Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX2859

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-07-2012
Datum publicatie
27-07-2012
Zaaknummer
05/898020-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens diefstallen, opzet- en schuldheling van auto’s tot 30 maanden gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/898020-10

Data zittingen : 2 maart en 13 juli 2012

Datum uitspraak : 27 juli 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1989 te Vlaardingen,

adres : [adres] te Arnhem.

Raadsman : mr. K. Kok, advocaat te Zwolle.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 augustus 2010 in de gemeente Sint-Oedenrode, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op een bedrijfsterrein aan de Alfred Nobelstraat geparkeerde bestelbus, Mercedes Benz Sprinter, kenteken [kenteken 1], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die bestelbus onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte toen daar opzettelijk gewelddadig en/of dreigend

- met hoge snelheid in die/dat weggenomen bestelbus, althans voertuig, is weggereden en/of

- die [slachtoffer 1], die als bestuurder in een (ander(e)) bestelbus, althans voertuig, op de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de achtervolging had ingezet en/of achter en/of naast de/het door verdachte bestuurde bestelbus, althans voertuig, reed, meermalen, althans éénmaal, de weg heeft afgesneden en/of de doorgang heeft versperd, door op het moment dat aangever hem, verdachte, (links) wilde passeren, de/het door hem, verdachte,bestuurde bestelbus, althans voertuig, naar links heeft gestuurd en/of

- (vervolgens) in het door hem, verdachte, bestuurde bestelbus, althans voertuig, meermalen, althans éénmaal, tegen en/of op de/het door [slachtoffer 1] bestuurde bestelbus, althans voertuig, is gebotst en/of gereden en/of

- (vervolgens) tegen/op één of meer op de voor het openbaar verkeer opstaande weg(en) rijdend(e) (ander(e)) voertuig(en) is gebotst en/of gereden;

(Zaaksdossier 23)

2.

hij op of omstreeks 14 oktober 2010 in de gemeente Meppel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op of aan de Setheweg geparkeerde personenauto, merk Audi, type Q7, kenteken [kenteken 2], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

(Zaaksdossier 24)

3.

hij op of omstreeks 18 oktober 2010 in de gemeente Barendrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op of aan een openbaar parkeerterrein aan de Barendrechtseweg geparkeerde personenauto, BMW X5, kenteken [kenteken 3] en/of één of meerdere in die personenauto aanwezige goederen, te weten: deel I en II van een kentekenbewijs en/of een groene kaart en/of een apk keuringsbewijs en/of een loper-sleutel en/of en afstandsbediening, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

(Zaaksdossier 25)

4.

hij op of omstreeks 05 oktober 2010 in de gemeente Veghel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op of aan de Evertsenstraat geparkeerde personenauto, BMW 3 serie, kenteken [kenteken 4], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

(Zaaksdossier 26)

5.

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 27 juli 2010 in de gemeente(n) Arnhem en/of Lingewaard en/of Lisse, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, voorzien van vals kenteken [kenteken 5], terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist dat dit/deze door diefstal in elk geval door enig misdrijf was/waren verkregen;

(Zaaksdossier 27)

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 27 juli 2010 te gemeente(n) Arnhem en/of Lingewaard en/of Lisse, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, voorzien van vals kenteken [kenteken 5], terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dit/deze door diefstal in elk geval door enig misdrijf was/waren verkregen;

(Zaaksdossier 27)

6.

hij op of omstreeks 08 oktober 2010 te Leuth, gemeente Ubbergen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op of aan de Lieskes Wengs geparkeerde personenauto, merk Volvo, type XC60, kenteken [kenteken 6] en/of één of meerdere in die personenauto aanwezige goederen, te weten: een kinderzitje en/of een veiligheidsbril en/of een Rayban zonnebril en/of een kentekenbewijs en/of en rijbewijs en/of een tankpas van "Argos" en/of een of meerdere cd's,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtofferchtoffer 7] en/of [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van een valse sleutel;

(Zaaksdossier 29)

althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 08 oktober 2010 tot 17 mei 2011 te Leuth, gemeente Ubbergen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen een personenauto, merk Volvo, type XC60, kenteken [kenteken 6] en/of één of meerdere in die personenauto aanwezige goederen, te weten: een kinderzitje en/of een veiligheidsbril en/of een Rayban zonnebril en/of een kentekenbewijs en/of en rijbewijs en/of een tankpas van "Argos"

en/of een of meerdere cd's, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist dat dit/deze door diefstal in elk geval door enig misdrijf was/waren verkregen;

(Zaaksdossier 29)

7.

hij op of omstreeks 02 november 2010 in de gemeente Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op of aan de Ruimzichtweg geparkeerde bestelauto, merk Volkswagen, type Multivan, kenteken [kenteken 7] en/of één of meerdere in die bestelauto aanwezige goederen, te weten: een zonnebril, merk Rayban en/of een rijbewijs en/of een TomTom navigatiesysteem

en/of sport- en/of duikkleding en/of een tenaamstelling-kentekenbewijs en/of drie, althans één of meer voertuigbewijzen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen bestelauto en/of in de bestelauto aanwezige goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

