Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX0577

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-07-2012
Datum publicatie
09-07-2012
Zaaknummer
822855 HA VERZ 12-1145
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever verzoekt ontbinding arbeidsovereenkomst met werknemer, die titulair directeur is. De grondslagen voor het verzoek, disfunctioneren en het veroorzaken van slechte resultaten, komen niet vast te staan. De werkgever heeft daarover niets schriftelijk vastgelegd en de werkenemr betwist een en ander gemotiveerd. De verhoudingen zijn zodanig verstoord dat wel ontbonden moet worden, ook gelet op het verrouwen dat werknemer moet hebben in zijn functie van directeur. Correctiefactor C=2. Bij factor A worden een uitzendperiode, een dienstverband bij een zustervennootschap en een periode als statutair directeur met een managementovereenkomst meegeteld.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2012/220
AR-Updates.nl 2012-0650
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Wageningen

zaakgegevens 822855 \ HA VERZ 12-1145 \ 343

uitspraak van 6 juli 2012

beschikking

in de zaak van

de besloten vennootschap BVA Automotive B.V.

gevestigd te Hoevelaken

verzoekende partij

gemachtigde mr. L.W. Houten

tegen

[werknemer]

wonende te 's-Hertogenbosch

verwerende partij

gemachtigde [naam gemachtigde]

Partijen worden hierna BVA en [werknemer] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties

- het verweerschrift met producties

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 26 juni 2012 mede inhoudende de pleitnotities van de gemachtigde van BVA en de gemachtigde van [werknemer].

2. De feiten

2.1. [werknemer] is sinds 1 januari 2012 in dienst als directeur bij BVA, tegen een salaris van laatstelijk € 8.940,00 bruto per maand. [werknemer] is thans 36 jaar oud. Voorafgaand daaraan heeft [werknemer] vanaf juli 2009 via een uitzendbureau werkzaamheden verricht bij BVA. Per 1 november 2009 is [werknemer] in dienst getreden bij BVA Europe B.V. als accountmanager Automotive. BVA Europe B.V. is een dochteronderneming van BVA.

2.2. Per 1 januari 2011 is [werknemer], via zijn besloten vennootschap, aangesteld als statutair bestuurder van BVA op grond van een managementovereenkomst. Vanaf die datum hield [werknemer] ook 20% van de aandelen in BVA. Het statutair bestuurderschap en de managementovereenkomst zijn met wederzijds goedvinden beëindigd per 1 januari 2012. Vanaf die datum is [werknemer] in dienst getreden van BVA op basis van een arbeidsovereenkomst. [werknemer] heeft zijn aandelen per die datum ook weer overgedragen aan BVA.

2.3. BVA houdt zich bezig met het verkopen van tweedehands auto's via online veilingen. Het bedrijf is gestart in 2009. [werknemer] en zijn voormalig collega [X] hebben op 8 januari 2010 een businessplan voor BVA gepresenteerd. In dit businessplan is een financiële prognose gegeven voor de periode 2010-2013, waarbij de netto winst zich zou ontwikkelen van € 225.000 in 2010 tot € 1.042.000 in 2012. Het financieel resultaat bleef echter achter bij de prognoses.

2.4. In het derde kwartaal van 2011 is door de aandeelhouders en de commisarissen met [werknemer] (en [X]) gesproken over de tegenvallende resultaten. Besloten werd om een nieuw businessplan op te stellen, met een aanzienlijke lastenverlaging door een vertek van [X] of [werknemer]. In onderling overleg is besloten dat [X] zou vertrekken. [werknemer] kreeg een arbeidsovereenomst, tegen een lager salaris dan voorheen. Het nieuwe businessplan werd door [werknemer] en [X] gepresenteerd eind november 2011. Op basis van dit businessplan zou in 2012 een winst van € 380.000 gerealiseerd worden. Voor het eerste kwartaal van 2012 werd een verlies geprognosticeerd van € 7.000. Dit werd in werkelijkheid een verlies van € 70.000. In april 2012 werd een verlies gerealiseerd van € 27.300 terwijl voor die maand een winst van € 12.380 was geprognosticeerd.

2.5. Op 10 mei 2012 is door de heer [Y] statutair bestuurder en aandeelhouder van BVA, aan [werknemer] medegedeeld dat zijn dienstverband beëindigd zou worden.

3. Het verzoek en het verweer

3.1. BVA verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden wegens gewichtige redenen, namelijk op grond van een verandering van omstandigheden die bestaat uit een vertrouwensbreuk. Zij onderbouwt haar verzoek met de negatieve resultaten over de afgelopen periode. Verder voert BVA bijkomende omstandigheden aan die hebben geleid tot het besluit van BVA de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te beëindigen. Deze omstandigheden zijn:

- de attitude en wijze van communiceren van [werknemer], waardoor geregeld aanvaringen zijn ontstaan met zijn collega's. Ondanks dat hierover gesproken is met [werknemer], is deze attitude niet verbeterd.

