Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX2729

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-07-2012
Datum publicatie
25-07-2012
Zaaknummer
05/720600-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen. Gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 20 voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/720600-12

Datum zitting : 10 juli 2012

Datum uitspraak : 24 juli 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de rechtbank in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [Naam verdachte]

geboren op : [Geboortedatum verdachte] 1993 te Rheden

adres : [Adres verdachte]

plaats : [Postcode, woonplaats verdachte],

thans gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid.

Raadsman : mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 07 april 2012 te Doesburg, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een of meerdere ring(en), althans enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [Slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, met voormeld oogmerk

- zich naar de woning van die [Slachtoffer] heeft/hebben begeven en/of - die [Slachtoffer] (onder valse voorwendselen) de deur heeft/hebben laten openen

en/of

- de woning van die [Slachtoffer] is/zijn binnengegaan en/of - die [Slachtoffer] op de grond heeft/hebben gegooid/geduwd en/of

- die [Slachtoffer] heeft/hebben geschopt en/of geslagen (terwijl die [Slachtoffer] op de grond lag) en/of

- heeft/hebben geroepen/gezegd naar/tegen die [Slachtoffer] "ringen, ringen en anders slaan we je dood" en/of

- heeft/hebben geprobeerd (een) ring(en) van de vinger(s) van die [Slachtoffer] af te halen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 10 juli 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie, mr. M. Zwartjes, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 7 april 2012 hebben verdachte en zijn mededaders zich , samen met twee mededaders naar de woning van [Slachtoffer] in Doesburg begeven. Onder valse voorwendselen, er werd om een vuurtje voor een sigaret gevraagd, hebben zij die [Slachtoffer] bewogen tot het openen van de deur waarop verdachte, samen met zijn twee mededaders de woning is binnengegaan. [Slachtoffer] is vastgepakt en op de grond terechtgekomen.2 De bedoeling van verdachte en zijn mededaders was om sieraden van [Slachtoffer] weg te nemen.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte bekent de poging tot diefstal in vereniging, maar ontkent dat daarbij geweld is gebruikt. Aangever [Slachtoffer] is, aldus verdachte, niet op de grond gegooid of geduwd, is niet geschopt of geslagen terwijl hij op de grond lag, er is niet gezegd of geroepen "ringen, ringen en anders slaan we je dood" en er is niet geprobeerd een ring van de vinger van die [Slachtoffer] af te nemen. Verdachte zal van de geweldscomponent, zoals tenlastegelegd, moeten worden vrijgesproken. Voorts staat het volgens de verdediging niet vast dat het letsel is opgelopen door het toegepaste geweld. Het letsel kan ook zijn opgelopen door d ebril van aangever.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [Slachtoffer] geeft in zijn aangifte aan dat, op het moment dat de drie mannen binnenkwamen, twee van hen hem op de grond gegooid hebben. De mannen riepen daarbij "ringen, ringen en anders slaan we je dood." Aangever begreep dat ze zijn ring die hij om zijn vinger had bedoelden. Die ring kregen ze niet van zijn vinger. Aangever verklaart dat, toen hij op de grond lag,hij in zijn rug is geschopt en in zijn gezicht geslagen tengevolge waarvan hij een verwonding heeft opgelopen bij zijn rechter slaap. 4 Bij de aangifte zijn foto's gevoegd van deze verwonding.

Dat letsel bestaat, zo constateert de rechtbank, uit een snee aan de slaap van de aangever.5

Aangever heeft nog dezelfde avond een verklaring afgelegd en de rechtbank heeft geen enkele reden om aan de juistheid van de verklaring van aangever te twijfelen. De rechtbank merkt nog op dat het goed mogelijk is dat de bril van aangever heeft bijgedragen aan het letsel. Echter, naar het oordeel van de rechtbank was dit slechts mogelijk doordat er geweld op die bril is uitgeoefend, waardoor de bril de slaap van aangever kon raken.

Conclusie

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 07 april 2012 te Doesburg, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een of meerdere ring(en) toebehorende aan [Slachtoffer], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen die [Slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s)met voormeld oogmerk

- zich naar de woning van die [Slachtoffer] hebben begeven en

- die [Slachtoffer] (onder valse voorwendselen) de deur hebben laten openen

en

- de woning van die [Slachtoffer] zijn binnengegaan en/of

- die [Slachtoffer] op de grond hebben gegooid/geduwd en

- die [Slachtoffer] /hebben geschopt en geslagen (terwijl die [Slachtoffer] op de grond lag) en/of

- hebben geroepen/gezegd tegen die [Slachtoffer] "ringen, ringen en anders slaan we je dood" en

- hebben geprobeerd ring van de vinger van die [Slachtoffer] af te halen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk temaken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Als bijzondere voorwaarde vordert de officier van justitie toezicht van de reclassering inclusief het meldingsgebod. De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de omstandigheid dat het hier een ernstig feit betreft. Het slachtoffer is doodsbang geweest door wat hem is overkomen. De overval is tevoren via WhatsApp besproken en één van de overvallers is speciaal uit Arnhem overgekomen. Redenen om bij deze verdachte het jeugdstrafrecht toe te passen ziet de officier van justitie niet. Verdachte is een jong volwassene en de oudste van de drie jongens die de gepoogd hebben de overval te plegen. Hij had daarom de wijste moeten zijn. Wat wel in de strafmaat mee mag wegen is de toch jonge leeftijd van verdachte, 19 jaar, het feit dat hij in principe zijn leven op de rails had en het feit dat hij first offender is.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank rekening te houden met de jeugdige leeftijd van verdachte en wijst daarbij op voorstellen voor een nieuw adolescentenstrafrecht, waarbij een sanctiepakket voor jong volwassenen, zoals verdachte, zal worden ingevoerd. Verdachte kan na de zomer zijn opleiding weer oppakken. Hij zal het afgelopen jaar over moeten doen en ook dat is al een straf. Verzocht wordt bij een bewezenverklaring een zodanige straf op te leggen dat verdachte zijn opleiding kan hervatten eventueel gecombineerd met een hoger voorwaardelijk strafdeel en/of een werkstraf.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