(Zaaksdossier 30)

althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 02 november 2010 tot 17 mei 2011 in de gemeente Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen een bestelauto, merk Volkswagen, type Multivan, kenteken [kenteken 7] en/of één of meerdere in die bestelauto aanwezige goederen, te weten: een zonnebril, merk Rayban en/of een rijbewijs en/of een Tomtom navigatiesysteem en/of sport- en/of duikkleding en/of een tenaamstelling-kentekenbewijs en/of drie, althans één of meer voertuigbewijzen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist dat dit/deze door diefstal in elk geval door enig misdrijf was/waren verkregen;

(Zaaksdossier 30)

8.

hij op of omstreeks 02 november 2010 in de gemeente Kampen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op of aan de Ambachtsstraat geparkeerde bestelauto, merk Mercedes Benz Vito, kenteken [kenteken 8] en/of één of meerdere in die bestelauto aanwezige goederen, te weten: een paspoort en/of een ID-kaart (op naam van [slachtoffer 10]) en/of een groene kaart en/of een deel I en II van een kentekenbewijs en/of een autotelefoon (Parrot) en/of een (grote) hoeveelheid gereedschappen en/of drie, althans één of meerdere zonnebrillen en/of een afstandsbediening voor een werkplaatsdeur en/of een paspoort voor een paard en/of een of meerdere rittenadministratieboeken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen bestelauto en/of in die bestelauto aanwezige goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

(Zaaksdossier 31)

althans, indien het vorenstaande onder 8 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 02 november 2010 tot 17 mei 2011 in de gemeente Kampen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen een bestelauto, merk Mercedes-Benz Vito, kenteken [kenteken 8], en/of één of meerdere in die bestelauto aanwezige goederen, te weten: een paspoort en/of een ID-kaart (op naam van [slachtoffer 10]) en/of een groene kaart en/of een deel I en II van een kentekenbewijs en/of een autotelefoon (Parrot) en/of een (grote) hoeveelheid gereedschappen en/of drie, althans één of meerdere zonnebrillen en/of een afstandsbediening voor een werkplaatsdeur en/of een paspoort voor een paard en/of een of meerdere rittenadministratieboeken, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist dat dit/deze door diefstal in elk geval door enig misdrijf was/waren verkregen;

(Zaaksdossier 31)

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 13 juli 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. K. Kok, advocaat te Zwolle.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

* [slachtoffer 12];

* [slachtoffer 13];

* [slachtoffer 4];

* [slachtoffer 11];

* [slachtoffer 1];

Ter terechtzitting waren [slachtoffer 1], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 11] aanwezig.

De officier van justitie, mr. S.T.C. van der Werf, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van het feit 1 (zaaksdossier 23)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 23 augustus 2010 is de bestelbus van het bedrijf van aangever [slachtoffer 1], voorzien van kenteken [kenteken 1], in Sint Oedenrode gestolen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij dit feit ontkend. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Voorafgaand aan de diefstal van de bestelbus heeft een persoon in het bedrijf [slachtoffer 1], navraag gedaan naar banden. Deze persoon was ongeveer 1,95m lang, tenger postuur, kort stekelig haar, kleur rood of donkerblond.2 Deze persoon had een 'bifi'worstje en een zwart tasje bij zich.3 Nadat deze persoon wegging, is een zwarte auto met hoge snelheid van het bedrijfsterrein weggereden, gevolgd door de bestelbus van aangever. Aangever is achter deze auto's aan gereden in een andere auto. Op camerabeelden zien verbalisanten dat de bestuurder van de zwarte auto (Seat Leon), voordat deze bij het bedrijf van aangever kwam, een horizontaal gestreept shirt aan heeft.4 Aangever heeft zijn (toen gestolen) bestelbus gevolgd. De bedrijfsauto reed op volle snelheid weg. De bestelbus heeft een bus geraakt.5 Bij een poging de bestelbus in te halen, raakte de bestelbus de auto van aangever.6 Bij andere pogingen van aangever tot het inhalen van de bestelbus werd hij door de bestuurder van de bestelbus afgesneden.7 Toen de bestelbus een doodlopende weg inreed, is de bestuurder van die bestelbus uit de auto gesprongen en is weggerend. Aangever is achter deze persoon aan gerend. Deze persoon droeg een poloshirt met horizontale strepen, een spijkerbroek en gympen/sneakers.8 Deze persoon is aan de achtervolging door aangever weten te ontkomen.

