Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2012:BW7432

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
02-05-2012
Datum publicatie
05-06-2012
Zaaknummer
214849 en 223340
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

EEX. EVO. Nederlandse rechter bevoegd.

Vordering tot betaling van € 125.591,49. Rechtsgeldige koopovereenkomst waarbij klantenbestand en goodwill zijn verkocht. Vordering toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 2 mei 2012

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 214849 / HA ZA 11-614 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROBU COMPACTRENT B.V., thans geheten Compactrent B.V.,

gevestigd te Beneden-Leeuwen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.A. van Huussen te Veenendaal,

tegen

de rechtspersoon naar Belgisch recht

MERCURIO-TRADING B.V.B.A.,

gevestigd te Grobbendonk, België,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. L.J.M.G. Kunzeler te Venlo,

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 223340 / HA ZA 11-1545 van

de rechtspersoon naar Belgisch recht

MERCURIO-TRADING B.V.B.A.,

gevestigd te Grobbendonk, België,

eiseres,

advocaat mr. L.J.M.G. Kunzeler te Venlo,

tegen

1. [ged.1 vrijw.],

wonende te [woonplaats],

2. de rechtspersoon naar Belgisch recht

[ged.2 vrijw.].,

gevestigd te [vest.plaats],

gedaagden,

advocaat mr. A.H.G. Vermeulen te Tilburg.

Partijen zullen hierna respectievelijk Compactrent, Mercurio en [gedn. vrijw.] genoemd worden. Gedaagden in de vrijwaringszaak zullen afzonderlijk ook wel [ged.1 vrijw.] en [ged. 2 vrijw.] worden genoemd.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 november 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 23 maart 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 februari 2012

- het proces-verbaal van comparitie van 23 maart 2012.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

3.1. Compactrent is een verhuurbedrijf van bouwmaterieel.

3.2. Mercurio is opgericht bij oprichtingsakte van 8 maart 2007. In deze akte is onder meer het volgende opgenomen:

Bevoegdheidsbeperkingen

In afwijking van artikel 257 van het Wetboek van vennootschappen kan een zaakvoerder niet zonder de toestemming van een andere zaakvoerder in functie besluiten tot enige rechtshandeling die de vennootschap verbindt voor meer dan tienduizend euro

(€ 10.000,00) (…). Deze bevoegdheidsbeperkingen kunnen niet worden tegengeworpen aan derden, zelfs niet nadat zij openbaar zijn gemaakt.

Overgangs- en slotbepalingen

A. Benoeming van de eerste gewone zaakvoerder – Bezoldiging

Met eenparigheid van stemmen worden als eerste zaakvoerders benoemd voor onbeperkte duur,

1) de heer [ged. 1 vrijw.] (…)

2) de heer [betrokkene1] (…)

3.3. Op 14 februari 2008 is een overeenkomst tot stand gekomen tussen Compactrent en Mercurio (in de overeenkomst aangeduid als ‘dealer’). Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

1. Verhuur

Dealer treedt op als intermediair voor de verhuur van machines van Compact Rent.

(…)

5. Duur van de overeenkomst

5.1 Deze overeenkomst wordt aangegaan voor 1 jaar, en wordt stilzwijgend verlengd met perioden van 1 jaar.

6. Exclusiviteitsgarantie

6.1 Dealer zal noch tijdens de duur van de overeenkomst noch binnen 2 jaar na

opzegging van de overeenkomst door een van de partijen, dan wel via een andere

partij verhuuractiviteiten opzetten.

6.2 Compact Rent zal noch tijdens de duur van deze overeenkomst noch binnen 2 jaar

na Harerzijds, via een andere partij verhuuractiviteiten starten in de ‘regio’.

(…)

6.4 Indien een partij zich niet houdt aan het gestelde in artikel 6.1 t/m 6.3 zal zij de

andere partij een terstond opeisbare boete verschuldigd zijn van € 100.000,-.

3.4. Op 1 maart 2008 heeft de bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders van Mercurio het ontslag van [ged.1 vrijw.] aanvaard als zaakvoerder van Mercurio met ingang van 1 maart 2008. [ged.1 vrijw.] is daarbij volledige kwijting verleend voor het uitgevoerde mandaat. Tevens is de benoeming bekrachtigd van de nieuwe bijkomende zaakvoerder met ingang van 1 maart 2008, zijnde [ged. 2 vrijw.]. Als vaste vertegenwoordiger van [ged. 2 vrijw.] treedt op haar zaakvoerder [ged.1 vrijw.].

3.5. Op 14 oktober 2008 is een overeenkomst tot stand gekomen tussen de in België door Compactrent geëxploiteerde onderneming Combirent bvba (in de overeenkomst aangeduid als ‘partij 1’) en Mercurio (in de overeenkomst aangeduid als ‘partij 2’). In deze overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

Partij 2 treedt op als zelfstandig verdeler van graaf en grondverzet machines met de

daarbij behorende aanbouw delen geleverd door partij 1 onder de hieronder vermelde

voorwaarden.

1.1 Partij 2 verklaart alleen machines te verhuren die beschikbaar zijn gesteld door partij 1 tenzij schriftelijk anders overeen gekomen.

(…)

5.1 Partij 1 zal tijdens de duur van het contract geen eigen verhuuractiviteiten opzetten in de verhuurregio van partij 2. Verhuurregio is bepaald het gebied waar de huidige huurklanten zich bevinden en wordt half jaarlijks bijgesteld.

5.2 Partij 1 zal geen derde inschakelen om verhuuractiviteiten op te zetten tijdens de duur van het contract in de regio van partij 2.

(…)

6.1 Het contract is geldig voor minimaal 5 jaar en zal telkenmale stilzwijgend verlengd worden met een zelfde periode.

3.6. Bij de stukken bevindt zich een stuk getiteld ‘afspraken tussen Compact Rent en Mercurio Trading 28-8-09’ (hierna: de overeenkomst). In deze overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

1)

Huurovereenkomsten en kortingen voor machines:

Jaarhuur: 40%

Maandhuur: 30%

Weekhuur: 20%

Dit zijn de uiteindelijke kortingen. De afspraak is een overname van het klantenbestand

voor een bedrag groot EURO 150.000,-- betaling vindt plaats door in eerste instantie de

kortingen te plaatsen op een hoogte van:

Jaarhuur: 30%

Maandhuur: 20%

Weekhuur: 10%

De totale betaling van de EURO 150.000,-- dient plaats te vinden vóór 31-12-2010

(…)

2)

De lopende huurcontracten van Grobbendonk worden door Mercurio Trading per 1-9 overgenomen. Facturatie op weekbasis.

3)

Mercurio Trading zal de huurverplichtingen van het pand in Grobbendonk, en alle daaruit voortvloeiende verplichtingen per 1-9-09 overnemen van Combirent;

De telefoon vast, faxlijnen en mobiele telefoons van Combirent worden overgenomen door Mercurio Trading per 1-9-09.

[betrokkene2] vraagt ontslag aan, zal door blijven werken, aangestuurd door Wim [ged.1 vrijw.]. Over de maanden sept, okt, nov 2009 zullen de salariskosten worden gedeeld. [betrokkene2] heeft voor haarzelf ontslag gevraagd.

Alle reclame uitingen van Combirent zullen in de week van 1-9-09 van het pand en de machines worden gehaald.

Compact Rent verbreekt de verbintenissen met Combi Rent en zal niet actief zijn op de Belgische verhuurmarkt.

De openstaande posten tot 1-9-09, wederzijds, zullen worden verrekend.

3.7. Mercurio heeft in de periode na 28 augustus 2009 een bedrag van € 24.408,51 aan Compactrent voldaan, volgens Compactrent ter gedeeltelijke aflossing op de hiervoor genoemde koopprijs van € 150.000,00, door verlaging van de korting op de huurprijs betreffende materieel dat Mercurio van Compactrent heeft gehuurd.

3.8. Op 6 januari 2010 heeft de bijzondere algemene vergadering van aandeelhouders van Mercurio het ontslag van [ged. 2 vrijw.] aanvaard als zaakvoerder van Mercurio met ingang van 7 januari 2010.

