Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW9811

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
28-06-2012
Zaaknummer
05/701014-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank legt een gevangenisstraf op van twee jaren voor het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en de Wet wapens en munitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/701014-11

Data zittingen : 13 september 2011, 29 november 2011, 14 februari 2012, 8 mei 2012,

22 mei 2012 en 12 juni 2012

Datum uitspraak : 26 juni 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de rechtbank in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [1970] te Arnhem

adres : [adres]

plaats : [postcode en plaats]

thans gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid.

Raadsman : mr. Y. Quint, advocaat te 's-Hertogenbosch.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 03 juni 2011, althans in of omstreeks de maand(en)

mei/juni 2011, te Arnhem, Didam - Nieuw-Dijk, gemeente Montferland, Velp,

gemeente Rheden, Roosendaal, Rucphen, IJzendijke, gemeente Sluis, en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig

heeft gehad, (ongeveer) 50,3 kilogram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van

een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet,

in ieder geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende enig middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaakdossier 001)

2.

hij op of omstreeks 3 juni 2011 te Velp, gemeente Rheden, en/of (elders) in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,

afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen/buiten het grondgebied van

Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,

zijnde amfetamine, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

in ieder geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende enig middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet, voor te bereiden en/of te

bevorderen,

een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had

om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van die/dat feit(en),

-onder meer- hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) een

grondstof, bestemd voor de productie van synthetische drugs (-ongeveer- 5

liter/kilogram BMK), voorhanden hebben/heeft gehad en/of hebben/heeft

verborgen in een woning (aan de [adres 1] te Velp); (Zaakdossier 002)

3.

hij op of omstreeks 03 juni 2011 te Velp, gemeente Rheden, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie

III, te weten een gaspistool, merk Walther, type P-22, kaliber 9mm, en/of

munitie van categorie III, te weten een aantal (20) patronen, type knal,

kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd; (Zaakdossier 006)

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 12 juni 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. Y. Quint, advocaat te 's-Hertogenbosch.

De officier van justitie, mr. A. Zuil, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 3 juni 2011 omstreeks 20.30 uur zijn onder een oranjekleurig dekzeil in de laadruimte van een Opel Vivaro (met kenteken [kenteken 1]), die geparkeerd stond aan de Graaf Ottostraat te Velp, drie 'Jumbo' bigshopper tassen aangetroffen met daarin 5 grijze vuilniszakken met - naar later bleek - 50,3 kilogram MDMA.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit gelet op de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit, nu niet kan worden bewezen dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de bus.

De beoordeling door de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

Taps en observaties

Op 21 mei 2011 om 17.48 uur belt medeverdachte [medeverdachte 1] met [naam 1]. [medeverdachte 1] vraagt of ze met 'die andere', die 'M', kunnen starten en stelt voor samen te beginnen met '50', zij '25' en hij '25'. [naam 1] geeft echter aan '150' te willen. [medeverdachte 1] zegt dat dit goed is. Hij wil dan naar Barcelona komen. [naam 1] zegt dat hij dan wel een ander nummer mee moet nemen.3

Op 21 mei 2011 om 17.53 uur belt [medeverdachte 1] met [naam 2]. [medeverdachte 1] zegt dat 'die groep' twee of drie keer zoveel wil hebben. Ze kunnen volgende week '25' naar de vriend van [naam 2] doen en '25' naar de jongens van [medeverdachte 1] in Barcelona.4

Op 31 mei 2011 om 12.30 uur belt [naam 2] met [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij 'die dingetjes' '5 rond' heeft geregeld en dat hij ze vrijdag (rechtbank: 3 juni 2011) heeft.5

Op 31 mei 2011 om 15.44 uur belt [medeverdachte 1] naar verdachte waarin [medeverdachte 1] tegen verdachte zegt dat ze morgenvroeg even auto's moeten wegbrengen, een stuk of 4 5 wagens. Verdachte zegt dat het goed is. [medeverdachte 1] zegt dat hij later wel even langs komt.6

