Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW7459

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
23-05-2012
Datum publicatie
05-06-2012
Zaaknummer
215878
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationale koopovereenkomst m.b.t. stepscooters. Weens Koopverdrag. Wezenlijke tekortkoming, ontbinding. Verklaring voor recht dat overeenkomst is ontbonden. Ongedaanmakingsverplichting, schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 215878 / HA ZA 11-761

Vonnis van 23 mei 2012

in de zaak van

de vennootschap naar Duits recht

OBBO-SAAR ORGANISATIONGESELLSCHAFT FÜR BUCHHALTUNG UND BÜHRO GmbH,

gevestigd te Saarbrücken, Duitsland,

eiseres,

advocaat mr. J.F. Langelaar te Leiden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARMADA ENTERPRISES B.V.,

mede handelend onder de naam BESTEVAER TRADE COMPANY (BTC),

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. P.A.J.M. Lodestijn te Plasmolen.

Partijen zullen hierna Obbo en Bestevaer worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 augustus 2012

- het proces-verbaal van comparitie van 23 november 2011

- de akte uitlaten voortprocederen van Obbo.

1.2. Vervolgens is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Obbo drijft een onderneming in Saarbrücken, Duitsland, en Bestevaer is gevestigd in Nijmegen.

2.2. Op enig moment heeft Bestevaer een stepscooter als monster doen toekomen aan Obbo, die geïnteresseerd was in de aankoop van een aantal van die stepscooters bij Bestevaer. Partijen hadden tot dan toe nooit zaken met elkaar gedaan.

2.3. Op 14 januari 2010 heeft Bestevaer aan Obbo een offerte uitgebracht met betrekking tot vorenbedoelde stepscooters. De offerte bevat een afbeelding van een stepscooter en luidt verder onder meer als volgt:

[…] maximale Belastung 125 kg.

Preis pro Stück: 2.000 St. € 21,73

2.500 21,28

3.000 20,97

Diese Preis ist inclusive alle änderungen die von ihnen angegeben sind

[…]

2.4. Op 20 januari heeft Obbo Bestevaer schriftelijk opdracht gegeven tot levering van 2.600 stepscooters. De orderbevestiging luidt onder meer als volgt:

Stepscooter 200 mm 2.600 Stück 20,97 € / Stück

[…] Belastung 125 kg

Die Gesamtproduktion basiert auf dem vorliegenden Muster,

Änderungen laut Absprache (geänderte Position Aufkleber, zusätzliche

Aufkleber ,,“GS” und ,,“Belastung 125 kg”, verbesserte Verbindung vom Trittbrett

zur Lenkstange) werden berücksichtigt.

Hinweis:

Die Lieferung muss in allen Punkten den besprochenen Einzelheiten entsprechen.

[…]

Lieferzeit: Der Hersteller in China verspricht eine Verschiffung am 23.03.2010.

Der Versand auf dem Seeweg dauert etwa 3 Wochen. Der Transport von Rotterdam nach Deutschland erfolgt innerhalb von 2 Tagen.

2.5. Bij e-mail van 9 juni 2010 heeft Obbo onder meer aan Bestevaer meegedeeld dat er 2.372 stepscooters waren afgeleverd in plaats van de bestelde 2.600 stuks en gevraagd wanneer de overige stepscooters zouden volgen.

2.6. Bij e-mail van 14 juni 2010 heeft Obbo aan Bestevaer onder meer geschreven:

wie wir Ihnen per mail am 09.Juni 2010 (Tag der Anlieferung der Scooter) angezeigt haben, bestehen bezüglich der Qualität, Ausführung und technischer Beschaffenheit erhebliche, sicherheitsrelevante Mängel.

Nach eingehender Prüfung des Scooters trat der Kunde vom Kaufvertrag zurück. Er nimmt die Ware nicht ab und hat sich auch schon anderweitig mit Scootern am Markt eingedeckt.

Die Mängel sind wie folgt:

1. maximale Belastung in kg laut GS Aufkleber nur 100kg, anstatt 125kg (wie auch angeboten, bestellt und auch bestätigt)

2. stichprobenartige Überprüfungen ergaben, dass nicht in jedem Karton Werkzeug und auch Bedienungsanleitungen vorhanden waren.

Anmerkung: die vorhandenen Bedienungsanleitungen sind lediglich in englischer Sprache und nicht wie auch gewünscht zusätzlich in deutscher Sprache!

