Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW9900

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-06-2012
Datum publicatie
29-06-2012
Zaaknummer
218214
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vraag of gedaagde met Oxxio één of twee overeenkomsten tot levering van elektriciteit is overeengekomen. Het antwoord luidt: één. Geen sprake van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking. Vordreing tot betaling van openstaande facturen toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 218214 / HA ZA 11-1106

Vonnis van 6 juni 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

OXXIO NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Leusden,

eiseres,

advocaat mr. B.T. van Onna te Veghel,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[JACHTHAVEN]

gedaagde,

advocaat mr. J. Velthoven te Tiel.

Partijen zullen hierna Oxxio en [jachthaven] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 november 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 21 december 2011

- de akte overlegging en uitlating antwoorden Liander N.V., tevens akte houdende

aanvulling van eis van de zijde van Oxxio

- antwoordakte van de zijde van [jachthaven].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 9 mei 2007 heeft een medewerker van Oxxio een telefoongesprek gevoerd met de directeur van [jachthaven], de heer [betrokkene] (hierna: [betrokkene]). De bandopname van dit telefoongesprek is ter griffie gedeponeerd.

2.2. Op 31 mei 2007 heeft [betrokkene] namens [jachthaven] een ‘Leveringsovereenkomst Stroom Grootzakelijk’ getekend, waarin is bepaald dat Oxxio vanaf 16 februari 2007 op het aansluitadres [adres] te [woonplaats] elektriciteit zal leveren en dat [jachthaven] daarbij als de contractnemer heeft te gelden.

Voorts is daarin vermeld dat het de elektriciteitsaansluiting met EAN-code 871687120000163280 betreft.

2.3. Vervolgens heeft Oxxio facturen verzonden aan [jachthaven] met betrekking tot geleverde elektriciteit op voormelde aansluiting met EAN-code 871687120000163280 in de periode van 17 juni 2007 tot en met 30 januari 2010, alsmede met betrekking tot geleverde elektriciteit op een aansluiting met EAN-code 871687120101122568 in de periode van 16 februari 2007 tot en met 31 januari 2010.

2.4. Ter comparitie zijn partijen overeengekomen dat aan de netbeheerder Liander N.V. (hierna: Liander) de volgende vragen ter beantwoording zouden worden voorgelegd:

1. Hoeveel elektriciteitsaansluitingen heeft de [adres] te [woonplaats] (gehad) in de periode van 1 februari 2007 tot nu?

2. Wat zijn de EAN codes van die elektriciteitsaansluitingen?

wat zijn de daarmee corresponderende meternummers?

3. Op wiens naam staan/stonden die elektriciteitsaansluitingen bij u geregistreerd in de periode van 1 februari 2007 tot nu?

4. Wat is/was de feitelijke positie/plaats van die elektriciteitsaansluitingen in de periode van 1 februari 2007 tot nu?

Kunt u dat verduidelijken met een tekening?

5. Is er voor deze elektriciteitsaansluitingen sprake van een leveranciersmodel en/of van een netbeheerdersmodel in de periode van 1 februari 2007 tot nu?

6. Wie is/was de feitelijke gebruiker van deze elektriciteitsaansluitingen in de periode van 1 februari 2007 tot nu?

7. Kunt u de geregistreerde begin en eind meterstanden geven van:

* EAN 871687120000163280 ; vanaf 17 juni 2007 t/m 30 januari 2010;

* EAN 871687120101122568 ; vanaf 16 februari 2007 t/m 31 januari 2010?

2.5. Bij e-mail van 9 februari 2012 heeft Liander deze vragen als volgt beantwoord.

Ad. 1

In de periode van 1 februari 2007 tot heden zijn er drie elektriciteitsaansluitingen bekend. Te weten:

1. EAN 871687120000163280 grootverbruik

2. EAN 871687120101122568 kleinverbruik

3. EAN 871687110000800834*

* EAN 871687110000800834 betreft een aansluiting die in 2007 is aangevraagd/aangelegd maar waar nooit een contract met Liander voor is afgesloten. Deze aansluiting is niet voorzien van een meter en is, naar de mening van Liander, voor de onderhavige casus dan ook niet relevant. Indien partijen van mening zijn dat deze aansluiting voor de onderhavige casus wel relevant is, dan kunnen partijen alsnog een verzoek tot schouwing indienen.

