Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW7799

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
30-05-2012
Datum publicatie
07-06-2012
Zaaknummer
225526
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering ex art. 843a Rv. afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 225526 / HA ZA 12-73

Vonnis van 30 mei 2012

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

[eis.1conv./ged.1reconv.],

gevestigd te [vest.plaats],

2. [eis.2conv./ged.2reconv.]

wonende te [woonplaats]

3. [eis.3conv./ged.3reconv.]

wonende te [woonplaats]

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A. Klaassen te Bunschoten-Spakenburg,

tegen

[ged.conv./eis.reconv.],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. S. Kroesbergen te Ede.

Eisers in conventie zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als [eis.conv./gedn.reconv.] en afzonderlijk als [eis.1conv./ged.1reconv.], [eis.2conv./ged.2reconv.] respectievelijk [eis.3conv./ged.3reconv.]. Gedaagde in conventie zal [ged.conv./eis.reconv.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,

tevens houdende de incidentele vordering ex artikel 843a Wetboek van Burgerlijke

Rechtsvordering (Rv)

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten

2.1. In het kader van het incident gaat de rechtbank uit van de volgende feiten.

2.2. [eis.conv./gedn.reconv.] exploiteerden tot 1 januari 2011 een garagebedrijf gericht op de handel in en onderhoud, reparatie en schadeherstel van auto’s. [ged.conv./eis.reconv.] werkte tot voormelde datum in loondienst bij [eis.conv./gedn.reconv.] in de functie van chef werkplaats.

2.3. Op 2 december 2010 hebben [eis.2conv./ged.2reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.] namens [eis.1conv./ged.1reconv.] en [ged.conv./eis.reconv.] onder meer de volgende overeenkomst getekend:

OVEREENKOMST OVERDRACHT ONDERNEMING

De ondergetekenden,

De VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [eis.1conv./ged.1reconv.] […] “verkoper”

En

De heer [ged.conv./eis.reconv.] […] “koper”

In aanmerking nemende

[…]

b. Deze onderneming houdt zich bezig met de handel in en onderhoud, reparatie en schadeherstel van auto’s in de ruimste zin van het woord;

c. Dat verkoper een deel van deze onderneming wenst te verkopen aan koper […]

Zijn overeengekomen

1. De overdracht van het benoemde deel van de onderneming vindt plaats per 1 januari 2011 […].

[…]

10. Verkoper en haar vennoten zullen gedurende een periode van drie jaar vanaf de dag der overdracht geen werkzaamheden meer verrichten die door de onderneming worden verricht, anders dan ten behoeve van de werkzaamheden zoals hierna bedoeld in artikel 12 en 13, in het gebied gelegen ten noorden van de rivier De Rijn, op straffe van een direct opeisbare boete van € 5.000,-- per overtreding, onverminderd het recht van koper op volledige schadeloosstelling.

11. Verkoper en haar vennoten zullen op geen enkele wijze, direct of indirect, contacten onderhouden met klanten van de onderneming, anders dan ten behoeve van de werkzaamheden zoals hierna bedoeld in artikel 12 en 13, en evenmin zullen zij het klantenbestand gebruiken anders dan ten behoeve van de werkzaamheden zoals hierna bedoeld in artikel 12 en 13 of dit klantenbestand aan derden ter beschikking stellen, op straffe van een direct opeisbare boete van € 5.000,-- per overtreding, onverminderd het recht van koper op volledige schadeloosstelling.

12. Het staat verkoper en haar vennoten echter vrij personenauto’s en brommobielen te verkopen. Ten behoeve van deze handelsactiviteiten zal tussen koper en verkoper een gebruiksovereenkomst worden gesloten, op grond waarvan verkoper gedurende een periode van tien jaar de beschikking krijgt over een deel van de ten behoeve van de onderneming gehuurde bedrijfsruimte.

