Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW9889

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
29-06-2012
Datum publicatie
29-06-2012
Zaaknummer
05/701263-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet waarbij een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. De man wordt aanmerkelijke onvoorzichtigheid verweten nu hij zijn auto niet tijdig tot stilstand heeft gebracht en hij onvoldoende heeft ondernomen om te voorkomen dat zijn voorruit (verder) besloeg en om zijn zicht te verbeteren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/701263-11

Datum zitting : 15 juni 2012

Datum uitspraak : 29 juni 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de rechtbank in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1930 te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats].

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 31 augustus 2010, te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Apeldoornsestraat, roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden hierin bestaande dat verdachte,

- terwijl de Apeldoornsestraat een overzichtelijke en/of rechte weg was, waarbij het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd,

op die weg de Apeldoornestraat heeft gereden met een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem liggende gedeelte van die weg en/of op de voor hem rijdende andere rijtuigen heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate en/of te laat heeft verminderd en/of aangepast aan het overige verkeer en/of de verkeersituatie ter plaatse, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet in staat is geweest het door hem bestuurde voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(vervolgens) met onverminderde (hoge) snelheid, althans nagenoeg onverminderde (hoge) snelheid op die weg de Apeldoornsestraat ter hoogte van perceelnummer 113 is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met de achterzijde van een voor hem rijdend rijtuig (marathonwagen welke voortgetrokken werd door twee paarden),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 31 augustus 2010, te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Apeldoornsestraat, roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden hierin bestaande dat verdachte,

- terwijl de Apeldoornsestraat een overzichtelijke en/of rechte weg was, waarbij het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd,

terwijl het zicht door de een of meerdere ruit(en) van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (plotseling) in ernstige mate, althans in enige mate werd belemmerd en/of werd gehinderd, doordat deze ruit wat beslagen/bewasemd,

op die weg de Apeldoornsestraat heeft gereden en/of is blijven rijden en/of is doorgereden met een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur,

(daarbij) de ventilator en/of airconditioning en/of verwarming van dat door hem bestuurde motorrijtuig op een onjuiste wijze heeft bediend, ten gevolge waarvan een of meerdere ruit(en) van dat door hem bestuurde voertuig beslagen/bewasemd raakte(n), en/of

(vervolgens) de condens/bewaseming op die voorruit heeft verwijderd, en/of (daarmee) niet één of meer handelingen heeft verricht om het zicht door de voorruit te herstellen en/of

(vervolgens) zijn voertuig niet (op een veilige plaats) tot stilstand heeft gebracht, in elk geval zijn snelheid niet (in sterkte mate), althans in onvoldoende mate heeft verminderd, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet in staat is geweest het door hem bestuurde voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(vervolgens) met onverminderde (hoge) snelheid (van ongeveer 80 kilometer per uur), althans nagenoeg onverminderde (hoge) snelheid op die weg de Apeldoornsestraat ter hoogte van perceelnummer 113 is blijven rijden en/of

(daarop) met genoemde voertuig is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met de achterzijde van een voor hem (uiterst rechts) rijdend rijtuig (marathonwagen welke voortgetrokken werd door twee paarden),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 31 augustus 2010 te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in elk geval in Nederland als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Apeldoornsestraat,

- terwijl de Apeldoornsestraat een overzichtelijke en/of rechte weg was, waarbij het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd,

op die weg de Apeldoornestraat heeft gereden met een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem liggende gedeelte van die weg en/of op de voor hem rijdende andere rijtuigen heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate en/of te laat heeft verminderd en/of aangepast aan het overige verkeer en/of de verkeersituatie ter plaatse, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet in staat is geweest het door hem bestuurde voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(vervolgens) met onverminderde (hoge) snelheid, althans nagenoeg onverminderde (hoge) snelheid op die weg de Apeldoornsestraat ter hoogte van perceelnummer 113 is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met de achterzijde van een voor hem rijdend rijtuig (marathonwagen welke voortgetrokken werd door twee paarden),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden verhinderd.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 15 juni 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen.

De officier van justitie heeft gerekwireerd.

Verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 31 augustus 2010 reed verdachte als bestuurder van een personenauto (merk Opel, type Meriva, kenteken [nummer] ) op de Apeldoornsestraat te Voorthuizen met een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur. De Apeldoornsestraat is een rechte en overzichtelijke weg. Het zicht op deze weg werd die dag niet belemmerd. Verdachte is ten hoogte van perceelnummer 113 gebotst tegen de achterzijde van een voor hem rijdende marathonwagen welke werd voortgetrokken door twee paarden.

De bestuurder van de marathonwagen, de heer [slachtoffer], is van de marathonwagen gevallen. Hij heeft een schouderfractuur opgelopen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat verdachte met een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur – zonder deze snelheid tijdig te minderen – tegen de achterkant van een marathonwagen is gebotst. Volgens de officier van justitie heeft verdachte niet adequaat gereageerd nu hij niet heeft geprobeerd tijdig te stoppen of uit te wijken voor de marathonwagen. Wat betreft de verklaring van verdachte dat zijn voorruit plots besloeg heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat een voorruit nooit plotseling geheel beslaat. Verdachte had maatregelen moeten nemen om het beslaan van de voorruit te voorkomen dan wel de bewasemde voorruit zo snel mogelijk moeten schoonmaken. De officier van justitie is van mening dat sprake is van een aanmerkelijke verkeersschuld. Het letsel van [slachtoffer] kwalificeert de officier van justitie als zodanig lichamelijk letsel dat daaruit verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan nu hij zelfs ruim anderhalf jaar na het ongeval zijn arm niet goed kan strekken en hierdoor zijn werkzaamheden niet meer volledig kan uitvoeren.

Het standpunt van de verdachte

Verdachte heeft, zowel bij de politie als ter terechtzitting, verklaard dat zijn zicht plotseling werd belemmerd. De voorruit van de personenauto raakte bewasemd, waardoor hij niets meer kon zien. Verdachte liet hierop het gas los. Direct na het beslaan van de voorruit, botste hij tegen de marathonwagen op.

De beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

Het volgende wordt voorop gesteld. Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.

Weergave van relevante bewijsmiddelen

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op een zeker moment, rijdend op de Apeldoornsestraat, de marathonwagen in de verte heeft waargenomen. Van het ene op het andere moment zou – aldus verdachte – de voorruit zijn bewasemd, waardoor verdachtes zicht werd belemmerd. Hij heeft zijn voet van het gaspedaal gehaald en vervolgens is hij op de marathonwagen gebotst. De verdachte heeft voorts verklaard ter terechtzitting dat de tijd, tussen het plotseling bewasemen van de voorruit en de botsing, ongeveer 1 minuut bedroeg.

Getuige [getuige] heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij heeft waargenomen dat de voorruit geheel bewasemd was.

In haar Verkeers Ongeval Analyse heeft de politie, aan de hand van het technische onderzoek aan de Opel, geconcludeerd dat de voorruit schoon en niet beslagen was en dat het ventilatiesysteem naar behoren werkte.

Beoordeling van de verkeersgedragingen van verdachte

Gelet op de aangehaalde verklaringen en de conclusies uit de Verkeers Ongeval Analyse is de rechtbank van oordeel dat verdachte schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 draagt aan de botsing tussen de door hem bestuurde Opel en de marathonwagen. Verdachte heeft in onvoldoende mate op het voor hem liggende gedeelte van die weg en de andere voertuigen op die weg gelet. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat zijn zicht werd belemmerd door de bewasemde voorruit, aannemelijk. Maar de rechtbank is voorts van oordeel dat een voorruit niet zo plotseling beslaat, dat daardoor onvoldoende tijd bestaat om passende maatregelen te nemen om het zicht te verbeteren. Nergens volgt uit dat verdachte dergelijke handelingen heeft verricht.