De hiervoor bedoelde zwarte auto is door medeverdachte [verdachte 2] op diezelfde dag gehuurd.9 Enige tijd voor de diefstal is de auto gesignaleerd bij een tankstation in Sint Oedenrode. Uit die auto komen twee personen. Een van deze personen draagt een poloshirt met horizontale strepen en een spijkerbroek. De andere persoon draagt een zwart tasje. De personen kopen meerdere 'bifi'worstjes.10 Deze beide personen worden herkend als verdachte (persoon gekleed in gestreepte poloshirt) en medeverdachte [verdachte 2].11 Bij de politie heeft verdachte zichzelf herkend op videobeelden van het tankstation.12 Medeverdachte [verdachte 2] herkent zichzelf als de persoon met het tasje.13 De persoon met het gestreepte poloshirt te zien op de beelden van het tankstation vertoont een grote gelijkenis met verdachte en met de wegrennende persoon te zien op videobeelden van de C1000.14

Op grond van het vorenstaande komt de rechtbank tot de overtuiging dat verdachte tezamen met medeverdachte [verdachte 2] naar Sint Oedenrode is gegaan in een door die [verdachte 2] gehuurde zwarte Seat Leon. [verdachte 2] ging bij aangevers bedrijf naar binnen en informeerde naar banden. Verdachte is in de bestelbus van aangevers bedrijf weggereden. Daarachter reed [verdachte 2] weg in dezelfde richting in de zwarte Seat Leon. Verdachte is al rijdende en rennende achtervolgd geweest door aangever, op de wijze zoals hiervoor omschreven.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de weergegeven wijze waarop verdachte de bestelbus heeft bestuurd, zodanig agressief is geweest dat deze valt aan te merken als geweld, zoals opgenomen in de tenlastelegging.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 23 augustus 2010 in de gemeente Sint-Oedenrode, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op een bedrijfsterrein aan de Alfred Nobelstraat geparkeerde bestelbus, Mercedes Benz Sprinter, kenteken [kenteken 1], geheel toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] en welke diefstal werd gevolgd van geweld en tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachte toen daar opzettelijk gewelddadig

- met hoge snelheid in die weggenomen bestelbus is weggereden en die [slachtoffer 1], die als bestuurder in een (ander(e)) bestelbus op de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de achtervolging had ingezet en achter en naast de door verdachte bestuurde bestelbus reed, meermalen, de weg heeft afgesneden door op het moment dat aangever hem, verdachte, (links) wilde passeren, de door hem, verdachte, bestuurde bestelbus naar links heeft gestuurd en

- (vervolgens) in de door hem, verdachte, bestuurde bestelbus éénmaal, tegen door [slachtoffer 1] bestuurde bestelbus is gebotst en tegen één op de voor het openbaar verkeer opstaande wegen rijdend ander) voertuig is gebotst.

Ten aanzien van feit 2 (zaaksdossier 24)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 14 oktober 2010 is tussen 12.00 en 14.00 uur te Meppel de auto van aangever [slachtoffer 2], Audi, type Q7, kenteken [kenteken 2], gestolen. Deze auto stond toen aldaar geparkeerd op de Setheweg. Aangever meent zich te herinneren dat hij de sleutels op de heftruck heeft gelegd. Hij heeft overal gezocht maar kan de sleutel niet vinden. Bij de BWM-dealer heeft aangever gehoord en op camerabeelden gezien dat zijn auto omstreeks 13.26 uur hard voorbij is gereden.15

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de auto van de heer [slachtoffer 2].

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij dit feit ontkend. De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit. Hooguit kan heling van de auto bewezen worden.

Beoordeling door de rechtbank

De tank van de auto was op het moment van de diefstal nagenoeg leeg.16 Aangever en zijn broer hebben naar aanleiding van de diefstal een eigen onderzoek opgestart. Hieruit bleek dat een persoon met deze auto bij een tankstation aan kwam rijden en heeft getankt om 22:53 uur.17 Deze persoon wordt herkend als verdachte.18 Verdachte heeft geen verklaring gegeven over het in bezit zijn van de gestolen auto.19

De telefoon met telefoonnummer 06-15693303 wordt op 14 oktober 2010 tussen 12.00 en 16.00 uur gepeild in Wolvega, Meppel en Zwolle.20 Deze telefoon is bij verdachte in gebruik.21

Nu verdachte op de dag van de diefstal met de auto heeft getankt en dus de beschikking had over de auto, een gegeven waarover hij geen verklaring heeft af willen leggen, en zijn telefoonnummer op het tijdstip van de diefstal in de omgeving van de plaats van die diefstal is gepeild, is de rechtbank van oordeel dat verdachte wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder feit 2 is ten laste gelegd heeft begaan.

De rechtbank acht bewezen dat:

hij op 14 oktober 2010 in de gemeente Meppel alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op de Setheweg geparkeerde personenauto, merk Audi, type Q7, kenteken [kenteken 2] geheel toebehorende aan [slachtoffer 2] waarbij verdachte weg te nemen personenauto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van feit 3 (zaaksdossier 25)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 18 oktober 2010 is de auto van aangever [slachtoffer 4], geparkeerd op een parkeerterrein aan de Barendrechtseweg 511 te Barendrecht, gestolen. Deze auto betrof een BMW X5, kenteken [kenteken 3]. Aangever had de sleutel van de auto in het contact laten zitten en de auto niet afgesloten. In de auto lagen op dat moment: deel I en II van een kentekenbewijs, een groene kaart, kentekenbewijs, een apk-keuringsbewijs en een loper-sleutel.22

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal van de auto van de heer [slachtoffer 4].

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij dit feit ontkend. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Op 18 oktober 2010 worden verdachte en zijn medeverdachte [verdachte 2] geobserveerd door de politie. Geobserveerd wordt dat verdachte en [verdachte 2] vanaf 10.55 uur tezamen gebruik maken van een Ford en om 12.28 uur tezamen het terrein van Stichting 'De kleine duiker' oprijden. [verdachte 2] stapt daar uit en loopt op de BMW van [slachtoffer 4] af en kijkt door de ruit. Verdachte en [verdachte 2] vertrekken om daarna om 12.50 uur dit terrein weer op te rijden. Kort daarop rijden de Ford en de BMW met hoge snelheid van het terrein af, waarbij verdachte als bestuurder van de BMW wordt herkend. De BMW wordt geparkeerd voor het perceel Wilg 14 te Barendrecht. Verdachte en [verdachte 2] worden vervolgens waargenomen bij de BMW tezamen met drie onbekende mannen.23 De foto van de persoon, door het observatieteam aangeduid als [verdachte], vertoont grote gelijkenis met verdachte.24

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 18 oktober 2010 in de gemeente Barendrecht tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op een openbaar parkeerterrein aan de Barendrechtseweg geparkeerde personenauto, BMW X5, kenteken [kenteken 3] en meerdere in die personenauto aanwezige goederen, te weten: deel I en II van een kentekenbewijs en een groene kaart en een apk keuringsbewijs en een loper-sleutel , geheel toebehorende aan [slachtoffer 4] waarbij verdachte en/of zijn mededader weg te nemen

personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van feit 4 (zaaksdossier 26)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 5 oktober 2010 is tussen 19.15 en 19.45 uur de BMW 3 serie, kenteken [kenteken 4], toebehorende aan [slachtoffer 5], gestolen. Aangeefster heeft de auto achter het cafetaria geparkeerd en na binnenkomst in het pand de sleutel in een la onder de tafel gelegd. Toen zij 30 minuten later terug kwam, waren de sleutels weg.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal van de auto van mevrouw [slachtoffer 5].

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij dit feit ontkend. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Een getuige heeft waargenomen dat twee personen zich op 5 oktober 2010 rond 19.15 - 19.30 uur vreemd gedroegen aan de achterzijde van de cafetaria van aangeefster. Één van deze personen droeg een gestreept shirt. Deze persoon reed weg in een BMW van de 3-serie.25

Van deze personen op dat tijdstip zijn camerabeelden gemaakt. Verdachte is herkend als zijnde de persoon in het gestreepte shirt.26 De persoon op de camerabeelden vertoont grote gelijkenis met verdachte.27 De persoon, inclusief het door hem gedragen shirt, op dit camerabeeld vertoont tevens grote gelijkenis met de persoon, inclusief het door hem gedragen shirt, op camerabeelden in zaak 23.28

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 05 oktober 2010 in de gemeente Veghel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op de Evertsenstraat geparkeerde personenauto, BMW 3 serie, kenteken [kenteken 4], geheel toebehorende aan [slachtoffer 5] waarbij verdachte die weg te nemen personenauto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van feit 5 (zaaksdossier 27)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 16 juni 2010 is de auto van [slachtoffer 14], zijnde een Volkswagen Golf, te Lisse gestolen.29 Op 27 juli 2010 is verdachte in Arnhem als bestuurder van deze auto, toen voorzien van een kentekenplaat met nummer [kenteken 5], aangehouden.30

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van de auto van [slachtoffer 14].

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft gesteld dat hij de auto geleend had van ene [betrokkene]. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet blijkt dat verdachte kon beschikken over de auto.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is voor een bewezen verklaring van de primair ten laste gelegde opzetheling. Van dit feit zal de rechtbank verdachte vrijspreken.

Met betrekking tot de subsidiair ten laste gelegde schuldheling overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte is aangetroffen rijdende in een gestolen auto. Medeverdachte [verdachte 2] heeft over deze auto verklaard dat verdachte die auto al langere tijd had en denkt dat verdachte al vanaf juni in die auto rijdt.31 Dit maakt dat van verdachte een verklaring mag worden verwacht omtrent de herkomst van de auto.

Verdachte heeft slechts verklaard dat hij de auto van ene [betrokkene] heeft geleend. Dit deed hij meerdere keren. Hij kende [betrokkene] uit een coffeeshop. Hij weet echter niet waar deze [betrokkene] woont. Verdachte wist niet of de auto verzekerd was en kreeg geen autopapieren mee. Ook op de vraag of verdachte informatie kan verstrekken waarmee de politie deze [betrokkene] kan traceren, blijft verdachte het antwoord schuldig.32

De rechtbank acht de verklaringen van verdachte over het lenen van de auto van [betrokkene] ongeloofwaardig. Verdachte heeft op geen enkele wijze verifieerbare informatie over deze [betrokkene] gegeven. Daarbij komt dat het niet aannemelijk is dat iemand zijn auto zomaar uitleent aan een ander die deze slechts via de coffeeshop kent. Gelet hierop gaat de rechtbank er vanuit dat verdachte op zijn minst had moeten vermoeden dat de auto van misdrijf afkomstig was.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 5, subsidiair, tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 16 juni 2010 tot en met 27 juli 2010 te gemeente Arnhem alleen, voorhanden heeft gehad een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, voorzien van vals kenteken [kenteken 5], terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voormeld goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dit door enig misdrijf was verkregen.

