Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX0038

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
02-07-2012
Zaaknummer
209767
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

BAB is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenissen uit de overeenkomst met eisers door fouten te maken in de werkomschrijving op het punt van de onderconstructie van het rieten dak van de woning van eisers. Zaak naar de rol voor nadere onderbouwing van de schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 209767 / HA ZA 10-2555

Vonnis van 13 juni 2012

in de zaak van

[eisers]

eisers,

advocaat: mr. D. van Alst te Nijmegen

tegen

[gedaagde]

gedaagde,

advocaat: mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Eisers worden hierna gezamenlijk in mannelijk enkelvoud “[eiser]” genoemd; gedaagde wordt aangeduid als “BAB”.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het griffie-exemplaar van het vonnis van deze rechtbank van 30 maart 2011 en de daarin genoemde gedingstukken;

- het proces-verbaal van comparitie, gehouden op 22 juni 2011;

- de akte wijziging van eis tevens houdende akte uitlating en overlegging producties van [eiser] met producties;

- de antwoordakte van BAB.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] is sinds 4 mei 2006 eigenaar van een woning, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] (verder ook te noemen: de woning). Het gaat om een vrijstaande woning met een rieten dak.

2.2. Voorafgaand aan de koop van de woning heeft [eiser] een bouwtechnische keuring laten verrichten door BAB. Deze vermeldt in zijn schriftelijke rapport van 6 januari 2006 onder meer:

“3 Leeswijzer

De rapportage is in kolommen weergegeven.

Na het beoordeelde onderdeel volgt de waardering met behulp van de volgende symbolen.

G (8,9,10) goed, er zijn geen of zeer kleine tekortkomingen, voldoet minimaal aan normaal te stellen eisen.

V (6,7) voldoende, er zijn enkele kleine gebreken of tekortkomingen, voldoet nog wel aan gebruikelijk te stellen minimum eisen.

O (4,5) onvoldoende, er zijn meerdere grotere gebreken en tekortkomingen, voldoet net niet aan gebruikelijk te stellen minimum eisen.

S (1,2,3) slecht, er zijn grotere gebreken en tekortkomingen, voldoet niet, moet vernieuwd, grondig onderhouden, vervangen of hersteld worden.

- niet beoordeeld, geen oordeel te geven.

? twijfelachtig, onbekend, nader onderzoek of navraag doen is noodzakelijk.

In de laatste kolom is aangegeven wat de situatie is en eventueel welk gebrek is geconstateerd.

Soms is een aanvullende of algemene opmerking bijgeschreven.

De cursief gedrukte teksten hebben een algemeen informatief karakter.

Het kan zijn dat de conditie van een beoordeeld onderdeel zowel goed, voldoende, onvoldoende als slecht is.

Kozijnen kunnen bijvoorbeeld deels goed zijn deels door houtrot zijn aangetast.

Op de betreffende regel treft u dan meerdere kruisjes als waardering aan.

Bij de beoordeling is uitgegaan van de huidige ruimtefunctie en de daaraan normaliter, in relatie tot het gebruik van het project, te stellen gangbare en gebruikelijke eisen.

Het project wordt beoordeeld rekening houdend met het bouwjaar, de bouwaard en de daarbij behorende gebruikte materialen, toepassingen en kwaliteit.

Andere beoordelingscriteria worden herleid uit overeenkomstige projecten, die door ons zijn beoordeeld.

(…)

8 Buitenonderdelen

(…)

DAKEN

ONDERDEEL G V O S SITUATIE, GEBREK

Bedekking schuine daken x x rietbedekking overwegend goede staat.

onderhoudsbeurt noodzakelijk

kilgoten herstel werk uit te voeren

het jaarlijks inspecteren van het dak wordt geadviseerd.

2.3. Op 8 maart 2006 heeft BAB schriftelijk een aanbod aan [eiser] gedaan met het oog op de voorgenomen verbouwing van de woning. In het stuk staat onder meer het volgende te lezen:

“Naar aanleiding van onze contacten van de afgelopen week alsmede uw verzoek, zend ik u hierbij het volgende toe:

- Voorstel met betrekking tot inschakeling van Bouw Adviesbureau [A] (BAB).

- Van toepassing zijnde algemene voorwaarden

(…)

Graag vat ik de essenties van ons gesprek als volgt samen.

Uit het gesprek maak ik op dat u behoefte heeft aan iemand die mogelijk deels namens en voor u, het voor te bereiden en het uit te voeren verbouw- en opknap-werk voor het pand [adres] te [woonplaats] kan organiseren, begeleiden en kan controleren.

