Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BX0028

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
29-06-2012
Zaaknummer
793611 CV Expl. 11-6195
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Toepassing criterium Stoof/Mammoet (HR 11 juli 2008, JAR 2008/204). De kantonrechter is van oordeel dat bij gebrek aan voldoende onderbouwing niet kan worden aangenomen dat de werkgever als goed werkgever in de tarievenwijziging bij haar opdrachtgever, waar de werknemer is gedetacheerd, voldoende aanleiding heeft kunnen vinden om de voor de werknemer geldende ADV-regeling af te bouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0622
Prg. 2012/211
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Wageningen

zaakgegevens 793611 \ CV EXPL 11-6195 \ 127\392

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

gemachtigde mr. D. Sijbesma (ARAG rechtsbijstand)

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Numac Technical Services B.V.

gevestigd te Venray

gedaagde partij

gemachtigde mr. H. Barrahmun

Partijen worden hierna [werknemer] en Numac genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 februari 2012 en de daarin genoemde processtukken

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 9 mei 2012.

2. De feiten

2.1. [werknemer] is per 1 april 2006 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Numac. [werknemer] vervulde laatstelijk de functie van onderhoudstechnicus wtb voor 40u per week tegen een salaris van € 2.943,21 bruto per maand exclusief emolumenten.

2.2. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Metaalbewerkingsbedrijf van toepassing verklaard (hierna: ‘de CAO’). Met betrekking tot ADV-dagen is in artikel 18a van de CAO bepaald:

(…)

Indien de werknemer in deeltijd gaat werken dient in de arbeidsovereenkomst tot uitdrukking te komen of ADV in tijd danwel in geld wordt genoten.

(…)

Aantekening:

Indien de werknemer 10/38 van het op hem van toepassing zijde tabelsalaris verdient, wordt de Adv geacht in geld te zijn genoten. Indien de werknemer 10/40 van het op hem van toepassing zijnde tabelsalaris verdient, wordt de ADV geacht in tijd te zijn genoten.

(…)

Gekozen kan worden uit één of meer van de volgende mogelijkheden (…):

a. ADV-blokken

- 8 uren aaneengesloten ADV-tijd per 4 weken;

- 4 uren aaneengesloten ADV-tijd per 2 weken;

- 2 uren aaneengesloten ADV-tijd per week.

2.3. Per 12 juni 2006 is [werknemer] door Numac gedetacheerd bij Arla (voorheen Friesland Foods) in Nijkerk.

2.4. [werknemer] werkt bij Arla, conform de daar geldende roosters, 36 uur per week. Numac betaalt [werknemer] voor 38 uur per week, twee uur per week wordt als ADV opgebouwd. [werknemer] heeft daardoor 16 roostervrije dagen extra per jaar. Deze regeling gold voor (thans) nog drie werknemers van Numac die bij Arla zijn gedetacheerd.

2.5. In een brief van 20 april 2010 schrijft Numac aan [werknemer]:

Zoals reeds met je besproken ontvang je hierbij de schriftelijke bevestiging van de besluiten die Numac heeft genomen m.b.t. normalisering van werktijden en toeslagen bij de klant Arla.

Numac heeft dit besluit genomen om de volgende redenen:

- normalisering van de beloningsstructuur bij Numac

- gewijzigde tariefafspraken bij opdrachtgever Arla vragen Numac om herziening van de huidige situatie.

Normalisering

Numac medewerkers hebben een arbeidsovereenkomst van 40 uur per week, een fulltime dienst verband. Bij ploegendiensten kan van de wekelijkse arbeidsduur worden afgeweken conform bijgevoegde bestaande regeling (…)

Huidige situatie

Bij Arla in Nijkerk wordt er gewerkt conform roosters van 36 uur. Normaliter wordt dit voor de Numac medewerkers gecompenseerd conform de ploegenregeling. Echter is dit tot op heden niet het geval geweest. Destijds is de opdrachtgever verhuisd van locatie Arnhem naar locatie Nijkerk. Genoemde uren kunnen worden gezien als tegemoetkoming uit coulance vanuit Numac.

