Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW9494

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
27-06-2012
Zaaknummer
05/700710-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor het plegen van ontucht met en verkrachting van neef

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Promis II

Parketnummer : 05/700710-11

Data zittingen : 29 september 2011 en 13 juni 2012

Datum uitspraak : 27 juni 2012

TEGENSPRAAK

Vonnis van de rechtbank in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

raadsman : mr. J. Velthoven, advocaat te Tiel.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 maart 2002 tot 23 maart 2006 te Tiel en/of te Zoelen, althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer], geboren op 23 maart 1990, die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, terwijl voornoemde [slachtoffer] een minderjarige was die aan zijn, verdachtes zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, welke handelingen (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten - zakelijk weergegeven - :

- het (meermalen) met zijn, verdachtes, hand vastpakken van de penis van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) het met zijn, verdachtes hand, op/om de penis van voornoemde [slachtoffer] op en neergaande bewegingen maken (aftrekken) en/of

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] laten vastpakken van zijn, verdachtes, penis en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] trekkende bewegingen laten maken aan zijn, verdachtes, penis (aftrekken) en/of

- het (meermalen) in de mond nemen van de penis van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) het met zijn, verdachtes mond op/om de penis van voornoemde [slachtoffer] op en neergaande bewegingen maken (pijpen) en/of

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] in de mond laten nemen van zijn, verdachtes, penis en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] met zijn mond op/om zijn, verdachtes, penis op en neergaande bewegingen te laten maken (pijpen) en/of

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] met zijn penis penetreren van de anus van verdachte en/of

- het (meermalen) proberen te penetreren van de anus van voornoemde [slachtoffer] met zijn, verdachtes, penis;

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 245 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 maart 2006 tot en met 23 juni 2009 te Tiel en/of te Zoelen, althans in Nederland, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] (geboren op 23 maart 1990) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten - zakelijk weergegeven -:

- het (meermalen) met zijn, verdachtes, hand vastpakken van de penis van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) het met zijn, verdachtes hand, op/om de penis van voornoemde [slachtoffer] op en neergaande bewegingen maken (aftrekken) en/of

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] laten vastpakken van zijn, verdachtes, penis en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] trekkende bewegingen laten maken aan zijn, verdachtes, penis (aftrekken) en/of

- het (meermalen) in de mond nemen van de penis van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) het met zijn, verdachtes mond op/om de penis van voornoemde [slachtoffer] op en neergaande bewegingen maken (pijpen) en/of

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] in de mond laten nemen van zijn, verdachtes, penis en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] met zijn mond op/om zijn, verdachtes, penis op en neergaande bewegingen te laten maken (pijpen) en/of

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] met zijn penis penetreren van de anus van verdachte en/of

- het (meermalen) proberen te penetreren van de anus van voornoemde [slachtoffer] met zijn, verdachtes, penis,

welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk - zakelijk weergegeven -:

gedurende een langere periode (te weten van 23 maart 2002 tot 23 maart 2006) een relatie heeft opgebouwd met voornoemde [slachtoffer], waarin hij, verdachte, overwicht had op voornoemde [slachtoffer] en/of waarbij hij, verdachte, de oom was van voornoemde [slachtoffer] en/of waarbij hij, verdachte, 31 jaar ouder was dan voornoemde [slachtoffer] en/of waarbij hij, verdachte, wist dat voornoemde [slachtoffer] een verstandelijke beperking had;

art 242 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr)

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 29 september 2011 en op 13 juni 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J. Velthoven, advocaat te Tiel.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd en is ter terechtzitting verschenen [slachtoffer], bijgestaan door mr. S.F. Nijhuis, advocaat te Nijmegen

De officier van justitie, mr. P.A. de Boer, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslis¬sing inzake het bewijs

Ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 40-49;

- de samenvatting van het neuropsychologisch onderzoek, opgenomen in een brief van 19 mei 2009 van De Gelderse Roos, p. 58-59;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 juni 2012.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 23 maart 2002 tot 23 maart 2006 te Tiel en te Zoelen, met [slachtoffer], geboren op 23 maart 1990, die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, welke handelingen (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten - zakelijk weergegeven - :