Kortom iemand die namens u het bouwproces aanstuurt.”

2.4. Met het oog op de aanbesteding van de verbouwing heeft BAB in april 2006 een werkbeschrijving opgesteld, waarin in hoofdlijnen per ruimte/onderdeel wordt aangegeven welke werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Voor de logeerkamer rechts voor, de inloopkamer midden, de studeerkamer links achter, de kleine natte cel op overloop, de overloop boven, de vide en de verlengde vide is daarin onder meer opgenomen:

“Aanbrengen nieuw plafond en dakafwerking, regelwerk zuiver vlak, isolatieplaat 50 mm dik boven het regelwerk goed sluitend gelegd, dampdichte folie over het regelwerk, 9,5 mm gipsplaat geschroefd en strokend aangebracht, schroefgaten eenmaal gestopt, zachthouten voorgegronde kantplinten.

Naden blijven in het zicht.”

2.5. Voor de buitenschil is in de werkbeschrijving onder meer opgenomen:

“Rietdekker Het rietendak een jaarlijkse onderhoudsbeurt geven, nazien, bijstoppen plaatselijk, schoonmaken. Het rietendak aanpassen ten gevolge van nieuw dakvensters is bij de aannemer eerder opgenomen.”

2.6. Bij brief van 31 mei 2006 is de “opdracht voor het uitvoeren van de dak en rietwerkzaamheden, het leveren van alle daarbij benodigde en behorende materialen, het inzetten van hulpmiddelen, alsmede het verzorgen van en verrichten van allen logischerwijs uit het werk voortvloeiende activiteiten, diensten, hulp en leveringen, inzake het voornoemde project overeenkomstig de werkomschrijving en gemaakte afspraken” gegund aan [bedrijf] te [woonplaats] ([ ]) voor een vaste prijs van € 5.019,- exclusief BTW. In de opdracht is verder vermeld, dat daarin begrepen is het behandelen van het dak tegen algen en mos. Over meer- en minderwerk en wijzigingen is bepaald, dat indien tijdens de uitvoering blijkt dat zich wijzigingen voordoen en/of dat er sprake is van meer- of minderwerk, de uitvoering daarvan pas akkoord is als bedragen bekend zijn en de opdrachtgever of BAB hiertoe opdracht heeft gegeven. Verder is bepaald, voor zover hier van belang:

“De uitgangspunten zijn:

In volgorde van belangrijkheid en in volgorde bij tegenstrijdigheid.

- deze opdracht

- de werkbeschrijving met de laatste datum: 24-4-2006

- De bij de werkbeschrijving behorende schetsen, tekeningen, bijlagen, gegevens

- voor zover werkbeschrijving en tekeningen van elkaar afwijken geldt de werkbeschrijving als zijnde het uitgangspunt

- de bouwvergunning met bijlagen, indien van toepassing (een kopie wordt u toegezonden of komt in de meterkast te hangen)

Voor zover voor u van toepassing:

- de laastst geldende alg. voorw. voor verbouwingen, uitgegeven door de VEH

- de laatst geldende uitgave van de UAV

- de laatst geldende uitgave van de AVA

(…)

- het bouwbesluit zoals dat geldt tot 3 maanden voor opdracht

- normen, voornormen, certificaten, keurmerken, richtlijnen e.d., voor zover gebruikelijk, van toepassing en geldig

(…)

- uw offerte met de laatste datum:”

2.7. BAB heeft aan [eiser] in de periode van 6 januari 2006 tot 1 februari 2007 in totaal € 18.814,15 inclusief BTW in rekening gebracht voor verzorgen bouwkeuring, verstrekken aanvullende kosteninformatie, overleg op kantoor, doornemen stukken, voorbereidingsfase, prijsvormingsfase uitnodigen, contacten met aannemers, tekenwerk, invullen bouwaanvraag, diverse correspondentie en communicatie, extra werk beoordelen offertes, werkbezoeken, overleg en planning, ruim 19 weken bouwbegeleiding en controle, rekeningen controle, en controle oplevering en opleveringsrapport.

