Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW7967

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-06-2012
Datum publicatie
11-06-2012
Zaaknummer
802147 CV Expl. 12-1330
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot rectificatie toegewezen. Bedrijf heeft een door een onafhankelijk journalist geschreven artikel in eigen blad voor haar relaties opgenomen en wijzigingen in haar voordeel aangebracht. Daardoor is schade berokkend aan de onafhankelijke opstelling van deze journaliste.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 802147 \ CV EXPL 12-1330 \ 438 \ 391

uitspraak van 4 juni 2012

vonnis

in de zaak van

[eisende partij]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

gemachtigde mr. M. Herens

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde partij]

gevestigd te Arnhem

gedaagde partij

procederend in persoon, vertegenwoordigd door haar directeur [naam directeur]

Partijen worden hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 maart 2012;

- de brief van 10 april 2012 met de producties 12 en 13 van de zijde van [eisende partij];

- de akte vermeerdering en wijziging van eis;

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 19 april 2012.

2. De feiten

2.1. [eisende partij] is freelance journalist. Zij schrijft met name artikelen over (bio-) medische en hygïenische onderwerpen.

2.2. [gedaagde partij] houdt zich (onder meer) bezig met het reinigen van computerhardware zoals toetsenborden en computerschermen.

2.3. Het artikel 'Bacteriën te lijf met speciale coating', dat is geschreven door [eisende partij], is met haar toestemming gepubliceerd in Zorgvisie, nummer 34, van 26 augustus 2011. Het blad Zorgvisie is met name bedoeld voor managers in de zorg, zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, enzovoort.

2.4. [gedaagde partij] heeft in haar blad Reflectie van september 2011 (uitgave 2, jaargang 1), dat is bestemd voor haar klanten, het artikel 'Bacteriën te lijf met antibacteriële coating' geplaatst. Voor dit artikel is gebruik gemaakt van het artikel van [eisende partij]. Zij is ook als bron vermeld. Het blad Reflectie is met name bedoeld voor de IT-managers van haar klanten.

3. De vordering en het verweer

3.1. Na aanvankelijk vermeerdering en wijziging van eis, en vervolgens vermindering van eis, vordert [eisende partij] thans veroordeling van [gedaagde partij] tot:

I. betaling aan haar van € 262,00 ten titel van schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 december 2011, althans vanaf 8 februari 2012, tot aan de dag van algehele voldoening;

II. het plaatsen van de navolgende tekst in de eerstvolgende na betekening van dit vonnis te verschijnen editie van het blad Reflectie, zonder commentaar of weerwoord, op een witte achtergrond in duidelijk leesbaar zwart lettertype van gelijke grootte over de gehele breedte van de pagina:

"Rectificatie:

artikel Bacteriën te lijf met antibacteriële coating

In Reflectie uitgave 2 jaargang 1 van september 2011 is een versie van het artikel Bacteriën te lijf met antibacteriële coating geplaatst met als bronvermelding Zorgvisie - [naam eisende partij]. Voor deze publicatie hadden wij geen toestemming van de auteur. Dit artikel is door ons ook nog inhoudelijk gewijzigd zodat het een gunstiger effect had voor ons bedrijf. Wij hebben in het artikel ten onrechte vermeld dat volgens de heer [X] de testresultaten aangeven dat Environ-X een aantoonbare bacteriedodende werking heeft. Tevens hebben wij ten onrechte vermeld dat vanwege de gunstige resultaten van het onderzoek de coating mogelijk voor infectiepreventiedoeleinden kan worden gebruikt. Deze teksten staan echter niet op deze stellige wijze in het originele artikel dat op deze punten veel genuanceerder over de onderzoeksresultaten bericht. De inhoud van het door ons geplaatste artikel stemt daarom niet overeen met de bron. Ten onrechte hebben wij de gewijzigde inhoud toegeschreven aan de auteur. Hierdoor hebben wij de auteursrechten en de persoonlijkheidsrechten van [naam eisende partij] geschonden. De kantonrechter te Arnhem heeft ons op verbeurte van een dwangsom verplicht deze rectificatie te plaatsen.

Directie [gedaagde partij]

III. het plaatsen van de hiervoor onder II. omschreven rectificatie binnen 24 uur na betekening van dit vonnis op de homepage van de website [naam website] en daar geplaatst te houden voor de duur van 7 dagen in een zwart omlijnd kader van minimaal één derde deel van het zonder te scrollen zichtbare gedeelte van de homepage in een duidelijk leesbaar zwart lettertype tegen een witte achtergrond;

IV. verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagde in gebreke blijft geheel of gedeeltelijk aan het onder II. en III. gevorderde te voldoen;

V. betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 75,00 en de proceskosten.

3.2. [eisende partij] legt - zakelijk weergegeven - aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde partij] door het zonder toestemming gebruik maken van het door haar geschreven artikel voor Zorgvisie en het daarin zonder haar toestemming aanbrengen van wijzigingen [gedaagde partij] haar auteursrechten en persoonlijkheidsrechten heeft geschonden. [gedaagde partij] heeft - zogezegd - onrechtmatig gehandeld jegens haar. Zij lijdt hierdoor schade, temeer zij als kritisch en onafhankelijk journalist niet in verband gebracht wil worden met teksten, die aanprijzingen zoals [gedaagde partij] heeft gebruikt, bevatten. [gedaagde partij] is gehouden deze schade te vergoeden.

