Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX1603

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
16-07-2012
Datum publicatie
16-07-2012
Zaaknummer
824313
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het moet voor iedere werknemer duidelijk zijn dat het niet is toegestaan om privébestellingen te doen, waarbij de kosten ervan voor rekening van de werkgever en/of haar klanten komen of niet op een transparante manier worden afgewikkeld. Dit volgt (onder meer) uit de eisen van goed werknemerschap (art. 7:611 Burgerlijk Wetboek). Werknemer heeft in strijd met deze norm gehandeld. Daarom nietigheid van het ontslag op staande voet niet gehonoreerd in kort geding en ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden, voor zover vereist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0675
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 824313 \ HA VERZ 12-1175 \ JP\420

uitspraak van 16 juli 2012

beschikking

in de zaak van

de besloten vennootschap [verzoekster]

gevestigd te [adres]

verzoekende partij

gemachtigde mr. J. Nigten

tegen

[verwee[verweerder]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

gemachtigde mr. B.J.F. Hofmans

Partijen worden hierna [verzoekster] en [verweerder] genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties;

- het verweerschrift met producties;

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 29 juni 2012, mede inhoudende de pleitnotitie van de gemachtigde van [verzoekster].

1.2. De mondelinge behandeling heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de mondelinge behandeling van het kort geding van [verweerder] tegen [verzoekster] ( zaaknummer 823841). De stukken van het kort geding worden ook geacht in deze procedure te zijn overgelegd.

2. De feiten

2.1. [verzoekster] is een bedrijf dat gespecialiseerd is in de vervaardiging van transformatoren.

2.2. [verweerder], geboren op [geboortedatum] en thans 38 jaar oud, is op 1 september 1991 bij [verzoekster] in dienst getreden. Hij vervulde laatstelijk de functie van kwaliteitscontroleur op de afdeling Voormontage tegen een salaris van € 3350,08 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag.

De functie van [verweerder] houdt onder meer in dat hij staal en andere producten bestelt bij het bedrijf Novi Ferromont d.o.o. (hierna: Novi) te Kroatië. Zijn contactpersoon aldaar is [betrokkene 1] (hierna:[betrokkene 1]), sales director/manager bij Novi. Voor zijn collega kwaliteitscontroleur [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) geldt hetzelfde. [betrok[betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3]) is de leidinggevende van [betrokkene 2] en [verweerder].

2.3. In januari 2012 heeft de directie van [verzoekster] een anonieme brief ontvangen.

2.4. [verzoekster] heeft naar aanleiding van deze brief een intern onderzoek ingesteld en zich daarin laten bijstaan door [firma] (verder: [firma]).

Na kennisname van e-mails uit de zakelijke e-mail account van [betrokkene 3] is besloten het digitaal onderzoek uit te breiden tot de betrokkenheid daarbij van [betrokkene 3], [verweerder] en [betrokkene 2].

2.5. Uit de e- mailberichten tussen [verweerder] en [betrokkene 1] wordt hier het volgende geciteerd:

• bericht van [verweerder] aan [betrokkene 1] van 5 augustus 2011 ( kopie aan [betrokkene 3]) met betrekking tot Inox plaat ( keuken plaat) :

(…)

I’ve heard you’ve holiday, so you can make that plate by yourself in your own time and bring it over to our place, than we buy you a beer for it. is it a good plan or what.

(…)”

• bericht van [verweerder] aan [betrokkene 1] van 22 augustus 2011 over een afdekplaat voor gierkelder ( protective cap) :

‘(…)

It’s for private use. Is it also possible that you could deliver that with that table for [betrokkene 4]

Only [betrokkene 4] and I know it for those two things.

I’m looking forward to receive your answer.