2.8. DAS Rechtsbijstand heeft, optredend voor [eiser], in 2009 door BDA Dakadvies B.V. (verder te noemen: BDA) onderzoek laten doen naar de rieten daken van de woning. BDA heeft op 25 november 2009 schriftelijk gerapporteerd. In het rapport (hierna ook te noemen: het BDA-rapport) is onder meer het volgende opgenomen:

“1 Opdracht

(…)

1.2 Doel van de opdracht

Het doel van de opdracht is het beantwoorden van de volgende vragen:

1. Wat is de oorzaak van het verslechteren van de kwaliteit van het riet?

2. Heeft dit gevolgen voor de levensduur van het riet? Zo ja, welke?

3. Heeft het loslaten van de verf onder de dakrand dezelfde oorzaak?

4. Indien nee, wat is daarvan wel de oorzaak?

5. Welke maatregelen dienen te worden getroffen om de bovenstaande problemen te verhelpen?

6. Wat zijn daarvan de kosten?

1.3 Op 28 juli 2009 is het onderzoek uitgevoerd door de heer [D] van BDA.

Tijdens het onderzoek waren aanwezig:

? de heer G.A. [A] namens Adviesbureau [A]

? de heer E. [B] namens Bouwbedrijf [B] B.V.

? de heer [eiser sub 1] eigenaar van de woning

? mevrouw [eiser sub 2] eigenaresse van de woning

De heer [C] van [bedrijf] vertegenwoordigd door de heer mr. [F] van [adres] Advocaten waren tijdens het onderzoek niet aanwezig in verband met een geplande vakantie.

Op 3 september 2009 is een aanvullend onderzoek uitgevoerd door de heren [D] en [E] van BDA. Bij dit onderzoek waren aanwezig de heren:

? [C] namens [bedrijf]

? [F] namens [adres] Advocaten

(…)

2 Conclusies

2.1 Dakconstructie

De onderconstructie van het rieten dak is bouwfysisch onjuist. Door het aanbrengen van isolatieplaten zonder gesloten dampremmende laag tegen de onderzijde van de dakconstructie c.q. tegen de sporen onder de rieten dakbedekking en doordat de plafondafwerking onvoldoende gesloten is aangebracht. Doordat het riet te lang nat blijft worden in het riet aanwezige schimmels actief waardoor het riet verteert en een afsluitend laag vormt op de rieten dakbedekking. Dit proces kan voor de onderste delen van de dakschilden binnen 2 jaar leiden tot een gehele afbraak van de rieten dakbedekking.

2.2 Conditie rieten dakbedekking

Het riet dat op de daken is aangebracht, is van goede kwaliteit en is goed en vakkundig op de rietlatten aangebracht.

De rieten dakbedekking c.q. de rietstengels op de onderste delen van de dakschilden en kilgoten zijn tot ruim onder de spandraden nat en zodanig door vocht aangetast dat er een afsluitende laag is ontstaan, die zeer negatief werkt op de duurzaamheid van het riet. De slijtlaag is nagenoeg afgesleten tot op de spandraden.

De rieten dakbedekking op het bovenste gedeelte van de dakschilden is nog in redelijk goede conditie. Plaatselijk is vrij sterke algvorming aanwezig c.q. zijn gaten in de slijtlaag ontstaan. Door de in slechte conditie zijnde rieten dakbedekking op het onderste gedeelte van de dakschilden, wordt het riet op de bovenste dakdelen aangetast.

2.3 Oorzaken van de gebreken

De gebreken aan de rieten dakbedekking worden veroorzaakt doordat het riet onvoldoende kan drogen doordat in bouwfysisch opzicht de rieten dakbedekking met de onderconstructie slecht functioneert.

2.4 Resterende levensduurverwachting

De resterende levensduurverwachting van de rieten dakbedekking op de onderste delen van de dakschilden (tot circa 3 m) boven de dakvoet bedraagt in de huidige situatie maximaal 2 jaar. Het riet in de kilgoten heeft het einde van de levensduur bereikt.

De resterende levensduurverwachting van de overige delen van de rieten dakbedekking bedraagt in de huidige situatie, zonder dat er onderhoud wordt uitgevoerd, 5 tot 6 jaar.

2.5 Advies

De isolatie in de dakconstructie verwijderen. Onder de rieten dakbedekking een volkomen stromingsdichte dampremmende laag aanbrengen.

Omdat de dakconstructie zodanig is samengesteld dat er geen gesloten dampremmende laag kan worden aangebracht, de rieten dakbedekking verwijderen inclusief de isolatie en over de daksporen een OSB-plaat aanbrengen met een dampremmende laag van zelfklevend gebitumineerde aluminiumfolie of schroefdakelementen met 40 mm EPS-isolatie. Hierop een nieuwe rieten dakbedekking aanbrengen.

Het advies is verder uitgewerkt in bijlage 1 “Waarnemingen en advieslijst”.