Ad. 2

De aansluitingen hebben de volgende EAN codes met de daarmee corresponderende meternummers:

1. EAN 871687120000163280 heeft meternummer: 21004745VF

2. EAN 871687120101122568 heeft meternummer: 18735V

Ad. 3

De voornoemde aansluitingen stonden (staan) in de periode 1 februari 2007 tot heden op naam van:

EAN 871687120000163280, aansluitobject 24159

Periode: 01-08-2002 t/m 07-09-2010 Klantnaam: [jachthaven] B.V.

Periode: 08-09-2010 t/m heden Klantnaam: [betrokkene] Beheer [woonplaats] B.V.

EAN 871687120101122568, aansluitobject 8006200037

Periode: 16-02-2007 t/m 29-01-2010 Klantnaam [betrokkene]

Periode: 23-02-2010 t/m 29 12-2010 Klantnaam [betrokkene]*

Periode: vanaf 30-12-2010 Klantnaam [jachthaven] B.V.

* Het is zeer aannemelijk dat tijdens de periode 23-02-2010 tot 30-12-2010 [jachthaven] B.V. de contractant is geweest. Echter doordat Liander in plaats van een inhuisbericht een switchbericht van de nieuwe leverancier heeft ontvangen, heeft Liander conform de Informatiecode Elektriciteit en Gas de tenaamstelling van de contractant niet veranderd. Omdat in deze periode sprake was van het leveranciersmodel heeft de leverancier de kosten van het netbeheer zeer waarschijnlijk wel bij de juiste partij in rekening gebracht.

Ad. 4

De feitelijke positie/plaats van de elektriciteitsaansluitingen:

- EAN 871687120000163280, aansluitobject 24159

? De meter bevindt zich in een grijze kast. Op het terrein gelijk links dan na de slagboom 1e rechts

eind van de weg bevindt zich de meter. Er is geen tekening voorhanden

- EAN 871687120101122568, aansluitobject 8006200037

? De meter bevindt zich in de kast rechts bovenaan Jachthaven ingang Hanzeland. Geen tekening

voorhanden.

Ad. 5

Is er voor deze elektriciteitsaansluitingen sprake van een leveranciersmodel en/of van een netbeheerdersmodel in de periode van 1 februari 2007 tot nu?

- EAN 871687120101122568, kleinverbruikaansluiting

? vanaf 01-07-2006 netbeheerdersmodel de leverancier was Nuon

? vanaf 16-02-2007 leveranciersmodel Oxxio was de leverancier

? vanaf 23-02-2010 netbeheerdersmodel de leverancier was Nuon

? vanaf 30-12-2010 leveranciersmodel Essent is de leverancier

- EAN 871687120000163280, grootverbruikaansluiting is netbeheerdersmodel

Als sprake is van het netbeheerdersmodel dan factureert en incasseert Liander zelf de kosten van het netbeheer. Oxxio staat hier dan buiten. In de periode dat sprake is van een leveranciersmodel dan incasseert de leverancier namens de netbeheerder de kosten van het netbeheer.

Ad. 6

Omreden dat de feitelijke gebruiker kan afwijken van de partij die door de energieleverancier wordt aangeleverd kan Liander niet beoordelen wie de feitelijke gebruiker is dan wel is geweest. Deze vraag kan Liander dan ook niet beantwoorden.