13. Tevens staat het verkoper en haar vennoten vrij de personenauto’s in de handelsvoorraad technisch klaar te maken voor verkoop en aflevering. Daarnaast staat het verkoper en haar vennoten vrij brommobielen en op naam gestelde auto’s van familieleden in de eerste graad te onderhouden.

[…]

2.4. [ged.conv./eis.reconv.] heeft op 5 maart 2012 conservatoir beslag doen leggen op alle uitgaande facturen van [eis.1conv./ged.1reconv.] in de jaren 2010 en 2011, alsmede op alle inkomende facturen van [eis.1conv./ged.1reconv.] in het jaar 2011.

3. De vordering en het verweer in het incident

3.1. [ged.conv./eis.reconv.] vordert in het incident dat de rechtbank [eis.conv./gedn.reconv.] veroordeelt, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, om [ged.conv./eis.reconv.] inzage te geven in alle facturen waarop beslag is gelegd, of althans de bewaarder op te dragen aan [ged.conv./eis.reconv.] overzichten te verstrekken waarop geordend naar klant en kenteken alle door [eis.1conv./ged.1reconv.] in rekening gebrachte werkzaamheden in 2010 en 2011 zijn weergegeven alsmede geordend naar datum en naam alle werkzaamheden die in 2011 aan [eis.1conv./ged.1reconv.] in rekening zijn gebracht, vermeerderd met de kosten in het incident.

3.2. [ged.conv./eis.reconv.] legt aan zijn vordering in het incident ten grondslag dat [eis.conv./gedn.reconv.] ten minste veertien keer het relatie- en concurrentiebeding hebben overtreden. [ged.conv./eis.reconv.] stelt dat hij om die reden een gerechtvaardigd belang heeft bij inzage in dan wel opgave van de inkomende en uitgaande facturen van [eis.1conv./ged.1reconv.], nu daaruit zal blijken in hoeverre verboden werkzaamheden door of in opdracht van [eis.1conv./ged.1reconv.] zijn verricht. In de hoofdzaak vordert [ged.conv./eis.reconv.] in reconventie [eis.conv./gedn.reconv.] onder meer hoofdelijk te veroordelen om voor elke overtreding van het concurrentie- of relatiebeding aan [ged.conv./eis.reconv.] een vergoeding van € 5.000,00 te betalen, vermeerderd met wettelijke rente.

3.3. [eis.conv./gedn.reconv.] voeren verweer in het incident. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in het incident

4.1. Op grond van artikel 843a Rv kan hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij partij is, van degene die deze bescheiden tot zijn beschikking of onder zijn berusting heeft. Deze bijzondere exhibitieplicht vormt een uitzondering op de hoofdregel dat iemand onder hem berustende bescheiden niet aan een ander ter inzage hoeft af te geven (HR 29 juni 2007, NJ 2007/639).

4.2. Het ligt op de weg van de partij die exhibitie verlangt om voldoende concrete feiten en omstandigheden te stellen die naar normale ervaringsregels de vordering kunnen dragen. Voorts zal deze partij aannemelijk moeten maken dat de verwezenlijking en handhaving van het materiële recht de gevraagde exhibitie verlangt. De enkele mogelijkheid dat die partij haar gelijk zou kunnen aantonen met één of meer van de door haar verlangde bescheiden, is onvoldoende en leidt slechts tot een niet aanvaardbare ‘fishing expedition’. (Hof Arnhem 2 december 2008, LJN BH2816).

4.3. [ged.conv./eis.reconv.] heeft ter onderbouwing van zijn vordering in reconventie een overzicht overgelegd van veertien verschillende auto’s, op twee na voorzien van kenteken, ten aanzien waarvan [eis.conv./gedn.reconv.] het relatie- en concurrentiebeding zouden hebben overtreden. Volgens de toelichting gaat het daarbij om werkzaamheden verricht door of in opdracht van [eis.1conv./ged.1reconv.], welke [ged.conv./eis.reconv.] zelf heeft waargenomen of waarvan hij van zijn klanten heeft vernomen.