3. Spiel im Lenkerlager; bei allen Stichproben ist das Kugellager mangelhaft montiert, die Konterschrauben zum Fixieren der Lenkradlager sind teilweise lose, nicht mal handfest angezogen.

4. der Versuch nachträglich das Lagergewinde einzustellen schlug fehl, mit dem Ergebnis, dass das Gewinde irreparable Schäden davontrug, was auf mangelhafte Materialqualität schliessen lässt; überhaupt ware ein Nachjustieren für den Kunden unzumutbar gewesen.

5. Lenkerstange schief aufgesetzt

6. Schrauben nicht angezogen im Übergang Vorderachse zum Trittbrett

7. der Einrastmechanismus zum Stabilisieren des Scooters klemmt, so dass der Haltebolzen nicht in die vorgesehene Führung einrasten kann; eine gefahrlose Inbetriebnahme ist somit nicht möglich.

8. Rahmen Hinterachse verzogen

9. Hinterachse und Hinterrad schleifen am Rahmen; Schrauben der Bremsachse nicht angezogen

10. Schrauben teilweise lose und Lackierungen mangelhaft

11. bestellt und bezahlt sind 2600 Stück, geliefert wurden, wie auch auf Transportschein angegeben, 593 Kartons à 4 Stück = 2372

Die Ware steht abholbereit hier in Saarbrücken im Lager obbo.

Bitte setzen Sie sich umgehend mit uns in Verbindung bezüglich einer zeiltnahen Terminvereinbarung hier im Hause obbo.

Regressanspruch behält sich der Kunde als auch wir vor!

2.7. Bij brief van 5 augustus 2010 heeft de Duitse advocaat van Obbo aan Bestevaer onder meer geschreven:

Da im Ergebnis soweit feststeht, dass die von Ihnen gekauften Waren mangelhaft sind, steht unserer Mandantin [Obbo – de rechtbank] Schadensersatz zu. Der Schaden unserer Mandantin beläuft sich über

1. den an Sie gezahlten Kaufpreis i.H.v. 54.772,00 €,

2. der unserer Mandantin entgangene Gewinn (Marge) 16.978,00 €,

3. Schadensersatsforderungen des Endkunden Hager i.H.v. zu erwarenden rund 15.000 €

Im Ergebnis unserer Mandantin mithin rund 85.000,00 € an Schadensersatz gegen Sie zu.

Selbstverständlich steht es Ihnen frei, die mangelhaften Waren Zug um Zug gegen Zahlung zurück zu nehmen.

Namens und im Auftrage unserer Mandantin haben wir Sie aufsufordern, zunächst den Schaden betreffend vorgenannter Punkte 1 und 2 i.H.v. 71.500,00 € nebst unseren Kosten gemäß beiliegender Kostennote i.H.v. 1.580,00 € bis spätestens

16. August 2010

auf eines unserer oben genannten Konten zu erstatten.

Die Geltendmachung des weiteren Schadens bleibt ausdrücklich vorbehalten […].

2.8. Naar aanleiding van de onder 2.7 aangehaalde brief heeft begin oktober 2010 tussen partijen een bespreking plaatsgevonden. Bij die gelegenheid heeft Bestevaer de geleverde stepscooters steekproefsgewijs onderzocht.

2.9. Bij brief van 22 december 2010 heeft Bestevaer onder meer aan Obbo geschreven:

Die gelieferte Wahre ist nach unsere Meinung in Ordnung und wird ohne weitere Probleme die EN 14619 test durchstehen.

Bei Inspektion der Wahre bei ihre Kunde in Saarbrücken, wobei sie selbst, Herr Blass, Herr Schlaucher und ein Mitarbeiter von Obbo Saar anwesend wahren, sind keine von die von ihre Kunde erwähnten Probleme angezeigt, es gab nu rein Aufkleber die beschädigt wahr.

Das von Ihnen geforderte Betrag von € 73.330,- wird von uns nicht anerkannt und werden daher auch nicht zur Zahlung übergehen.

3. Het geschil

3.1. Obbo vordert, samengevat en na haar eis bij akte te hebben aangevuld, waartegen Bestevaer geen bezwaar heeft gemaakt:

primair:

a) een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen partijen gesloten op 20 januari 2010 is ontbonden;

b) veroordeling van Bestevaer tot betaling aan Obbo van € 73.330,00 ter zake van de hoofdsom;

c) veroordeling van Bestevaer tot betaling aan Obbo van een bedrag PM aan mogelijke claims van eindgebruikers;

d) veroordeling van Bestevaer tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.788,00;

e) veroordeling van Bestevaer tot vergoeding van de wettelijke rente over de bedragen onder b) en d) vanaf 26 augustus 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening;

f) veroordeling van Bestevaer in de proceskosten;

subsidiair, voor het geval de rechtbank meent dat de overeenkomst niet buitengerechtelijk is ontbonden:

g) dat de overeenkomst alsnog wordt ontbonden;

meer subsidiair:

h) veroordeling van Bestevaer tot vergoeding van de schade die Obbo heeft geleden als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Bestevaer in de nakoming van de overeenkomst;

i) veroordeling van Bestevaer tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.788,00;

j) veroordeling van Bestevaer tot vergoeding van de wettelijke rente over de onder h) bedoelde schadevergoeding en over de buitengerechtelijke incassokosten.

3.2. Obbo legt aan haar vorderingen, samengevat, ten grondslag dat Bestevaer toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis uit hoofde van de koopovereenkomst met betrekking tot de stepscooters. Bestevaer heeft volgens Obbo 2.372 stepscooters geleverd in plaats van het overeengekomen aantal van 2.600. Verder stelt Obbo dat de stepscooters gebreken vertoonden ten aanzien van de kwaliteit, uitvoering, technische eigenschappen en veiligheidseisen. Obbo stelt dat zij de koopovereenkomst vanwege de aard en omvang van de tekortkomingen bij e-mail van 14 juni 2010 buitengerechtelijk heeft ontbonden. Zij maakt aanspraak op terugbetaling van de koopsom ad € 54.772,00 en op vergoeding van gederfde winst ad € 16.978,00 en de kosten van haar Duitse advocaat ad € 1.580,00, tezamen € 73.330,00. De post gederfde winst hangt samen met het feit dat de afnemer, aan wie Obbo de stepscooters al had doorverkocht voor € 27,50 per stuk, is afgehaakt. De verkoopprijs van € 27,50 afgezet tegen de inkoopprijs van € 20,97 uitgaande van 2.600 stuks levert een gederfde winst op van € 16.978,00, zo voert Obbo aan.

3.3. Bestevaer voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Bevoegdheid, toepasselijk recht, Weens Koopverdrag, algemene voorwaarden

4.1. Deze zaak heeft een internationaal karakter, nu Obbo een rechtspersoon naar Duits recht is. Dat doet de vraag rijzen of deze rechtbank bevoegd is van het geschil kennis te nemen en, zo ja, welk recht op het geschil van toepassing is.

4.2. Deze rechtbank heeft rechtsmacht op grond van het bepaalde in artikel 2 van de in deze zaak toepasselijke EG-Verordening 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Verordening) en artikel 2 juncto artikel 99 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), aangezien Bestevaer in Nederland, meer in het bijzonder in het arrondissement van de rechtbank Arnhem, is gevestigd.

4.3. Op grond van het bepaalde in artikel 4 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst van 19 juni 1980, Trb. 1980, 156 (EG-Verbintenissenverdrag) wordt de tussen partijen gesloten overeenkomst beheerst door het Nederlandse recht. Immers, de meest kenmerkende prestatie – levering van de stepscooters – moest door het hier te lande gevestigde Bestevaer worden verricht. Partijen lijken er overigens zelf ook van uit te gaan dat Nederlands recht van toepassing is. Obbo heeft in haar dagvaarding verwezen naar het Nederlandse recht, in ieder geval in het kader van de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten naar het rapport Voorwerk II. Dit kan worden opgevat als een impliciete rechtskeuze voor Nederlands recht. Bestevaer heeft zich hiertegen niet verweerd.

4.4. Tot het toepasselijke Nederlandse (internationaal privaat)recht behoort ook het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten (hierna: het Weens Koopverdrag). Het gaat in deze zaak om een koopovereenkomst betreffende roerende zaken tussen partijen die zijn gevestigd in verschillende staten, welke beide verdragsluitende staten zijn, zodat dit verdrag van toepassing is (artikel 1, eerste lid, onder a, van het Weens Koopverdrag).