Op 31 mei 2011 is door het observatieteam (hierna: OT) de BMW X5 met kenteken [kenteken 2] van [medeverdachte 1] in Nuland gezien en vervolgens gevolgd. De inzittenden van de BMW X5 zijn [medeverdachte 1] en [naam 3]. Op de Graaf Ottostraat in Velp is in de directe omgeving van de woning van verdachte de Peugeot 407 van verdachte met kenteken [kenteken 3] gezien. Vervolgens is gezien dat de BMW X5 om 18.48 uur stopt op de hoek van de Graaf Ottostraat te Velp. [medeverdachte 1] stapt vervolgens in de Peugeot 407 en rijdt naar de Kraaiensteinlaan in Arnhem, alwaar hij om 18.57 uur een garagebox binnengaat. Om 19.01 uur komt hij weer naar buiten met een gevulde sporttas. Om 19.06 uur is de Peugeot 407 weer op de Graaf Ottostraat in Velp, alwaar [medeverdachte 1] de woning van verdachte binnengaat zonder iets in zijn handen. Om 19.10 uur komt [medeverdachte 1] weer naar buiten en vertrekt in de BMW X5.7

Op 1 juni 2011 is door het OT gezien dat verdachte om 6.49 uur zijn woning aan de Graaf Ottostraat in Velp uitkomt met een zwart heuptasje en een ander zwart tasje en vervolgens met de Peugeot 407 naar tankstation 't Kempke aan de Rijksweg A325 rijdt, alwaar ook een Opel Vivaro met kenteken [kenteken 1] geparkeerd staat met als bestuurder [naam 3]. Verdachte en [naam 3] hebben hierbij kort contact. De Peugeot 407 met als bestuurder verdachte en de Opel Vivaro met als bestuurder [naam 3] rijden vervolgens naar het bedrijf ACC aan de [adres 2 ] in Roosendaal. Daar geeft verdachte om 9.07 uur een uit de Peugeot 407 afkomstige zwarte plastic tas met inhoud aan de daar aanwezige [naam 4]. Verdachte en [naam 3] vertrekken vervolgens samen in de Peugeot 407 en rijden weer naar Velp, alwaar ze om 10.41 uur aankomen.

Om 9.17 uur vertrekt een onbekende man in de Opel Vivaro vanaf ACC in Roosendaal, gevolgd door een Citroen Berlingo (kenteken [kenteken 4]), naar de [adres 3] in Roosendaal, alwaar de Opel Vivaro wordt geparkeerd. De bestuurder van de Opel Vivaro stapt vervolgens in de Citroen Berlingo, welke vervolgens via ACC in Roosendaal doorrijdt naar België.8

Op 2 juni 2011 om 18.30 uur belt verdachte naar [naam 3]. [naam 3] zegt dat de chef thuis zit. [naam 3] en verdachte spreken af dat verdachte de volgende ochtend (rechtbank: 3 juni 2011) tussen 7.15 uur en 17.30 uur bij [naam 3] is.9

Op 2 juni 2011 om 19.23 uur belt [medeverdachte 1] met een onbekende man. [medeverdachte 1] vraagt deze man of hij wil kijken of dat met die 'M' nog iets hoger kan, omdat hij het voor zes transporten eigenlijk niet de moeite waard vindt. [medeverdachte 1] zegt verder dat ze even die papieren moeten regelen. Alles staat klaar. Hij heeft de spullen morgenvroeg (rechtbank: 3 juni 2011) om negen uur. Alles is al betaald, 175 ruggen. [medeverdachte 1] zegt verder nog dat hij die 'M' in ieder geval heeft. Hij heeft speciaal van die grote dikke brokken uitgezocht, het is echt tophandel.10

Op 3 juni 2011 is om 6.01 uur door het OT gezien dat de Opel Vivaro op het adres Statendijk in Schoondijke (Zeeland) staat. Vervolgens is gezien dat verdachte om 7.14 uur in de Peugeot 407 [naam 3] ophaalt aan de Sterappelgaard in Arnhem. De Peugeot 407 arriveert om 8.33 uur bij ACC in Roosendaal, maar vertrekt direct, de poort is nog gesloten. Om 8.42 uur komt [naam 4] aan bij ACC. Om 8.51 uur is de Peugeot 407 daar ook weer. Verdachte en [naam 3] stappen uit en lopen het terrein van ACC op.