3 Gegevens en mededelingen

3.1 Projectgegevens

Het project bestaat uit een villa met diverse haaks op elkaar aansluitende dakschilden afgedekt met een rieten dakbedekking. De oppervlakte van de rieten dakbedekking bedraagt circa 250 m2.

3.2 Mededelingen

(…) Tijdens de verbouwing zijn tegen de binnenzijde van de dakconstructie bij de verblijfsruimten gipsplaten aangebracht met een EPS-isolatielaag en in de bergruimte een MWR-isolatie met spaanderplaatafwerking.

Vrij snel na de verbouwing is geconstateerd dat de conditie van het riet, vooral op de onderste delen van de dakschilden, slecht is geworden. Door de eigenaren van de woning is [bedrijf] hierop aangesproken wat de oorzaak hiervan kan zijn en wat er gedaan moet worden om de kwaliteit en de conditie van het riet te behouden. (…)

6 Beantwoording van de vragen

1. Wat is de oorzaak van het verslechteren van de kwaliteit van het riet?

Antwoord

De oorzaak van het verslechteren van het riet is dat tegen de onderzijde een isolatie is aangebracht zonder dampremmende laag. De onderconstructie van het rieten dak is bouwfysisch onjuist. Door het aanbrengen van isolatieplaten zonder gesloten dampremmende laag tegen de onderzijde van de dakconstructie c.q. tegen de sporen onder de rieten dakbedekking en doordat de plafondafwerking onvoldoende gesloten is aangebracht, ligt het dauwpunt in koude perioden in de rieten dakbedekking waardoor deze te lang nat blijft.

2. Heeft dit gevolgen voor de levensduur van het riet? Zo ja, welke?

Antwoord

Doordat het riet te lang nat blijft worden de in het riet aanwezige schimmels actief waardoor het riet verteerd en een afsluitend laag vormt op de rieten dakbedekking.

Dit proces kan binnen 3 á 5 jaar leiden tot een gehele afbraak van de rieten dakbedekking.

3. Heeft het loslaten van de verf onder de dakrand dezelfde oorzaak?

Antwoord

Het loslaten van de verf van de dakranden c.q. van de knijpdelen wordt niet veroorzaakt door het riet. Het over de knijpdelen stekend riet is droog waardoor vanuit het riet geen vocht terechtkomt op de knijpdelen.

4. Indien nee, wat is daarvan wel de oorzaak?

Antwoord

Doordat het dakoverstek waarschijnlijk in open verbinding staat met de binnenruimte komt warme lucht terecht in het dakoverstek van de kopgevels. Warme lucht bevat meer vocht dan koude lucht waardoor in koude perioden condensatie kan ontstaan tegen de koude knijpdelen en overstekbetimmering dat een negatieve invloed heeft op het verfsysteem c.q. op de houten onderdelen van het dakoverstek.

5. Welke maatregelen dienen te worden getroffen om de bovenstaande problemen te verhelpen?

Antwoord

Herstel en/of gedeeltelijk vervangen van de rieten dakbedekking zal weinig bijdragen tot verlenging van de levensduurverwachting van de rieten dakbedekking, daar de bouwfysische eigenschappen niet worden verbeterd.

Voor het verbeteren van de bouwfysisch eigenschappen van de rieten dakbedekking en dakconstructie moet de isolatielaag worden verwijderd. Over de daksporen een OSB-plaat aanbrengen met een dampremmende laag of geïsoleerde dakelementen geschikt voor het aanbrengen van een rieten dakbedekking voorzien van een volledig gesloten dampremmende laag aan de warme zijde. Een nieuwe rieten dakbedekking aanbrengen gebonden met spandraden en binddraden geschroefd op de OSB-dakplaten. Het dakoverstek stromingsdicht maken zodanig dat er geen binnenlucht in het dakoverstek terecht kan komen.

6. Wat zijn daarvan de kosten?

Antwoord

De kosten voor het vervangen van de rieten dakbedekking inclusief het verbeteren van de bouwfysische eigenschappen door het verwijderen van de bestaande isolatie vanaf de dakzijde en het aanbrengen van een OSB-plaat met een dampremmende laag bedragen circa E 125 p.m2

Het herstellen, zoals het schoonmaken van het bovenste gedeelte van de dakschilden van de rieten daken en het herstellen van de slijtlaag c.q. het bijstoppen van riet bedragen circa E 60,? m2.”

2.9. Op verzoek van [eiser] heeft Emad Consultancies B.V. te Wanneperveen (verder: Emad) onderzoek gedaan ter controle van de lucht- en dampdichtheid van het rieten dak. In het schriftelijke rapport van Emad van 4 oktober 2010 is onder meer vermeld:

“Aanleiding zijn eerdere onderzoeken waarbij wel vastgesteld is dat het riet sterker is verweerd dan normaal, echter zonder een duidelijke oorzaak vast te stellen.