4.5. De vraag of – zoals Bestevaer stelt, maar Obbo op de comparitie heeft betwist – op de koopovereenkomst tussen partijen de algemene voorwaarden van Bestevaer van toepassing zijn, behoort tot de in het Weens Koopverdrag geregelde onderwerpen, maar wordt daarin niet uitdrukkelijk beslist. Dit betekent, gelet op artikel 7, tweede lid, van het Weens Koopverdrag, dat deze vraag in beginsel moet worden beantwoord aan de hand van de algemene beginselen waarop het Weens Koopverdrag berust (vergelijk HR 28 januari 2005, NJ 2006, 517).

4.6. Mede gelet op het in artikel 7, eerste lid, van het Weens Koopverdrag verwoorde beginsel van goede trouw in de internationale handel is het voor het aannemen van toepasselijkheid van algemene voorwaarden onvoldoende als in het aanbod tot het sluiten van een overeenkomst naar de algemene voorwaarden wordt verwezen zonder de tekst van de algemene voorwaarden voorafgaand aan of tijdens het sluiten van de overeenkomst ter beschikking te stellen. Van degene tot wie het aanbod is gericht, kan niet worden verlangd naar de inhoud van de algemene voorwaarden te informeren. Een dergelijke verplichting voor de wederpartij zou leiden tot – ongewenste – vertraging van het sluiten van de overeenkomst, terwijl het voor de gebruiker van de algemene voorwaarden, die bij het gebruik van algemene voorwaarden meestal baat heeft, in de regel een kleine moeite is de tekst van de algemene voorwaarden aan de wederpartij toe te sturen (vergelijk de uitspraak van het Duitse Bundesgerichtshof van 31 oktober 2001, VIII ZR 60/01, NJW 2002, 1651).

4.7. Gelet op de erkenning door Bestevaer op de comparitie staat tussen partijen vast dat Bestevaer haar algemene voorwaarden niet aan Obbo ter beschikking heeft gesteld. Aan bovengenoemd vereiste dat Obbo voorafgaand aan of tijdens het sluiten van de overeenkomst van de tekst van de algemene voorwaarden kennis heeft kunnen nemen, is dus niet voldaan. Dit brengt mee dat de algemene voorwaarden van Bestevaer niet van toepassing zijn op de koopovereenkomst tussen partijen. Voor zover Bestevaer haar verweer baseert op haar algemene voorwaarden faalt het dan ook.

Te weinig stepscooters geleverd?

4.8. De rechtbank komt nu toe aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil.

Obbo voert in de dagvaarding ten eerste aan dat Bestevaer 2.372 stepscooters heeft afgeleverd in plaats van de bestelde 2.600. Bestevaer voert op haar beurt echter aan dat zij de partij stepscooters volledig heeft afgeleverd, en wel in twee gedeelten: eerst 2.372 en kort daarna de resterende 228 stuks. In het licht van deze betwisting door Bestevaer heeft Obbo haar stelling onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd, nog daargelaten dat zij aan die stelling geen duidelijke juridische gevolgen heeft verbonden. De rechtbank laat deze stelling van Obbo verder dan ook rusten en gaat ervan uit dat Bestevaer het overeengekomen aantal van 2.600 stepscooters aan Obbo heeft geleverd.

Koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden?

4.9. Obbo vordert primair onder a) een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst van 20 januari 2010 is ontbonden. Zij stelt daartoe dat zij de overeenkomst bij e-mail van 14 juni 2010 (zie onder 2.6) heeft ontbonden. Voor het geval de rechtbank van oordeel is dat de overeenkomst niet buitengerechtelijk is ontbonden, vordert Obbo dat de rechtbank de overeenkomst alsnog ontbindt. Obbo stelt daartoe dat Bestevaer toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst, aangezien de stepscooters gebreken vertoonden ten aanzien van de kwaliteit, uitvoering, technische eigenschappen en veiligheidseisen. Onder punt 4 van de dagvaarding heeft Obbo deze gebreken opgesomd.

4.10. Bestevaer stelt zich op het standpunt dat Obbo de overeenkomst niet heeft kunnen ontbinden. Daartoe voert Bestevaer ten eerste aan dat zij niet is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Zij betwist dat de stepscooters de door Obbo gestelde gebreken vertoonden. Verder voert Bestevaer aan dat Obbo haar niet op rechtsgeldige wijze in gebreke heeft gesteld, zodat zij niet in verzuim is geraakt. Ten slotte stelt Bestevaer dat, voor zover Obbo er al in zou slagen te bewijzen dat de stepscooters één of meer van de gestelde gebreken vertoonden, de gestelde tekortkomingen de ontbinding niet rechtvaardigen.