Het OT heeft om 8.09 uur gezien dat de Opel Vivaro in Rucphen aan de Gebrande Hoefstraat staat en daar om 8.11 uur wegrijdt.11

Op 3 juni 2011 om 8.59 uur belt [medeverdachte 1] met verdachte. Verdachte zegt dat hij die middag om vijf uur het plaatwerk kan ophalen, die 'M serie'.12

Op 3 juni 2011 is om 9.44 uur door het OT gezien dat de Opel Vivaro van adres Statendijk in Schoondijke vertrekt. Om 9.52 uur rijdt de Opel Vivaro over de Middenweg N61 in Biervliet, staat vervolgens om 9.55 uur stil op de Middenweg te Terneuzen en rijdt vervolgens de Westerscheldetunnel N62 in. Bij de tolpoorten aan het einde van de tunnel staat de Opel Vivaro stil (10.14 uur). Voor de Opel Vivaro staat een zwarte BMW X5 met kenteken [kenteken 5]. Deze BMW X5 rijdt om 10.49 uur het industrieterrein Vijfhuizenberg in Roosendaal op in de richting van ACC. De Opel Vivaro staat om 10.51 uur geparkeerd ter hoogte van de [adres 4] in Nispen, alwaar de onbekende bestuurder aanbelt. Na enkele minuten rijdt de Opel Vivaro weer verder naar ACC in Roosendaal, alwaar hij om 11.06 uur arriveert.

De Peugeot 407 met als bestuurder verdachte en als passagier [naam 3] komt om 15.50 uur weer terug bij ACC in Roosendaal. Om 16.00 uur rijdt de Opel Vivaro weg bij ACC met [naam 3] als bestuurder. Achter de Opel Vivaro rijdt de Peugeot 407 met verdachte als bestuurder.13

Op 3 juni 2011 om 16.14 uur belt verdachte naar [medeverdachte 1] en zegt dat ze om half zes afspreken.14

Op 3 juni 2011 om 17.14 uur belt [medeverdachte 1] met [naam 2]. [medeverdachte 1] vraagt aan [naam 2] of hij geen kans ziet hem bij hotel Maarsbergen te zien, omdat die '50' binnengekomen zijn. [medeverdachte 1] zegt verder dat hij om half zes afgesproken heeft.15

Op 3 juni 2011 is door het OT om 17.30 uur gezien dat verdachte en [naam 3] op de Graaf Ottostraat in Velp arriveren. [naam 3] stapt uit de Opel Vivaro en draagt een klein zwart tasje met schouderband. Verdachte en [naam 3] gaan samen de woning van verdachte aan de [adres 1] in Velp binnen. Om 17.50 uur brengt verdachte [naam 3] in de Peugeot 407 naar zijn huis aan de Sterappelgaard in Arnhem.

Om 19.18 uur rijdt een zwarte BMW X5 met kenteken [kenteken 2] op de President Kennedylaan in Velp met als bestuurder [medeverdachte 1]. Om 19.19 uur gaat [medeverdachte 1] de woning van verdachte aan de [adres 1] in Velp binnen. Om 19.22 uur treden leden van het Arrestatieteam de woning van verdachte binnen.16

Verklaringen van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij regelmatig omgaat met [medeverdachte 1] en dat hij hem al 14-15 jaar kent.17 Verdachte heeft voorts verklaard dat hij regelmatig dingen deed voor [medeverdachte 1], omdat [medeverdachte 1] zelf geen tijd had.18

Op het moment dat verdachte wordt geconfronteerd met een tussen hem en [medeverdachte 1] gevoerd telefoongesprek op 31 mei 2011 om 15.44 uur (zie hiervoor) verklaart hij dat dit telefoongesprek over drugs ging. 'Een stuk of 4 5 wagens' betekende 'vier of vijf kilo drugs'. Ze spraken over auto-onderdelen als ze over drugs spraken.19

Verdachte heeft verder verklaard dat [medeverdachte 1] op 31 mei 2011 een plastic zak met geld aan hem heeft gegeven, welk geld hij moest geven aan de man die hij zou ontmoeten in Roosendaal. De Opel Vivaro moest in Roosendaal blijven staan, omdat deze daar geladen zou worden. Verdachte voegt hier op dat moment nog aan toe in zijn verklaring dat hij nog niet weet of hij wil verklaren wat er in die bus geladen zou worden.20

Op de vraag of de bus leeg was toen hij de Opel Vivaro op 31 mei 2011 bij [naam 3] neerzette, antwoordt verdachte dat hij zeker weet dat de bus niet geladen was. Hij had er nog een tafel uitgeladen bij [medeverdachte 1] thuis en toen was de laadruimte verder leeg.21