Door bovendien enkel vaart te minderen door enkel het gaspedaal los te laten terwijl hij wist dat voor hem de marathonwagen reed, heeft verdachte zijn snelheid in onvoldoende mate verminderd. Hierdoor is verdachte – in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 – niet in staat geweest om de door hem bestuurde Opel tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien of en de weg vrij was. Dit rijgedrag heeft uiteindelijk geresulteerd in de botsing met de voor hem rijdende marathonwagen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte onvoldoende adequaat heeft gehandeld. De slotsom is dan ook dat de gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden de rechtbank tot het oordeel brengen dat verdachte onoplettendheid en onvoorzichtigheid kan worden verweten. Het rijgedrag van verdachte, zoals dit ten laste is gelegd, is aan te merken als aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig.

Letsel van [slachtoffer]

Na het ongeval is [slachtoffer] overgebracht naar het ziekenhuis alwaar een schouderfractuur is geconstateerd. [slachtoffer] heeft ruim twee maanden na de botsing verklaard twee keer voor deze fractuur te zijn geopereerd. Zijn zoon en getuige [getuige] heeft ter terechtzitting verklaard dat zijn vader [slachtoffer] tot op de dag van vandaag zijn arm slechts beperkt kan gebruiken. Eveneens kan [slachtoffer] zijn werkzaamheden slechts ten dele uitvoeren. Gelet op de verklaring van [slachtoffer], de geneeskundige verklaring en de verklaring van getuige [getuige] stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer] als gevolg van het ongeval letsel heeft opgelopen. Gelet op de aard en ernst van dit letsel en de langere duur van genezing kwalificeert de rechtbank dit letsel als zwaar lichamelijk letsel.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 31 augustus 2010, te Voorthuizen, gemeente Barneveld, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Apeldoornsestraat aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig heeft gereden hierin bestaande dat verdachte,

- terwijl de Apeldoornsestraat een overzichtelijke en/of rechte weg was, waarbij het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of werd gehinderd,

op die weg de Apeldoornestraat heeft gereden met een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur, en

daarbij in onvoldoende mate op het voor hem liggende gedeelte van die weg en op de voor hem rijdende andere rijtuigen heeft gelet en is blijven letten, en

daarbij zijn snelheid in onvoldoende mate en te laat heeft verminderd en aangepast aan het overige verkeer en

daarbij in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet in staat is geweest het door hem bestuurde voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, en

vervolgens met nagenoeg onverminderde (hoge) snelheid op die weg de Apeldoornsestraat ter hoogte van perceelnummer 113 is gebotst tegen de achterzijde van een voor hem rijdend rijtuig (marathonwagen welke voortgetrokken werd door twee paarden),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden veroordeeld voor een overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 waarbij het slachtoffer zodanig lichamelijk letsel heeft opgelopen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering de in uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Bij het formuleren van zijn eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de geldende richtlijnen, de blanco justitiële documentatie van verdachte en de draagkracht van verdachte. De officier van justitie komt op grond daarvan tot betaling van een geldboete ten bedrage van € 500, - (vijfhonderd euro), te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 14 (veertien) maanden.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 9 november 2011.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft – terwijl hij wist dat voor hem op de weg een marathonwagen reed – zijn snelheid onvoldoende aangepast en zijn zicht niet verbeterd waardoor hij tegen de achterkant van een marathonwagen is gebotst. De bestuurder van de marathonwagen heeft hierdoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen en één van de twee paarden is overleden. Verdachte had anders moeten handelen. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

De rechtbank houdt echter rekening met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de ouderdom van de zaak.

Verdachte is een man in de leeftijd van 82 jaar en heeft een beperkt inkomen. De rechtbank zal daarom, anders dan door de officier van justitie geëist, een geheel voorwaardelijke geldboete opleggen. Wel is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het inadequate en ontijdige reageren door verdachte op het beslaan van zijn voorruit, een forse onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen geboden is.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c en 91 van het Wetboek van Straf¬recht alsmede de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een betaling van een geldboete van € 750,- (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door de duur van 15 dagen hechtenis.

Bepaalt dat deze geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Alsmede

een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 179 lid 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Aldus gewezen door:

mr. D.R. Sonneveldt (voorzitter), mr. R.M. Maanicus en mr. W.L.J.M. Duijst, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Ruessink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 juni 2012.