Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW9409

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
25-06-2012
Datum publicatie
26-06-2012
Zaaknummer
05/800587-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor 'feitelijke aanranding'.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire kamer

Promis II

Parketnummer : 05/800587-11

Data zittingen : 12 december 2011 en 11 juni 2012

Datum uitspraak : 25 juni 2012

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

Raadsvrouw : mr. C.B. Bos, advocaat te Nijkerk.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank op de terechtzitting van 11 juni 2012 toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op meerdere tijdstippen althans op enig tijdstip op of omstreeks 4 februari 2011 te Capelle aan den IJssel, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig

- met de antenne van een portofoon althans een (dergelijk) voorwerp meerdere malen althans eenmaal langs/tegen de binnenzijde van het (linker)bovenbeen en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] heeft gewreven en/of

- zijn, verdachtes hand met de palm en/of een of meerdere vingers omhoog zodanig op een stoel heeft gelegd dat op het moment dat [slachtoffer] op die stoel is gaan zitten/plaats nam de hand en/of vingers de schaamstreek/vagina althans haar zitvlak raakte(n) en/of

- met zijn, verdachtes, hand en/of vinger(s) langs een/de bovenbe(e)n(en) en/of de schaamstreek en/of vagina van die [slachtoffer] heeft gewreven en/of aangeraakt en/of heeft gedrukt

welk geweld en/of bedreiging en/of andere feitelijkheid(en) hieruit bestond(en) dat hij, verdachte, voornoemde ontuchtige handeling(en) op onverhoedse en/of heimelijke wijze heeft gepleegd althans op een wijze waaraan die [slachtoffer] geen weerstand kon bieden;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 11 juni 2012 ter terechtzitting onderzocht. Verdachte is aldaar verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.B. Bos voornoemd.

De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met uitzondering van de gedraging als beschreven onder het tweede gedachtestreepje (het leggen van een hand op de stoel waarop [slachtoffer] juist op dat moment plaatsnam).

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte, die ontkent de feiten te hebben gepleegd, bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde.

Beoordeling van de standpunten

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar op een wachtlocatie in Capelle aan den IJssel verschillende malen op een seksuele manier heeft bejegend. Het gaat dan onder meer om de gedragingen zoals die in de tenlastelegging onder de (drie) gedachtestreepjes zijn opgenomen.

De militaire kamer is van oordeel dat de verklaring van aangeefster dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, onvoldoende steun vindt in de overige bewijsmiddelen. Daargelaten dat uit het merendeel van de verklaringen en andere stukken in het dossier af te leiden valt dat de wachtdienst van aangeefster en verdachte, tijdens welke de in de tenlastelegging beschreven incidenten zich zouden hebben voorgedaan, niet op 4 februari 2011 maar op 2 februari 2012 plaatsvond, wordt het relaas van aangeefster slechts door ‘de auditu’ verklaringen onderbouwd van personen die van aangeefster hebben gehoord wat er tussen verdachte en haar zou zijn voorgevallen en kan dus worden gezegd dat alle bewijsmiddelen te herleiden zijn tot één enkele bron, te weten aangeefster zelf.

Op grond van het voorgaande acht de militaire kamer niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en zal zij verdachte daarvan vrijspreken.

4. De beoordeling van de civiele vorde¬ring

De militaire kamer heeft een ingevuld voegingsformulier in het dossier aangetroffen, ondertekend door [slachtoffer]. Nu geen schadebedrag op het voegingsformulier is vermeld, heeft [slachtoffer] niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 51g van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering strekkende tot vergoeding van de geleden schade. Ook ter terechtzitting is geen schadebedrag genoemd. Om deze reden zal de militaire kamer het voegingsformulier buiten beschouwing laten.

5. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.

Aldus gewezen door:

mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra, als voorzitter,

mr. T.P.E.E. van Groeningen, rechter,

kapitein ter zee van administratie mr. F.N.J. Jansen, militair lid,

in tegenwoordigheid van mr. M.W.M. Heutinck, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 juni 2012.