[eisende partij] heeft de schade op de gebruikelijke wijze begroot; dat wil zeggen, op 300% van het overeengekomen dan wel gebruikelijke honorarium. De schade bedraagt € 512,00. Na aanmaning en sommaties heeft [gedaagde partij] een bedrag van € 250,00 voldaan, zodat zij, naast rectificatie, het nog resterende deel ad € 262,00 vordert.

3.3. [gedaagde partij] voert verweer. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Niet in geschil is dat het artikel 'Bacteriën te lijf met speciale coating' dat is geplaatst in nummer 34, van 26 augustus 2011 van Zorgvisie, heeft te gelden als een werk in de zin van artikel 10 van de Auteurswet. Voorts staat als onbetwist vast dat [eisende partij] de auteur is van het bedoelde artikel en dat zij als enige bevoegd is tot het uitoefenen van de haar als auteur toekomende auteurs- en persoonlijkheidsrechten.

4.2. [gedaagde partij] heeft erkend dat zij bij het samenstellen van haar artikel in haar blad Reflectie gebruik heeft gemaakt van het artikel dat [eisende partij] heeft geschreven voor het blad Zorgvisie. [gedaagde partij] heeft aangevoerd dat zij het artikel heeft aangevuld met nadien bekend geworden onderzoeksresultaten. Zij heeft dit gedaan, zo vervolgt [gedaagde partij], om de lezer een volledig(er) beeld te schetsen van de stand van zaken met betrekking tot het gebruik van anti-bacteriële coatings dan [eisende partij] in haar artikel. Voorts staat als niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist vast dat [gedaagde partij] de door [eisende partij] in haar artikel gebezigde nuances achterwege heeft gelaten.

4.3. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde partij] door aldus te handelen het werk van [eisende partij] aangetast en heeft zij (daardoor) schade aangebracht aan de eer en de naam van [eisende partij] als auteur als bedoeld in artikel 25, eerste lid, aanhef en onder d, van de Auteurswet. De aantasting bestaat uit het navolgende, in onderlinge samenhang bezien. [gedaagde partij] heeft zonder toestemming van [eisende partij] (a) een groot aantal gedeelten uit het artikel overgenomen, deze gedeelten heeft [gedaagde partij] (b) gewijzigd en verbonden en aangevuld met teksten van eigen hand, terwijl [gedaagde partij] (c) het geheel de vorm van een nieuw werk heeft gegeven. Door de bronvermelding onder het artikel heeft [gedaagde partij] de inhoud van het artikel vervolgens (d) ten onrechte aan [eisende partij] toegeschreven.

4.4. Met de aantasting van het auteursrechtelijk werk heeft [gedaagde partij] onrechtmatig jegens [eisende partij] gehandeld. [gedaagde partij] is dan ook gehouden tot vergoeding van de daardoor door [eisende partij] geleden schade.

4.5. [eisende partij] heeft aangevoerd dat haar schade met name is gelegen in de aantasting van haar persoon, althans haar professionele opstelling. Ze staat bekend als een onafhankelijk en kritisch journalist. Dat is ook, aldus [eisende partij], wat haar opdrachtgevers van haar verlangen. Door deze publicatie is de suggestie gewekt dat zij zich niet (te allen tijde) onafhankelijk en kritisch opstelt. Voor haar is het van zwaarwegend belang dat die suggestie wordt vermeden.

In het licht van de onderbouwde stellingen van [eisende partij] heeft [gedaagde partij] haar verweer dat [eisende partij] geen schade heeft geleden niet, althans onvoldoende, concreet onderbouwd. Dat het blad Reflectie bestemd is voor alleen IT-ers doet aan de stelling van [eisende partij] niet af, nu het artikel ook op internet beschikbaar is geweest voor een breder publiek.

Daarmee staat vast dat [eisende partij] schade heeft geleden door het onrechtmatige handelen van [gedaagde partij].

4.6. [eisende partij] heeft haar schade begroot op een door de Nederlandse Vereniging van Journalistiek voorgestane wijze. [gedaagde partij] heeft daartegenover aangevoerd dat de schade volgens haar nooit meer kan bedragen dan € 250,00, het reeds door haar betaalde bedrag. Dit is een onvoldoende betwisting van de door [eisende partij] geleden schade.