In dit onderzoek is het riet zelf niet beoordeeld a.d.v. de richtlijnen van de federatie. Wel zijn de algemene bouwfysische aspecten meegenomen die een relatie met verwering kunnen hebben. Het doel van deze inspectie is daarom het opsporen van de oorzaak van verwering en daarmee het analyseren, interpreteren en rapporteren van de (verborgen) gebreken en/of (bouw)fysische processen in relatie tot het rietendak.

(…)

Conclusie:

Het dak is van binnenuit redelijk luchtdicht dicht gemaakt m.u.v. de afscheiding atelier - vide. In deze situatie zijn de aansluitingen niet luchtdicht genoeg uitgevoerd. Vanwege het causale (open)verband tussen kruipruimte en rieten dak is de kruipruimte met de daar aanwezige verwarmingsleidingen, "de" oorzaak van de versnelde verwering.

Het feit dat daar reeds meerdere mensen naar hebben gekeken en mogelijke oorzaken als schimmels etc. hebben genoemd, doet daar m.i. niets aan af. Immers er zal eerst een goed milieu (vocht) moeten zijn om schimmels te kunnen laten groeien.

U hebt aangegeven dat er diverse partijen bij de verbouwing zijn geweest. Een ieder had zeker zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. In de bijlage wordt verwezen naar diverse stukken over luchtstromingdichtheid wat m.i. niets aan duidelijkheid over laat.

Advies:

Het dak is nu reeds ver heen en zou vervangen moeten worden. De vervanging kan wellicht nog een aantal jaren uitgesteld worden als er een goed onderhoud gepleegd wordt EN ter voorkoming van vocht uit de kruipruimte het binnenspouwblad zoveel mogelijk wordt afgedicht (in de kruipruimte) EN daar is een bodemfolie wordt gebruikt.

Hierdoor kan vocht niet verdampen en wordt/blijft de woning droger. Dit kan een simpele landbouwfolie zijn.

Na aanpassing voldoet het dak beter aan de bouwfysische eigenschappen die eraan verwacht mogen worden ten einde een lange levensduur van het rieten dak te garanderen. Let wel, het dak is onjuist dus te open aangebracht hetgeen nimmer zo had mogen gebeuren. Het verweringsproces wordt door deze aanpassingen sterk vertraagd doch niet gestopt.

Indien u een optimaal dak wilt is er slechts 1 oplossing: het gehele dak vernieuwen en super luchtdicht maken waarbij alle naden van een folie afgekleefd moeten worden. Ook bij een nieuw dak moet de kruipruimte aangepast worden.

In beide gevallen wordt tevens geadviseerd een continu werkende afzuiging in huis aan te brengen en te onderhouden. Dit ter afzuiging van de natte ruimtes en keuken. Hierdoor is dan tevens een lichte onderdruk in huis. Indien er dan nog een gaatje is zal dit niet direct tot schade in het riet hoeven te leiden. Hoe dichter het huis des te beter de werking van dat effect.”

2.10. [bedrijf] te [woonplaats] [ ] (verder: [bedrijf]) heeft op 3 april 2010 offerte uitgebracht aan [eiser] voor het leveren en aanbrengen van 260 m2 rietbedekking op zijn woning naar aanleiding van het aanvullend advies van BDA voor een bedrag van € 32.485,82.

2.11. Bouwbedrijf [B] te Arnhem (verder: [B]) heeft op 9 april 2010 offerte uitgebracht aan [eiser] voor het aanpassen van de bouwkundige werkzaamheden in verband met het vervangen van de rietendakbedekking aan de hand van het BDA-rapport in afstemming met [bedrijf]. Het werk wordt geoffreerd voor € 28.705,69.

2.12. [bedrijf 2] B.V. te Ederveen (verder: [bedrijf 2]) heeft op 15 september 2010 offerte uitgebracht aan [eiser] voor het leveren en aanbrengen van een nieuw rieten dak op de woning voor een bedrag van € 66.075,43.

2.13. [bedrijf 2] schrijft op 25 juli 2011 aan [eiser]:

“In de periode 17 juni tot 23 juli 2011 hebben wij het rieten dak van het pand [adres] te [woonplaats] vervangen.

