Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX0417

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-07-2012
Datum publicatie
06-07-2012
Zaaknummer
05/701719-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 45-jarige man uit Schoonrewoerd veroordeeld tot een geldboete van 2000 euro en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk wegens het veroorzaken van een ongeval waarbij het slachtoffer zwaar werd gewond. Oorzaak voor het ongeval was vermoeidheid bij verdachte. Hij had niet gemerkt dat hij de auto van het slachtoffer had geraakt tijdens een inhaalmanoevre. Het slachtoffer belandde door de aanrijding met zijn auto in de sloot en verdronk bijna. Het slachtoffer werd gered door verdachte en een getuige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/701719-11

Datum zitting : 22 juni 2012

Datum uitspraak : 6 juli 2012

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Officier van justitie : mr. J. Schram

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 16 april 2011, te Tiel, in elk geval in Nederland,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(bedrijfsauto) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg

A15, ter hoogte van hectometerpaal 129.5

roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of

onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, en/of

terwijl hij, verdachte, vermoeid was, en/of

terwijl hij voornemens was, en/of bezig was een bijzondere manoeuvre uit te

voeren, zoals bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990,

met een snelheid gelegen boven de aldaar toegestane maximum snelheid van 120

kilometer per uur over de linkerrijstrook van die Rijksweg A15 heeft gereden,

en/of

(vervolgens) een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van genoemd

Reglement heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft

gewisseld, althans is gaan wisselen, en/of

(daarbij) zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate op of bij het

overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of

gehad, en/of

(vervolgens) naar rechts heeft gestuurd, en/of

(daarbij) is gaan rijden over en/of terecht is gekomen op de rechterrijstrook

van die Rijksweg A15, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 54 van genoemd Reglement de bestuurder van

een over de rechterrijstrook van die Rijksweg A15 rijdend ander motorrijtuig

niet voor heeft laten gaan, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die over

de rechterrijstrook van die Rijksweg A15 rijdend ander motorrijtuig,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar

lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke

ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is

ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 16 april 2011 te Tiel in elk geval in Nederland, als

bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, de

Rijksweg A15, ter hoogte van hectometerpaal 129.5,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, en/of

terwijl hij, verdachte, vermoeid was, en/of

terwijl hij voornemens was, en/of bezig was een bijzondere manoeuvre uit te

voeren, zoals bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990,

met een snelheid gelegen boven de aldaar toegestane maximum snelheid van 120

kilometer per uur over de linkerrijstrook van die Rijksweg A15 heeft gereden,

en/of

(vervolgens) een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van genoemd

Reglement heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft

gewisseld, althans is gaan wisselen, en/of

(daarbij) zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate op of bij het

overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of

gehad, en/of

(vervolgens) naar rechts heeft gestuurd, en/of

(daarbij) is gaan rijden over en/of terecht is gekomen op de rechterrijstrook

van die Rijksweg A15, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 54 van genoemd Reglement de bestuurder van

een over de rechterrijstrook van die Rijksweg A15 rijdend ander motorrijtuig

niet voor heeft laten gaan, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die over

de rechterrijstrook van die Rijksweg A15 rijdend ander motorrijtuig,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 22 juni 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen.

De officier van justitie heeft gerekwireerd.

Verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De ten laste gelegde verkeersgedragingen

De rechtbank stelt vast dat voor wat betreft de ten laste gelegde feitelijke verkeersgedragingen en de plaats en tijd waarop deze zijn begaan, sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt voor deze feitelijkheden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- Het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant1] en [verbalisant2] van de politie Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal met registratienummer PL083T 2011037909-1, gesloten op 14 augustus 2011, onder meer inhoudende:

o het proces-verbaal van aanrijding d.d. 21 augustus 2011,

o het proces-verbaal van verhoor benadeelde d.d. 3 juni 2011,

o het proces-verbaal verhoor getuige [getuige1] d.d. 16 april 2011,

o het proces-verbaal verhoor getuige [getuige2] d.d. 16 april 2011,

o het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse,

- De verklaringen van verdachte ter terechtzitting d.d. 22 juni 2012 afgelegd.

De rechtbank dient in deze te beoordelen de vraag of en, zo ja, in hoeverre de verkeersgedragingen van verdachte hem strafrechtelijk kunnen worden verweten, in die zin dat de verkeersgedragingen een overtreding opleveren van artikel 6 dan wel artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Daarbij dient tevens te worden beoordeeld of en zo ja, in welke mate, een ander letsel heeft opgelopen als gevolg van het door verdachte veroorzaakte ongeval.

Beoordeling van de verkeersgedraging

Om tot een veroordeling op grond van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 te komen, is vereist dat het rijgedrag van verdachte zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was en in welke mate dit verdachte kan worden verweten. Bij de beoordeling hiervan komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de omstandigheden waaronder die gedragingen zijn begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.

Verdachte heeft van 15 april 2011 tot vroeg in de ochtend op 16 april 2011 (de dag van het ongeval) gewerkt. Rond 04.00 uur is hij in Malden/Mook in zijn auto gestapt om naar huis te gaan. Verdachte heeft verklaard dat hij erg moe was en dat hij daarom nog bij het Shell-benzinestation te Kesteren een kop koffie heeft gedronken. Verdachte heeft zijn weg vervolgd en reed op de linkerrijbaan op de Rijksweg A15, toen ter hoogte van hectometerpaal 129.5 zijn auto onbestuurbaar raakte. Toen zijn auto op de vluchtstrook tot stilstand was gekomen, is verdachte uit zijn auto gestapt. Verdachte heeft daar van getuige [getuige2] vernomen wat [getuige2], al rijdend vóór de twee betrokken voertuigen, vanuit zijn binnenspiegel had gezien, namelijk dat verdachte met een andere auto in aanrijding was gekomen en dat de andere auto van de weg was geraakt. Toen verdachte en [getuige2] naar het andere voertuig liepen zagen zij dat deze op de kop in de sloot lag. Samen hebben zij de bestuurder van het andere voertuig ([slachtoffer]) uit het voertuig (een Volkswagen) gehaald.