Over 3 juni 2011 heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte 1] hem die woensdag daarvoor had benaderd om de Opel Vivaro in Roosendaal op te halen. Toen hij en [naam 3] 's morgens in Roosendaal aankwamen bleek de bus er nog niet te staan. Ze hebben toen met de man die ze daar hadden gesproken de afspraak gemaakt dat ze de bus die middag om 16.00 uur zouden ophalen. Hierop zijn ze naar huis gereden. Toen ze 's middags om 16.00 uur weer in Roosendaal aankwamen stond de bus er wel. Hij heeft toen weer dezelfde man als die ochtend gesproken. Ze hebben het hierbij gehad over de gemaakte extra onkosten, waarop de man hem een bankbiljet van 500 euro had gegeven. Verdachte heeft voorts nog verklaard dat hij voor vertrek nog in de laadruimte van de bus heeft gekeken en daar een oranje zeil had zien liggen. De man had gezegd dat hij dit zeil mocht meenemen en weggooien.22

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het bovenstaande in combinatie met hetgeen onder 'de feiten' reeds is vastgesteld wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd.

Ten aanzien van het verweer van de verdediging dat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de bus overweegt de rechtbank als volgt.

Op 31 mei 2011 heeft [medeverdachte 1] met verdachte gebeld met de vraag of hij de volgende ochtend (1 juni 2011) 'een stuk of 4 5 wagens' wilde wegbrengen. Verdachte heeft over dit gesprek verklaard dat dit over drugs ging; als er over auto-onderdelen werd gesproken ging het over drugs. Diezelfde dag (31 mei 2011) is [medeverdachte 1] bij verdachte langs geweest om een tas met geld te brengen, welk geld hij de volgende dag moest geven aan de man die hij zou ontmoeten in Roosendaal.

Op 1 juni 2011 is verdachte, zoals een dag eerder besproken in het telefoongesprek met [medeverdachte 1], 's morgens vroeg vertrokken in de Opel Vivaro samen met [naam 3] naar het bedrijf ACC Roosendaal. Ze hebben daar de Opel Vivaro achtergelaten, opdat deze daar geladen zou worden, en verdachte heeft de tas met geld afgegeven aan de aldaar aanwezige [naam 4].

Op 3 juni 2011 hebben verdachte en [naam 3] de Opel Vivaro 's middags om 16.00 uur weer in Roosendaal opgehaald. Verdachte heeft hierover nog gebeld met [medeverdachte 1] met de mededeling dat hij die middag om vijf uur het plaatwerk kon ophalen, die 'M serie', een term die regelmatig terugkomt in telefoongesprekken die [medeverdachte 1] voert met andere partijen. Gezien de getallen die in relatie tot deze 'M' of 'M serie' in de telefoongesprekken worden genoemd, te weten '50', '5 rond' en '4 5 wagens', alsmede de verklaring van verdachte dat er over drugs werd gesproken in termen van auto-onderdelen, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat met 'M' en 'M serie' wordt gedoeld op de 50 kilogram MDMA die is aangetroffen in de Opel Vivaro en dat verdachte dit ook wist. Dat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat het hier ging om auto-onderdelen voor een zogenaamde 'BMW M-serie' - zoals door de verdediging gesteld - acht de rechtbank gelet op vorenstaande niet aannemelijk geworden. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer.

Ten aanzien van feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 3 juni 2011 is tijdens een doorzoeking van de woning van verdachte, gelegen aan de [adres 1] te Velp, gemeente Rheden, op de zolder een jerrycan met daarin ongeveer 5 kilogram BMK aangetroffen.23 BMK staat vermeld op bijlage I van de Verordening (EG) nummer 273/2004 inzake drugsprecursoren (rechtbank: chemicaliën voor de productie van verdovende middelen) en de bijlage behorende bij Verordening (EG) nummer 111/2005 betreffende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren. Naar beide verordeningen wordt verwezen in de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.24

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van dit feit gelet op de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit. Uit de verklaring van verdachte, noch uit enig tapgesprek, blijkt dat verdachte de BMK in zijn bezit heeft gehad met het (voorwaardelijk) opzet op de productie van harddrugs. De enkele aanwezigheid van de BMK in de woning van verdachte maakt nog niet dat er sprake is van voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet.