* het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 07 juni 2012; en

* een tweetal voorlichtingsrapporten van de Reclassering Nederland, d.d. 25 mei 2012 en 06 juli 2012, betreffende verdachte;

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstige poging tot overval in een woning, waarbij van de 79-jarige bewoner getracht werd sieraden te stelen en waarbij, rekening houdend met de leeftijd van de aangever, fors geweld is gebruikt. Dit maakt dat in beginsel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is.

In haar eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hoewel de eis van de officier van justitie in feite het minimum is wat aan straf voor een dergelijk feit doorgaans opgelegd zou moeten worden, is de rechtbank in het geval van verdachte van oordeel dat er aanleiding is om in verregaande mate rekening te houden met zijn persoonlijke omstandigheden.

In het reclasseringsrapport valt te lezen dat de mentor van het Graafschap College, waar verdachte zijn opleiding volgt, heeft laten weten dat verdachte na de zomer opnieuw aan zijn opleiding mag beginnen.

Verdachte is nooit eerder met politie en justitie in aanraking geweest. Nadat hij werd aangehouden voor het onderhavige delict is hij in voorlopige hechtenis genomen en is hij door het verblijf in het huis van bewaring direct geconfronteerd met de gevolgen van het plegen van een dergelijk feit. Verdachte, die, zoals hiervoor al is opgemerkt, zijn leven op orde had en een opleiding volgde, heeft als gevolg van zijn detentie geen examen kunnen doen en zal een jaar van zijn studie moeten overdoen. De rechtbank houdt ook rekening met het zeer positieve reclasseringsrapport over verdachte waaruit naar voren komt dat er een laag gemiddeld recidiverisico is. De rechtbank heeft, mede gezien de behandeling ter terechtzitting, ook overigens de indruk dat verdachte inmiddels doordrongen is van de ernst hiervan en dat hij inziet dat hij zijn leven op een andere manier inhoud moet geven en zich moet losmaken van 'vrienden' die hem meetrekken in crimineel gedrag.

De rechtbank moet dan de maatschappelijke belangen van het krachtig bestrijden van dit soort criminaliteit afwegen tegen de persoonlijke belangen van verdachte. Daarbij past de kanttekening dat het persoonlijke belang van verdachte om niet al te lang meer te verblijven in detentie, in de onderhavige zaal niet strijdig is met het maatschappelijk belang. Ook de samenleving is ermee gediend dat verdachte zijn leven opnieuw op de rails kan zetten door het vervolgen van zijn opleiding en dat hij niet blijft hangen in een criminele omgeving.

De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat verdachte één kans geboden moet worden. Gedurende de proeftijd van twee jaar, te koppelen aan een langere voorwaardelijke gevangenisstraf, kan verdachte laten zien dat deze zaak een incident is geweest.

Om de ernst van de zaak tot uitdrukking te brengen en omdat maatschappelijk gezien een forse straf op zijn plaats is, zal de rechtbank de op te leggen relatief korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf combineren met een zeer lange voorwaardelijke gevangenisstraf en een maximale werkstraf, opdat verdachte het komend schooljaar zijn leven en opleiding kan hervatten. .

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 45, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 20 (twintig) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende (algemene en bijzondere) voorwaarden niet is nagekomen:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat veroordeelde zich binnen 14 dagen volgend op het onherroepelijk worden van het vonnis telefonisch meldt bij de reclassering Nederland op het nummer [Telefoonnummer] en zich vervolgens blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht,

waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

het verrichten van een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid. De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is. Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 120 (eenhonderdtwintig) dagen.

Heft op het bevel voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

Aldus gewezen door:

mr. H.G. Eskes (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. C. van Linschoten, rechters,

in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juli 2012.6

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm opgemaakt voorgeleidingsproces-verbaal, opgemaakt door een verbalisant van de regiopolitie Gelderland-Midden, regionaal Overvallen Team, dossiernummer 2012013561, gesloten op 10 april 2012 en in de bijgehorende in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het door de rechtbank doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het dossier bestaat uit een proces-verbaal van voorgeleiding met bijlagen en een proces-verbaal van vervolgonderzoek na voorgeleiding met bijlagen. In de doornummering door de rechtbank is de eerste pagina van het proces-verbaal van voorgeleiding genummerd als pagina 1, waarna is doorgenummerd in de hierboven genoemde volgorde. In totaal bevat het dossier 158 pagina's.

2 Een proces-verbaal van aangifte van [Slachtoffer] (pag. 19 laatste alinea, pag. 20 eerste en tweede alinea) alsmede de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 10 juli 2012;

3 Verklaring verdachte ter terechtzitting 10 juli 2012.

4 Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van de aangever [Slachtoffer] (pag. 20, eerste en tweede alinea);

5 Waarneming door de leden van de rechtbank ter terechtzitting d.d. 10 juli 2012.