Verdachte heeft de Volkswagen niet op de weg zien rijden en is zich er niet bewust van geweest dat hij, rijdend op de linkerrijstrook, is gaan wisselen van rijstrook, waarbij hij met de rechter voorzijde van zijn auto tegen de linker achterzijde van de in de rechterrijstrook rijdende Volkswagen is gereden.

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat verdachte schuld heeft aan het door hem veroorzaakte verkeersongeval. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard na een lange werkdag last te hebben gehad van vermoeidheidsverschijnselen. Verdachte kan worden verweten dat hij ondanks deze verschijnselen de reis naar huis heeft aanvaard, zonder adequate maatregelen te treffen om voldoende alert te blijven. Het enkel nuttigen van een kop koffie wordt door de rechtbank in dat verband niet afdoende geacht. Hiermee heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank een groot risico genomen, niet alleen voor zichzelf maar in het bijzonder ook voor andere verkeersdeelnemers, waaronder [slachtoffer]. Dit risico heeft zich uiteindelijk ook verwezenlijkt. Zoals verdachte ter zitting heeft verklaard, was hij zich er niet van bewust dat hij was gaan wisselen van rijstrook. Hij had tijdens het uitoefenen van deze bijzondere manoeuvre zijn aandacht niet bij het overige verkeer, in het bijzonder de Volkswagen welke hij niet op de weg had zien rijden. Hiermee heeft verdachte in strijd met het bepaalde in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen voorrang verleend aan de op de rechterrijstrook rijdende Volkswagen.

Voormelde gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden, brengen de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 omdat het rijgedrag van verdachte is aan te merken als aanmerkelijk onvoorzichtig.

Het letsel

De rechtbank stelt vast dat de bestuurder van de Volkswagen, [slachtoffer], als gevolg van het ongeval letsel heeft opgelopen. [slachtoffer] heeft verklaard dat zijn longen waren volgelopen met slootwater, waardoor deze geïnfecteerd zijn geraakt. Hij heeft van 16 april 2011 tot 9 mei 2011 in het ziekenhuis gelegen. Tot in ieder geval het moment van zijn verklaring op 3 juni 2011 werkte [slachtoffer] slechts halve dagen. Voorts heeft dr. [longarts], longarts, verklaard dat [slachtoffer] mogelijk blijvende schade aan de longen houdt door verdrinking en langdurige beademing. Gelet hierop kwalificeert de rechtbank het door [slachtoffer] als gevolge van het ongeval opgelopen letsel als zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 16 april 2011, te Tiel, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(bedrijfsauto) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg

A15, ter hoogte van hectometerpaal 129.5

aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en

onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of werd

gehinderd, en

terwijl hij, verdachte, vermoeid was, en

een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook is gaan wisselen, en

daarbij zijn aandacht niet op of bij het

overige verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse heeft gericht en

gehad, en

vervolgens naar rechts heeft gestuurd, en

daarbij terecht is gekomen op de rechterrijstrook

van die Rijksweg A15, en

daarbij in strijd met artikel 54 van genoemd Reglement de bestuurder van

een over de rechterrijstrook van die Rijksweg A15 rijdend ander motorrijtuig

niet voor heeft laten gaan, en

vervolgens in aanrijding is gekomen met dat over

de rechterrijstrook van die Rijksweg A15 rijdend ander motorrijtuig,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar

lichamelijk letsel werd toegebracht.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis en voorts tot een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van twee jaren.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 12 mei 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft onverantwoord gehandeld door in de vroege ochtend direct na zijn werk zeer vermoeid in zijn auto te stappen en een autorit naar huis te aanvaarden. Verdachte heeft de Volkswagen niet op de weg gezien en heeft de door hem veroorzaakte aanrijding niet eens opgemerkt. Een dergelijke aanmerkelijke verkeersfout rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf de oplegging van een werkstraf en een tijdelijke ontzegging van de bevoegdheid een motorrijtuig te besturen.

Verdachte heeft ter zitting spijt betuigd. Hij heeft samen met getuige [getuige2] het slachtoffer uit de auto gehaald en op dat moment gedacht dat het slachtoffer was overleden. Hij heeft vervolgens een week met de angst geleefd dat het slachtoffer het ongeval niet zou overleven. Hij heeft zich in de periode daarna om het herstel van het slachtoffer bekommerd en dat aan hem laten merken. Verder is van belang dat verdachte een eigen bedrijf heeft en hij voor zijn werk elke dag met de auto naar Aalsmeer moet. Hiervoor heeft hij zijn rijbewijs nodig. Ook heeft hij aangegeven dat hij ongeveer 50 à 60 uren per week werkt.

Op grond van deze overwegingen acht de rechtbank het opleggen van een werkstraf niet passend. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zal een geldboete van

€ 2.000,- worden opgelegd en wordt verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen ontzegd voor de duur van 6 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 91van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

A. Een betaling van een geldboete van € 2.000,- (twee duizend Euro),

bij gebrek van betaling en verhaal te vervangen door de duur van 40 dagen hechtenis.

B. Ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 6 (zes) maanden, waarvan 4 (vier) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeeld zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door mr. C.M.E. Lagarde, als voorzitter, mr. A.M. van Gorp en mr. H.T. Wagenaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.H.J. Baarsma-Reuchlin, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juli 2012.