Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX2818

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22-06-2012
Datum publicatie
26-07-2012
Zaaknummer
AWB 12/651
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Subsidie voor agrarisch natuurbeheer. Verweerder heeft aan de hand van het nieuwe perceelsregister, de kaartlaag Agrarisch Areaal Nederland, het subsidieperceel ingetekend en de subsidiabele oppervlakte vastgesteld. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 12/651

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van

inzake

[naam], eiser,

wonende te [woonplaats],

tegen

het college van gedeputeerde staten van Gelderland, verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 6 januari 2012.

2. Procesverloop

Bij besluit van 22 juni 2011 heeft verweerder eiser subsidie verleend voor agrarisch natuurbeheer voor een perceel met een oppervlakte van 1,55 hectare (ha).

Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit heeft verweerder het gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de subsidieverlening gebaseerd op een oppervlakte van 1,56 ha.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

Het beroep is behandeld ter zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank van 15 mei 2012. Eiser is aldaar in persoon verschenen, vergezeld door zijn echtgenote. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. S.G.A. Peeters, werkzaam bij de Dienst Regelingen van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

3. Overwegingen

3.1 Op 18 december 2009 heeft eiser een aanvraag ingediend voor agrarisch natuurbeheer in het kader van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland (hierna: de SNL). Bij besluit van 8 juli 2010 is eiser subsidie verleend voor beheereenheid 1 voor een oppervlakte van 1,50 ha botanisch hooiland. De subsidieperiode gaat in op 1 januari 2010 en eindigt op 31 december 2016.

Eiser heeft vervolgens verweerder verzocht de subsidie te verhogen en te baseren op een oppervlakte van beheereenheid 1 van 1,60 ha.

Bij besluit van 22 juni 2011 is eiser subsidie verleend voor 1,55 ha. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de subsidie gebaseerd op 1,56 ha, met terugwerkende kracht tot het begin van dit tijdvak.

Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat aan de hand van de in het Geïntegreerd beheers- en controlesysteem opgenomen kaartlaag Agrarisch Areaal Nederland (hierna: de AAN) is geconstateerd dat de beheereenheid 1,56 ha groot is.

In het verweerschrift van 2 mei 2012 heeft verweerder een nadere toelichting gegeven op de geconstateerde oppervlakte.

3.2 Eiser kan zich niet verenigen met de subsidieverlening voor 1,56 ha. Hij stelt zich op het standpunt dat de geconstateerde oppervlakte van de beheereenheid niet juist is. Voor zover nodig zal op het door hem aangevoerde hierna worden ingegaan.

3.3 Ingevolge artikel 1.1, aanhef en onder e, van de SNL wordt onder beheereenheid verstaan: aaneengesloten oppervlakte landbouwgrond waarop een agrarisch beheerpakket wordt of gaat worden uitgevoerd.

Ingevolge artikel 4.1.1.1 van de SNL kan verweerder op aanvraag een subsidie agrarisch natuurbeheer verstrekken.

3.4 Verweerder heeft aangegeven dat de AAN in 2009 is ingevoerd omdat het daarvoor geldende perceelsregister door de Europese Commissie als onvoldoende nauwkeurig en actueel is bestempeld. Op de AAN, gebaseerd op luchtfoto’s, zijn de perceelsgrenzen nauwkeuriger langs diverse landschapselementen gelegd en zijn niet-subsidiabele delen daarbuiten gelaten. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat de AAN een kleinere foutmarge kent dan het vorige perceelsregister. Bij intekening in het vorige register was er een foutmarge van 1,25 meter en bij intekening in de AAN is er slechts een foutmarge van 0,40 meter.

De aanvraag van eiser is aan de hand van de geactualiseerde referentiepercelen beoordeeld. Het perceel waarvoor eiser subsidie heeft aangevraagd heeft verweerder ingetekend op de AAN. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder gesteld dat bij de intekening is uitgegaan van de buitengrenzen van het referentieperceel en dat er dus in het voordeel van eiser is gehandeld. De enige restrictie die daarbij is aangebracht is dat de buitengrenzen van het referentieperceel niet mogen worden overschreden, aangezien anders wordt ingetekend op een deel van een ander referentieperceel.

Verweerder heeft ten slotte toegelicht waarom de verschillende metingen in het verleden tot verschillende resultaten hebben geleid en waarom deze metingen thans niet meer juist zijn te achten.

3.5 De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij de vaststelling van de oppervlakte in beginsel mag uitgaan van de intekening van het subsidieperceel op de AAN. Deze werkwijze acht de rechtbank, mede gelet op de door verweerder gegeven toelichting, aanvaardbaar.

De rechtbank ziet voorts geen aanleiding om te oordelen dat verweerder het subsidieperceel onjuist heeft ingetekend. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiser de intekening van het subsidieperceel door verweerder niet betwist. Eisers betoog dat in het verleden bij metingen gebleken is dat de oppervlakte van het perceel groter was en dat daarom van die grotere oppervlakte uitgegaan moet worden treft dan ook geen doel. Verweerder heeft in voldoende mate toegelicht waarom de oude werkwijze tot fouten leidde en waarom de eerdere metingen niet juist zijn geweest. Daarom zijn de uitkomsten van de in het verleden verrichte metingen, variërend van 1,52 tot 1,66 ha, thans niet meer relevant.

Eiser heeft vervolgens tegen de nieuwe berekening van het subsidieperceel alleen nog ingebracht dat de nieuwe werkwijze, intekening van de beheereenheid in het nieuwe perceelsregister, een foutmarge herbergt. De rechtbank is van oordeel dat de enkele stelling dat, vanwege de foutmarge in het systeem, de beheereenheid mogelijk een grotere oppervlakte heeft, niet met zich brengt dat de door verweerder geconstateerde oppervlakte onjuist moet worden geacht of dat verweerder een andere meting had moeten laten plaatsvinden. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiser geen andersluidende meting heeft ingebracht van een deskundig te achten instantie of persoon. Eiser heeft geen gerede twijfel kunnen zaaien met betrekking tot de juistheid van de geconstateerde oppervlakte. In dit verband overweegt de rechtbank nog dat indien eiser op dit punt gevolgd zou worden, verweerder in geen enkel geval zou kunnen volstaan met de vaststelling van de oppervlakte door intekening op de AAN.

Eiser heeft ten slotte ter zitting aangegeven dat hij voor hetzelfde weiland subsidie voor probleemgebieden ontvangt en dat deze subsidie recentelijk is gebaseerd op een oppervlakte van 1,49 ha.

De rechtbank is van oordeel dat hieruit in ieder geval niet volgt dat de oppervlakte van de onderhavige beheereenheid groter is dan 1,56 ha. Verweerder heeft ter zitting aangegeven niet van de subsidie voor probleemgebieden en het daarbij horende kader op de hoogte te zijn, maar dat een en ander wellicht verklaard kan worden uit het feit dat het een andere subsidie betreft en dat daar waarschijnlijk een andere kaart en een ander referentieperceel aan ten grondslag liggen.

3.6 Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel, dat de stellingen van eiser tegen het bestreden besluit geen doel treffen. Het beroep dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

3.7 De rechtbank acht geen termen aanwezig over te gaan tot een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

De rechtbank

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W. van Osch - Leysma, voorzitter, en mr. W.R.H. Lutjes en mr. W.H.A.C.M. Bouwens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W.M. Litjens, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op .

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op: