Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW8996

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-06-2012
Datum publicatie
21-06-2012
Zaaknummer
765325 CV Expl. 11-7140
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van een boete. Gedaagde heeft zich volgens eiser schuldig gemaakt aan openbare geweldpleging en (mede daardoor) aan het aanzien en het belang van het voetbal geschaad. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter eiser toegelaten te bewijzen dat gedaagde zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. Dit bewijs is aangeboden in de vorm van getuigen. De kantonrechter is van oordeel dat uit de verklaringen van de getuigen volgt dat er sprake is geweest van een confrontatie tussen een groep supporters en de stewards, waarbij werd geduwd en getrokken. Uit de verklaringen volgt echter niet dat gedaagde zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. De verklaringen sluiten de lezing van gedaagde, dat hij geen openlijk geweld heeft gepleegd, maar hij slechts tussen de steward en een andere supporter probeerde te komen en dat hij en de steward daarbij gevallen zijn, niet uit. Daarmee heeft eiser niet voldaan aan de bewijslast dat gedaagde zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. De vordering wordt daarom afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/239
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 765325 \ CV EXPL 11-7140 \ 127 \ 472

uitspraak van 4 juni 2012

vonnis

in de zaak van

de vereniging de vereniging met rechtspersoonlijkheid

Koninklijke Nederlandse Voetbalbond

gevestigd te Zeist

eisende partij

gemachtigde Van der Hoeden / Mulder Gerechtsdeurwaarders en Juristen

tegen

[gedaagde partij]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna KNVB en [gedaagde partij] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 oktober 2011 en de daarin genoemde processtukken

- het proces-verbaal van getuigenverhoor aan de kant van KNVB

- het proces-verbaal van getuigenverhoor aan de kant van [gedaagde partij]

- de conclusie na getuigenverhoor aan de kant van KNVB

- de conclusie na getuigenverhoor aan de kant van [gedaagde partij].

2. De verdere beoordeling van het geschil

2.1 De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 24 oktober 2011.

2.2 In het tussenvonnis heeft de kantonrechter KNVB toegelaten te bewijzen dat [gedaagde partij] zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging in de wedstrijd Vitesse- Ajax op 12 december 2010.

2.3 KNVB heeft bewijs aangeboden in de vorm van getuigen. Tijdens de enquête aan de kant van KNVB van 24 januari 2012 zijn twee getuigen gehoord.

De getuige [A], steward en lid van het interventieteam van Vitesse, verklaart over het incident onder meer als volgt:

“(…) Op een gegeven moment kreeg ik een duw en viel ik naar achteren (…). Ik viel op de grond. Ik kon niet snel opstaan (…). Vervolgens zag ik een paar supporters op me af komen. Toen is [gedaagde partij] bovenop mij gesprongen en heeft hij mij vastgepakt. [gedaagde partij] was een van de mensen die op mijn afkwamen, maar ik weet niet of er iets is gebeurd tussen het moment dat hij op mij af kwam lopen en het moment dat hij bovenop mij lag. Ik weet ook niet of [gedaagde partij] mij heeft geslagen (…)”

De getuige [B], steward- coördinator bij Vitesse, verklaart over het incident als volgt:

“(…) Na de wedstrijd ontstond er een schermutseling op de promenade. Ik stond achter de linie van de stewards. Ik zag dat een grote groep al duwend en trekkend voorbij de linie van de stewards wilden komen. Ze deden dat door een aantal keren terug te tellen van tien naar nul en vervolgens duwend en trekkend richting de stewardlinie te lopen. Het lukte ze niet er doorheen te komen, maar er vond wel een confrontatie plaats tussen de supporters en de stewards. Op enig moment vond een aantal valpartijen plaats van zowel stewards als supporters. Ik zag een van de mensen boven op een steward liggen. Die heb ik er vanaf gehaald. Later bleek dat de steward [A] was en de man die bovenop hem lag [gedaagde partij]. Ik heb de groep waar [gedaagde partij] deel uit maakte de aanval richting de stewards zien doen, waarna [gedaagde partij] boven op [A] lag. (…) Ik heb gezien dat [gedaagde partij] deel uitmaakte van de op dat moment actieve groep. Hij deed ook mee aan het aftellen en richting linie rennen. (…)”

2.4 Tijdens de contra-enquête van 5 maart 2012 zijn twee getuigen gehoor, daarnaast is [gedaagde partij] zelf als partijgetuige gehoord.

De getuige [C], hoofd- steward en leider van het interventieteam bij Vitesse, verklaart over het incident als volgt:

“Na de wedstrijd ontstond er tumult op het promenadegedeelte. Na bepaalde wedstrijden zetten wij stewards in op de promenade om interactie tussen supportersgroepen via het gesloten rolluik te voorkomen. Dat hebben wij na die wedstrijd ook gedaan. Ik maakte deel uit van de linie van de stewards. Ik heb [gedaagde partij] gezien in de groep supporters. Achterin de groep supporters wed geduwd zodat het erop leek dat de supportersgroep misschien probeerde om door de linie van de stewards heen te breken. Op enig moment ontstond er geduw toen de linie van stewards probeerde de supporters tegen te houden. Ik maakte deel uit van die linie en heb niet gezien wat er achter mij gebeurde. Enkele supporters waren door de linie gebroken. Ik heb niet gezien dat [gedaagde partij] daarbij hoorde. Achteraf bleek dat wel zo te zijn. Ik heb gehoord dat [gedaagde partij] bovenop een steward was terecht gekomen, maar ik heb niet gezien hoe dat in zijn werk is gegaan, ik heb ook niet gezien dat [gedaagde partij] bovenop die steward lag. Wat ik heb waargenomen in zijn algemeenheid is dat het gedrag van [gedaagde partij] niet anders was dan anders. De supportersgroep was emotioneler dan bij andere wedstrijden, zoals dat altijd het geval is als Vitesse speelt tegen clubs als Ajax, Feijenoord en NEC”