Ten aanzien van feit 6 (zaaksdossier 29)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 8 oktober 2010 is tussen 10.40 en 11.05 uur de auto van [slachtoffer 15], zijnde een Volvo, type XC60, kenteken [kenteken 6], geparkeerd op de Lieskes Wengs te Leuth, gestolen. In de auto bevonden zich de volgende goederen: een kinderzitje, een veiligheidsbril, een Rayban zonnebril, een kentekenbewijs, een rijbewijs, een tankpas van "argos" en meerdere cd's. De auto was niet afgesloten en de sleutel zat in het contactslot. Aangever moest weer weg en haalde snel wat spullen uit het kantoor.33

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal van deze auto.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij dit feit ontkend. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende bewijs voorhanden is, zodat verdachte van dit feit vrijgesproken dient te worden.

Beoordeling door de rechtbank

Op 8 oktober 2010 zijn verdachte en zijn medeverdachte [verdachte 2] rond 10 uur bij elkaar gekomen.34 De telefoon in gebruik bij verdachte straalde om 10.25 uur een telefoonmast aan in Leuth.35

De telefoons van zowel verdachte als zijn medeverdachte [verdachte 2] zijn omstreeks de diefstal van de Volvo getapt. Uit deze taps blijkt dat verdachte en [verdachte 2] op die dag omstreeks 10 uur bij elkaar zijn gekomen.36 Op die dag om 10.49 uur belt [verdachte 2] met verdachte, waarbij de telefoon van [verdachte 2] een zendmast aanstraalt te Beek-Ubbergen, op 9 minuten rijden vanaf Leuth.37

Uit het voorgaande kan blijken dat verdachte en [verdachte 2] tezamen rond 10.25 uur nabij Leuth waren. Om 10.49 uur waren zij niet meer tezamen, maar was [verdachte 2] op 9 minuten afstand van Leuth. Dit plaatst verdachte en [verdachte 2] in de omgeving van de diefstal op het moment dat de diefstal plaatsvond.

Voorts overweegt de rechtbank dat [verdachte 2] tegen verdachte spreekt over het 'wegrollen' van de ene en 'nu gaat ie voor ons zo'.38 [verdachte 2] krijgt een sms met het verzoek het type en bouwjaar van 'wat je hebt' door te geven.39 [verdachte 2] sms't in reactie hierop "xc60, 2010, oke".40 Om 19.04 uur sms't [verdachte 2] een ander 'of deze al wat weet?'.41 Hierop krijgt [verdachte 2] als antwoord: 'ja hij wil 1750 geve'.42 Om 19.16 uur belt [verdachte 2] met verdachte en geeft aan 'hij kan zelf twee vingers beuren. Hij wil ons 1750 geven'.43 De rechtbank leidt uit deze sms-berichten en tapgesprekken af dat verdachte en [verdachte 2] op 9 oktober 2010 spreken over het verhandelen van de Volvo, type XC60, kenteken [kenteken 6].

Verdachte heeft niets willen verklaren over de getapte gesprekken in deze zaak.

De omstandigheden dat:

- verdachte en [verdachte 2] tezamen op pad waren die dag,

- zij omstreeks het tijdstip van de diefstal van de Volvo XC60 in de buurt van de plaats van die diefstal waren,

- [verdachte 2] vlak daarna de beschikking had over een Volvo XC60, bouwjaar 2009, en deze verhandelt en [verdachte 2] tegen verdachte zegt dat zij 1750 zouden krijgen,

leidt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte tezamen met [verdachte 2] de Volvo (met inhoud) heeft gestolen. Dat het bouwjaar 2009 blijkt te zijn i.p.v. 2010, zoals [verdachte 2]s SMS't, doet daar niet aan af.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 08 oktober 2010 te Leuth, gemeente Ubbergen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een op de Lieskes Wengs geparkeerde personenauto, merk Volvo, type XC60, kenteken [kenteken 6] en meerdere in die personenauto aanwezige goederen, te weten: een kinderzitje en een veiligheidsbril en een Rayban zonnebril en een kentekenbewijs en een rijbewijs en een tankpas van "Argos" en meerdere cd's, geheel toebehorende aan [slachtoffer 8], waarbij verdachte en zijn mededader die weg te nemen personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van de feiten 7 en 8 (zaaksdossiers 30 en 31)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 2 november 2010 is de bestelauto, merk Volkswagen, type Multivan, kenteken [kenteken 7], bouwjaar 2007, toebehorend aan [slachtoffer 9], gestolen. In die bestelauto bevonden zich de volgende goederen: een zonnebril van het merk Rayban, een rijbewijs, een tomtom navigatiesysteem, sport- en duikkleding, een tenaamstelling-kentekenbewijs en drie voertuigbewijzen.44

Op diezelfde dag is de bestelauto, merk Mercedes Benz, type Vito, kenteken [kenteken 8], bouwjaar 2010, toebehorend aan [slachtoffer 11], gestolen. In die bestelauto bevonden zich de volgende goederen: een paspoort, een id-kaart op naam van [slachtoffer 10], een groene kaart, een deel I en II kentekenbewijs, een autotelefoon (Parrot), een grote hoeveelheid gereedschap, drie zonnebrillen, een afstandsbediening voor een werkplaatsdeur, een paspoort voor een paard en meerdere rittenadministratieboeken.45

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de bestelauto's van [slachtoffer 9] en die van [slachtoffer 11].

