Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW8902

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
20-06-2012
Zaaknummer
05/700197-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/700197-12

Datum zitting : 30 mei 2012

Datum uitspraak : 13 juni 2012

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats],

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

Raadsman : mr. A. Klaassen, advocaat te Bunschoten.

Officier van justitie : mr. A.M. Vloedbeld.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 25 juni 2011, te Barneveld, in elk geval in Nederland,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande

weg, Postweg, ter hoogte van de kruising met de Burgstederweg,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig

en/of onachtzaam

terwijl het zicht ter plaatse door (hevige) regenval, in ernstige, althans in

enige mate werd belemmerd, en/of

terwijl het wegdek van die weg ter plaatse (gedeeltelijk) nat was en/of

(gedeeltelijk) bedekt was met olie(resten), en/of

terwijl verdachte voornoemde olie(resten) (tijdig) had waargenomen,

zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate heeft aangepast aan de door

hem waargenomen (verkeers)situatie, en/of

(daarbij) dat motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad, en/of

(daarbij) in een slip is geraakt, en/of

(vervolgens) aan de handrem heeft getrokken, en/of

(vervolgens) terecht is gekomen op het weggedeelte, bestemd voor het

tegemoetkomende verkeer, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of

reden was om op dat weggedeelte te (gaan) rijden, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate heeft voldaan aan zijn

verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem

over die Postweg tegemoetkomende auto,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar

lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke

ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is

ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 25 juni 2011 te Barneveld, in elk geval in Nederland,

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de

weg, Postweg, richting de Glind, ter hoogte van de kruising met de

Burgstederweg,

terwijl het zicht ter plaatse door (hevige) regenval, in ernstige, althans in

enige mate werd belemmerd, en/of

terwijl het wegdek van die weg ter plaatse (gedeeltelijk) nat was en/of

(gedeeltelijk) bedekt was met olie(resten), en/of

terwijl verdachte voornoemde olie(resten) (tijdig) had waargenomen,

zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate heeft aangepast aan de door

hem waargenomen (verkeers)situatie, en/of

(daarbij) dat motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad, en/of

(daarbij) in een slip is geraakt, en/of

(vervolgens) aan de handrem heeft getrokken, en/of

(vervolgens) terecht is gekomen op het weggedeelte, bestemd voor het

tegemoetkomende verkeer, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of

reden was om op dat weggedeelte te (gaan) rijden, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate heeft voldaan aan zijn

verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem

over die Postweg tegemoetkomende auto,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 30 mei 2012 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. A. Klaassen, advocaat te Bunschoten.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en dat het subsidiair tenlastegelegde bewezen zal worden verklaard, met dien verstande dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde gedeelte

‘hevige’( voor regenval), ‘in ernstige mate’ (voor belemmerd zicht) en ‘terwijl verdachte olieresten tijdig had waargenomen’

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte dient te worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van twee jaren.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte primair is ten laste gelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank is van oordeel dat het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt in zijn verkeersgedrag niet zodanig is dat gesproken kan worden van schuld aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.

Wel is de rechtbank van oordeel dat door de gedragingen van verdachte gevaar op de weg werd veroorzaakt, met het ongeval tot gevolg. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het zicht op de weg voor verdachte werd belemmerd door de regen, dat er sprake was van olieresten op het wegdek en dat verdachte desondanks met een snelheid van 50 á 60 kilometer per uur een scherpe bocht is ingegaan. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte gezien de omstandigheden zijn snelheid onvoldoende heeft aangepast waardoor hij niet heeft kunnen voorkomen dat hij op de verkeerde weghelft terecht is gekomen en daar tegen een tegemoetkomende auto is gebotst.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 25 juni 2011 te Barneveld als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Postweg, richting de Glind, ter hoogte van de kruising met de

Burgstederweg,

terwijl het zicht ter plaatse door regenval, in enige mate werd belemmerd, en

terwijl het wegdek van die weg ter plaatse (gedeeltelijk) nat was en

(gedeeltelijk) bedekt was met olie(resten), en

terwijl verdachte

zijn snelheid in onvoldoende mate heeft aangepast aan de door

hem waargenomen (verkeers)situatie, en

(daarbij) dat motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad, en

(daarbij) in een slip is geraakt, en

(vervolgens) aan de handrem heeft getrokken, en

(vervolgens) terecht is gekomen op het weggedeelte, bestemd voor het

tegemoetkomende verkeer, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of

reden was om op dat weggedeelte te (gaan) rijden, en

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate heeft voldaan aan zijn

verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en

(vervolgens) is gebotst tegen een hem over die Postweg tegemoetkomende auto,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

en het verkeer op die weg werd gehinderd,

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van subsidiair bewezenverklaarde

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke en financiële omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 6 februari 2012.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een verkeersovertreding, waarbij verdachte in aanrijding is gekomen met een tegemoetkomende auto. De passagiere van de tegemoetkomende auto heeft ten gevolge van dit ongeval behoorlijk letsel opgelopen.

De rechtbank acht de door de officier van justitie geëiste werkstraf niet passend, nu de rechtbank bij de oplegging van haar straf rekening houdt met het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is gekomen en hij de schade van de slachtoffers heeft vergoed.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank voor de afdoening van de onderhavige zaak een geldboete en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid passend en geboden.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Een betaling van een geldboete van € 750,-. (zevenhonderd en vijftig euro),

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door de duur van 15 dagen hechtenis.

En voorts tot

Ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van drie (3) maanden,

Bepaalt dat deze ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door:

mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra, als voorzitter,

mr. L.C.P. Goossens, rechter,

mr. M. van der Linde, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. G. Croes, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 juni 2012.