Nieuwe situatie

Je hebt al enige tijd het voordeel ontvangen van de afwijking van de regeling t.o.v. je contract bij Numac ten positieve van jou. De huidige situatie heeft ervoor gezorgd dat Numac heeft moeten besluiten jou aan de arbeidsduur en de daarbij geldende regelingen conform arbeidsovereenkomst en CAO te houden.

Echter respecteert Numac het feit dat er voor jou een situatie ontstaat waarbij de consequenties als negatief kunnen worden ervaren. Daarom hebben we er voor gekozen om een afbouw regeling toe te passen. Let wel, Numac gaat terug naar de basis regelingen conform CAO en arbeidsovereenkomst die voor iedere medewerker geldt.

2.6. In een e-mail van 6 januari 2011 schrijft Arla aan Numac:

Wij hebben gisteren gesproken over de tariefaanpassing voor 2011.

Jij noemde een verhoging van 4% t.o.v. het huidige tarief. (…) Dit vinden wij gezien de markt een forse verhoging waarmee het verschil met jullie concurrent alleen maar weer grote wordt.

Afgelopen jaar hebben we een poging gedaan om de tarieven wat dichter bij elkaar te krijgen, waarbij ik na erover na te hebben gedacht nu toch het gevoel krijg dat alles wat afgelopen jaar bereikt is weer teniet wordt gedaan.

Mijn voorstel is dan ook om de verhoging per 1 januari 2011 gezien de markt maximaal 2% te laten zijn.

(…)

2.7. [werknemer] en diens collega’s bij Arla hebben schriftelijk geprotesteerd tegen de wijziging van de ADV-regeling.

2.8. Numac heeft de in de brief van 2 april 2010 bedoelde afbouwregeling toegepast. Per 1 juli 2011 is de afbouwregeling afgelopen, zodat [werknemer] en de overige werknemers van Numac die gedetacheerd zijn bij Arla geen (extra) ADV-dagen meer opbouwen.

3. De vordering en het verweer

3.1. [werknemer] vordert dat de kantonrechter, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. Voor recht verklaart dat de arbeidsvoorwaarde, namelijk de ADV-regeling, tussen [werknemer] en Numac geldend is, ook tijdens detachering bij Arla, met dien verstande dat deze arbeidsvoorwaarde inhoudt dat [werknemer] jaarlijks 13 roostervrije dagen opbouwt en naar eigen wens en inzicht kan opnemen;

b. Numac veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.393,86 bruto aan vervangende schadevergoeding betreffende de resterende 78 roostervrije uren over 2011;

c. Numac veroordeelt tot nakoming van de arbeidvoorwaarde, namelijk de ADV-regeling in 2012 danwel betaling van een bedrag van € 1.858,48 bruto aan vervangende schadevergoeding betreffende 104 roostervrije uren over 2012;

d. Numac veroordeelt tot nakoming van de arbeidsvoorwaarde, namelijk de ADV-regeling, in 2013 en de daarop volgende jaren;

e. Numac veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 357,00 aan buitengerechtelijke kosten, de wettelijke rente over het onder a. en c. gevorderde en de kosten van deze procedure.

3.2. [werknemer] legt aan de vordering ten grondslag dat hij eerst dan in strijd met zijn verplichtingen als goed werknemer als bedoeld in artikel 7:611 BW handelt indien hij een met gewijzigde omstandigheden op het werk verband houdend redelijk voorstel van Numac afwijst terwijl afwijzing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarvan is volgens [werknemer] echter geen sprake, zodat zijn afwijzing van de door Numac voorgestelde wijziging maakt dat die geen toepassing vindt.

