Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX0608

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
06-07-2012
Zaaknummer
209136
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank stelt in conventie vast dat Sänger de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk heeft verricht, zodat zij terecht aanspraak maakt op betaling van haar facturen. In reconventie wordt geoordeeld dat partijen geen fatale termijn zijn overeengekomen, zodat voor het intreden van verzuim een ingebrekestelling was vereist. Niet bewezen is dat de "e-mail" die een ingebrekestelling behelst, Sänger heeft bereikt, dus geen verzuim, geen toerekenbare tekortkoming en geen schadeplichtigheid aan de zijde van Sänger. Vordering in reconventie afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 209136 / HA ZA 10-2466

Vonnis van 13 juni 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SÄNGER INGENIEURSBURO BOUW- EN CIVIELE TECHNIEK B.V.,

gevestigd te Almelo,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. E. Nijhoff te Almelo,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

M2 BOUWMANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Scherpenzeel,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A.A.S. Smulders te Amersfoort.

Partijen zullen hierna Sänger en M2B worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 10 augustus 2011 (hierna: het tussenvonnis)

- de akte van Sänger

- de antwoordakte van M2B

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 28 oktober 2011

- het proces-verbaal van voortzetting van getuigenverhoor van 17 februari 2012

- de conclusie na enquête van Sänger

- de conclusie na enquête van M2B

- de antwoordconclusie na enquête van Sänger

- de antwoordconclusie na enquête van M2B.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

2.1. In het tussenvonnis heeft de rechtbank aan Sänger ten eerste opgedragen bij akte gemotiveerd en gespecificeerd aan te geven in welke facturen de in dat vonnis onder 4.12 opgesomde werkzaamheden zijn opgenomen en voor welk bedrag, en tevens aan te geven of zij de (niet gemaakte) tekening van prefab bij de levellers aan M2B in rekening heeft gebracht en zo ja, op welke factuur.

2.2. Sänger heeft daarop bij akte diverse producties (tekeningen en berekeningen) in het geding gebracht. Sänger heeft in haar akte per handeling aangegeven uit welke productie kan worden afgeleid dat die werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht en op welke factuur die werkzaamheden voor welk bedrag zijn gefactureerd. Zoals hierna zal blijken, is het niet nodig dat de rechtbank deze toelichting puntsgewijs bespreekt. Uitsluitend relevant is dat Sänger in haar akte ten aanzien van “de tekening van prefab bij de levellers” herhaalt dat deze werkzaamheden wel zijn uitgevoerd, maar niet aan M2B zijn geleverd. Het hiermee gemoeide bedrag van € 375,00 strekt daarom volgens Sänger in mindering op het factuurbedrag van factuur 08281 van € 17.106,25 inclusief btw.

2.3. In hetzelfde tussenvonnis heeft de rechtbank aan Sänger opgedragen te bewijzen dat zij de in dat vonnis onder 4.12 opgesomde werkzaamheden – met uitzondering van “het geheel compleet leveren en uitvoeren” en “de tekening van prefab bij de levellers” daadwerkelijk heeft verricht en geleverd.

2.4. Ter uitvoering van die bewijsopdracht heeft Sänger drie getuigen doen horen, van wie er twee, namelijk de heer A.J. [betrokkene 6] (statutair bestuurder van Sänger) en de heer H. [werknemer 1] (tekenaar/constructeur in dienst van Sänger) – samengevat weergegeven – hebben verklaard dat Sänger alle werkzaamheden in de opsomming heeft verricht en geleverd aan M2B, uitgezonderd de tekening van prefab bij de levellers en het palenplan en vloerconstructie van het buitenterrein. Laatstgenoemde werkzaamheden zijn volgens Sänger niet aan M2B in rekening gebracht. De derde getuige, de heer [werknemer 2] (bouwkundig tekenaar in dienst bij Sänger), heeft alleen kunnen verklaren over de tekeningen die hij zelf heeft gemaakt.

2.5. M2B heeft in de contra-enquête vier getuigen doen horen, waaronder de heer G.F. [betrokkene 1], statutair bestuurder van M2B (hierna: [betrokkene 1]). [betrokkene 1] heeft onder meer verklaard:

U merkt op dat de opsomming behelst de werkzaamheden welke Sänger volgens M2B nooit zou hebben verricht. U vraagt mij of ik daarbij blijf. Daar blijf ik bij. Als voorbeeld noem ik de statische berekeningen. Die heb ik nooit compleet en goed gehad. Om die reden kan ik niet zeggen dat ik alle geletterde stukken van de akte niet eerder heb gezien dan bij akte. Ik begrijp het onderscheid dat u maakt tussen enerzijds “niet verricht” en anderzijds “niet volledig/niet goed/niet tijdig verricht”. Het merendeel van de in de akte van Sänger overgelegde stukken valt in de categorie “niet volledig/niet goed/niet tijdig verricht” […]

Op vragen van mr. Nijhoff:

U vraagt mij welke werkzaamheden uit de opsomming vallen onder de categorie “niet verricht”. Dit is door mij niet goed te beantwoorden, omdat bijvoorbeeld in de opsomming staat “alle constructies” of “complete statische berekeningen”. Op deze punten zijn de werkzaamheden dus niet compleet of zijn niet van alle constructies definitieve berekeningen gemaakt.

2.6. De rechtbank begrijpt deze getuigenverklaring aldus, dat M2B zich niet langer op het standpunt stelt dat Sänger de opgesomde werkzaamheden niet heeft verricht, maar dat haar standpunt inhoudt dat Sänger haar werkzaamheden voor een deel niet goed/niet tijdig/niet volledig heeft verricht. M2B heeft haar oorspronkelijke verweer dus niet gehandhaafd.

2.7. Voor zover M2B dat in haar conclusie en antwoordconclusie na enquête betwist en daartoe aanvoert dat “niet tijdig” en “niet goed” verrichten in dit geval hetzelfde betekent als “niet” verrichten, verwerpt de rechtbank dat standpunt. Deze begrippen hebben onmiskenbaar een verschillende betekenis. Waar het nu om gaat, is of Sänger terecht aanspraak maakt op betaling van haar facturen en dat is het geval indien komt vast te staan dat de gefactureerde werkzaamheden tussen partijen zijn overeengekomen en Sänger die werkzaamheden ook daadwerkelijk heeft verricht. Zoals in het tussenvonnis onder 4.7 al is overwogen, moet het verweer met betrekking tot het niet goed/niet tijdig verrichten van de werkzaamheden in dit verband buiten beschouwing blijven omdat, zelfs al zou dit verweer gegrond zijn, het M2B nog niet ontslaat van haar betalingsverplichting. Het verweer is wel relevant bij de beoordeling van de op wanprestatie gebaseerde vordering in reconventie en zal daar dan ook – voor zover nodig – verder aan de orde komen.

2.8. Gezien het voorgaande staat nu – bij gebreke van gemotiveerd verweer – in rechte vast dat Sänger de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk heeft verricht. Dat betekent dat Sänger terecht aanspraak maakt op betaling van de facturen 08125, 08281 en 08284 (ten aanzien van de facturen 08282, 08283 en 08035 waren in het tussenvonnis al beslissingen genomen). Ten aanzien van factuur 08281 geldt nog wel het navolgende.

2.9. Zoals onder 2.2 is overwogen, heeft Sänger aangevoerd dat op factuur 08281 ter hoogte van € 17.106,25 een bedrag van € 375,00 in mindering strekt omdat de bij dat bedrag behorende werkzaamheden, de tekening van prefab bij de levellers, niet zijn geleverd. M2B heeft daartegen in haar antwoordconclusie na enquête aangevoerd dat deze vermindering van het factuurbedrag niet realistisch is. De betreffende werkzaamheden zijn uiteindelijk verricht door [betrokkene 3] Engineering B.V. voor een gefactureerde prijs van € 3.510,50 inclusief btw, zo stelt M2B. Dit standpunt van M2B vindt steun in de factuur van [betrokkene 3] Engineering B.V. (onderdeel 3 van productie 6 bij conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie) en daarnaast in de toelichting die de heer N. [betrokkene 3] als getuige in de contra-enquête aan de zijde van M2B op zijn werkzaamheden heeft gegeven. Het verweer is dan ook gegrond. Op de factuur met nummer 08281 zal daarom niet het door Sänger voorgestane bedrag van € 375,00 in mindering worden gebracht, maar het door M2B gestelde bedrag van € 3.510,50 inclusief btw. Dat brengt het toewijsbare bedrag van deze factuur op € 13.595,75. Het meerdere zal worden afgewezen.

2.10. Resumerend zijn nu in conventie de volgende beslissingen genomen:

• factuur 08282 ad € 327,25 inclusief btw zal worden toegewezen (tussenvonnis r.o. 4.2);

• factuur 08283 ad € 2.915,50 inclusief btw zal worden toegewezen tot een bedrag van € 900,00 en voor het overige worden afgewezen (tussenvonnis r.o. 4.3 en 4.9);

• factuur 08035 ad € 8.181,25 inclusief btw zal worden afgewezen (tussenvonnis r.o. 4.5);

• factuur 08125 ad € 16.362,50 inclusief btw zal worden toegewezen (dit vonnis r.o. 2.8);

• factuur 08281 ad € 17.106,25 inclusief btw zal worden toegewezen tot een bedrag van € 13.595,75 en voor het overige worden afgewezen (dit vonnis r.o. 2.9);

• factuur 08284 ad € 2.998,80 inclusief btw zal worden toegewezen (dit vonnis r.o. 2.8).

In totaal zal dus in conventie een bedrag van € 34.184,30 (€ 327,25 + € 900,00 + € 16.362,50 + € 13.595,75 + € 2.998,80) inclusief btw worden toegewezen. Voor het overige zal de vordering worden afgewezen.

2.11. Sänger vordert vergoeding van de wettelijke rente die tot aan de dagvaarding is vervallen (€ 3.860,26) en de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening. M2B heeft deze vordering betwist. Omdat niet alle facturen zullen worden toegewezen, zal de rechtbank de gevorderde rente die is vervallen tot aan de dagvaarding afwijzen. Over de toegewezen facturen zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf veertien dagen na de respectievelijke vervaldata van de facturen. Voor het overige zal de wettelijke rente worden afgewezen.

2.12. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen, nu zij op geen enkele wijze is onderbouwd.

2.13. M2B is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Deze kosten worden aan de zijde van Sänger tot op heden begroot op:

- dagvaarding € 73,89

- griffierecht 1.165,00

- salaris advocaat 4.470,00 (5,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 5.708,89

2.14. Sänger vordert M2B te veroordelen tot betaling van de beslagkosten, die zij zelf begroot op € 400,25. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar.

in reconventie

2.15. In het tussenvonnis heeft de rechtbank onder 4.15 overwogen dat de vordering tot een verklaring voor recht dat de overeenkomst tot een bedrag van € 20.000,00 is ontbonden (vordering sub a) niet toewijsbaar is, omdat is gesteld noch gebleken dat M2B de overeenkomst schriftelijk heeft ontbonden zodat niet is voldaan aan artikel 6:267 lid 1 BW.

2.16. In haar antwoordakte van 5 oktober 2011 heeft M2B naar aanleiding hiervan aangevoerd, samengevat, dat juist is dat zij de overeenkomst niet schriftelijk heeft ontbonden, maar dat dit niet betekent dat haar vordering sub a niet zou kunnen worden toegewezen. M2B voert daartoe aan dat zij de rechtbank heeft verzocht de ontbinding uit te spreken en zij verzoekt de rechtbank om op haar beslissing op dit punt terug te komen.

2.17. De onder 2.15 bedoelde beslissing is een zonder voorbehoud gegeven eindbeslissing. In bepaalde gevallen waarin een eindbeslissing berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag is de rechter op grond van de eisen van een goede procesorde bevoegd de eindbeslissing te heroverwegen (HR 25 april 2008, NJ 2008, 553; LJN: BC2800).

2.18. De vordering sub a van M2B luidt: “te bepalen, althans voor recht te verklaren dat de tussen partijen gesloten overeenkomst is ontbonden tot het bedrag ad € 20.000,=, althans zodanig bedrag als uw rechtbank in goede justitie meent te behoren”. Deze vordering kan, anders dan M2B meent, niet worden gelezen als een vordering tot ontbinding van de overeenkomst. Gelet hierop bestaat geen aanleiding tot heroverweging van de beslissing dat de vordering sub a moet worden afgewezen. De rechtbank blijft bij hetgeen zij over die vordering eerder heeft vastgesteld en overwogen.

2.19. Verder heeft de rechtbank volgens M2B in het tussenvonnis onder 4.19 ten onrechte overwogen dat is gesteld noch gebleken dat nakoming op het moment dat M2B de tekortkomingen constateerde blijvend onmogelijk was en dat voor schadeplichtigheid van Sänger is vereist dat zij in verzuim is komen te verkeren (artikel 6:74 lid 2 BW). Ook heeft de rechtbank volgens M2B ten onrechte overwogen dat is gesteld noch gebleken dat het verzuim op de voet van artikel 6:83 BW zonder ingebrekestelling is ingetreden. M2B voert aan dat nakoming wel degelijk blijvend onmogelijk was. M2B stelt dat het verzuim intrad na week 4 van 2008, toen niet tijdig werd nagekomen en de fatale termijn was verstreken waarbinnen Sänger moest nakomen. Het niet tijdig nakomen door Sänger leverde volgens M2B een blijvende onmogelijkheid op om daarna alsnog na te komen, omdat het bouwproject verder moest gaan en M2B dus wel derden moest inschakelen om het werk van Sänger te doen, om schadeplichtigheid jegens haar opdrachtgever te voorkomen. Voor het intreden van verzuim was daarom volgens M2B geen ingebrekestelling vereist (artikel 6:81 juncto artikel 6:83 sub a BW). Daarnaast voert M2B aan dat uit de houding van Sänger bleek dat aanmaning nutteloos was, zodat M2B kon volstaan met de schriftelijke mededeling aan Sänger dat Sänger voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk werd gesteld (artikel 6:82 lid 2 BW). M2B stelt dat zij die mededeling ook daadwerkelijk aan Sänger heeft gedaan.

2.20. Ook de beslissingen in het tussenvonnis onder 4.19 zijn zonder voorbehoud gegeven eindbeslissingen. Nu M2B de rechtbank heeft verzocht om van die beslissingen terug te komen, overweegt de rechtbank met inachtneming van het hierboven onder 2.17 bedoelde toetsingskader als volgt.

2.21. Inderdaad heeft M2B gesteld dat nakoming blijvend onmogelijk was. Voor zover de rechtbank in het tussenvonnis heeft overwogen dat M2B dit niet heeft gesteld, is die overweging dan ook niet juist en komt de rechtbank daarop terug. Ten aanzien van de vraag of verzuim is vereist en zo ja, of het verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden of dat daarvoor een ingebrekestelling was vereist, overweegt de rechtbank het navolgende.

2.22. M2B stelt zich op het standpunt dat een fatale termijn was overeengekomen die inhield dat het werk van Sänger in week 4 van 2008 klaar moest zijn. M2B baseert die stelling op de planning die zij van Sänger heeft ontvangen (productie 3 bij antwoord in conventie/eis in reconventie). Sänger heeft echter uitdrukkelijk betwist dat een fatale termijn is overeengekomen.

2.23. De rechtbank stelt vast dat in de planning van partijen week 4 van 2008 als einddatum is opgenomen. Het opschrift bij de planning luidt echter: “Voorlopige planning”. Ook in de begeleidende e-mail van Sänger aan M2B van 24 oktober 2007 wordt gesproken van “de voorlopige planning”. Dit duidt er op zichzelf al op dat partijen geen fatale termijn zijn overeengekomen. Uit de correspondentie tussen partijen van na week 4 van 2008, waaruit in het tussenvonnis onder 2.6 en volgende uitvoerig is geciteerd, volgt bovendien dat partijen herhaaldelijk nader contact met elkaar hebben gehad over de planning. Daarbij heeft M2B meermalen aan Sänger kenbaar gemaakt, zakelijk weergegeven, dat het werk vertraging oploopt en dat spoed aan de zijde van Sänger is geboden, alsmede dat M2B nog steeds prijs stelt op prestatie door Sänger. Hieruit maakt de rechtbank op dat alsnog door Sänger kan worden gepresteerd en dat nakoming dus, anders dan M2B stelt, niet blijvend onmogelijk is.

2.24. Dit brengt mee dat, zoals de rechtbank in het tussenvonnis onder 4.19 al heeft overwogen, voor schadeplichtigheid van Sänger is vereist dat zij in verzuim is komen te verkeren (artikel 6:74 lid 2 BW). Op grond van artikel 6:82 lid 1 BW is voor het intreden van verzuim een ingebrekestelling vereist. Anders dan M2B meent, is het verzuim niet op de voet van artikel 6:83 BW zonder ingebrekestelling ingetreden. M2B heeft ter onderbouwing van die stelling onvoldoende gesteld.

2.25. Daarmee komt de rechtbank toe aan de vraag of M2B Sänger in gebreke heeft gesteld. In het tussenvonnis heeft de rechtbank M2B opgedragen te bewijzen dat de onder 2.15 van dat vonnis geciteerde “e-mail van 4 maart 2008”, die een ingebrekestelling behelst, Sänger heeft bereikt.

2.26. M2B heeft ter uitvoering van deze bewijsopdracht getuigen doen horen, namelijk:

- [bet[betrokkene 3], constructeur in eigen bedrijf

- mevrouw [betrokkene 4], commercieel administratief adviseur in eigen bedrijf

- de heer G.F. [statutair di[betrokkene 1], statutair bestuurder van M2B

- de heer J.W. [betrokkene 5], projectbegeleider bij M2B.

2.27. De getuige [betrokkene 3] heeft verklaard dat hij niets weet van het e-mailverkeer tussen M2B en Sänger. Zijn verklaring draagt dus niet bij tot het bewijs.

2.28. De andere drie getuigen hebben, voor zover relevant, achtereenvolgens het volgende verklaard.

[betro[betrokkene 1]:

U vraagt mij hoe ik weet dat deze e-mail van 4 maart 2008 door M2B aan Sänger is verstuurd. Dit heeft mijn man [de getuige G.F. [betrokkene 1], rechtbank] toen tegen mij gezegd […]. Ik weet niet of ik mijn man de e-mail daadwerkelijk heb zien verzenden. Ik weet niet of Sänger deze e-mail van 4 maart 2008 heeft ontvangen.

G.F. [betrokkene 1]:

U vraagt mij naar de e-mail van 4 maart 2008. Die is door mij verstuurd. Ik denk dat ik hem aan het algemene e-mailadres van Sänger heb gestuurd en ook aan het adres van [betrokkene 6] specifiek […]. Ik weet dat ik in de e-mail ook iets heb geschreven over andere punten, maar ik weet niet meer specifiek welke punten er nog meer in stonden. Ik weet wel dat [betrokkene 6] op deze andere punten heeft gereageerd. Volgens mij was dit de dag erna. Dit was telefonisch. Hij had commentaar op de andere punten in mijn e-mail en zei dat hij het stom vond dat ik hem aansprakelijk had gesteld. Het zou kunnen dat anderen dit telefoongesprek hebben gehoord omdat ik in een kantoortuin zit met vijf andere mensen. Hier zit mijn vrouw niet bij. Verder kan ik mij niets specifieks herinneren van het telefoongesprek met [betrokkene 6] naar aanleiding van de e-mail van 4 maart 2008. Volgens mij was het geen vrolijk maar een pissig gesprek, maar wij hadden in die periode wel vaker pissige gesprekken. Het klopt wat mijn vrouw over de e-mail van 4 maart 2008 heeft verklaard. Ik heb hier geen aanvullingen op. Ik heb verder ook niets te verklaren over de e-mail.

De getuige [betrokkene 5]:

Toentertijd werkten de computers van M2B goed. Er waren geen storingen of crashes. Het was wel zo dat Sänger soms e-mails niet ontving […]. Ik weet niet of de mail van 4 maart 2008 is ontvangen door Sänger.

2.29. In de contra-enquête heeft Sänger één getuige doen horen, te weten de heer A.J. [betrokkene 6], haar statutair bestuurder. Deze getuige heeft, voor zover relevant, verklaard:

Ik heb de e-mail van 4 maart 2008 nooit eerder gezien dan hier in deze procedure. Voor zover ik weet heeft niemand bij Sänger deze mail ontvangen. Ik ben eindverantwoordelijke dus als iemand anders de mail had ontvangen, dan was de mail wel bij mij neergelegd. Ik heb [betrokkene 1] niet op 5 maart 2008 gebeld om te zeggen dat ik het stom vond dat hij mij aansprakelijk stelde. Als ik al een mail zou hebben ontvangen met de strekking van een ingebrekestelling, dan zou ik eerst iemand anders raadplegen om te vragen wat ik er mee aan moest […].

Op vragen van mr. Nijhoff:

Het algemene e-mailverkeer gericht aan Sänger komt bij mij binnen. De mail van 4 maart 2008 is niet op het algemene adres van Sänger binnen gekomen. De mail is ook niet op mijn eigen account binnengekomen. De mails worden bewaard op de server. Die gaat terug tot 2003. Ik heb geprobeerd om die e-mail terug te vinden op de back-up. Ik heb alle bestanden tot 2006 teruggezocht, maar de mail staat er niet tussen. Ik ben nooit op enige andere wijze in gebreke gesteld door M2B.

Op vragen van mr. Smulders:

[…]

In de e-mail staan ook een aantal punten opgesomd. Deze punten ken ik wel omdat die van mijn hand zijn en ik deze in de vorm van een fax heb voorgelegd aan M2B. Dit was vóór 4 maart 2008.

2.30. Geen van de getuigen heeft verklaard dat Sänger de “e-mail van 4 maart 2008” heeft ontvangen. [betro[betrokkene 1] en [betrokkene 5] hebben beiden verklaard dat zij niet weten of Sänger deze “e-mail” heeft ontvangen. G.F. [betrokkene 1] heeft weliswaar verklaard dat hij de “e-mail” heeft verzonden, maar daaruit volgt zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet dat Sänger deze ook daadwerkelijk heeft ontvangen. De verklaring van G.F. [betrokkene 1], dat de heer [betrokkene 6] van Sänger hem naar aanleiding van de “e-mail” heeft opgebeld, kan in ieder geval niet als een dergelijke nadere onderbouwing worden beschouwd, aangezien [betrokkene 6] als getuige in de contra-enquête uitdrukkelijk heeft betwist dat dit telefoongesprek heeft plaatsgevonden. [betrokkene 6] betwist ook uitdrukkelijk de ontvangst van de “e-mail” door Sänger.

2.31. De conclusie luidt dat M2B niet is geslaagd in het haar opgedragen bewijs. Zoals de rechtbank in het tussenvonnis onder 4.21 al heeft overwogen, betekent dit dat niet is komen vast te staan dat Sänger in gebreke is gesteld en dus ook niet dat zij in verzuim is komen te verkeren, zodat geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming van Sänger en de vordering tot schadevergoeding van M2B moet worden afgewezen.

2.32. M2B zal als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten moeten dragen. Deze kosten worden aan de zijde van Sänger tot op heden begroot op € 1.117,50 wegens salaris advocaat (2,5 punten × factor 0,5 × tarief € 894,00). De rechtbank hanteert bij de berekening van het salaris een factor 0,5 omdat de vordering in reconventie voortvloeit uit het verweer in conventie.

tot slot in conventie en in reconventie

2.33. De rechter ten overstaan van wie de comparitie is gehouden en die het tussenvonnis heeft gewezen en de getuigen heeft gehoord, heeft dit vonnis om organisatorische redenen niet kunnen wijzen.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. veroordeelt M2B om aan Sänger te betalen een bedrag van € 34.184,30 (vierendertigduizend honderdvierentachtig euro en dertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf veertien dagen na de onderscheiden factuurdata tot de dag van volledige betaling,

3.2. veroordeelt M2B in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 400,25,

3.3. veroordeelt M2B in de proceskosten, aan de zijde van Sänger tot op heden begroot op € 5.708,89,

3.4. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.6. wijst de vorderingen af,

3.7. veroordeelt M2B in de proceskosten, aan de zijde van Sänger tot op heden begroot op € 1.117,50.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.P.T. Blokhuis en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2012.

Coll.: JC