Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW8526

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-02-2012
Datum publicatie
15-06-2012
Zaaknummer
795164 - VV EXPL 12-5001
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever niet ontvankelijk verklaard wegens ontbreken spoedeisend belang. , nu die half jaar heeft gewacht met in kort geding vorderen van een verbod voor werknemers om te werken in strijd met concurrentiebeding. Deze omstandigheid speelt ook een rol bij de belangenafweging in het kader van de beoordeling van de vordering van de werknemer tot schorsing van het beding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0562
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Tiel

zaakgegevens 795164 \ VV EXPL 12-5001 \ 127 \ pjw

uitspraak van 15 februari 2012

vonnis in kort geding

in de zaak van

de besloten vennootschap Euro Advance b.v.

gevestigd te Soest

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

gemachtigde mr. J.C. Hennipman (DAS rechtsbijstand Amsterdam)

tegen

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

gemachtigde mr. P.M. de Vries

Partijen worden hierna Euro Advance en [werknemer] genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 10 januari 2012 met producties

- producties van [werknemer]

- conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie tevens pleitnota mr. De Vries

- pleitnotitie mr. Hennipman

- aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 2 februari 2012.

De feiten

[werknemer], die is geboren op [dag en maand] 1972, is vanaf 23 mei 2008 op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst geweest bij Euro Advance, aanvankelijk voor bepaalde tijd en tegen een salaris van €13,52 per uur en vanaf 1 januari 2011 voor onbepaalde tijd en wel in de functie van Brandwacht, laatstelijk tegen een salaris van € 2.240,00 bruto per maand.

De door partijen op 23 mei 2008 getekende arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht bevat onder meer de volgende bepaling:

Het is de werknemer verboden na beëindiging van het dienstverband zonder voorafgaande toestemming van de werkgever in dienst te treden of voor eigen rekening anderszins ten behoeve van werkgevers klant en gelieerde bedrijven, waarvoor hij in dienst van de werkgever werkzaamheden heeft verricht, arbeid te verrichten. Het gebod geldt gedurende een periode van zes maanden na datum van beëindiging van het dienstverband.

Bij overtreding van enige bepaling vermeld onder dit artikel verbeurt de werknemer een direct opeisbare boete van € 10.000,- (………).

De tussen partijen op 21 juli 2008 opgemaakte overeenkomst met een arbeidsduur van 38 uur per week bevat onder meer de volgende bepaling:

Op deze arbeidsovereenkomst is van toepassing de regeling arbeidsvoorwaarden Euro Advance B.V. Sectie 1.2. Euro Advance, Iso-manual contract A, hierbij aan u overhandigd.

Er is een door partijen getekend stuk met het opschrift: Arbeidsvoorwaardenregeling EURO ADVANCE B.V. – A Contract. Onder de kop Non-concurrentie- en relatiebeding is daarin onder meer het volgende opgenomen:

2.1 Het is werknemer verboden zolang deze overeenkomst duurt, alsmede binnen een tijdvak van twee jaar na beëindiging van deze overeenkomst in enigerlei vorm, een zaak of onderneming gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever te vestigen, te drijven, mede te drijven, of te doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm dan ook bij een dergelijke zaak belang te hebben direct of indirect, of daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn,

Hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin een aandeel van welke aard ook te hebben binnen een straal van 200 km met het kantoor van werkgever als middelpunt.

2.2 Zowel gedurende het dienstverband als gedurende twee jaar na afloop daarvan – ongeacht de wijze waarop en de redenen waarom het dienstverband ten einde gekomen is – zal het de werknemer zonder voorafgaande toestemming van de werkgever, niet zijn toegestaan om op enigerlei wijze, direct of indirect, al dan niet gehonoreerd werkzaam of betrokken te zijn bij enige persoon, instelling, vennootschap of onderneming waar de werknemer de laatste twee gewerkte jaren direct of indirect via de werkgever of een aan de werkgever gelieerde vennootschap te werk gesteld is geweest.

2.3 (………)

2.4 In geval van overtreding van dit verbod verbeurt de werknemer zonder nadere ingebrekestelling aan werkgever een onmiddellijk opeisbare boete van € 10.000,- (………) per overtreding en € 450,- (………) per dag of gedeelte van een dag gedurende welke de overtreding voortduurt, (………).