De beoordeling door de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

Taps

Op 18 maart 2011 om 1.52 uur belt [naam 5] met [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] vertelt dat hij een busje met hydraulische olie in de bak van de middenarmsteun had gezet en dat deze is gaan lekken. Het stinkt enorm in de auto.25

Op 18 maart 2011 om 11.41 uur belt [medeverdachte 1] naar verdachte en vraagt aan hem of hij nog weet wat er vroeger gebeurd was met die oude groende Megane. Er was een blik met hydraulische olie omgevallen. [medeverdachte 1] zegt dat dit hem nu is overkomen in de 6-serie.26

Op 20 maart 2011 om 22.30 uur belt [medeverdachte 1] naar verdachte. [medeverdachte 1] vertelt aan verdachte dat zijn auto stinkt naar hydraulische olie. Verdachte zegt dat hij nog twee van die blikken heeft staan; één blik hebben ze toen van [naam 2] gekregen en die andere die ze toen hebben opgehaald wat aan ze verkocht was, dat was motorblokolie en daar hebben ze hydro-olie van gemaakt. [medeverdachte 1] zegt hierop tegen verdachte dat hij het lekker weg moet gooien, omdat het over de datum is. Het is beperkt houdbaar en gaat schiften.27

BMK in auto van medeverdachte [medeverdachte 1]

Op 5 mei 2011 is de personenauto, merk BMW, type 645CI, van [medeverdachte 1] onderzocht met betrekking tot mogelijk aanwezige verdovende middelen. Op een monster afkomstig uit de ruimte onder de middenconsole/armsteun is hierbij een zeer lage aanwezigheid van de precursor BMK aangetroffen.28

Verklaringen van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij regelmatig omgaat met [medeverdachte 1] en dat hij hem al 14-15 jaar kent.29 Verdachte heeft voorts verklaard dat hij regelmatig dingen deed voor [medeverdachte 1], omdat [medeverdachte 1] zelf geen tijd had.30

Op het moment dat verdachte wordt geconfronteerd met een tussen hem en [medeverdachte 1] gevoerd telefoongesprek op 31 mei 2011 om 15.44 uur (zie feit 1) verklaart hij dat dit telefoongesprek over drugs ging. Ze spraken over auto-onderdelen als ze over drugs spraken.31

Op het moment dat verdachte wordt geconfronteerd met het door hem met [medeverdachte 1] gevoerde telefoongesprek op 18 maart 2011 om 11.41 uur (zie hiervoor) ontkent verdachte aanvankelijk dat hij weet dat er met hydraulische olie iets anders wordt bedoeld dan hydraulische olie. Na doorvragen van de verbalisanten geeft verdachte aan hierover niet te durven verklaren, omdat hij bang is voor represailles. Even later verklaart verdachte dat [medeverdachte 1] hem wel iets verteld had over wat het (rechtbank: hydraulische olie) was, namelijk 'iets van DMK of zo'. [medeverdachte 1] had hem verteld dat hij dit wilde verkopen.32

Op het moment dat verdachte wordt geconfronteerd met het door hem met [medeverdachte 1] gevoerde telefoongesprek op 20 maart 2011 om 22.30 uur (zie hiervoor) verklaart verdachte dat [medeverdachte 1] de jerrycan die bij verdachte op de zolder is aangetroffen had gekocht. [medeverdachte 1] had hem verteld dat hij dit had laten testen en dat het niet goed was. [medeverdachte 1] had aan verdachte gevraagd of hij de jerrycan bij hem neer kon zetten.33 Op de vraag waarom [medeverdachte 1] de jerrycan bij verdachte heeft opgeslagen verklaart hij dat hij denkt dat [medeverdachte 1] vond dat het bij hem veilig stond.34

Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het bovenstaande in combinatie met hetgeen onder 'de feiten' reeds is vastgesteld wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

Ten aanzien van het verweer van de verdediging dat niet blijkt dat verdachte de BMK in zijn bezit heeft gehad met het (voorwaardelijk) opzet op de productie van harddrugs overweegt de rechtbank als volgt.