- het (meermalen) met zijn, verdachtes, hand vastpakken van de penis van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) het met zijn, verdachtes hand, op/om de penis van voornoemde [slachtoffer] op en neergaande bewegingen maken (aftrekken) en

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] laten vastpakken van zijn, verdachtes, penis en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] trekkende bewegingen laten maken aan zijn, verdachtes, penis (aftrekken) en

- het (meermalen) in de mond nemen van de penis van voornoemde [slachtoffer] en (vervolgens) het met zijn, verdachtes mond op/om de penis van voornoemde [slachtoffer] op en neergaande bewegingen maken (pijpen) en

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] in de mond laten nemen van zijn, verdachtes, penis en (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] met zijn mond op/om zijn, verdachtes, penis op en neergaande bewegingen te laten maken (pijpen) en

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] met zijn penis penetreren van de anus van verdachte en

- het (meermalen) proberen te penetreren van de anus van voornoemde [slachtoffer] met zijn, verdachtes, penis;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 23 maart 2006 tot en met 23 juni 2009 te Tiel en te Zoelen, telkens door geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] (geboren op 23 maart 1990) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten - zakelijk weergegeven -:

- het (meermalen) met zijn, verdachtes, hand vastpakken van de penis van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) het met zijn, verdachtes hand, op/om de penis van voornoemde [slachtoffer] op en neergaande bewegingen maken (aftrekken) en

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] laten vastpakken van zijn, verdachtes, penis en (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] trekkende bewegingen laten maken aan zijn, verdachtes, penis (aftrekken) en

- het (meermalen) in de mond nemen van de penis van voornoemde [slachtoffer] en (vervolgens) het met zijn, verdachtes mond op/om de penis van voornoemde [slachtoffer] op en neergaande bewegingen maken (pijpen) en

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] in de mond laten nemen van zijn, verdachtes, penis en(vervolgens) voornoemde [slachtoffer] met zijn mond op/om zijn, verdachtes, penis op en neergaande bewegingen te laten maken (pijpen) en

- het (meermalen) door voornoemde [slachtoffer] met zijn penis penetreren van de anus van verdachte en

- het (meermalen) proberen te penetreren van de anus van voornoemde [slachtoffer] met zijn, verdachtes, penis,

welk geweld of andere feitelijkheid hierin heeft bestaan dat verdachte opzettelijk - zakelijk weergegeven -:

gedurende een langere periode (te weten van 23 maart 2002 tot 23 maart 2006) een relatie heeft opgebouwd met voornoemde [slachtoffer], waarin hij, verdachte, overwicht had op voornoemde [slachtoffer] en waarbij hij, verdachte, de oom was van voornoemde [slachtoffer] en waarbij hij, verdachte, 31 jaar ouder was dan voornoemde [slachtoffer] en waarbij hij, verdachte, wist dat voornoemde [slachtoffer] een verstandelijke beperking had;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe¬zen. Verdach¬te moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2:

verkrachting, meermalen gepleegd

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 24 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt behandeling bij Kairos of een soortgelijke instelling met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een werkstraf op zijn plaats is, nu verdachte niet in verzekering is gesteld of voorlopig gehecht is geweest. Daarnaast heeft verdachte een baan (met uitzicht op een aanstelling voor onbepaalde tijd) en een woning, waarop een hypotheek rust.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 9 september 2011; en

• een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 23 augustus 2011, betreffende verdachte;

• een multidisciplinair rapport van mr. drs. R.A. Sterk, psycholoog, gedateerd 26 mei 2012 en van dr. A.C.M. Kleinsman, psychiater, gedateerd 13 april 2012, en

• een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 21 februari 2012, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim zeven jaren schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van zijn neef, die een licht verstandelijke beperking heeft. Dit misbruik begon toen het slachtoffer 12 jaar oud was. Verdachte kwam veelvuldig bij het slachtoffer en zijn ouders over de vloer (en omgekeerd) en paste regelmatig op zijn neef. Verdachte zorgde ervoor dat zijn neef alleen bij/met hem thuis was of dat zij alleen in een kamer/ruimte waren en heeft vervolgens misbruik van die situatie gemaakt. Verdachte heeft daarmee misbruik gemaakt van het in hem, zowel door zijn neef als diens ouders, gestelde vertrouwen en van het overwicht dat hij als volwassene op het slachtoffer had. Voorts heeft hij- enkel ter bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften - ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer, waarbij hij voorbij is gegaan aan de kwetsbaarheid van het slachtoffer. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke feiten daarvan nog lange tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. In dit geval is het slachtoffer reeds enige jaren in behandeling, omdat hij worstelt met (psychische) problemen.