De kantonrechter begroot de schade dan ook op de voet van artikel 6:97 BW op - in totaal - € 562,50, zodat door [gedaagde partij] nog een schadebedrag van € 262,50 aan [eisende partij] verschuldigd is. Nu daartegen geen afzonderlijk verweer is gevoerd, zal de gevorderde wettelijke rente eveneens worden toegewezen en wel vanaf 15 december 2011.

4.7. Het uitgangspunt voor het toekennen van een vergoeding voor buitengerechtelijke werkzaamheden is dat het moet gaan om werkzaamheden die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een – niet aanvaard – schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op de gebruikelijke wijze samenstellen van een dossier. [eisende partij] heeft haar stelling dat zij meer of andere dan de hiervoor bedoelde werkzaamheden heeft verricht niet, althans onvoldoende, onderbouwd. De vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 75,00 wordt daarom afgewezen.

4.8. Dan spitst het geschil zich toe op de gevorderde rectificatie. Voorop staat dat aan de in artikel 6:167, eerste lid, BW gestelde eisen voor rectificatie is voldaan, namelijk dat [gedaagde partij] aansprakelijk is ter zake van een onjuiste publicatie van gegevens van feitelijke aard, zodat de vordering tot rectificatie in beginsel toewijsbaar is.

Daar staat echter tegenover dat [gedaagde partij] heeft aangevoerd dat de doelgroep van haar blad een volstrekt andere is dan die van Zorgvisie, dat zij in haar klantenbestand één klant en één potentiële klant in de zorg heeft en dat de oplage van haar blad (veel) geringer is dan die van Zorgvisie. [eisende partij] heeft dit onvoldoende (gemotiveerd) weersproken.

Er is dan ook onvoldoende belang bij een rectificatie in zowel het blad Reflectie als op de website. Voorts bestaat er onvoldoende aanleiding, gelet op het belang van [eisende partij] bij de voorgestelde rectificatie - te weten het wegnemen van de mogelijke verkeerde indruk bij derden over de werkwijze van [eisende partij] - om de voorgestelde tekst integraal over te nemen. De kantonrechter wijst de vordering tot rectificatie op de wijze als hierna is bepaald toe.

4.9. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [gedaagde partij] zich bereid verklaard tot het plaatsen van een rectificatie. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om de gevorderde dwangsom te maximeren op € 1.000,00.

4.10. [gedaagde partij] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan [eisende partij] van € 262,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 december 2011 tot aan de dag van algehele voldoening;

5.2. veroordeelt [gedaagde partij] het plaatsen van de navolgende tekst binnen 24 uur na betekening van dit vonnis op de homepage van de website [naam website] en gebiedt haar die tekst daar geplaatst te houden voor de duur van 5 werkdagen in een zwart omlijnd kader van minimaal één derde deel van het zonder te scrollen zichtbare gedeelte van de homepage in een duidelijk leesbaar zwart lettertype tegen een witte achtergrond :

"Rectificatie:

artikel Bacteriën te lijf met antibacteriële coating

In Reflectie uitgave 2 jaargang 1 van september 2011 is het artikel Bacteriën te lijf met antibacteriële coating geplaatst met als bronvermelding Zorgvisie - [naam eisende partij]. De inhoud van het door ons geplaatste artikel stemt niet overeen met de bron. Wij hebben in het artikel vermeld dat volgens de heer [X] de testresultaten aangeven dat Environ-X een aantoonbare bacteriedodende werking heeft. Tevens hebben wij vermeld dat vanwege de gunstige resultaten van het onderzoek de coating mogelijk voor infectiepreventiedoeleinden kan worden gebruikt. Deze teksten staan echter niet op deze stellige wijze in het artikel van [naam eisende partij] dat op deze punten veel genuanceerder over de onderzoeksresultaten bericht. Ten onrechte hebben wij de gewijzigde inhoud toegeschreven aan de auteur. Hierdoor hebben wij de auteursrechten van [naam eisende partij] geschonden.

De kantonrechter te Arnhem heeft ons op verbeurte van een dwangsom verplicht deze rectificatie te plaatsen.

Directie [gedaagde partij]

5.3. bepaalt dat, indien [gedaagde partij] niet binnen 5 werkdagen aan het bepaalde onder rechtsoverweging 5.2. voldoet, [gedaagde partij] een dwangsom van € 100,00 met een maximum van

€ 1.000,00 zal verbeuren voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij vervolgens in gebreke blijft aan het bepaalde onder rechtsoverweging 5.2. te voldoen;

5.4. veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eisende partij] begroot op € 90,64 aan dagvaardingskosten, € 73,00 aan griffierecht en € 120,00 aan salaris voor de gemachtigde;

5.5. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2012.