4.4. [eis.conv./gedn.reconv.] hebben gemotiveerd betwist dat zij enkele van die werkzaamheden hebben uitgevoerd of hebben laten uitvoeren en hebben voor het overige gemotiveerd betwist dat daarmee het relatie- en concurrentiebeding is overtreden. Samengevat stellen [eis.conv./gedn.reconv.] dat zij voor de betreffende werkzaamheden niets aan de klanten in rekening hebben gebracht, in de meeste gevallen omdat die werkzaamheden vielen onder de door hen bij de verkoop verstrekte garantie.

4.5. [ged.conv./eis.reconv.] heeft zich er niet over uitgelaten of ook werkzaamheden die in het kader van een verstrekte garantie worden uitgevoerd onder het relatie- en concurrentiebeding vallen. Hoewel deze werkzaamheden niet expliciet zijn genoemd in de artikelen 12 en 13 van de overeenkomst, valt op voorhand niet uit te sluiten dat deze werkzaamheden desondanks kunnen worden aangemerkt als werkzaamheden ten behoeve van de toegestane handel als bedoeld in artikel 10 van de overeenkomst (zoals hiervoor aangehaald onder 2.3). Alsdan is van een schending van het relatie- en concurrentiebeding geen sprake. Daar komt bij dat het concurrentiebeding nadrukkelijk is beperkt tot het gebied gelegen ten noorden van de Rijn. [ged.conv./eis.reconv.] heeft niet gesteld dat de betreffende werkzaamheden onder dat gebied vallen.

4.6. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [ged.conv./eis.reconv.] vooralsnog (mede in het licht van hetgeen [eis.conv./gedn.reconv.] daarover hebben opgemerkt) onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft gesteld, waaruit kan volgen dat [eis.1conv./ged.1reconv.] het tussen partijen overeengekomen concurrentie- en relatiebeding heeft geschonden. In dit stadium van de procedure heeft [ged.conv./eis.reconv.] derhalve geen rechtmatig belang bij de door hem gevorderde inzage in respectievelijk opgave van de facturen waarop beslag is gelegd. Het valt echter niet uit te sluiten dat in de hoofdzaak, bijvoorbeeld met toepassing van het bepaalde in artikel 22 Rv, [eis.conv./gedn.reconv.] alsnog zal worden bevolen inzage te verlenen, indien [ged.conv./eis.reconv.] zijn aanname/vermoeden - dat [eis.conv./gedn.reconv.] het relatie- en concurrentiebeding hebben overtreden - nader heeft onderbouwd.

4.7. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het gevorderde in het incident zal worden afgewezen.

4.8. [ged.conv./eis.reconv.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

5. De beoordeling in de hoofdzaak in conventie en in reconventie

5.1. De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

5.2. [eis.conv./gedn.reconv.] hebben de gelegenheid de conclusie van antwoord in reconventie ter comparitie te nemen. [eis.conv./gedn.reconv.] moeten een schriftelijke conclusie uiterlijk twee weken voor aanvang van de comparitie toezenden. Na de comparitie kan deze conclusie niet meer genomen worden.

5.3. De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

5.4. De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechter zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechter zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.

5.5. In beginsel zal ter comparitie niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.

5.6. Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

6. De beslissing

De rechtbank

in het incident

6.1. wijst het gevorderde af,

6.2. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] in de kosten van het incident, aan de zijde van [eis.conv./gedn.reconv.] tot op heden begroot op € 452,00, wegens salaris advocaat,

6.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak in conventie en in reconventie

6.4. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. M.J.P. Heijmans in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

6.5. bepaalt dat [ged.conv./eis.reconv.], [eis.2conv./ged.2reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.] dan in persoon aanwezig moeten zijn en dat [eis.1conv./ged.1reconv.] dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

6.6. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 13 juni 2012 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de maandagen en woensdagen in de maanden juli tot en met september 2012, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

6.7. bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

6.8. bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

6.9. wijst partijen er op, dat voor de zitting tweeënhalf uur zal worden uitgetrokken,

6.10. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2012.