3.3. Numac voert gemotiveerd verweer waarop hierna, waar nodig, wordt ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De kantonrechter stelt voorop dat, op grond van het hierna te noemen criterium, dient te worden beoordeeld of Numac eenzijdig de ADV-regeling kon wijzigen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan niet reeds, zoals Numac kennelijk stelt (sub 17-21 conclusie van antwoord), de wijziging plaatsvinden op grond van de CAO. In die CAO is immers – gelet op het gebruik van het woord ‘kan’ in artikel 18a – een minimum CAO waarvan in het voordeel van de werknemer kan worden afgeweken. Dat is in dit geval gebeurd, [werknemer] is immers vanaf de aanvang van zijn werkzaamheden bij Arla voor 38 uur betaald en voorts werden twee uren als ADV genoten. Derhalve is wel degelijk sprake van een arbeidsvoorwaarde waarvan beoordeeld dient te worden of deze kan worden gewijzigd. Daarbij dient wel te worden opgemerkt dat op grond van het in deze procedure gestelde moet worden aangenomen dat de arbeidsvoorwaarde geldt zolang [werknemer] bij Arla gedetacheerd is. [werknemer] heeft ook zelf gesteld dat hij door Numac bij een andere partij kan worden gedetacheerd van hem kan worden gevergd dat hij aldaar 40 uur per week werkt.

4.2. Beide partijen hebben gesteld dat, nu geen wijzigingsbeding ex artikel 7:613 BW is opgenomen in de arbeidsovereenkomst, aan de hand van de uit artikel 7:611 BW voortvloeiende verplichtingen en de uitleg daarvan die volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad moet worden bepaald of [werknemer] de wijziging dient te accepteren. Beide partijen verwijzen naar het arrest Stoof/Mammoet (Hoge Raad 11 juli 2008, JAR 2008/204). Er dient op grond van dat arrest sprake te zijn van gewijzigde omstandigheden op het werk en een redelijk voorstel van de werkgever. Dan dient beoordeeld te worden of – kort gezegd – de werknemer dat voorstel in redelijkheid dient te accepteren.

4.3. [werknemer] en Numac twisten over de uitleg van, met name, de uitleg van het begrip gewijzigde omstandigheden. [werknemer] stelt dat sprake moet zijn van zwaarwegende omstandigheden, Numac stelt dat gewijzigde omstandigheden als zodanig voldoende zijn.

4.4. De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit voornoemd arrest (r.o. 3.3.2.) volgt dat in de eerste plaats dient te worden onderzocht of de werkgever als goed werkgever aanleiding heeft kunnen vinden tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Het gaat derhalve niet om zwaarwegende omstandigheden, doch de enkele wijziging van één of meer omstandigheden is evenmin voldoende.

Numac heeft twee argumenten aangevoerd voor de wijziging, te weten gelijkschakeling van de arbeidsvoorwaarden en de omstandigheid dat de tarieven die zij bij Arla in rekening kan brengen onder druk staan.

4.5. De kantonrechter oordeelt als volgt. Gelijkschakeling van de arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers is op zichzelf een begrijpelijk verlangen, doch zonder nadere toelichting die door Numac niet is gegeven, is er geen gewijzigde omstandigheid die de gelijkschakeling (op dit moment) noodzakelijk maakt. Dit geldt temeer nu Numac en [werknemer] beiden stellen dat [werknemer] bij detachering bij een andere werkgever geen beroep meer zal (kunnen) doen op de huidige ADV-regeling en Numac bovendien stelt dat een vertrek bij Arla, gelet op de huidige discussie over de tarieven, niet ondenkbeeldig is zodat de gelijkschakeling alsdan een feit is.