Tijdens de werkzaamheden is gebleken dat het dak op verschillende wijzen was opgebouwd.:

Woonkamer/Atelier boven van binnenuit gezien:

Tussen de gordingen gipsplaten met piepschuim tegen houten platen aangezet

Spouw en Riet

Overloop boven van binnenuit gezien:

Een combinatie van gipsplaten met piepschuim en ongeïsoleerde platen

Spouw

Riet

Logeerkamer/studeerkamer boven, schuine delen: de opbouw bestond uit 3 delen

1.

Spaanplaten met kieren direct tegen het riet.

Hierbij is geen enkele isolatie toegepast.

Geen spouw

2.

Gipsplaten zonder isolatie

Doorzichtig plastic

Rockwool tussen het plastic en het riet

Geen spouw

Riet

3.

Uitsluitend riet ( gedeelte boven het plafond tot de nok) en spouw

Bijkeuken

Platen

Geen isolatie

Geen dampremmende laag

Spouw

Riet”

3. De vordering en het verweer

3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. zal verklaren voor recht, dat BAB aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden schade als gevolg van de foutieve dakconstructie en constructie in de kruipruimte;

2. BAB zal veroordelen om aan [eiser] te betalen € 61.191,51, althans een door de rechtbank - zo nodig na aanwijzing van een deskundige - in goede justitie vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de nog vast te stellen kosten voor de nog te verrichten werkzaamheden op grond van het EMAD-rapport;

3. BAB zal veroordelen in de kosten van het geding.

3.2. De vordering is - tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven feiten - gegrond op wanprestatie van [A]. Deze was, zo stelt [eiser], als directievoerder van het werk verantwoordelijk voor een goede advisering aan [eiser], de inhoud van de werkbeschrijving en de inhoud van de opdrachten aan [B] en [bedrijf] alsook voor begeleiding van en controle op (goede uitvoering van) de door de verschillende aannemers uit te voeren werkzaamheden. [A] is daarmee jegens [eiser] aansprakelijk voor de door BDA geconstateerde fouten in de constructie en de als gevolg daarvan sterk verslechterde staat van het rieten dak. Uit het BDA-rapport blijkt, dat de werkomschrijving van [A] fouten bevatte op het punt van de onderconstructie van het rieten dak, dan wel dat [B] als uitvoerder van de desbetreffende werkzaamheden is afgeweken van de werkomschrijving; in beide gevallen is [A] aansprakelijk, zo stelt [eiser]. De levensduur van het rieten dak is daardoor gehalveerd. [bedrijf] en Emad hebben aanvullende werkzaamheden moeten uitvoeren ter voorkoming van verdere schade, aldus [eiser]. Hij heeft aanvankelijk de schade begroot op € 61.191,51.

3.3. BAB voert gemotiveerd verweer.

3.4. Naderhand heeft [eiser] akte gevraagd van wijziging van zijn eis, stellende dat de staat van het dak zo slecht was dat met herstelwerk niet langer kon worden gewacht, dat [bedrijf 2] in zijn opdracht het dank heeft vervangen en dat in verband daarmee ook schilderwerk moest worden uitgevoerd en de kilgoten moesten worden vervangen. De schade komt daarmee op € 70.337,54. De kosten van expertise (BDA en Emad) bedragen € 565,25 respectievelijk € 2.588,25, wat het totale bedrag van de vordering op € 74.376,76 brengt.

3.5. Op de stellingen en weren van partijen wordt, voor zover hier van belang, hieronder ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het verweer van BAB houdt, samengevat weergegeven, het volgende in. Voor zover [eiser] ervan uitgaat dat BAB zich als hoofdaannemer verbonden heeft, is dat uitgangspunt onjuist. Partijen zijn weliswaar een overeenkomst aangegaan, maar geen overeenkomst van aanneming van werk. [eiser] heeft de rapporten van BDA en Emad, waar hij stelt dat BAB toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van verbintenissen uit die overeenkomst, niet getoetst aan de omschrijving van hetgeen waar BAB zich toe heeft verbonden, althans niet gesteld dat uit die rapporten blijkt van toerekenbare tekortkoming van BAB in de nakoming van die verbintenissen. BAB betwist dan ook vervolgens het causale verband tussen de wanprestatie en de gestelde schade. BAB betoogt dat hij een inspanningverbintenis op zich heeft genomen en geen resultaatsverbintenis.