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij deze feiten ontkend. De raadsman heeft gesteld dat verdachte, wegens te weinig overtuigend bewijs, vrijgesproken dient te worden.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van de beide bestelauto's. Verdachte zal daarom van de onder de feiten 7 en 8 primair ten laste gelegde diefstallen worden vrijgesproken.

Met betrekking tot de onder de feiten 7 en 8 subsidiair ten laste gelegde opzetheling overweegt de rechtbank als volgt.

[verdachte 2] is ten tijde van de diefstallen gepeild in de nabijheid van die diefstallen omstreeks de tijdstippen van die diefstallen.46 In een gesprek met verdachte op 2 november 2011 om 14.02 uur merkt [verdachte 2] op dat hij 'net 2 slopertjes gekocht heeft'.47

Diezelfde avond, om 21.53 uur op 2 november 2010, heeft verdachte een gesprek met een derde waarin hij een Multivan (transporter) en een Vito te koop aanbiedt voor 15 meier respectievelijk 17.48 Verdachte geeft daarbij kenmerken van de auto's op die overeenkomen met de in de aangifte genoemde kenmerken van de gestolen auto's. Zo komt van de (Volkswagen) Multivan overeen: het merk, de kleur, de dubbele cabine, de climatronic en een navigatiesysteem.49 Van de Vito komt overeen: het merk, het model en het bouwjaar.50

Gelet op de door verdachte gegeven specifieke informatie, gegeven op de dag waarop beide auto's zijn gestolen, komt de rechtbank tot de overtuiging dat verdachte de bestelauto's van [slachtoffer 9] en van [slachtoffer 11] te koop heeft aangeboden aan een derde.

Aangezien verdachte in staat was deze bestelauto's te verkopen, houdt de rechtbank het ervoor dat hij deze bestelauto's voorhanden moet hebben gehad. Gelet op de prijs die verdachte voor de twee auto redelijk nieuwe bestelauto's vraagt, wist verdachte dat de twee bestelauto's door diefstal waren verkregen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 7 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 02 november 2010 tot 17 mei 2011in Nederland, heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad een bestelauto, merk Volkswagen, type Multivan, kenteken [kenteken 7] en meerdere in die bestelauto aanwezige goederen, te weten: een zonnebril, merk Rayban en een rijbewijs en een Tomtom navigatiesysteem en sport- en duikkleding en een tenaamstelling-kentekenbewijs en drie, voertuigbewijzen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voormelde goederen wist dat deze door diefstalwaren verkregen;

en dat verdachte het onder feit 8 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 02 november 2010 tot 17 mei 2011 in Nederland, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad een bestelauto, merk Mercedes-Benz Vito, kenteken [kenteken 8], en één of meerdere in die bestelauto aanwezige goederen, te weten: een paspoort en een ID-kaart (op naam van [slachtoffer 10]) en een groene kaart en een deel I en II van een kentekenbewijs en een autotelefoon (Parrot) en een (grote) hoeveelheid gereedschappen en meerdere zonnebrillen en een afstandsbediening voor een werkplaatsdeur en een paspoort voor een paard en een of meerdere rittenadministratieboeken, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormelde goederen wist dat deze door diefstal waren verkregen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Ten aanzien van de feiten 2 en 4 telkens:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van de feit 3 en 6 telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Ten aanzien van feit 5:

Schuldheling

ten aanzien van de feiten 7 en 8 telkens:

opzetheling, meermalen gepleegd

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft voor vrijspraak van alle feiten gepleit.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 8 juni 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een fors aantal vermogensdelicten met betrekking tot auto's. De rechtbank heeft tijdens het onderzoek ter terechtzitting de overtuiging gekregen dat verdachte op diverse momenten, tezamen met anderen, door het land op rooftocht is op zoek naar te stelen auto's. Vervolgens worden de auto's buit gemaakt en daarna verkocht aan derden. Verdachte heeft laten zien dat hij bij het plegen van die feiten geweld niet schuwt. Hij heeft tijdens een achtervolging zijn achtervolger van de weg gedrukt en een bus geramd. Het mag een wonder heten dat er geen slachtoffers zijn gevallen door het rijgedrag van verdachte. Dit geweldselement laat de rechtbank zwaar meewegen in het bepalen van de hoogte van de straf.

Deze misdrijven hebben overlast, schade en ergernis veroorzaakt bij de slachtoffers. Verdachte heeft aldus blijk gegeven weinig waarde te hechten aan andermans eigendomsrechten. Verdachte is eerder veroordeeld voor onder meer vermogensdelicten. Dat verdachte hiervan kennelijk niet heeft geleerd, neemt de rechtbank hem zeer kwalijk.