4.6. Numac beroept zich met name op de ongunstiger tarieven die Arla haar biedt. De kantonrechter is echter van oordeel dat [werknemer] terecht heeft gesteld dat uit de hiervoor geciteerde e-mail van 6 januari 2011 volgt dat een stijging van 2% geboden is. Die is weliswaar aanzienlijk lager dan de door Numac gewenste stijging van 4%, doch gelet op het aanbod is onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een achteruitgang die maakt dat Numac de beloning van de door haar bij Arla gedetacheerde werknemers dient te verlagen. Daarbij komt dat het gaat om een beperkt bedrag nu het vier werknemers betreft en onweersproken is dat de wijziging per werknemer een besparing van € 1.858,48 bruto oplevert. Onvoldoende toegelicht is dat de bezuiniging van ongeveer € 8.000,00 bruto het verschil maakt tussen een al of niet voor Numac aantrekkelijke opdracht. Numac heeft ter comparitie ook aangegeven dat zij, ook wanneer de vordering van [werknemer] wordt afgewezen, sterk overweegt de opdracht aan Arla terug te geven indien de tarieven niet substantieel kunnen worden verhoogd. Daaruit leidt de kantonrechter af dat die beslissing onafhankelijk van de beloning van [werknemer] en zijn collega’s wordt genomen, zodat het gestelde belang bij de wijziging daaruit niet kan worden afgeleid.

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van de kantonrechter bij gebrek aan voldoende onderbouwing niet worden aangenomen dat Numac als goed werkgever in de tarievenwijziging voor de werkzaamheden in opdracht van Arla voldoende aanleiding heeft kunnen vinden om de ADV-regeling te wijzigen. Daarom wordt het verweer van Numac verworpen.

4.7. Zou voornoemde afweging al anders zijn uitgevallen, dan is de kantonrechter van oordeel dat het gebrek aan voldoende belang aan de zijde van Numac maakt dat het door haar gedane voorstel, dat de kantonrechter op zichzelf niet onredelijk voorkomt, door [werknemer] in redelijkheid kon worden geweigerd gelet op het belang dat hij heeft bij voortzetting van de huidige situatie tegenover de hiervoor besproken argumenten die als de belangen van Numac in die afweging gelden terwijl die belangen gelet op het vorenstaande niet doorslaggevend kunnen worden geacht.

4.8. Het door [werknemer] gevorderde is door Numac niet bestreden. Het hiervoor onder a. weergegeven onderdeel van de vordering wordt toegewezen als hierna bepaald, waarbij het gevorderde wordt beperkt tot de periode van detachering bij Arla, omdat [werknemer]n zelf heeft gesteld dat een en ander kan/zal wijzigingen indien hij door Numac elders wordt ingezet. De kantonrechter ziet om die reden geen reden de verklaring voor recht te laten uitstrekken tot 2012 en 2013. De verklaring voor recht zal gelden totdat de bestaande toestand eventueel wijzigt.

Het bedrag van € 1.393,86 bruto, terzake van de reeds vervallen dagen over 2011, wordt toegewezen en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.

4.9. Op grond van de overgelegde correspondentie is aannemelijk dat de gemachtigde van [werknemer] buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht. Gelet op de onweersproken stelling dat [werknemer] niet verzekerd is voor deze kosten bij de voor hem optredende rechtsbijstandverzekeraar, is ook aannemelijk dat door [werknemer] hiervoor kosten zijn gemaakt. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten ad € 357,00 is in overeenstemming met de gebruikelijke en redelijke tarieven en wordt daarom toegewezen.

4.10. Numac wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. verklaart voor recht dat de gedurende de detachering door Numac van [werknemer] bij Arla uitgevoerde ADV-regeling, inhoudende dat [werknemer]n jaarlijks 13 roostervrije dagen opbouwt die hij naar eigen wens en inzicht kan opnemen, nog immer geldt tussen Numac en [werknemer];

5.2. veroordeelt Numac tot betaling aan [werknemer] van een bedrag van € 1.393,86 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;

5.3. veroordeelt Numac tot betaling aan [werknemer] van een bedrag van € 357,00 aan buitengerechtelijke kosten;

5.4. veroordeelt Numac in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [werknemer] begroot op € 99,62 aan dagvaardingskosten, € 207,00 aan griffierecht en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. P.J. Wiegman en in het openbaar uitgesproken op