- de klachtenafwikkeling door [werknemer], die niet adequaat was.

- de samenwerking met grote partijen, die onder leiding van [werknemer] niet van de grond kwam ondanks investeringen daarin van BVA.

- zijn afwezigheid op kijkdagen.

3.2. BVA stelt dat er geen termen aanwezig zijn om een vergoeding aan [werknemer] toe te kennen. BVA heeft verlies geleden, maar [werknemer] heeft zijn aandelen verkocht aan de aandeelhouder zonder te hoeven bijdragen in het verlies. Dat vormt een voordeel voor [werknemer], waar rekening mee dient te worden gehouden.

3.3. [werknemer] voert gemotiveerd verweer, waarop hierna zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [werknemer] voert in de eerste plaats aan dat hij zich nooit bewust is geweest van enig probleem met zijn functioneren en dat daarover met hem ook nooit is gesproken. De aankondiging van het ontslag kwam voor hem dan ook als een verassing. [werknemer] bestrijdt ook dat hij niet goed functioneerde. Hij heeft nooit problemen gehad met collega's en ook daarover is nooit gesproken. De wijze waarop klachten werden afgehandeld is juist heel goed geweest. Dit volgt volgens [werknemer] uit diverse e-mails uit de periode december 2011 tot en met mei 2012.

4.2. [werknemer] wijst erop dat hem bij e-mail van 12 april 2012 door de notaris van BVA nog formulieren zijn toegezonden om hem in te schrijven als statutair bestuurder van BVA. Verder voert [werknemer] aan dat tussen 15 maart en 29 maart 2012 nog met hem gesproken is over een bonusregeling. Hij wijst daarbij op verschillende e-mails uit die periode waar dit uit blijkt.

4.3. Dat [werknemer] de contacten met grote partijen niet van de grond heeft gekregen blijkt volgens [werknemer] nergens uit. Hij wijst op e-mails van hem van 2012 waarin de samenwerking met autotekoop.nl (van De Telegraaf), de voortgang van het Vaartland project, de aansluiting bij NAP en de erkenning door RDW worden gemeld.

4.4. Ten aanzien van de tegenvallende resultaten heeft [werknemer] aangevoerd dat de resultaten voor een belangrijk deel negatief worden beïnvloed door de doorbelasting van interne kosten door de moedermaatschappij van BVA. Daarnaast heeft een verhuizing plaatsgevonden, waarbij extra huisvestingskosten voor rekening van BVA zijn gebracht.

4.5. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal voor [werknemer] grote financiële gevolgen hebben, waarmee rekening dient te worden gehouden. Hij vraagt daarom de ontbinding niet eerder uit te spreken dan per 1 januari 2013.

4.6. De kantonrechter overweegt als volgt. Op de mondelinge behandeling is besproken dat BVA [werknemer] in de kern verwijt dat de resultaten achterbleven, hij de aandeelhouder daar niet goed over informeerde en zijn attitude niet verbeterde. [werknemer] bestrijdt dat over zijn functioneren in negatieve zin is gesproken. Dat dat wel het geval is geweest wordt door BVA wel gesteld, maar op geen enkele manier onderbouwd. Desgevraagd heeft BVA verklaard dat zij deze gesprekken niet schriftelijk vastlegt omdat zij zo niet werkt. Daarmee neemt BVA echter het risico dat hetgeen zij stelt, niet onderbouwd of bewezen kan worden. Gelet op de stukken die door [werknemer] in het geding zijn gebracht, zoals de recente correspondentie over een bonusregeling, het (al dan niet bij vergissing) toesturen van formulieren voor de kamer van koophandel om als statutair bestuurder te worden ingeschreven en het feit dat [werknemer] per 1 januari 2012 een arbeidsovereenkomst heeft gekregen terwijl [X] vertrok, maken de stellingen van BVA niet aannemelijker. Deze stukken ondergraven dat standpunt juist. Kort en goed komt het erop neer dat onvoldoende is onderbouwd dat [werknemer] niet goed heeft gefunctioneerd en daarop is aangesproken ter verbetering. De door BVA kort voor de mondelinge behandeling in het geding gebrachte verklaringen van andere werknemers van BVA waaruit zou volgen dat de samenwerking met [werknemer] moeizaam was, maken dat niet anders. Indien dat al het geval zou zijn geweest had het op de weg van BVA als werkgever gelegen om [werknemer] daarop aan te spreken. Dat dat is gebeurd is niet komen vast te staan, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door [werknemer].

