Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX0109

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
02-07-2012
Zaaknummer
210734
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geurhinder door pluimveehouderij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 210734 / HA ZA 11-51

Vonnis van 27 juni 2012

in de zaak van

[eisers]

eisers

advocaat mr. W.A. Verbeek te Groningen

tegen

[gedaagden]

gedaagden

advocaat mr. J. van Groningen te Middelharnis

Eisers zullen hierna de woningeigenaren en gedaagden gezamenlijk, in enkelvoud, [gedaagde(n)] worden genoemd.

1 De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 februari 2012

- de akte uitlating na tussenvonnis van de woningeigenaren

- de antwoordakte van [gedaagde(n)]

- de akte overlegging producties van de woningeigenaren

- de nadere akte van [gedaagde(n)].

1.2 Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1 De rechtbank blijft bij hetgeen zij in het tussenvonnis van 29 februari 2012 heeft overwogen en beslist. Naar aanleiding van dat tussenvonnis hebben partijen zich uitgelaten, onder meer over de vraag of de brief van 31 maart 2008 als a) een stuitingshandeling van b) alle in deze procedure optredende eisers kan gelden. Anders dan [gedaagde(n)] is de rechtbank van oordeel dat de brief een aanmaning inhoudt als bedoeld in artikel 3:317 lid 1 BW. [gedaagde(n)] wordt in die brief immers gesommeerd aansprakelijkheid voor de schade te erkennen, bij gebreke waarvan rechtsmaatregelen in het vooruitzicht worden gesteld. Dat die schade toen (kennelijk) nog niet vaststond en dat daarom (kennelijk) nog niet tot betaling van enig concreet bedrag kon worden gemaand maakt dat niet anders. De aanmaning is voorts verstuurd aan de toenmalige en huidige advocaat van [gedaagde(n)]. Niet valt in te zien waarom deze de brief niet namens [gedaagde(n)] kon ontvangen, ook al was toen nog geen sprake van een civiele procedure. De rechtbank volhardt ten slotte in haar standpunt dat het [gedaagde(n)] op grond van de brief duidelijk had kunnen zijn dat ook andere leden van de Vereniging van Eigenaren Villapark "[villapark]" dan de in de brief met name genoemde personen zich zouden kunnen aansluiten bij de tegen hem gerichte claim, die op hoofdpunten inhoudelijk niet afwijkt van de vordering in de onderhavige procedure. Aldus heeft de stuiting door die vereniging te gelden als stuiting ten behoeve van alle eisers in deze zaak. Dat de vereniging geen vereniging als bedoeld in artikel 5:124 BW zou zijn en/of geen vereniging in de zin van artikel 3:305a BW, zoals [gedaagde(n)] betoogt, doet daaraan niet af. [gedaagde(n)] diende er immers - vanwege de gelijksoortigheid van de claims en de participatie van de vereniging in de brief - op bedacht te zijn dat hij de beschikking hield over gegevens en bewijsmateriaal in verband met vorderingen van andere woningeigenaren dan hen die in de brief met name worden genoemd.

2.2 De woningeigenaren hebben in hun akte uitlating na tussenvonnis de berekening van hun vorderingen, met rente tot 1 januari 2011, aan de aldus verruimde schadeperiode aangepast. Nu tegen die berekening geen bezwaar is gemaakt zal de rechtbank hun vorderingen dienovereenkomstig toewijzen. Dat de aanspraak van eiser sub 5 in het bij repliek geformuleerde petitum zou hebben ontbroken berust, zoals de woningeigenaren hebben opgemerkt, op een misverstand.

2.3 Nu een gedeelte van het primair gevorderde zal worden toegewezen komt de rechtbank niet toe aan de subsidiair gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure.

2.4 Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde(n)] in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

3 De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat [gedaagde(n)] onrechtmatig heeft gehandeld jegens de woningeigenaren,

veroordeelt [gedaagde(n)] hoofdelijk tot betaling van € 5.473,25 aan eiser sub 2, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 2011,

veroordeelt [gedaagde(n)] hoofdelijk tot betaling van € 9.293,25 aan eiser sub 5, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 2011,

veroordeelt [gedaagde(n)] hoofdelijk tot betaling van vier maal € 12.094,38 aan respectievelijk eisers sub 1, 3, 4 en 6, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 2011,

veroordeelt [gedaagde(n)] hoofdelijk tot betaling aan de woningeigenaren van € 5.604,90, vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.034,90 vanaf 14 april 2010 en over € 3.570,- vanaf 16 september 2010,

veroordeelt [gedaagde(n)] hoofdelijk in de kosten van de procedure, tot dit vonnis aan de zijde van de woningeigenaren bepaald op € 1.414,- voor griffierecht, € 99,62 voor explootkosten en € 7.105,- voor de kosten van de advocaat overeenkomstig het liquidatietarief (tarief V, 5 punten),

veroordeelt [gedaagde(n)] hoofdelijk in de nakosten in de nakosten ten bedrage van € 131,-, vermeerderd met € 68,- voor het geval dit vonnis zal worden betekend en die betekening noodzakelijk zal zijn geweest,

verklaart de gegeven veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2012.