(…)”

• bericht van [verweerder] aan [betrokkene 1] van 23 augustus 2011 met als onderwerp ‘ 5 voor Ferdinand Novi ‘ :

“(…)

Second question : could you make this letter for someone over here

(…)”

• bericht van [verweerder] aan [betrokkene 1] van 11 november 2011:

“(…)

That protective cap was perfect. Is it possible that you could make another one, with the same surface treatment

(…)”

2.6. [verweerder] is door [firma] op 23 april 2012 gehoord. Hiervan is door [firma] een gespreksverslag ( hierna: het verslag) opgemaakt.

2.7. [verweerder] heeft bij Novi drie eigen bestellingen gedaan en voorts voor diverse collega's een keukenplaat, een cijfer 5 alsmede ijzeren pijpen; voorts heeft hij nog materialen voor poorten besteld, voor een oom en voor een kameraad.

2.8. Op 19 april 2012 is [verweerder] geschorst en op 7 mei 2012 is hij op staande voet ontslagen. Bij brief van laatstgenoemde datum heeft [verzoekster] dit ontslag bevestigd. Op 25 mei heeft [verweerder] de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen.

3. Het verzoek en het verweer

3.1. [verzoekster] verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [verweerder], voor zover deze nog bestaat, per direct, althans op zo kort mogelijke termijn, te ontbinden wegens gewichtige redenen, subsidiair gewijzigde omstandigheden.

3.2. [verzoekster] onderbouwt het verzoek, kort samengevat, als volgt.

De gedragingen en handelingen van [verweerder] vormen, zowel op zichzelf beschouwd als in onderlinge samenhang bezien, een dringende reden voor ontslag. Zij is dan ook van mening dat zij [verweerder] terecht en op juiste gronden heeft ontslagen. Door [verweerder] zijn immers privé-bestellingen gedaan bij een van de vaste leveranciers van [verzoekster], te weten Novi.

Dit is in strijd met de binnen [verzoekster] geldende gedragsrichtlijn ter voorkoming van corruptie in het zakelijke verkeer (verder: de gedragsrichtlijn). Daarbij komt dat [verweerder] geen afdoende duidelijkheid heeft kunnen verstrekken over de financiële afwikkeling van de privé-bestellingen. De door [verweerder] gegeven verklaring dat contant zou zijn betaald aan Novi, is door [verzoekster] gecontroleerd bij Novi en blijkt op basis van haar administratie niet te kloppen.

[verzoekster] moet het er dan ook voor houden dat voor een groot aantal van de gedane privé-bestellingen of niet is betaald, of dat de kosten voor rekening van [verzoekster] dan wel haar klanten zijn gekomen. Dit is niet alleen kwalijk in de verhouding met [verzoekster] maar het heeft [verzoekster] ook nog in een precaire positie gebracht ten opzichte van Novi, andere leveranciers, en haar klanten die mogelijk hebben betaald voor de privé-bestellingen.

Voor het geval de kantonrechter van oordeel mocht zijn dat er geen sprake is van een dringende reden, is [verzoekster] van mening dat er dan sprake is van gewijzigde omstandigheden die maken dat de arbeidsovereenkomst dadelijk of na korte tijd dient te eindigen. Het vertrouwen van [verzoekster] in [verweerder] is onherstelbaar beschadigd, zodat een terugkeer binnen haar organisatie niet mogelijk is.

[verzoekster] merkt tenslotte nog op dat er geen plaats is voor toekenning van een vergoeding aan [verweerder] omdat de reden voor de beëindiging geheel aan hem is te wijten.

3.3. [verweerder] voert gemotiveerd verweer dat, zakelijk weergegeven, neerkomt op het volgende.

[verweerder] erkent dat hij privé-bestellingen heeft gedaan bij Novi. Hierbij gaat het om enkele keren voor hemzelf, kennissen en familie en/of collega’s. Alle keren zijn de bestellingen contant betaald bij Novi, te weten aan contactpersoon [betrokkene 1].

Alle privé-bestellingen en de wijze van betalen zijn telkenmale vooraf door [verweerder] aan [betrokkene 3], zijn leidinggevende, gemeld en hij heeft daarvoor goedkeuring gekregen. De correspondentie omtrent de bestellingen is in cc aan [betrokkene 3] gezonden.

Voor zover [verzoekster] het doet voorkomen alsof uit de rapportage van [firma] zou volgen dat [verweerder] privé-bestellingen zou hebben laten boeken op andere orders, is dat onjuist.

Wat door [verzoekster] onderbelicht wordt en waar een groot gedeelte van het gesprek tussen [verweerder] en [firma] betrekking op had was de bestellingen van bedrijfszaken en relatiegeschenken. Wat betreft deze twee categorieën heeft [verweerder] aangegeven dat deze over verschillende lopende orders werden geboekt, doch hij betwist met klem dat dit het geval was ten aanzien van privé-bestellingen.

Dit blijkt ook uit onder andere het gespreksverslag met [betrokkene 2] – welk verslag wel volledig is uitgewerkt aan de hand van opnameapparatuur – waarin diverse e-mails met betrekking tot interne verbouwingen en afscheidscadeaus aan de orde komen. Bij die bestellingen staat expliciet het verzoek om de kosten te boeken op lopende orders, hetgeen [verzoekster] bij geen enkele privé-bestelling kan aantonen, simpelweg omdat dit niet is geschied, althans in ieder geval niet door [verweerder]. Deze e-mails omtrent interne verbouwingen en/of relatiegeschenken zijn ook bij [verweerder] aan de orde gekomen doch worden niet, althans niet uitdrukkelijk, in het verslag vermeld.

Wat betreft de goederen voor interne verbouwingen en relatiegeschenken werden door daartoe bevoegde personen binnen [verzoekster] opdracht gegeven tot bestellingen, veelal aan de leidinggevende van [verweerder], [betrokkene 3]. Vervolgens werd door [betrokkene 3], [verweerder] of [betrokkene 2] contact opgenomen met Novi om de goederen te bestellen met – een aantal maal – het verzoek om de kosten op de lopende orders te boeken. Dit was binnen de hele organisatie van [verzoekster] bekend, zoals blijkt uit een verklaring van de afdelingsleider eindmontage.

[verweerder] kan uit de gedragsrichtlijn niet opmaken dat het doen van privé-bestellingen daarmee in strijd is. Gezien al het vorenstaande concludeert [verweerder] dat er geen dringende reden is voor ontslag.

Volgens [verweerder] is evenmin sprake van gewijzigde omstandigheden die een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. In dat verband heeft hij gewezen op steunbetuigingen uit alle geledingen binnen [verzoekster] en zijn langdurige dienstverband. [verweerder] wenst primair dat het verzoek van [verzoekster] wordt afgewezen. Mocht het toch tot een ontbinding komen dan is volgens hem in het kader van de vergoeding een correctiefactor van 3 op zijn plaats.

4. De beoordeling

4.1. Het verzoek houdt geen verband met enig opzegverbod.

4.2. Voorop moet worden gesteld dat de gedragsrichtlijn noch enige andere door [verzoekster] overgelegde regeling het doen van privé-bestellingen verbiedt.

Het voorgaande neemt niet weg dat het voor iedere werknemer van [verzoekster] duidelijk moet zijn dat het niet is toegestaan om privé-bestellingen te doen, waarbij de kosten ervan voor rekening van [verzoekster] komen, of waarbij klanten van [verzoekster] (kunnen) worden benadeeld. Dit volgt onder meer uit de eisen van goed werknemerschap (art. 7: 611 Burgerlijk Wetboek).

4.3. Wat betreft de vraag of [verzoekster] is benadeeld door de handelwijze van [verweerder] is het volgende van belang. [verzoekster] heeft gesteld dat het mogelijk is dat de kosten van de bestellingen door [verzoekster] of haar klanten zijn betaald.