Ad. 7

De geregistreerde begin en eind meterstanden van EAN 871687120000163280 in de periode vanaf 17 juni 2007 t/m 30 januari 2010;

Er is geen stand per 17-06-2007, daarom zijn de standen van twee data (31-05-2007 en 30-06-2007) weergegeven:

stand 31-05-2007 telwerk 1= 95

2= 26891

3= 20886

4= 140,38

stand 30-06-2007 telwerk 1= 96

2= 27047

3= 21006

4= 141,09

stand 31-01-2010 telwerk 1= 27

2= 31166

3= 24096

4= 160,54

telwerk 1 = resettelwerk, wordt niet afgerekend

telwerk 2 = laag

telwerk 3 = hoog

telwerk 4 = maximale belasting

De geregistreerde begin en eind meterstanden van EAN 871687120101122568 in de periode vanaf 16 februari 2007 t/m 31 januari 2010:

Periode Model Leverancier Telwerk 1 Telwerk 2

16-02-2007 Leveranciers Oxxio 285868 267402

29-01-2010 Netbeheerders Nuon 498176* 439830*

30-12-2010 Leveranciers Essent 501022* 441797*

* betreft een schatting.

2.6. Bij e-mail van 23 februari 2012 heeft Liander haar antwoord op de vierde vraag met betrekking tot de locatie van de meter van de aansluiting met EAN-code 871687120101122568 als volgt aangevuld:

Een monteur die bekend is op deze locatie heeft de situatie als volgt geschetst:

De omschrijving zoals die nu genoteerd staat is goed. Als aanvulling het volgende: zodra je bij de jachthaven aankomt en bij de ingang [van de jachthaven] staat, dan rij je ongeveer 20 meter van de dijk af. Dan ga je gelijk links richting café/restaurant. De kast staat langs de kant. Het betreft een kunststof kast. Deze kast staat dus niet in een loods of ander soort pand. Er is voor deze kast een sleutelkluisje aanwezig.

3. Het geschil

3.1. Oxxio vordert na wijziging van eis, waartegen [jachthaven] op zichzelf geen verweer heeft gevoerd, samengevat - veroordeling van [jachthaven],

bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

primair tot betaling van € 70.856,79, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 1 maart 2012;

subsidiair tot betaling van € 26.620,39, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf datum dagvaarding, alsmede een bedrag van € 20.469,01, vermeerderd met wettelijke rente vanaf datum dagvaarding, en een bedrag van € 1.788,00;

met veroordeling van [jachthaven] in de kosten van dit geding.

3.2. Oxxio legt aan haar primaire vordering ten grondslag dat tussen haar en [jachthaven] zowel voor de aansluiting met EAN-code 871687120000163280 als voor de aansluiting met EAN-code 871687120101122568 mondeling op 9 mei 2007 een overeenkomst tot stand is gekomen, waarvan (alleen) de overeenkomst met betrekking tot de aansluiting met EAN-code 871687120000163280 schriftelijk is vastgelegd (2.2), en dat [jachthaven] op basis van deze overeenkomsten gehouden is de onbetaald gelaten facturen van Oxxio ad € 83.801,75 te voldoen. De daarover verschuldigde wettelijke handelsrente tot en met 29 februari 2012 beloopt een bedrag van € 15.789,97. Daarbij moet volgens Oxxio een bedrag van € 1.788,00 aan buitengerechtelijke incassokosten worden opgeteld en daarvan moet een bedrag van € 20.000,00 wegens een betaling door [jachthaven] en een bedrag van € 10.522,79 (€ 3.243,42 + € 7.279,51) aan creditfacturen worden afgetrokken.

3.3. Aan haar subsidiaire vordering, in het geval dat niet komt vast te staan dat ook voor de aansluiting met EAN-code 871687120101122568 een overeenkomst tussen de partijen tot stand is gekomen, stelt Oxxio dat zij voor die aansluiting recht heeft op waardevergoeding wegens onverschuldigde betaling althans op schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking, beide ten bedrage van € 20.469,01. Met betrekking tot de aansluiting met EAN-code 871687120000163280 vordert Oxxio nakoming van de overeenkomst en betaling van het nog openstaande bedrag ad € 26.620,39. Het daarnaast gevorderde bedrag van € 1.788,00 ziet op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

3.4. [jachthaven] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Eén of twee overeenkomsten?

4.1. Niet in geschil is dat tussen de partijen een overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot de levering van elektriciteit via de aansluiting met EAN-code 871687120000163280, zoals verwoord in het contract van 31 mei 2007 (2.2). [jachthaven] betwist daarentegen wel dat er een overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot de levering van elektriciteit via de aansluiting met EAN-code 871687120101122568.

