Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX0094

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
02-07-2012
Zaaknummer
226676
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident.

Forumkeuze in algemene voorwaarden. Vraag of algemene voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst, in dit geval door terhandstelling. Bewijsopdracht aan eiseres in de hoofdzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 226676 / HA ZA 12-135

Vonnis in incident van 13 juni 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARCELORMITTAL CONSTRUCTION NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Tiel,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. S.J. van Susante te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in het incident],

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna ArcelorMittal en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid tevens conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. ArcelorMittal stelt in de dagvaarding dat op de verhouding tussen partijen waarom het hier gaat, de ‘Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) van ArcelorMittal Construction Nederland B.V. gevestigd te Tiel’ (hierna: Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007)) van toepassing zijn. Ingevolge art. 19.2 hiervan worden alle geschillen ter zake van levering van gevelpanelen door ArcelorMittal en de daarvoor verzonden facturen voorgelegd aan de bevoegde rechter binnen het arrondissement van haar vestiging, Arnhem.

2.2. [gedaagde] stelt dat ArcelorMittals beroep op de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) niet opgaat, en vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart met veroordeling van ArcelorMittal in de kosten.

2.3. [gedaagde] voert aan dat ArcelorMittal de toepasselijkheid van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) niet onderbouwt. Zij legt een offerte over van ArcelorMittal die onder meer inhoudt:

Op al onze leveringen en diensten zijn uitsluitend onze leverings- en verkoopvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Tiel onder nummer 1088. Op verzoek zenden wij u een exemplaar toe.

2.4. Onder dit nummer zijn bij de kamer van koophandel gedeponeerd de Algemene leverings- en verkoopvoorwaarden van Kempes & Koopen Bouwsystemen B.V. (hierna: Algemene voorwaarden Kempes & Koopen).

2.5. Opdrachtbevestigingen van ArcelorMittal, voegt [gedaagde] hieraan toe, verwijzen via ArcelorMittals K.v.K.-nummer 11024720 naar dezelfde onder nr. 1088 gedeponeerde Algemene voorwaarden Kempes & Koopen.

2.6. Deze bevatten geen artikel 19. Zij houden in art. 16 een regeling in die voorziet in het voorleggen van geschillen aan de bevoegde rechter in het arrondissement Arnhem.

2.7. In haar incidentele verweer voert ArcelorMittal aan dat [gedaagde] sinds 2007 een groot aantal bestellingen bij haar geplaatst heeft en dat het [gedaagde] duidelijk geweest is dat zij al die tijd de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) gebruikt. [gedaagde] is steeds conform deze Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) haar verplichtingen nagekomen, stelt ArcelorMittal.

2.8. Op zichzelf blijkt niet uit de stukken dat het [gedaagde] duidelijk geweest is dat ArcelorMittal al die tijd de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) zou hebben gebruikt. De stukken geven slechts aan dat ArcelorMittal naar haar algemene voorwaarden verwijst in standaardformuleringen en dat degene die de tekst hiervan zoekt, terechtkomt bij de Algemene voorwaarden Kempes & Koopen.

2.9. Dat [gedaagde], zoals ArcelorMittal stelt, de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) heeft nageleefd, betekent niet dat [gedaagde] die voorwaarden beschouwde als deel van de overeenkomst. Het is mogelijk dat [gedaagde] volgens onderdelen van de Algemene voorwaarden Kempes & Koopen handelde, het is zelfs mogelijk dat zij toevallig zo handelde als de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) voorschrijven.

2.10. ArcelorMittal wijst er in haar incidentele verweer op dat op de facturen die betrekking hebben op deze order steeds vermeld staat:

Op alle transakties zijn onze verkoop- en leveringsvoorwaarden van toepassing gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Tiel onder nr. 11024720.

2.11. Hierover heeft [gedaagde] echter bij haar incidentele eis al opgemerkt dat dit nummer verwijst naar het KvK-nummer van ArcelorMittal waaraan vervolgens de onder nr. 1088 gedeponeerde algemene voorwaarden zijn gekoppeld.

2.12. Waar verwijzingen als resultaat opleveren dat de Algemene voorwaarden Kempes & Koopen worden gevonden, kan niet worden geconcludeerd dat kennisneming van zo’n verwijzing tot toepasselijkheid van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) kan leiden. Partijen kunnen immers niet tot wilsovereenstemming komen als de ene partij haar wil richt op de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) en de andere op de Algemene voorwaarden Kempes & Koopen. Zelfs als deze twee sets, zoals ArcelorMittal – naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte – meent, ‘vrijwel gelijkluidend’ zijn, bestaat die wilsovereenstemming niet.