4.11. Artikel 49 van het Weens Koopverdrag noemt de gevallen waarin de koper de overeenkomst kan ontbinden. Voor zover hier van belang, kan de koper de overeenkomst ontbinden indien de verkoper tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst of uit het Weens Koopverdrag indien die tekortkoming een wezenlijke tekortkoming oplevert. Artikel 25 van het Weens Koopverdrag omschrijft wanneer van een wezenlijke tekortkoming sprake is. Dat is het geval indien deze leidt tot zodanige schade voor de andere partij, dat haar in aanmerkelijke mate wordt onthouden wat zij uit hoofde van de overeenkomst mag verwachten, waarbij deze schade voor de tekortschietende partij redelijkerwijs voorzienbaar moet zijn. In het licht van (in ieder geval) deze bepalingen zal moeten worden beoordeeld of ontbinding door Obbo van de overeenkomst gerechtvaardigd is.

4.12. Het eerste gebrek dat volgens Obbo aan de stepscooters kleeft, is dat de maximale belastbaarheid 100 kg is, terwijl een maximale belastbaarheid van 125 kg was overeengekomen. Obbo heeft in dit verband op de comparitie verwezen naar de sticker die op de dozen zit en waarop staat vermeld “max loading 100 kg”.

4.13. Bestevaer heeft daartegen aangevoerd dat naar aanleiding van de onder 2.7 genoemde brief van Obbo’s advocaat een bespreking tussen partijen heeft plaatsgevonden, waarbij Bestevaer de geleverde stepscooters steekproefsgewijs heeft onderzocht en waarbij is vastgesteld dat de stepscooters “in alle opzichten voldeden aan de sinds 2005 algemene en wereldwijd erkende standaard: BS EN 14619: 2009”. Volgens Bestevaer hanteert deze norm als ondergrens een belastbaarheid van 100 kg en hebben partijen met betrekking tot de onderhavige stepscooters speciale maatregelen getroffen die de maximale belastbaarheid hebben vergroot. Een algemeen erkende norm op basis van 125 kg bestaat volgens Bestevaer niet.

4.14. Naar het oordeel van de rechtbank kan in het midden blijven of – zoals Bestevaer heeft gesteld, maar Obbo op de comparitie heeft betwist – de BS EN 14619-norm in het onderhavige geval van toepassing is. Wat er ook zij van deze of andere normen die van toepassing zouden kunnen zijn, het gaat erom wat partijen ten aanzien van de belastbaarheid van de stepscooters met elkaar zijn overeengekomen en of de stepscooters op dat punt aan de overeenkomst beantwoorden.

4.15. Bestevaer betwist op zichzelf niet dat een maximale belastbaarheid van 125 kg is overeengekomen, zodat dit vaststaat. Ook heeft Bestevaer op zichzelf niet betwist dat een sticker met de tekst “Belastung 125 kg” (zie onder 2.4) was overeengekomen, maar dat deze ontbreekt en dat in plaats daarvan een sticker met de tekst “max loading 100 kg” op de dozen is geplakt. Bestevaer heeft zich op de comparitie echter op het standpunt gesteld dat de belastbaarheid van de stepscooters wel degelijk 125 kg bedraagt, vanwege de op verzoek van Obbo doorgevoerde aanpassingen. De sticker waarop staat dat de maximale belasting 100 kg bedraagt, is volgens Bestevaer alleen op de dozen geplakt in verband met de toepasselijke NEN-norm, zijnde het minimum dat de fabrikant moet garanderen.

4.16. Dit verweer van Bestevaer faalt. Zelfs al zouden de stepscooters, zoals Bestevaer ongemotiveerd aanvoert, ondanks de andersluidende tekst op de sticker over een belastbaarheid van 125 kg beschikken, dan blijkt dat nergens uit. Integendeel, aangezien de dozen zijn voorzien van stickers waarop een belastbaarheid van 100 kg is vermeld, is het voor Obbo onmogelijk geworden om de stepscooters desondanks aan haar beoogde afnemer door te verkopen als stepscooters met een belastbaarheid van 125 kg. De overeengekomen belastbaarheid is door het ontbreken van de overeengekomen sticker niet gegarandeerd. Daarmee is aan Obbo in aanmerkelijke mate onthouden wat zij uit hoofde van de overeenkomst mocht verwachten, terwijl de schade die daaruit voortvloeit voor Bestevaer redelijkerwijs voorzienbaar was. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat de belastbaarheid van de stepscooters een wezenlijke tekortkoming vormt als bedoeld in artikel 25 van het Weens Koopverdrag.