4.2. Anders dan Oxxio, is de rechtbank van oordeel dat uit de voicelog van het telefoongesprek tussen een medewerker van Oxxio en [betrokkene] op 9 mei 2007 niet kan worden afgeleid dat tussen de partijen een mondelinge overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot beide aansluitingen. In dat verband stelt de rechtbank voorop dat er tijdens dat gesprek geen EAN-codes zijn genoemd. Weliswaar wordt in dat gesprek door de medewerker van Oxxio een aantal keer aangegeven dat er twee aansluitingen zijn op [adres], hetgeen [betrokkene] in dat gesprek ook telkens bevestigt, maar in datzelfde gesprek heeft hij in het begin aangegeven dat er een meter zou bijkomen. Ter comparitie heeft [betrokkene] verklaard dat hij dacht dat de medewerker van Oxxio met die tweede aansluiting deze nog aan te leggen aansluiting/meter bedoelde. Dat strookt op zichzelf met de gegevens van Liander (2.5 ad 1) waaruit blijkt dat er inderdaad een aansluiting in aanbouw was. In het telefoongesprek komt onvoldoende uit de verf of dat een elektriciteits- of een gasaansluiting betrof, zodat daaraan geen betekenis kan worden gehecht.

Uit de voicelog kan dan ook geen geopenbaarde wil van [betrokkene] worden afgeleid om namens [jachthaven] twee verschillende overeenkomsten aan te gaan voor twee bestaande elektriciteitsaansluitingen. Onder deze omstandigheden mocht Oxxio dat telefoongesprek redelijkerwijs ook niet opvatten als een tot Oxxio gerichte verklaring dat [jachthaven] die twee overeenkomsten wilde aangaan. Bovendien heeft de medewerker van Oxxio tijdens dat gesprek aangekondigd dat de afspraken ‘netjes’ schriftelijk zouden worden bevestigd, terwijl dat maar voor één aansluiting is gebeurd, hetgeen strookt met de beleving van het telefoongesprek van [betrokkene]. Dat dit een bevestiging was voor een grootverbruikaansluiting hoefde bij [betrokkene] op zichzelf geen verbazing te wekken, nu tijdens het telefoongesprek aan de orde is gekomen dat het maar de vraag was of [jachthaven] kleinverbruiker of grootverbruiker was.

4.3. Anders dan Oxxio meent, maakt het enkele feit dat [jachthaven] ook een aantal betalingen heeft gedaan met betrekking tot de aansluiting met EAN-code 871687120101122568 nog niet dat [jachthaven] heeft erkend dat ook met betrekking tot deze aansluiting een overeenkomst tot stand is gekomen. In dat verband acht de rechtbank van belang dat Oxxio alleen maandfacturen voor de aansluiting met EAN-code 871687120000163280 heeft overgelegd en wel per maand een voorschotnota gevolgd door een afrekening waarop de betreffende voorschotnota in mindering werd gebracht. Voor de aansluiting met EAN-code 871687120101122568 zijn daarentegen geen maandfacturen overgelegd. De oudste factuur die Oxxio met betrekking tot die aansluiting heeft overgelegd dateert van 15 juni 2009 (productie 2b bij dagvaarding) en dat betreft de afrekening van de periode maart 2007 tot en met april 2009. Derhalve moet het ervoor worden gehouden dat Oxxio gedurende de eerste twee jaren dat volgens haar een overeenkomst gold, in het geheel geen facturen heeft gezonden. Weliswaar volgt uit die eerste afrekening dat er in die periode wel voorschotten zijn betaald, maar uit het daarbij overgelegde overzicht van Oxxio (eveneens productie 2b bij dagvaarding) blijkt dat het maandelijkse bedragen van niet meer dan € 25,82 betrof. Gelet op de omvang van dat bedrag hoefde [jachthaven] redelijkerwijs niet te begrijpen dat dit moest zien op een andere elektriciteitsaansluiting dan die waarvoor zij een contract had ondertekend. Om die reden mocht Oxxio er ook niet vanuit gaan dat [jachthaven] met die betalingen de overeenkomst had erkend. Weliswaar is na die eerste afrekening het maandelijkse voorschot verhoogd naar € 1.611,43, maar vervolgens zijn ook een aantal automatische incasso’s daarvan gestorneerd en is ook het afrekeningsbedrag van ruim vijftigduizend euro onbetaald gelaten, zodat daaruit evenmin kan worden afgeleid dat [jachthaven] de overeenkomst met betrekking tot de aansluiting met EAN-code 871687120101122568 alsnog zou hebben erkend.