2.13. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verwarring die op dit punt bestaat ten gevolge van de verwijzingen, in de weg staat aan de conclusie dat de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) van toepassing zijn op de overeenkomst. De vraag wordt dan of er enig moment aanwijsbaar is waarop [gedaagde] ondubbelzinnig duidelijk werd gemaakt welke algemene voorwaarden ArcelorMittal van toepassing wilde laten zijn. Dit moet, gelet op de overigens bestaande verwarring, gezocht worden in het geval dat [gedaagde] de tekst ervan in handen heeft gekregen. ArcelorMittal wijst hiervoor twee mogelijkheden aan.

2.14. In mei 2007, stelt ArcelorMittal in de eerste plaats, is [gedaagde] een exemplaar van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) overhandigd. Dit staat niet vast. Het ligt op de weg van ArcelorMittal, die zich op toepasselijkheid van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) beroept, dit te bewijzen.

2.15. ArcelorMittal stelt in de tweede plaats dat achter op alle pagina’s van haar orderbevestiging van 4 juli 2008 – die volgens het antwoord in het incident betrekking heeft op de litigieuze overeenkomst(en) – de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) afgedrukt zijn. Ook ten aanzien van haar facturen stelt ArcelorMittal dat de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) op de achterkant van alle bladen afgedrukt zijn.

2.16. De rechtbank kan dit niet verifiëren omdat ArcelorMittal uitsluitend enkelzijdige kopieën van de voorkanten van de hier bedoelde pagina’s heeft overgelegd. ArcelorMittal zal de gelegenheid krijgen de originele stukken aan de rechtbank te tonen.

2.17. ArcelorMittal moet dus in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij een exemplaar van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) aan [gedaagde] heeft overhandigd en de offertes en facturen waarop de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) integraal staan afgedrukt, aan de rechtbank te tonen.

2.18. [gedaagde] stelt dat door de tekst

Op alle verbintenissen zijn, met uitsluiting van alle andere algemene voorwaarden van wederpartij, onze algemene voorwaarden van toepassing als gedeponeerd bij de K.v.K. te Eindhoven onder nr. 3202/97 d.d. 16 04 1997.

op haar aan ArcelorMittal gezonden opdrachtbevestiging niet ArcelorMittals algemene voorwaarden, maar die van [gedaagde] toepasselijk zijn. Volgens deze algemene voorwaarden is de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven bevoegd geschillen te beslechten.

2.19. De rechtbank is vooralsnog van oordeel dat indien de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) deel uitmaakten van een door [gedaagde] aanvaard aanbod van ArcelorMittal – wat nog niet vaststaat – deze vermelding op [gedaagde]’s postpapier, niet aan die aanvaarding afdoet. Daarvoor is deze door [gedaagde] gehanteerde clausule in te kleine letters en te algemene bewoordingen opgenomen aan de voet van haar postpapier. Het definitieve oordeel hierover is echter afhankelijk van de vraag of ArcelorMittal een eenduidig aanbod tot aanvaarding van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) heeft gedaan.

2.20. Slaagt ArcelorMittal niet in haar bewijs en komt ook niet aan de hand van de onder 2.16 bedoelde stukken de toepasselijkheid van de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007), vast te staan, dan wordt de incidentele vordering toegewezen. Daarmee staat dan echter niet vast dat de algemene voorwaarden van [gedaagde] toepasselijk zouden zijn.

2.21. Het is aan ArcelorMittal te bepalen of zij bewijs als bedoeld onder 2.14 wil leveren door het laten horen van getuigen danwel alleen de onder 2.16 bedoelde stukken wil overleggen. De te bepalen zitting zal in ieder geval deels een comparitie van partijen inhouden, in verband met het tonen van deze stukken. Worden er geen getuigen gehoord, dan wordt zij uitsluitend aan de comparitie besteed.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. draagt ArcelorMittal op te bewijzen dat zij tijdig voor het aangaan van de overeenkomst de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden (2007) aan [gedaagde] ter hand gesteld heeft,

3.2. bepaalt dat, voor zover ArcelorMittal dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. J.D.A. den Tonkelaar in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 juli 2012 voor het opgeven door ArcelorMittal van de getuigen en van hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de woensdagen in de maanden juli tot en met september 2012, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

3.4. verwijst voor het geval ArcelorMittal geen getuigen of verhinderdata heeft opgegeven de zaak naar de achtste rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor vonnis,

3.5. bepaalt voorts dat partijen op de onder 3.2 bedoelde zitting aanwezig zullen zijn en tijdens, na of in plaats van de getuigenverhoren voor de rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden,

3.6. bepaalt dat de partijen alle schriftelijke (bewijs)stukken die zij nog in het geding willen brengen uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toegezonden moeten hebben,

3.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2012.