4.17. Hieruit volgt al dat in beginsel grond bestaat voor ontbinding van de overeenkomst op grond van artikel 49, eerste lid, aanhef en onder a, van het Weens Koopverdrag. De overige gestelde gebreken aan de stepscooters kunnen gelet hierop buiten bespreking blijven.

4.18. Omdat Bestevaer de stepscooters al had afgeleverd, moet voor ontbinding daarnaast zijn voldaan aan het vereiste van artikel 49, tweede lid, aanhef en onder b i) van het Weens Koopverdrag, dat Obbo de overeenkomst ontbonden heeft verklaard binnen een redelijke termijn nadat zij de tekortkoming had ontdekt of had behoren te ontdekken. Daarnaast bepaalt artikel 26 van het Weens Koopverdrag dat een verklaring van ontbinding uitsluitend geldig is indien zij geschiedt door middel van een kennisgeving aan de andere partij. Die verklaring is vormvrij.

4.19. Naar het oordeel van de rechtbank kan de e-mail van Obbo aan Bestevaer van 14 juni 2010 (zie onder 2.6) gelet op haar inhoud en strekking als ontbindingsverklaring worden aangemerkt. In die e-mail schrijft Obbo immers dat de stepscooters gebreken vertonen en klaarstaan om door Bestevaer te worden opgehaald. Uit die mededeling, in de brief van 5 augustus 2010 (zie onder 2.7) aangevuld met de mededeling dat Obbo (onder meer) de door haar betaalde koopprijs terug wil hebben, heeft het Bestevaer duidelijk moeten zijn dat Obbo als gevolg van de – in de e-mail van 14 juni 2010 opgesomde – tekortkomingen de overeenkomst wilde beëindigen. Bovendien is de termijn waarbinnen Obbo deze mededeling heeft gedaan aan te merken als gedaan binnen de in artikel 49, tweede lid, van het Weens Koopverdrag bedoelde redelijke termijn, nu de levering – zoals Obbo in de dagvaarding onweersproken heeft aangevoerd – heeft plaatsgevonden op 9 juni 2010.

4.20. Uit het voorgaande volgt dat de door Obbo in haar primaire vordering onder a) gevorderde verklaring voor recht, dat de overeenkomst tussen partijen gesloten op 20 januari 2010 is ontbonden, toewijsbaar is.

Ongedaanmakingsverplichting

4.21. Op grond van artikel 81, eerste lid, van het Weens Koopverdrag, bevrijdt de ontbinding beide partijen van hun verplichtingen uit de overeenkomst. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan een partij die de overeenkomst geheel of ten dele heeft uitgevoerd, van de andere partij teruggave eisen van hetgeen zij uit hoofde van de overeenkomst heeft gepresteerd. Hebben beide partijen het recht teruggave te vorderen, dan moet deze teruggave over en weer gelijktijdig geschieden.

4.22. Obbo – die aan Bestevaer heeft meegedeeld dat de stepscooters gereed staan om te worden opgehaald – maakt in dit kader terecht aanspraak op terugbetaling van de koopsom ad € 54.772,00, zodat dit onderdeel van de primaire vordering onder b) toewijsbaar is.

4.23. De overige onderdelen van de primaire vordering onder b), namelijk vergoeding van gederfde winst ad € 16.978,00 en vergoeding van de kosten van Obbo’s Duitse advocaat ad € 1.580,00, zijn niet toewijsbaar op de grondslag van ongedaanmakingsverplichting als bedoeld in artikel 81, tweede lid, van het Weens Koopverdrag. Het derven van winst en het maken van advocaatkosten zijn immers geen prestaties die Obbo uit hoofde van de koopovereenkomst heeft verricht.

Schadevergoeding

4.24. De vordering tot vergoeding van gederfde winst kwalificeert als een vordering tot schadevergoeding. Op grond van artikel 74 van het Weens Koopverdrag heeft een partij recht op schadevergoeding wegens een tekortkoming van de andere partij bestaande uit een bedrag gelijk aan de schade, met inbegrip van de gederfde winst, die door eerstgenoemde partij als gevolg van de tekortkoming wordt geleden. Obbo heeft ter onderbouwing van deze vordering aangevoerd dat zij de stepscooters reeds had doorverkocht voor € 27,50 per stuk. De verkoopprijs van € 27,50 afgezet tegen de inkoopprijs van € 20,97, uitgaande van 2.600 stepscooters, betekent volgens Obbo een gederfde winst van € 16.978,00. Bestevaer heeft deze schadepost bij gebreke van een specificatie betwist. Ten behoeve van de comparitie heeft Obbo echter bij akte nadere stukken overgelegd, waaronder als bijlage 6 de factuur met achterliggende stukken (leveringsbonnen) aan haar afnemer Glenco GmbH & Co KG.