Bij brief van 28 juni 2011 heeft [werknemer] de arbeidsovereenkomst met Euro Advance tegen 1 augustus 2011 opgezegd.

Bij brief van 30 juni 2011 heeft Euro Advance onder verwijzing naar het hiervoor geciteerde boetebeding aan [werknemer] onder meer het volgende bericht:

Wij maken jouw erop attent dat in de arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding en een geheimhoudingsbeding is opgenomen.

Bij brief van 4 augustus heeft Euro Advance onder meer het volgende aan [werknemer] bericht:

Helaas hebben wij moeten constateren dat u bij een klant op het werk BP te Amsterdam werkzaam geweest bent.

Dit is na telefonisch contact met de firma [A] ook bevestigd.

De inhoud van het concurrentiebeding wijst voor zich. Wij sommeren u met onmiddellijke ingang uw werkzaamheden te staken.

Bij brief van 16 augustus herhaalt mr. Hennipman deze sommatie.

Op 25 november 2011 verklaart ene [persoon X] onder meer het volgende:

Hierbij verklaar ik in mijn hoedanigheid als controller van Instituut voor Veiligheid en Milieu BV te Coevorden ([A]), dat de heer [voornaam] [werknemer] vanaf 18 juli 2011 tot en met beginnovember 2011, in opdracht van [A] op diverse locaties werkzaamheden uitgevoerd heeft.

Deze werkzaamheden voerde hij uit in de functie van brandwacht.

Hij werd ingeleend voor 40 uur per week als Zz’per.

Bij de stukken bevindt zich een verklaring met de volgende tekst:

ALSTOM POWER FLEVO PROJECT

expresses its appreciation to Mr. [voornaam] [werknemer]

for his outstanding performance as

[bedrijf B] Power EHS Supervisor

in the period from August 2009 till May 2010.

De vordering en het verweer in conventie

Euro Advance vordert dat de kantonrechter bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad,

a. [werknemer] gebiedt zijn werkzaamheden voor [A] met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te beëindigen en zich van verdere contacten met [A], direct dan wel indirect, te onthouden anders dan ter zake de afwikkeling van de arbeidsrelatie, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ten bedrage van € 450,- netto voor iedere dag dat [werknemer] in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

b. [werknemer] verbiedt om tot 1 augustus 2013 (verder) in strijd te handelen met het concurrentiebeding en het relatiebeding als omschreven in artikel 02 van de op 21 juli 2008 tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ten bedrage van € 450,00 netto voor iedere overtreding, alsmede een bedrag van €450,00 netto voor iedere dag dat de overtreding voortduurt;

c. [werknemer] veroordeelt om binnen 10 werkdagen na betekening van dit vonnis aan Euro Advance een voorschot te betalen van € 34.750,00 netto, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, een of ander vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot die der algehele voldoening, zulks ter zake reeds verbeurde boetes als gevolg van de overtreding van het onderhavige concurrentiebeding;

d. [werknemer] veroordeelt in de proceskosten.

Euro Advance onderbouwt haar vordering, verkort weergegeven, als volgt. Zowel qua duur als qua gebied waarvoor het geldt, is het daadwerkelijk overeengekomen concurrentie- en relatiebeding alleszins redelijk. [werknemer] heeft het beding overtreden door zelfs nog voor het einde van de arbeidsovereenkomst te gaan werken voor [A]. Euro Advance heeft belang bij handhaving van het beding om haar klantenbestand te beschermen en omdat door het vertrek van [werknemer] de investering door Euro Advance in de opleiding van [werknemer] verloren gaat.

[werknemer] voert verweer. Op dat verweer wordt hierna zo nodig ingegaan.

De vordering en het verweer in reconventie

[werknemer] heeft zijn vordering als volgt geformuleerd.

[werknemer] vordert daarom voor het geval dat de Kantonrechter van mening zal zijn dat het concurrentie- en relatiebeding waarvan Euro Advance stelt dat zij deze rechtsgeldig zijn overeengekomen met [werknemer] en voor zover de Kantonrechter van mening zal zijn dat deze bedingen toezien op zowel de functie Brandwacht, als de functies Cursusleider, Instructeur en Supervisor EHS, dat beide bedingen geschorst zullen worden, met terugwerkende kracht tot 18 juli 2011 danwel 16 augustus 2011 tot hierover in de bodemprocedure zal zijn beslist.