De getuige [D], supporter van Vitesse en vriend van [gedaagde partij], verklaart over het incident als volgt:

“(…) Ik heb gezien dat [gedaagde partij] op enig moment op één van de stewards terecht kwam. En van de supporters ging op de bewuste steward af. [gedaagde partij] wilde hem tegen houden en in de strubbeling die vervolgens ontstond kwam [gedaagde partij] op die steward terecht. Dit gebeurde voor de eerste rij stewards. Ik heb het zien gebeuren. Ik stond langs de trap, een meter of drie van de plek waar de strubbeling plaats vond. Ik zag dat [gedaagde partij] die andere supporter van de steward probeerde weg te duwen. Deze steward stond niet in de linie van stewards maar in de buurt van de koffiecorner. De linie van stewards stond wat meer achter de koffiecorner. Ik zag dat [gedaagde partij] en de steward nadat ze gevallen waren, weer opstonden. (…) Ik heb [gedaagde partij] de bewuste steward niet zien slaan. (…)”

[gedaagde partij] verklaart over het incident als volgt:

“(…) Op enig moment op de bewuste middag na de wedstrijd Vitesse - Ajax stond een supportersgroep tegenover een linie van stewards. Ik stond op dat moment nog op de trap in een groep van zo’n 20 man, waaronder [D]. Toen wij beneden waren stonden wij eigenlijk meteen vooraan in de groep van supporters. Als er dan afgeteld wordt, dan wordt van achteren geduwd en gaan de voorste in de richting van de linie van de stewards. Er was eigenlijk niets aan de hand totdat er eentje ging. Die heb ik weggetrokken en daarbij ben ik bovenop die steward gevallen. (…)”

2.5 Bij conclusie na enquête stelt KNVB zich op het standpunt dat het gedrag van [gedaagde partij] kwalificeert als strafbaar feit (namelijk: openlijke geweldpleging), maar als dat – in de optiek van de rechter niet het geval zou zijn – dan is dat gedrag gedrag waarvan gezegd kan worden dat daardoor het aanzien en/of het belang van het voetbal is geschaad. Ook dit rechtvaardigt blijkens de standaardvoorwaarden het opleggen van een stadionverbod en een boete. [gedaagde partij] stelt zich bij conclusie na enquete op het standpunt dat de KNVB niet aan haar bewijslast heeft voldaan.

2.6 De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit deze verklaringen volgt dat er sprake is geweest van een confrontatie tussen een groep supporters en de stewards, waarbij werd geduwd en getrokken. [gedaagde partij] maakte deel uit van deze groep supporters. Wat zijn aandeel in de confrontatie is geweest komt echter niet vast te staan. Van de zijde van KNVB verklaart alleen [B] dat hij heeft gezien dat [gedaagde partij] deel uit maakte van een aanval richting de stewards. Uit de overige verklaringen volgt slechts dat [gedaagde partij] aanwezig was in de groep en op een gegeven moment in de richting van [A] liep. Wel komt vast te staan dat [gedaagde partij] op enig moment bovenop [A] terecht is gekomen. Dit wordt door [gedaagde partij] ook niet betwist. Hieruit volgt echter nog niet dat [gedaagde partij] zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. De verklaringen sluiten de lezing van [gedaagde partij], dat hij geen openlijk geweld heeft gepleegd, maar hij slechts tussen [A] en een andere supporter probeerde te komen en dat hij en [A] daarbij gevallen zijn, niet uit. Daarmee heeft KNVB niet voldaan aan de bewijslast dat [gedaagde partij] zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging in de wedstrijd Vitesse- Ajax op 12 december 2010. De vordering wordt daarom afgewezen.

2.7 De door KNVB naar voren gebrachte stellingen brengen de kantonrechter niet tot een ander oordeel. In de conclusie na enquête, legt KNVB subsidiair aan de vordering ten grondslag dat door het gedrag van [gedaagde partij] het aanzien en/of het belang van het voetbal is geschaad. Zij onderbouwt dit met de algemene stelling dat het bezoeken van een voetbalwedstrijd leuk en ontspannend moet zijn. Hieraan wordt afbreuk gedaan als goedwillende supporters daarbij geconfronteerd worden met agressieve personen en groepen die de (lijfelijke) confrontatie zoeken met andere supporters of orderhandhavers. Dit is op 12 december 2010 gebeurd door een groep supporters waar [gedaagde partij] deel van uitmaakte, aldus KNVB. De kantonrechter wijst erop dat op grond van artikel 111 lid 2 sub d Rv reeds in de dagvaarding alle gronden van de vordering naar voren gebracht hadden moeten worden. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat niet vast is komen te staan wat het aandeel van [gedaagde partij] in de confrontatie is geweest. KNVB heeft ook onvoldoende gemotiveerd waarom juist door het gedrag van [gedaagde partij] het aanzien en/of belang van het voetbal is geschaad. Daarbij komt dat de kantonrechter de indruk heeft dat het niet ging om een ongebruikelijke confrontatie.

2.8 KNVB wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Nu [gedaagde partij] in persoon procedeert wordt het salaris voor de gemachtigde begroot op nihil.

3. De beslissing

De kantonrechter

3.1 wijst de vordering af;

3.2 veroordeelt KNVB in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [gedaagde partij] begroot op nihil aan salaris voor de gemachtigde en € 306,50 aan kosten getuigen;

3.3 verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. P.J. Wiegman en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2012.