Op 18 en 20 maart 2011 hebben [medeverdachte 1] en verdachte telefonisch contact gehad over een blik 'hydraulische olie' dat in de middenarmsteun van de auto (6-serie) van [medeverdachte 1] was omgevallen. Uit een drugstest in de BMW 6-serie van [medeverdachte 1] is gebleken dat het hier om een blik met BMK moet zijn gegaan. Op het moment dat [medeverdachte 1] dit aan verdachte vertelde reageerde verdachte door te zeggen dat hij nog 2 blikken met dat spul bij hem op zolder had staan. Kennelijk was verdachte er dus van op de hoogte dat het hier om dezelfde stof ging. In het vierde verhoor heeft verdachte - na doorvragen - ook verklaard dat er met 'hydraulische olie' niet daadwerkelijk hydraulische olie werd bedoeld, maar iets anders, namelijk 'iets van DMK of zo'. Gelet hierop, in samenhang met het feit dat verdachte heeft verklaard dat er in termen van auto-onderdelen werd gesproken als het over drugs ging, [medeverdachte 1] hem had gezegd dat hij het spul wilde verkopen en aan verdachte had gevraagd om het zolang te bewaren, de reden van het opslaan van de jerrycan bij verdachte, alsmede het feit dat [medeverdachte 1] aan verdachte had verteld dat hij het spul had laten testen en dat het niet meer goed was, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte wist dat de jerrycan die hij van [medeverdachte 1] moest bewaren, een stof bevatte, bestemd voor de productie van synthetische drugs. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer.

Ten aanzien van feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- proces-verbaal van inbeslagname (p. zaaksdossier 6, p. 7)

- proces-verbaal omschrijving wapens en munitie (zaaksdossier 6, p. 11)

- NFI-rapport wapen- en munitieonderzoek (zaaksdossier 6, p. 17)

- proces-verbaal van verhoor van verdachte (zaaksdossier 6, p. 36)

Voor zover het gaat om het gaspistool heeft de steller van de tenlastelegging duidelijk het oog gehad op een vuurwapen als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie. De rechtbank is van oordeel dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving en verbetert bij dit feit "wapen" in "vuurwapen".

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 03 juni 2011, te Velp,

gemeente Rheden, Roosendaal, en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk heeft vervoerd

, (ongeveer) 50,3 kilogram MDMA,

, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet,

2.

hij op 3 juni 2011 te Velp, gemeente Rheden,

om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,

afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen/buiten het grondgebied van

Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,

zijnde amfetamine, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

in ieder geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende enig middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet, voor te bereiden en/of te

bevorderen,

een , stof

voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd was tot het plegen van die/dat feit(en),

-onder meer- hierin bestaande dat verdachte een

grondstof, bestemd voor de productie van synthetische drugs (-ongeveer- 5

kilogram BMK), voorhanden heeft gehad (aan de [adres 1] te Velp);

3.

hij op 03 juni 2011 te Velp, gemeente Rheden,

een vuurwapen van categorie

III, te weten een gaspistool, merk Walther, type P-22, kaliber 9mm, en/of

munitie van categorie III, te weten een aantal (20) patronen, type knal,

kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 2:

Om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Ten aanzien van feit 3:

A. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

B. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie heeft bij de bepaling van de hoogte van de eis rekening gehouden met de ernst van de feiten, maar tevens met de rol van verdachte afgezet tegen de rol van medeverdachte [medeverdachte 1]. Volgens de officier van justitie was de rol van verdachte een stuk kleiner; hij profiteerde er veel minder van en medeverdachte [medeverdachte 1] was degene die de initiatieven nam.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht bij een mogelijke veroordeling rekening te houden met de ondergeschikte rol van verdachte, het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten en hij reeds 12 maanden in voorarrest heeft doorgebracht.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

* het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 31 mei 2012; en

* een Reclasseringsadvies, d.d. 9 september 2011, betreffende verdachte.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting mede gelet op de navolgende door de officier van justitie - onder toezegging van afzonderlijke strafvervolging ter zake te zullen afzien - ad informandum gevoegde zaken welke door verdachte zijn erkend, voorzien van het parketnummer 05/701014-11, te weten:

- 03 juni 2011, Velp, gemeente Rheden, aanwezig hebben MDMA/amfetamine/cocaïne in zijn woning, in vereniging (zaak 007);

- 03 juni 2011, Velp. gemeente Rheden, voorhanden hebben van pepperspray, wapen categorie II onder 6° (zaaksdossier 006).