4.7. Ten aanzien van de resultaten is op de mondelinge behandeling aan de orde geweest dat geen jaarstukken zijn overgelegd. Dat de resultaten slecht zijn wordt onderbouwd door een interne rapportage van 1 pagina, waarop omzetgegevens staan over de jaren 2010, 2011 en 2012. Verder zijn nog wat gedetailleerder omzetgegevens overgelegd. Een toelichting van de accountant of de financieel directeur op deze stukken ontbreekt echter. [werknemer] bestrijdt dat de resultaten zo slecht waren, gelet op de naar zijn mening onterechte doorbelasting van kosten. De kantonrechter kan dit zonder volledige stukken niet beoordelen. Dat [werknemer] deze slechte resultaten heeft veroorzaakt of hiervoor als enige de verantwoording draagt blijkt echter nergens uit. Dat hij daarop is aangesproken evenmin. Ook blijkt nergens uit dat hij de aandeelhouder onvolledig of onjuist heeft geïnformeerd over de financiële situatie. Vast staat dat de aandeelhouder maandelijks de omzetgegevens ontving van de financiële administratie.

4.8. Gebleken is echter wel dat partijen niet met elkaar verder kunnen. In zijn positie van directeur dient [werknemer] het vertrouwen van de aandeelhouder en statutair bestuurder te hebben. Dat vertrouwen ontbreekt, zo veel is wel vast komen te staan. Die vertrouwensbreuk is naar het oordeel van de kantonrechter niet te herstellen, ook gelet op het feit dat thans vrijwel alle geledingen van BVA bij het geschil betrokken zijn in verband met hun verklaringen.

De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst dan ook ontbinden.

4.9. De vraag rijst wie van de ontstane situatie een verwijt treft. Nu niet is komen vast te staan dat [werknemer] niet goed functioneerde en dat daarover met hem is gesproken en evenmin is komen vast te staan dat hem de slechte resultaten verweten kunnen worden, is de kantonrechter van oordeel dat BVA dat verwijt treft. De grondslagen voor het verzoek zijn immers niet komen vast te staan.

Dat betekent dat aan [werknemer] een vergoeding zal worden toegekend. Dat [werknemer] niet heeft hoeven bijdragen in het verlies van BVA kan zo zijn, maar gesteld noch gebleken is dat hem dat is gevraagd. Sterker nog: [werknemer] heeft onweersproken gesteld dat hij zijn aandelen had willen uitbreiden met de aandelen van [X]. Het standpunt van BVA dat het niet bijdragen in het verlies relevant is voor de berekening van de vergoeding gaat dus niet op.

4.10. Het arbeidsverleden van [werknemer] bij BVA valt uiteen in vier delen: een uitzendperiode, een arbeidsovereenkomst met een dochterbedrijf, een managementovereenkomst en een arbeidsovereenkomst bij BVA zelf. In totaal omvat het arbeidsverleden krap 3 jaar. BVA heeft bij de motivering van haar verzoek nadrukkelijk de periode voor 2012 betrokken. Dat sprake is van een kort dienstverband kan in dit geval niet zonder meer gezegd worden. Bij het beëindigen van de managementovereenkomst was voorts al afgesproken dat [werknemer] op grond van een arbeidsovereenkomst in dienst zou komen. Ook zijn zijn werkzaamheden min of meer hetzelfde gebleven.

De kantonrechter zal dan ook de kantonrechtersformule toepassen en daarbij het gehele arbeidsverleden meetellen bij factor A.

4.11. Nu BVA een verwijt treft van de ontstane situatie, zoals hiervoor is overwogen, zal de kantonrechter een correctiefactor van C=2 toepassen. Daarbij is ook relevant dat [werknemer] zich niet heeft kunnen voorbereiden op een ontslag.

4.12. Factor B komt, inclusief vakantietoeslag, op een bedrag van € 9.655,20 bruto.

4.13. De kantonrechter is van plan de arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 1 augustus 2012 en daarbij aan [werknemer] een vergoeding van € 38.620,00 bruto toe te kennen. Daarom krijgt BVA de gelegenheid het verzoek in te trekken.

4.14. Als BVA het verzoek niet intrekt, moeten partijen hun eigen kosten dragen. Als BVA het verzoek intrekt, moet zij de proceskosten dragen.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. stelt BVA in de gelegenheid het verzoek uiterlijk op 20 juli 2012 in te trekken door een schriftelijke mededeling aan de griffier van de rechtbank, sector kanton, locatie Wageningen, postbus 9030, 6800 EM Arnhem;

als BVA het verzoek niet intrekt:

5.2. ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2012 en kent aan [werknemer] ten laste van BVA een vergoeding toe van € 38.620,00 bruto;

5.3. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

als BVA het verzoek intrekt:

5.4. veroordeelt BVA in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [werknemer] begroot op € 500,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. S.H. Bokx-Boom en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2012.