4.4. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat er tussen de partijen enkel een overeenkomst is tot stand gekomen met betrekking tot de aansluiting met EAN-code 871687120000163280. De primaire vordering dient dan ook te worden afgewezen. Hierna zal de subsidiaire vordering van Oxxio worden beoordeeld.

De aansluiting met EAN-code 871687120101122568

4.5. Dan ligt de vraag voor of er sprake is van onverschuldigde betaling door Oxxio aan [jachthaven] dan wel of [jachthaven] ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van Oxxio. Voor de beantwoording van die vraag is van doorslaggevend belang wie feitelijk elektriciteit heeft genoten via de aansluiting met EAN-code 871687120101122568.

4.6. De rechtbank is van oordeel dat Oxxio, mede in het licht van de antwoorden van Liander, onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft gesteld om te kunnen concluderen dat [jachthaven] de feitelijke gebruiker was in de periode waarover Oxxio betaling vordert. Volgens Liander stond deze aansluting immers in de betreffende periode, te weten van 16 februari 2007 tot en met 29 januari 2010, op naam van [betrokkene] (2.5 ad 3). Dat deze aansluiting thans wel op naam van [jachthaven] B.V. staat, maakt nog niet dat zij thans, laat staan voorheen, ook de feitelijk gebruiker was. Dat valt ook niet zonder meer af te leiden uit de door Liander verstrekte gegevens over de feitelijke positie van de elektriciteitsaansluiting. Daaruit valt niet op te maken waar op het eiland de aansluiting zich bevindt en wie daar gebruik van kon maken. Daarbij betrekt de rechtbank dat [jachthaven] ter comparitie heeft gesteld dat op het eiland, waarop beide aansluitingen zich kennelijk bevinden, meer ondernemers actief zijn, zoals een recreatieschap, een beheersmaatschappij en bungalow Hanzeland. Ook zou er een vakantiehuis van [betrokkene] privé zijn. Gelet op deze gemotiveerde betwisting van [jachthaven] dat zij feitelijk gebruik heeft gemaakt van deze elektriciteits-aansluiting, had het op de weg van Oxxio gelegen om dat nader te onderbouwen. Dat geldt temeer nu het volgens Liander ook geen aansluiting betreft die zich in een pand bevindt, maar in een kast langs de weg.

4.7. In zoverre zal de subsidiaire vordering van [jachthaven] dan ook worden afgewezen.

De aansluiting met EAN-code 871687120000163280

4.8. Zoals hiervoor reeds is overwogen, staat tussen de partijen vast dat met betrekking tot deze aansluiting een overeenkomst tussen de partijen tot stand is gekomen. Niet in geschil is dat [jachthaven] op die grond gehouden is de overeengekomen tarieven voor de door Oxxio op de aansluiting met EAN-code 871687120000163280 geleverde elektriciteit te betalen.