Op die factuur staat onder meer vermeld:

2600 SONDERANFERTIGUNG Scooter “Hager” 27,50 71.500,00

[…]

50 % Vorkasse von 71.500,00 EUR 35.750,00 35.750,00

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Obbo met deze stukken afdoende onderbouwd dat zij de 2.600 stepscooters had doorverkocht voor € 27,50 per stuk. Obbo voert dan ook terecht aan dat zij winst heeft gederfd als gevolg van de tekortkoming van Bestevaer en dat deze schadepost € 16.978,00 bedraagt. Nu de omvang van de schade overigens niet is betwist, is de primaire vordering onder b) ook in zoverre toewijsbaar.

4.25. De vordering tot vergoeding van de kosten van de Duitse advocaat van Obbo moet worden gekwalificeerd als een vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Weens Koopverdrag voorziet niet in een regeling ten aanzien van buitengerechtelijke kosten, zodat op dit punt moet worden teruggevallen op het bepaalde in artikel 6:96, tweede lid, aanhef en onder c, van het BW. Ingevolge dit artikel komen als vermogensschade mede voor vergoeding in aanmerking redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Buitengerechtelijke kosten komen alleen voor vergoeding in aanmerking indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Obbo heeft weliswaar gesteld dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten, maar uit de gegeven omschrijving van deze werkzaamheden moet het tegendeel worden afgeleid. De primaire vordering onder b) tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso)kosten zal daarom worden afgewezen.

4.26. De primaire vordering onder c), die strekt tot veroordeling van Bestevaer tot betaling aan Obbo van een bedrag PM wegens mogelijke claims van eindgebruikers, moet worden afgewezen, omdat deze schadevergoedingsvordering op geen enkele wijze is geconcretiseerd of onderbouwd.

Rente en kosten

4.27. Obbo vordert vergoeding van de wettelijke rente over, voor zover nog relevant, de koopsom en de gederfde winst, met ingang van 26 augustus 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening. Op grond van artikel 78 van het Weens Koopverdrag heeft, indien een partij tekort schiet in de betaling van de prijs of van enig ander achterstallig bedrag, de andere partij recht op rente hierover, onverminderd haar recht op schadevergoeding overeenkomstig artikel 74 van het Weens Koopverdrag. Voor de bepaling van de omvang van deze renteverplichting kan aansluiting worden gezocht bij de wettelijke rente in het op de overeenkomst toepasselijke nationale recht, in dit geval dus het Nederlandse recht. De gevorderde en ook niet afzonderlijk betwiste wettelijke rente ten aanzien van de door Bestevaer terug te betalen koopsom is dan ook toewijsbaar, en wel met ingang van voornoemde datum. Ten aanzien van de gederfde winst ligt dat anders, omdat uit de stellingen van Obbo niet duidelijk is geworden wanneer haar beoogde afnemer is afgehaakt en dus wanneer zij de winst heeft gederfd en de gederfde winst pas in dit vonnis is vastgesteld. De wettelijke rente over de gederfde winst zal dan ook worden toegewezen vanaf de betekening van dit vonnis.

4.28. Bestevaer zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Obbo worden begroot op:

- dagvaarding € 99,08

- griffierecht 568,00

- salaris advocaat 2.235,00 (2,5 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 2.902,08

4.29. Omdat de primaire vordering deels wordt toegewezen, komt de rechtbank aan de subsidiaire en meer subsidiaire vordering niet meer toe.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen partijen gesloten op 20 januari 2010 is ontbonden,

5.2. veroordeelt Bestevaer om aan Obbo te betalen een bedrag van € 71.750,00 (éénenzeventigduizend zevenhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 54.772,00 met ingang van 26 augustus 2010 tot de dag van volledige betaling en over een bedrag van € 16.978,00 vanaf de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt Bestevaer in de proceskosten, aan de zijde van Obbo tot op heden begroot op € 2.902,08,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2012.

Coll.: JC