarlijke situatie hij creëerde als hij de binnenbocht nam.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 05 november 2010, te Pannerden, gemeente Rijnwaarden, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Berghoofdseweg, zeer onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht ter plaatse door regenval werd beperkt en belemmerd,

op die Berghoofdseweg het door hem, verdachte, bestuurde voertuig naar links heeft gestuurd om de bocht naar links af te snijden, waarbij hij, verdachte, de binnenbocht heeft genomen, en

(daarbij) niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, als gesteld in artikel 3 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en

(vervolgens) in aanrijding is gekomen met (de bestuurder van) een ander motorrijtuig (motor), welke hem, verdachte, over die Berghoofdseweg tegemoet kwam, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([naam slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis, en tot een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 1 jaar, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft voor vrijspraak van het primair en het subsidiair tenlastegelegde gepleit. Subsidiair heeft de verdediging verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarbij is met name gewezen op het belang voor verdachte bij het behoud van zijn rijbewijs. Verdachte werkt als zelfstandige in de groenvoorziening. Hij heeft zijn rijbewijs nodig voor het besturen van zijn auto, maar ook voor diverse andere machines. Zonder rijbewijs kan hij geen inkomen genereren en zal zijn bedrijf niet langer kunnen blijven bestaan.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 26 juni 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft een grove verkeersfout begaan door het tegemoetkomende verkeer onjuist in te schatten en door vervolgens een bocht af te snijden waarbij hij op de linker weghelft terecht is komen. Dergelijk verkeersgedrag is zeer gevaarzettend. Door zijn handelen heeft verdachte een ongeval veroorzaakt waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Voor de rechtbank is voor een dergelijk feit in beginsel richtinggevend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar.

Ten gunste van verdachte houdt de rechtbank rekening met de ouderdom van het feit. Ondanks dat het proces-verbaal van de politie op de dag van het ongeval al klaar was, heeft de officier van justitie pas gedagvaard tegen de zitting van 19 januari 2012, waarna de behandeling van de zaak door een aan het openbaar ministerie toe te rekenen fout moest worden aangehouden tot 20 juli 2012. Tevens houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte, ook al hij wist dat hij zou worden vervolgd, contact met het slachtoffer heeft opgenomen en onderhouden. Om die redenen zal de rechtbank volstaan met een werkstraf in plaats van gevangenisstraf.

Door de verdediging is uitvoerig onderbouwd dat verdachte zijn rijbewijs niet kan missen. In deze onderbouwing ziet de rechtbank aanleiding de gevorderde ontzegging van de rijbevoegdheid geheel voorwaardelijk op te leggen. Gelet hierop en gelet op de oriëntatiepunten voor de rechtbank, zal de rechtbank echter een hogere werkstraf opleggen dan geëist door de officier van justitie.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 150 (honderd vijftig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 75 (vijfenzeventig) dagen.

en tot

een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat deze ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door:

mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. J.J.H. van Laethem en mr. M.G.J. Post, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 augustus 2012.

8

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam verbalisant] van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal met registratienummer PL0796 2010124123-1, gesloten op 16 november 2010 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het (door de rechtbank) doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring verdachte ter zitting d.d. 19 januari 2012, proces-verbaal van aanrijding, pg. 5 en proces-verbaal van verhoor benadeelde, pg. 12.

3 Verklaring verdachte ter zitting d.d. 19 januari 2012 en proces-verbaal van verhoor benadeelde, pg. 12.

4 Het proces-verbaal van verhoor van [naam slachtoffer] en een schriftelijk bescheid, zijnde een geneeskundige verklaring, pg. 26.

5 Proces-verbaal van verhoor benadeelde, pg. 12.

6 Verklaring van verdachte ter zitting d.d. 19 januari 2012.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pg. 11.