4.2. BAB heeft niet betwist, dat schade aan de rieten dakbedekking van de woning is ontstaan, die verband houdt met het aanbrengen van de binnenbetimmering in het kader van de verbouwing die in 2006 heeft plaatsgevonden. Een aspect daarvan is dat de levensduur aanzienlijk is verkort ten opzichte van wat had mogen worden verwacht als de verbouwing niet had plaatsgevonden. Zowel het BDA- als het Emad-rapport is in dit opzicht duidelijk en geen van beide is door BAB zakelijk betwist. BAB heeft in zoverre slechts betoogd, dat hij niet de gelegenheid heeft gehad bij hun onderzoek opmerkingen te maken en verzoeken te doen op de voet van het bepaalde in artikel 198 lid 2 Rv, en stelt zich voor het overige op het standpunt dat de schade geen verband houdt zijn werkzaamheden voor de verbouwing, dat, als daar niettemin van uitgegaan zou moeten worden, [eiser] niet binnen bekwame tijd nadat hij het gestelde gebrek in de prestatie van BAB heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, ter zake heeft geprotesteerd, en dat, indien BAB aansprakelijk wordt gehouden, bij de vaststelling van de schadevergoeding rekening moet worden gehouden met een voordeel voor [eiser] wegens nieuw voor oud.

4.3. Het verweer van de verste strekking is het beroep van BAB op artikel 6:89 BW. BAB is van mening dat zijn beroep daarop moet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn vordering De rechtbank zal dat daarom eerst bespreken.

4.4. BAB betoogt dat [eiser], naar deze stelt, al in de zomer van 2008 schimmelvorming in het riet heeft geconstateerd en in het daaropvolgende najaar gezien heeft dat op de noordzijde van het dak paddestoelen groeiden. BAB is dan ook van mening, dat [eiser] reeds in 2008 had kunnen klagen. BAB verwijst in dit verband nog naar algemene voorwaarden, waarin is bepaald dat [eiser] dat schriftelijk had moeten doen.

4.5. [eiser] heeft ter zitting verklaard ervan uit te gaan dat hij al in 2008 het probleem per e-mail bij BAB heeft aangekaart. Hij verwijst naar e-mailberichten van februari 2009 en heeft bij monde van zijn advocaat aangeboden die berichten in het geding te brengen.

4.6. Hoewel hij daartoe nog gelegenheid heeft gehad bij zijn akte van 14 maart 2012, heeft [eiser] de bewuste e-mailberichten niet overgelegd. Dat hij eerder bij BAB heeft geklaagd over gebreken in diens werk dan op basis van het BDA-rapport, dat dateert van 25 november 2009, staat dan ook niet vast. Toch gaat naar het oordeel van de rechtbank dit verweer niet op. [eiser] heeft weliswaar reeds in 2008 schimmel- en paddestoelengroei in en op het rieten dak ontdekt, maar pas uit het BDA-rapport het verband tussen een en ander en de in 2006 aangebrachte dakconstructie en/of binnenbetimmering kunnen afleiden. Vast staat wel, dat hij, nadat hij de beschikking over dat rapport had gekregen, aanstonds bij BAB heeft geklaagd. Daarmee is voldaan aan het vereiste dat hij binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs heeft moeten ontdekken, bij BAB ter zake heeft geprotesteerd.

4.7. Daarmee komt de vraag aan de orde, of BAB toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verbintenissen uit de overeenkomst met [eiser]. BAB heeft ter zitting verklaard dat de aannemer na overleg met hem is gaan afwijken van het isolatiemateriaal. Naar de rechtbank begrijpt is bedoeld, dat ander isolatiemateriaal is toegepast dan oorspronkelijk was voorgenomen. BAB zegt van [B] te hebben aangenomen dat het materiaal vergelijkbaar was en de dampdichtheid gewaarborgd was, dat hij niet specifiek deskundig is op dat terrein, dat hij begrijpt dat het plaatmateriaal makkelijker uitvoerbaar was waar het was toe te passen, maar dat dat laatste niet overal het geval was en dat er daarom ook folie is gelegd op sommige plekken.

4.5. Uit dit verweer volgt, dat niet het oorspronkelijk voorgenomen isolatiemateriaal met dampdichte folie (zie hiervoor onder 2.4) is aangebracht maar ander isolatiemateriaal, dat BAB dit met [B] heeft besproken, dat de dampdichtheid van dit andere materiaal daarbij ter sprake is gekomen en dat BAB ervan uitgegaan is dat dit andere materiaal voldoende dampdicht was voor de toepassing ervan in de binnenbetimmering van het dak.