Gedurende de schorsing zal het beding niet geldig zijn en het [werknemer] toegestaan bij de 7 relevante bedrijven in Nederland werkzaam te zijn. Zou dit laatste niet het geval zijn dan vordert [werknemer] subsidiair een vergoeding van Euro Advance van € 200,= per werkzame dag in de maand (21 dagen) dat hij ingevolge het concurrentie en relatiebeding niet werkzaam kan zijn voor [A] en/of een van de andere bedrijven waarvan [A] stelt dat het hem verboden is voor te werken.

[werknemer] onderbouwt zijn vordering, verkort weergegeven, als volgt. [werknemer] wordt in zijn belangen ten opzichte van Euro Advance onbillijk benadeeld als hij zich moet houden aan het volgens Euro Advance overeengekomen concurrentie- en relatiebeding. Het gaat om een kort dienstverband. Het overeengekomen loon is steeds onveranderd laag gebleven met uiteindelijk € 13,60 bruto per uur. [werknemer] is opgeklommen tot de functie van Supervisor Environmental Health and Safety. Daardoor is het beding zwaarder gaan wegen. Euro Advance heeft niet geïnvesteerd in de opleiding van [werknemer], maar heeft hem juist belemmerd om door te groeien naar de functie van Veiligheidsdeskundige. Er zijn maar zeven relevante spelers in het landelijke veld, bij wie [werknemer] ook steeds is geplaatst door Euro Advance. Door het beding wordt [werknemer] onbillijk belemmerd in zijn recht op vrije arbeidskeuze.

Euro Advance voert verweer. Dat verweer wordt hierna zo nodig besproken.

De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk.

[werknemer] heeft al het mogelijke in stelling gebracht in zijn strijd tegen het door Euro Advance gestelde concurrentie- en relatiebeding. Daarmee werpt hij in zijn belang mist op ten aanzien van de vordering van Euro Advance, maar hij verliest uit het oog dat een dergelijke opstelling ten aanzien van zijn eigen tegenvordering in het tegendeel kan verkeren. Gelet op wat is besproken tijdens de mondelinge behandeling is dat kennelijk niet de bedoeling van [werknemer]. Bij de beoordeling van de vorderingen gaat de kantonrechter daarom voorbij aan de stelling van [werknemer] dat Euro Advance (wellicht) niet zijn werkgever is, dat het concurrentie- en relatiebeding niet is overeengekomen en dat niet is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste. Met betrekking tot de stelling dat het stuk waarin het beding is opgenomen wellicht zelfs eerder dan de eerste arbeidsovereenkomst is getekend, overweegt de kantonrechter dat hij van partijen feitelijke stellingen verwacht en geen speculaties, zodat de stellingen van [werknemer] op dit punt onvoldoende concreet zijn. De kantonrechter gaat er daarom voor deze procedure vanuit dat het concurrentie- en relatiebeding dat volgens Euro Advance hoort bij de arbeidsovereenkomst van 21 juli 2008 tussen partijen is overeengekomen.

Euro Advance heeft [werknemer] al bij brief van 4 augustus 2011 gesommeerd zijn werkzaamheden in strijd met het concurrentie- en relatiebeding te staken, maar heeft vervolgens tot begin 2012 gewacht met het aanhangig maken van dit kort geding. Het lijkt er daarom, gelet op haar eigen stellingen, niet echt op dat Euro Advance werkelijk belang heeft bij het voorkomen van werkzaamheden in strijd met het beding door [werknemer]. Daar doet niet aan af dat Euro Advance heeft gesteld dat een en ander zo lang heeft geduurd omdat zij nog onderzoek deed naar mogelijke andere overtredingen door [werknemer]. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de conclusie slechts zijn dat Euro Advance onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevraagde voorzieningen met betrekking tot door [werknemer] verrichte en te verrichten werkzaamheden.

De slotsom is dat Euro Advance niet ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen.

Het spoedeisend belang van [werknemer] bij zijn tegenvordering vloeit voort uit de stelling van [werknemer] dat het concurrentie- en relatiebeding hem onevenredig belemmert in zijn vrije arbeidskeuze.