Aan de andere kant weegt de rechtbank mee dat verdachte de feiten direct bij de politie heeft bekend en vervolgens onmiddellijk en op eigen initiatief in behandeling is gegaan bij Kairos.

Verder zal de rechtbank er bij de strafoplegging van uitgaan dat, zoals de psycholoog adviseert, verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De psycholoog heeft geconstateerd dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten sprake was van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheid met ontwijkende trekken, waaronder ook een verstoorde seksuele ontwikkeling wordt begrepen. Het is volgens de psycholoog mogelijk dat de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte ten grondslag ligt aan het seksueel grensoverschrijdende gedrag dat hij heeft vertoond. De psycholoog adviseert de rechtbank aan verdachte een behandeling op te leggen bij Kairos voor de geconstateerde seksuele problematiek, als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf.

Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op het vorenstaande een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur de enige gepaste sanctie. De rechtbank komt, gelet op de genoemde omstandigheden wel tot een lagere straf dan door de officier van justitie gevorderd. Daarbij is ook rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder ter zake van zedendelicten is veroordeeld.

Daarnaast ziet de rechtbank, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding aan de voorwaarde¬lijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt het volgen/voortzetten van een ambulante behandeling bij Kairos of een soortgelijke instelling.

Gelet op de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte, moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Nu daarvan sprake is, zal de rechtbank op grond van artikel 14b, tweede lid Sr een proeftijd van drie jaar verbinden aan het voorwaardelijke strafdeel.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 6.807,05.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot betaling van het bedrag van € 6.807,05 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 69 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat niet beoordeeld kan worden of de opname en de behandeling (gesprekken) van [slachtoffer] in de periode van 21 januari 2009 tot 23 juni 2009, zijnde de laatste periode gedurende welke de strafbare feiten hebben plaatsgevonden, te relateren zijn aan/te maken hebben met de bewezen verklaarde feiten. Als immateriële schadevergoeding dient daarom volgens de verdediging een bedrag van maximaal € 2.500,- te worden toegewezen. De benadeelde partij dient daarnaast volgens de verdediging niet-ontvankelijk te worden verklaard voor het deel van de reiskosten dat ziet op de periode van 21 januari 2009 tot 23 juni 2009.

Beoordeling door de rechtbank

De verdachte heeft de vordering van [slachtoffer] (gedeelte¬lijk) weerspro¬ken. De rechtbank acht de vordering - nu het tenlastegelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd - toewijsbaar. Dat [slachtoffer] al ten tijde van het plegen van de strafbare feiten in therapie is gegaan, maakt niet dat de vordering niet toewijsbaar zou zijn. [slachtoffer] werd in januari 2009 al bijna zeven jaar misbruikt en voldoende aannemelijk is dat hij (mede) daardoor problemen ondervond, waarvoor een behandeling noodzakelijk was/is. De vordering zal dan ook geheel worden toegewezen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57, 242 en 245 van het Wetboek van Straf¬recht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 18 (achttien)maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

- Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzin¬gen die hem door of namens Reclassering Nederland zullen worden gegeven, (ook als dit zal inhouden het volgen/voortzetten van een ambulante behandeling bij Kairos of een andere, vergelijkbare instelling,) voor zover en voor zolang dat door genoemde instelling nodig wordt geacht.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer], te betalen

€ 6.807,05 (zesduizend achthonderdenzeven euro en vijf eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen € 6.807,05 (zesduizend achthonderdenzeven euro en vijf eurocent, bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 69 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. I.P.H.M. Severeijns (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. H.G. Eskes, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.J.M. Vermulst, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 juni 2012.