De rechtbank zal ten gunste van verdachte rekening houden met de ouderdom van de bewezen verklaarde feiten.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

Ten aanzien van het beslag

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven telefoontoestel (Samsung, kleur zwart) betreft een voorwerp met behulp waarvan een of meer feiten zijn begaan. De rechtbank zal dit voorwerp verbeurd verklaren.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij: [slachtoffer 1].

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 (zaak 23) bewezen verklaarde. Gevorderd wordt een bedrag van € 53.936,30.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voldoende is onderbouwd en kan worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering te ingewikkeld is om afgedaan te worden in deze strafzaak. Dit zou een onevenredige belasting van het strafproces zijn. Derhalve dient de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht gelet op de schriftelijke en mondeling ter terechtzitting gegeven toelichting aannemelijk dat de benadeelde partij ten gevolge van het desbetreffende bewezen verklaarde feit schade heeft geleden. Aannemelijk is gemaakt dat de bestelbus en de inhoud daarvan aanzienlijk zijn beschadigd. Voorts is voldoende aannemelijk gemaakt dat nadere schade is ontstaan aan grote delen van de werkvoorraad die in die bus lag, welke voorraad niet op eenvoudige wijze kon worden vervangen.

Over de omvang van de schade overweegt de rechtbank als volgt.

De voor benadeelde resterende schade ten aanzien van de inhoud van de bestelbus is geraamd op € 37.028,80 - € 18.230 (ontvangen van de verzekering of verkoop) = € 18.798,80.

De voor benadeelde resterende schade aan de bestelbus is geraamd op € 19.000 - € 7.445,38 (ontvangen van de verzekering of verkoop) = € 11.554,62.

De rechtbank ziet geen aanleiding deze ramingen niet over te nemen.

Met betrekking tot de beredderingskosten schat de rechtbank dat deze ten minste € 7.000 hebben bedragen. Dit bedrag zal dan ook als voorschot worden toegewezen.

De rechtbank zal de civiele vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 18.798,80 + € 11.554,62. + € 7.000 = € 37.353,42 toewijzen. Voor het overige zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren, nu een verdergaande beoordeling van deze schadeposten een onevenredige belasting van het strafgeding zou meebrengen.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het toegewezen bedrag door zijn mededader is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij: [slachtoffer 4].

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 3 (zaak 25) bewezen verklaarde. Gevorderd wordt een bedrag van € 10.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voldoende is onderbouwd en kan worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft met betrekking tot deze vordering geen standpunt ingenomen.

Beoordeling door de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor tot een bedrag van € 8.000,-. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit de door de benadeelde partij overgelegde formulieren blijkt dat de auto een dagwaarde had van ± € 18.000. Nu de benadeelde partij € 10.000,- vergoed heeft gekregen van de verzekering, resteert een schadebedrag van € 8.000,-. Dat bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor het overige zal de vordering worden afgewezen.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voorzover het toegewezen bedrag door zijn mededader is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij: [slachtoffer 13].

De benadeelde partij [slachtoffer 13] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 5 (zaak 27) bewezen verklaarde. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.589,70.

De verdediging en de officier van justitie hebben geen standpunt over deze vordering ingenomen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht de vordering - nu het tenlastegelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd - toewijsbaar. De vordering zal dan ook geheel worden toegewezen.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij: [slachtoffer 11].

De benadeelde partij [slachtoffer 11] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 8 (zaak 31) bewezen verklaarde. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.691,53.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voldoende is onderbouwd en kan worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft voor vrijspraak voor dit feit gepleit en zich op het standpunt gesteld dat de vordering daarom dient te worden afgewezen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht de vordering - nu het tenlastegelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd - toewijsbaar. De vordering zal dan ook geheel worden toegewezen.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij: [slachtoffer 12].

De benadeelde partij [slachtoffer 12] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van zaaksdossier 32. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.185,-.

De verdediging en de officier van justitie hebben geen standpunt over deze vordering ingenomen.

De rechtbank stelt vast dat de feiten in zaaksdossier 32 niet aan verdachte zijn ten laste gelegd. De vordering kan reeds daarom niet in de onderhavige strafzaak worden behandeld. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 24c, 36f, 47, 57, 63, 310, 311, 312, 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder feit 5, primair, onder feit 7, primair, en onder feit 8, primair, is ten laste gelegd.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezen verklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon (Samsung, kleur zwart).

De beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen

Ten aanzien van benadeelde [slachtoffer 1] (feit 1, zaaksdossier 23)

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover mede verdachte [verdachte 2]s betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 1] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [slachtoffer 1] , te betalen € 37.353,42 (zevenendertig duizend driehonderd drieënvijftig euro en tweeënveertig eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], te betalen € 37.353,42 (zevenendertig duizend driehonderd drieënvijftig euro en tweeënveertig eurocent).bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 221 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 3, zaaksdossier 25):

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover [verdachte 2] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 4] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [slachtoffer 4], te betalen € 8.000,- (achtduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Wijst de vordering voor het overige af.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover [verdachte 2] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 4] zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], te betalen € 8.000,- (achtduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 75 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 13] ( feit 5, zaaksdossier 27):

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 13], te betalen € 1.589,70 (éénduizend vijfhonderd negenentachtig euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 13], te betalen € 1.589,70 (éénduizend vijfhonderd negenentachtig euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 11] (feit 8, zaaksdossier 31):

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 11], te betalen € 2.691,53 (tweeduizend zeshonderd eenennegentig euro en drieënvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 11], te betalen € 2.691,53 (tweeduizend zeshonderd eenennegentig euro en drieënvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 november 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 36 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Ten aanzien van de benadeelde partij: [slachtoffer 12] (zaaksdossier 32).