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft samen met anderen een grote hoeveelheid (50 kilogram) MDMA (XTC) vervoerd en heeft een jerrycan met 5 kilogram BMK, een grondstof voor de bereiding van synthetische drugs, voorhanden gehad. Dit zijn ernstige feiten. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs maatschappelijk gezien voor veel schade zorgen. De gezondheidsbelangen van anderen worden immers op het spel gezet. De mensen die afhankelijk zijn van deze drugs veroorzaken veel overlast om deze drugs te kunnen bekostigen. Om deze redenen dient tegen de handel in harddrugs krachtig te worden opgetreden.

Uit de aangehaalde justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke misdrijven is veroordeeld.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren. De straf is lager dan de straf die door de officier van justitie is geëist gelet op de opgelegde straffen in soortgelijke zaken.

Beslag

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven busjes pepperspray dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven de personenauto Peugeot 407 met kenteken [kenteken 3] en het kentekenbewijs deel 1A+B behorende bij deze auto toebehoren aan de verdachte en aan verdachte zullen moeten worden teruggegeven,nu zij geen dwingende redenen aanwezig acht de verbeurdverklaring van deze auto uit te spreken.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36b, 36d, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 2, 10, 10a en 13 van de Opiumwet en de artikelen 26, 55 en 56 van de Wet Wapens en Munitie.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- twee spuitbusjes pepperspray 40 ml

Beveelt de teruggave van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan de veroordeelde, te weten:

- de personenauto Peugeot 407 met kenteken [kenteken 3]

- het kentekenbewijs deel 1A+B behorende bij deze auto

Aldus gewezen door:

mr. M.M.L.A.T. Doll (voorzitter), mr. J. Barrau en mr. F.J.H. Hovens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 juni 2012.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Midden, Divisie Recherche, Unit Opsporing, Team ZwaCri, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek 07JTZ10009 (Witblits), gesloten op 5 augustus 2010, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina's van het per zaaksdossier doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 1, p. 384-385; proces-verbaal sporenonderzoek Opel Vivaro, algemeen dossier, p. 909-912; NFI-rapport, zaaksdossier 1, p. 390.

3 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 1, p. 98-99.

4 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 1, p. 99.

5 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 1, p. 101.

6 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 1, p. 102.

7 Proces-verbaal van observeren, zaaksdossier 1, p. 195-197.

8 Proces-verbaal van observeren, zaaksdossier 1, p. 201-203.

9 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 1, p. 103.

10 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 1, p. 104-105.

11 Proces-verbaal van observeren, zaaksdossier 1, p. 207-208.

12 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 1, p. 106.

13 Proces-verbaal van observeren, zaaksdossier 1, p. 208-209.

14 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 1, p. 107-108.

15 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 1, p. 108.

16 Proces-verbaal van observeren, zaaksdossier 1, p. 207-210.

17 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, persoonsdossier, p. 39.

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, persoonsdossier, p. 57.

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, persoonsdossier, p. 93.

20 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, persoonsdossier, p. 94-95.

21 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, persoonsdossier, p. 96.

22 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, persoonsdossier, p. 46-49.

23 Stamproces-verbaal van forensisch technisch onderzoek, algemeen dossier, p. 890; NFI-rapport Identificatie van drugs - en precursoren en onderzoek naar sporen verdovende middelen op twee wattenstaafjes, zaaksdossier 2, p. 302.

24 NFI-rapport Identificatie van drugs - en precursoren en onderzoek naar sporen verdovende middelen op twee wattenstaafjes, zaaksdossier 2, p. 303.

25 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 2, p. 187.

26 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 2, p. 188.

27 Overzicht van de gevoerde tapgesprekken, zaaksdossier 2, p. 192.

28 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 2, p. 296-297.

29 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, persoonsdossier, p. 39.

30 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, persoonsdossier, p. 57.

31 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, persoonsdossier, p. 93.

32 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, 4e verhoor (verbatim uitgewerkt), p. 1-4 van dat verhoor.

33 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, 4e verhoor (verbatim uitgewerkt), p. 5-6 van dat verhoor.

34 Proces-verbaal van verhoor van verdachte 4e verhoor (verbatim uitgewerkt), p 24 van dat verhoor.