4.9. Oxxio heeft als productie 13 een uitdraai overgelegd van alle openstaande facturen die zien op deze aansluiting, met een totaalbedrag van € 33.390,60. [jachthaven] heeft allereerst de omvang van het daarmee door Oxxio in rekening gebrachte elektriciteits-verbruik betwist. De overgelegde facturen betreffen maandelijkse voorschotnota’s gevolgd door maandelijkse afrekeningen waarop de betreffende voorschotnota in mindering wordt gebracht. Op de afrekeningen is het verbruik vermeld. Volgens Oxxio stemt het in rekening gebrachte verbruik overeen met de door Liander opgegeven verbruiksgegevens (2.5 ad 7), zoals die ook zijn geregistreerd door Energie Data Services Nederland (EDSN) (productie 11 van Oxxio). [jachthaven] heeft de juistheid van die verbruiks-gegevens niet betwist, maar betwist wel dat Oxxio het juiste verbruik in rekening heeft gebracht. Het had echter op haar weg gelegen om concreet te stellen welke van de overgelegde facturen dan niet stroken met de verbruiksgegevens van EDSN. Nu zij dat heeft nagelaten, wordt als onvoldoende gemotiveerd betwist aangenomen dat slechts het daadwerkelijke verbruik aan [jachthaven] in rekening is gebracht. Het enkele feit dat een met pen bijgeschreven afwijkend bedrag op een eerdere uitdraai van de voorschotnota van februari 2008 niet meer voorkomt op de uiteindelijk door Oxxio overgelegde uitdraai (productie 13) is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de gefactureerde bedragen.

4.10. [jachthaven] stelt verder niet gehouden te zijn om de transportkosten van de geleverde elektriciteit aan Oxxio te betalen. Dit strookt met de opmerking van Liander dat voor deze (grootverbruik)aansluiting het netbeheerdersmodel gold, waarbij Liander zelf de kosten van het netbeheer factureert en incasseert (2.5 ad 5). Uit de door Oxxio overgelegde facturen (productie 13 van de zijde van Oxxio) blijkt evenwel niet dat Oxxio voor deze aansluiting – anders dan voor de aansluiting met EAN-code 871687120101122568 – transportkosten in rekening heeft gebracht. Aan het verweer van [jachthaven] wordt dan ook voorbij gegaan.

4.11. Als overigens niet betwist staat de juistheid van de facturen waarvan Oxxio betaling vordert, derhalve tussen de partijen vast. Oxxio heeft onbetwist gesteld dat het totaalbedrag van de openstaande facturen (productie 13 van de zijde van Oxxio) € 33.390,60 is. Volgens Oxxio is daarop een bedrag van € 6.770,21 aan betalingen door [jachthaven] in mindering gebracht, zodat een hoofdsom resteert van € 26.620,39. Ter comparitie is evenwel gebleken dat tussen de partijen niet in geschil is dat [jachthaven] in totaal € 30.708,00 aan Oxxio heeft betaald, waarvan slechts voormeld bedrag van € 6.770,21 op de facturen met betrekking tot de aansluiting met EAN-code 871687120000163280 is afgeboekt. Nu reeds is overwogen dat Oxxio ten aanzien van de de aansluiting met EAN-code 871687120101122568 geen vordering heeft op [jachthaven], dient het totaalbedrag aan betalingen door [jachthaven] in mindering te worden gebracht op de vordering van Oxxio met betrekking tot de aansluiting met EAN-code 871687120000163280. Derhalve zal de vordering worden toegewezen tot een bedrag van € 2.682,60 (€ 33.390,60 - € 30.708,00).

4.12. [jachthaven] heeft de verschuldigdheid van de daarover gevorderde wettelijke handelsrente betwist omdat zij niet alle facturen zou hebben ontvangen. Aan dit verweer wordt voorbij gegaan, nu [jachthaven] niet concreet heeft aangegeven welke facturen zij wel en welke zij niet zou hebben ontvangen. Als overigens niet betwist, zal de gevorderde wettelijke handelsrente worden toegewezen met ingang van de datum van dagvaarden.

4.13. Nu niet gesteld of voldoende aannemelijk is gemaakt dat ten behoeve van Oxxio werkzaamheden zijn verricht die een hogere vergoeding rechtvaardigen dan is aanbevolen in het rapport Voor-werk II, zal de gevorderde vergoeding wegens buitengerechtelijke incassowerkzaamheden ambtshalve worden gematigd tot een bedrag gelijk aan twee punten van het toepasselijke liquidatietarief uitgaande van het toe te wijzen bedrag, zijnde € 768,00.

4.14. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [jachthaven] om aan Oxxio te betalen een bedrag van € 2.682,60 (tweeduizendzeshonderdtweeëntachtig euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a met ingang van 7 juli 2011 tot de dag van volledige betaling,

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op

6 juni 2012.