Verklaart de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. R.M. Maanicus (voorzitter), mr. P.C. Quak en mr. J.J.H. van Laethem, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 juli 2012.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de regiopolitie Gelderland-IJsselland, werkzaam binnen de Bovenregionale Recherche Noord- en Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van algemeen relaas van onderzoek "Buick", nummer 04BMC10015, gesloten op 10 september 2011 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte, zaaksdossier 23, pg. 11.

3 Proces-verbaal van verhoor aangever, zaaksdossier 23, pg. 22 en 23.

4 Proces-verbaal van verhoor aangever, zaaksdossier 23, pg. 11 en een proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 23, pg. 59 ev.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], zaaksdossier 23, pg. 40.

6 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 23, pg. 33.

7 Proces-verbaal van verhoor aangever, zaaksdossier 23, pg. 12 en 13.

8 Proces-verbaal van verhoor aangever, zaaksdossier 23, pg. 13 en 14 en een proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 23, pg. 70-72.

9 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 23, pg. 28.

10 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 23, pg. 47-49.

11 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 23, pg. 90 en 91.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pg. 125 en 126.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte 2], pg. 109 en 110.

14 Eigen waarneming van de rechtbank gedaan ter terechtzitting d.d. 13 juli 2012.

15 Proces-verbaal van aangifte, zaaksdossier 24, pg. 17 en 18.

16 Proces-verbaal van aangifte door [getuige 2], zaaksdossier 24, pg. 18.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], zaaksdossier 24, pg. 23 en 24 en proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 24, pg. 25.

18 Proces-verbaal van bevindingen herkenning, zaaksdossier 24, pg. 27.

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, zaaksdossier 24, pg. 128.

20 Een overzicht van verkeersgegevens, zaaksdossier 24, pg. 113.

21 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 13 juli 2012.

22 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4], zaaksdossier 25, pg. 10 en 11.

23 Proces-verbaal van observatie, zaaksdossier 25, pg. 18 t/m 23.

24 Eigen waarneming van de rechter gedaan ter terechtzitting d.d. 13 juli 2012.

25 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], zaaksdossier 26, pg. 22 en 23.

26 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 26, pg. 24.

27 Een afdruk van camerabeelden, zaaksdossier 26, pg. 26 en eigen waarneming van de rechter gedaan ter terechtzitting d.d. 13 juli 2012.

28 Een afdruk van camerabeelden, zaaksdossier 26, pg. 26 en een afdruk van camerabeelden, zaaksdossier 23, pg. 76 en eigen waarneming van de rechter gedaan ter terechtzitting d.d. 13 juli 2012.

29 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 14], zaaksdossier 27, pg. 11.

30 Proces-verbaal van aanhouding, zaaksdossier 27, pg. 37.

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte 2], zaaksdossier 27, pg. 100.

32 Verklaringen verdachte ter terechtzitting d.d. 13 juli 2012.

33 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 7] namens [slachtoffer 15], zaaksdossier 29, pg. 11-13.

34 Tapgesprek, zaaksdossier 29, pg. 29 en proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte 2], zaaksdossier 29, pg. 75.

35 Een overzicht van telefoon verkeersgegevens, zaaksdossier 29, pg. 56.

36 Tapgesprek, zaaksdossier 29, pg. 29.

37 Het proces-verbaal algemeen relaas van onderzoek, zaaksdossier 29, pg. 5 en een tapgesprek, zaaksdossier, pg. 30.

38 Tapgesprek, zaaksdossier 29, pg. 37.

39 Tapgesprek, zaaksdossier 29, pg. 40.

40 Tapgesprek, zaaksdossier 29, pg. 41.

41 Tapgesprek, zaaksdossier 29, pg. 48.

42 Tapgesprek, zaaksdossier 29, pg. 49.

43 Tapgesprek, zaaksdossier 29, pg. 52.

44 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 9], zaaksdossier 30, pg. 13 en 14.

45 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 11], zaaksdossier 31, pg. 12 en 13.

46 Tapgesprek, zaaksdossier 30, pg. 24, proces-verbaal van algemeen relaas, zaaksdossier 30, pg. 12 en proces-verbaal van algemeen relaas, zaaksdossier 31, pg. 11.

47 Tapgesprek, zaaksdossier 31, pg. 42.

48 Tapgesprek, zaaksdossier 31, pg. 47.

49 Tapgesprek, zaaksdossier 31, pg. 47 en proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 30, pg. 19.

50 Tapgesprek, zaaksdossier 31, pg. 47 en proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 11], zaaksdossier 31, pg. 14.