De enkele stelling van [werknemer] dat het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding zwaarder is gaan drukken omdat [werknemer] een andere functie is gaan vervullen, gaat in elk geval in kort geding zonder toelichting die ontbreekt, niet op.

Vast staat dat [werknemer] door Euro Advance in elk geval ook via [A] is tewerkgesteld bij andere bedrijven. [werknemer] heeft erkend dat hij na 18 juli 2011 via [A] in de dezelfde branche heeft geopereerd als in zijn periode bij Euro Advance. Daarom staat naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter op zich genomen vast dat [werknemer] daarmee het tussen hem en Euro Advance overeengekomen concurrentie- en relatiebeding heeft overtreden.

De kantonrechter constateert dat het salaris dat [werknemer] laatstelijk bij Euro Advance verdiende niet significant afwijkt van het salaris in zijn eerste arbeidsovereenkomst. [werknemer] heeft naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter verder voldoende aannemelijk gemaakt dat Euro Advance nauwelijks heeft geïnvesteerd in zijn opleiding. [werknemer] heeft namelijkonweersproken gesteld dat de meeste cursussen die hij heeft gevolgd, zijn betaald door de gemeente Buren, waar [werknemer] is verbonden aan de vrijwillige brandweer. Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat Euro Advance ook geen rol heeft gespeeld bij de tewerkstelling van [werknemer] bij [bedrijf B] als EHS Supervisor. Verder is niet gesteld of gebleken dat Euro Advance een actieve bijdrage wilde leveren aan de doorgroei van [werknemer] naar de functie van Veiligheidsdeskundige. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter stelt [werknemer] daarom terecht dat Euro Advance hem belemmerde zich verder te ontwikkelen in het door hem gekozen werkveld. Verder heeft [werknemer] aannemelijk gemaakt dat het concurrentie- en relatiebeding het hem in wezen onmogelijk maakt gedurende de duur ervan als Brandwacht of een andere functie in de brandpreventiebranche in Nederland werkzaam te zijn. Een extra belemmering is dat diploma´s die hij heeft gehaald slechts beperkt geldig zijn als feitelijk geen werkzaamheden worden verricht.

Daar staat het belang van Euro Advance bij de bescherming van haar concurrentiepositie tegenover. In dat verband heeft Euro Advance onweersproken gesteld dat [werknemer] haar belangrijkste contact was met de klanten waar hij voor werkte. Verder heeft Euro Advance onweersproken gesteld dat [werknemer] nog maar kort in de branche werkzaam was. Voordat hij bij haar kwam werken verdiende hij zijn brood in de horeca als kok.

Wat hiervoor is overwogen omtrent de wederzijdse belangen van partijen leidt er naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter per saldo toe dat [werknemer] gezien de reikwijdte ervan onbillijk wordt benadeeld door het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding voor zover meer dan zes maanden zijn verstreken na het einde van de arbeidsovereenkomst van partijen.

In zoverre schorst de kantonrechter het beding.

Er is geen aanleiding om een langere termijn in acht te nemen, omdat de kantonrechter twijfelt aan het belang van Euro Advance om [werknemer] aan het beding te houden, nu zij bijna zes maanden heeft gewacht met het entameren van dit kort geding. Dat [werknemer] op zich genomen het tussen partijen overeengekomen concurrentie- en relatiebeding heeft overtreden, maakt dit naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet anders. Voor de vraag of er aanleiding is een kortere termijn in acht te nemen is in dit kort geding geen plaats, omdat het antwoord op die vraag in de gegeven omstandigheden een declaratoire beslissing zou inhouden.

Euro Advance wordt zowel in conventie als in reconventie (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

De beslissing

De kantonrechter

rechtdoende als voorzieningenrechter

in conventie

verklaart Euro Advance niet-ontvankelijk in haar vordering;

veroordeelt Euro Advance in de proceskosten, tot dit vonnis begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde;

in reconventie

schorst het tussen partijen overeengekomen concurrentie- en relatiebeding, voor zover de overeengekomen duur ervan langer is dan zes maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst van partijen;

veroordeelt Euro Advance in de proceskosten, tot dit vonnis begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. P.J. Wiegman en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2012.