Voor zover [verweerder] in het verslag refereert aan het verdelen van kosten over lopende orders is onvoldoende duidelijk dat het daarbij zou gaan om iets anders dan een verwijzing naar de gang van zaken bij bedrijfsbestellingen nodig voor interne verbouwingen - zie zijn verklaring op bladzijde 38 van dit verslag over die gang van zaken -. In dat verband is met name van belang dat [verweerder] meerdere malen expliciet heeft verklaard - zie bladzijde 40 van het verslag – dat hij altijd contant heeft betaald aan de leverancier. Ook anderszins is door [verzoekster] niet aangetoond dat de kosten van de privé-bestellingen van [verweerder] zijn verdeeld over lopende orders of direct of indirect ten laste van [verzoekster] zijn gebracht.

Voorts heeft [verweerder] onweersproken gesteld dat de privé-bestellingen weliswaar meegingen met door [verzoekster] betaalde transporten, maar dat het daarbij ging om gefixeerde transportkosten voor [verzoekster]. Ook in zoverre moet de conclusie luiden dat daaruit niet blijkt van benadeling van [verzoekster] door [verweerder].

4.4. Het gestelde onder punt 4.3. laat onverlet dat [verzoekster] naar het oordeel van de kantonrechter wel terecht andere ernstige verwijten heeft gemaakt.

Daarbij is het eerste punt dat [verweerder] zelf heeft bevestigd dat de betalingen aan Novi 'zwart' - dat wil zeggen zonder kwitantie van Novi - hebben plaatsgevonden. Door daarmee akkoord heeft hij het risico genomen dat de betaling van zijn bestellingen niet bij Novi terecht zou komen. Dat risico heeft zich kennelijk ook verwezenlijkt zoals blijkt uit een bericht van Novi van 3 mei 2012 inhoudende de mededeling dat op de boekhoudafdeling (kas) geen schriftelijk bewijs is gevonden van welke aard dan ook met betrekking tot eventuele betalingen van heren die werkzaam zijn in het bedrijf van [verzoekster] (produktie 15 bij het verzoekschrift).

Door die benadeling van een belangrijke klant van [verzoekster] heeft [verweerder] zijn werkgever in een precaire positie gebracht ten opzichte van Novi.

4.5. Voorts staat vast dat [verweerder] geen opheldering heeft kunnen verschaffen over de financiële afwikkeling van de bestellingen die hij voor anderen heeft gedaan. Zo blijkt uit productie 14 bij het verzoekschrift dat [verweerder] met betrekking tot een voor een collega bestelde keukenplaat heeft verklaard "hoe de betaling is gegaan, dat weet ik niet" en met betrekking tot de bestelling van het cijfer 5 "ik heb geen idee hoe dit met de kosten is geregeld". Omdat [verweerder] de bestellingen deed kan hij zich er niet van afmaken met de opmerking dat hij niet op de hoogte is van de financiële afwikkeling. Als goed werknemer is het zijn plicht er zoveel mogelijk op toe te zien dat zijn handelwijze niet leidt of kan leiden tot directe of indirecte schade voor [verzoekster] en haar klanten. Ook hiervoor geldt dat [verweerder] door deze opstelling het risico heeft genomen dat [verzoekster] en/of haar klanten en/of Novi zouden kunnen worden benadeeld.

4.6. Het voorgaande leidt de kantonrechter, in onderling verband en samenhang beschouwd en rekening houdend met het aantal bestellingen door [verweerder], tot het oordeel dat, zo dit al geen dringende reden oplevert om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, dit toch in ieder geval oplevert een zodanig onherstelbaar beschadigd vertrouwen bij [verzoekster] in [verweerder] dat de arbeidsovereenkomst op grond van gewijzigde omstandigheden moet worden ontbonden. De kantonrechter zal op die grond tot ontbinding van de arbeidsoverenkomst overgaan.

4.7. Nu de reden voor beëindiging geheel aan [verweerder] is te wijten, is geen plaats voor toekenning van een vergoeding.

4.8. [verweerder] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 16 juli 2012,

5.2. veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [verweerder] begroot op € 109,00 aan griffierecht en € 500,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. J.J. Penning en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2012.