4.6. Uit het BDA-rapport, in het bijzonder hoofdstuk 2 daarvan, volgt, dat een gesloten dampremmende laag tussen de isolatielaag en het riet afwezig is. Een dergelijke laag zou aanwezig moeten zijn ter voorkoming van de schade die zich aan het rieten dak van de woning heeft voorgedaan, aldus BDA. [B] heeft zich er klaarblijkelijk niet van vergewist dat het door haar toegepaste, afwijkende isolatiemateriaal voldoende dampdicht was.

4.7. BAB heeft het BDA-rapport noch de andere gegevens die [eiser] in het geding gebracht heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat BAB aansprakelijk is voor de schade (het Emad-rapport, zie onder 2.9, en de bevindingen van [bedrijf 2], zie onder 2.13) inhoudelijk betwist. Hij volstaat met het verweer dat het hier niet om vaststaande feiten gaat en dat deze rapporten geen blijk geven van fouten van BAB en acht het kostentechnisch niet opportuun daar in dit stadium uitvoerig op in te gaan.

4.8. De rechtbank is daarentegen van oordeel, dat het voorgaande tot de conclusie leidt dat [eiser] uit de werkbeschrijving van BAB mocht afleiden dat tussen het plafond en de rieten dakbedekking dampdichte folie zou worden aangebracht. Dat die dampdichte folie niet is aangebracht, kan BAB in zijn rechtsverhouding met [eiser] worden toegerekend. BAB had immers blijkens de hiervoor onder 2.3 aangehaalde passage uit zijn schriftelijke aanbod jegens [eiser] op zich genomen het voor te bereiden en het uit te voeren verbouw- en opknapwerk voor de woning te organiseren, begeleiden en controleren, kortom namens hem het bouwproces aan te sturen. Gesteld noch gebleken is, dat BAB in het overleg met [B] over de toepassing van ander isolatiemateriaal aanleiding heeft gezien om [eiser] in te lichten of te raadplegen. Waar BAB in zijn verklaring ter zitting heeft erkend niet specifiek deskundig te zijn op dat terrein, had het op zijn weg gelegen dat te doen om hem de gelegenheid te bieden zich elders te oriënteren. Nu BAB dat heeft nagelaten, heeft [eiser] er gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat BAB erop toe zou zien dat het juiste dampremmende materiaal zou worden toegepast. BAB kan de gevolgen van het feit dat [B] na overleg met hem ander materiaal heeft gebruikt, dat niet dezelfde eigenschappen heeft, niet op [eiser] afwentelen. De vraag of [B] jegens BAB moet instaan voor het gebruik van materiaal met de juiste dampremmende eigenschappen is in dit geding niet aan de orde.

4.9. De rechtbank is dan ook van oordeel, dat BAB tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verbintenissen uit de overeenkomst met [eiser] en dat deze tekortkoming hem kan worden toegerekend, zodat hij moet opkomen voor de schade van [eiser]. De gevorderde verklaring voor recht heeft echter naast de schadevergoeding geen zelfstandige betekenis en zal daarom worden afgewezen.

4.10. Over de schade heeft BAB betoogd, dat [eiser] melding maakt van offertes voor herstelwerk met een korting, zonder deze in het geding te brengen. BAB verzoekt dat [eiser] zal worden bevolen deze alsnog in het geding te brengen, zodat enige toetsing aan de door [bedrijf 2] geoffreerde bedragen kan worden uitgevoerd. BAB heeft verder de noodzaak van het onderzoek door Emad naast dat van BDA betwist.

4.11. De rechtbank is het met BAB eens, dat de gestelde schade nadere adstructie behoeft. Partijen zullen zich in ieder geval nog moeten uitlaten over de vraag welke aftrek redelijk is wegens nieuw voor oud. Daarbij moeten zij in het bijzonder aandacht besteden aan de kosten van herstel/vervanging van de kilgoten, waarover BDA schrijft dat de levensduurverwachting, anders dan die van de dakbedekking, geen 25 tot 30 jaar maar 15 jaar bedraagt; dit punt is tot dusverre onvoldoende toegelicht. [eiser] kan zich bij die gelegenheid tevens uitlaten over de noodzaak van het Emad-onderzoek naast dat van BDA, en zo mogelijk nog nadere stukken overleggen waaruit kan volgen dat de door [bedrijf 2] geoffreerde prijzen marktconform, althans redelijk zijn. De zaak zal daartoe onder aanhouding van iedere verdere beslissing naar de rol worden verwezen.

BESLISSING

De rechtbank

alvorens verder te beslissen,

verwijst de zaak naar de rol van 11 juli 2012 voor uitlaten door beide partijen als bedoeld in rechtsoverweging 4.11 en zo mogelijk overleggen van stukken door [eiser],

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2012.

coll: FH