3.9. Bij vonnis van de tweede kamer van de rechtbank van koophandel van Turnhout van 14 februari 2012 is [ged. 2 vrijw.] failliet verklaard.

4. Het geschil

in de hoofdzaak

in conventie

4.1. Compactrent vordert na vermeerdering van eis dat Mercurio bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis wordt veroordeeld tot:

- betaling van € 125.591,49, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente, daarover vanaf 1 januari 2011 tot aan de dag der voldoening,

- betaling van € 17.963,20, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 19 juni 2010,

- betaling van de proceskosten.

Voorts vordert Compactrent dat dit vonnis wordt gewaarmerkt als Europese executoriale titel, voor zover wordt geoordeeld dat de vordering van Compactrent moet worden beschouwd als niet-betwist in de zin van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese Executoriale Titel voor niet-betwiste schuldvorderingen (hierna: EET-Verordening).

4.2. Mercurio voert verweer in haar conclusie van antwoord in conventie.

4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

4.4. Mercurio vordert dat bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

primair

Compactrent wordt veroordeeld om aan Mercurio te betalen het bedrag van € 24.408,51 ter zake van onverschuldigde betaling, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente, ingaande 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

subsidiair

Compactrent wordt veroordeeld om aan Mercurio te betalen het bedrag van € 100.000,00 ter zake van de verbeurde onmiddellijk opeisbare boete uit hoofde van de overeenkomst van 14 februari 2008 (zulks indien en voor zover dit bedrag niet reeds in conventie is verrekend), vermeerderd met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente, ingaande 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

primair en subsidiair

Compactrent wordt veroordeeld in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente ingaande 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

4.5. Compactrent voert verweer.

4.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de vrijwaringszaak

4.7. Mercurio vordert dat bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

primair

1. [ged.1 vrijw.] wordt veroordeeld tot al hetgeen waartoe Mercurio zal worden veroordeeld, althans

tot betaling van al datgene waartoe Mercurio mocht worden veroordeeld,

2. [ged.1 vrijw.] wordt veroordeeld om aan Mercurio te betalen de proceskosten die Mercurio heeft

gemaakt in de hoofdzaak alsmede de proceskosten van deze vrijwaringsprocedure,

vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW hierover ingaande 14 dagen na

dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

3. dit vonnis wordt gewaarmerkt als Europese executoriale titel als bedoeld in artikel 6 lid

1 EET-Verordening, indien en voor zover de vordering door [gedn. vrijw.] niet zal worden

betwist in de zin van artikel 3 EET-Verordening,

subsidiair

1. [gedn. vrijw.] zullen worden veroordeeld - ieder hoofdelijk en voor zover de een zal hebben

betaald de ander zal zijn gekweten - tot al hetgeen waartoe Mercurio zal worden

veroordeeld, althans tot betaling van al datgene waartoe Mercurio mocht worden

veroordeeld,

2. [gedn. vrijw.] zullen worden veroordeeld - ieder hoofdelijk en voor zover de een zal hebben

betaald de ander zal zijn gekweten - om aan Mercurio te betalen de proceskosten die

Mercurio heeft gemaakt in de hoofdzaak alsmede de proceskosten van deze

vrijwaringsprcodure, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW hierover

ingaande 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

3. dit vonnis wordt gewaarmerkt als Europese executoriale titel als bedoeld in artikel 6 lid

1 EET-Verordening, indien en voor zover de vordering door [gedn. vrijw.] niet zal worden

betwist in de zin van artikel 3 EET-Verordening.

4.8. [gedn. vrijw.] voeren verweer.

4.9. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

in de hoofdzaak

in conventie

5.1. Nu Mercurio een rechtspersoon is naar Belgisch recht, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering van Compactrent kennis te nemen. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, dient te worden nagegaan welk recht van toepassing is op de rechtsverhouding tussen partijen. In dit verband heeft deze rechtbank bij incidenteel vonnis van 20 juli 2011 onder meer reeds het volgende geoordeeld:

4.2. (…) De vragen die derhalve voorliggen, zijn:

- wat is de verbintenis die aan de eis van Robu Compactrent B.V. ten grondslag ligt;

- waar is die verbintenis uitgevoerd of moet die op grond van de overeenkomst worden uitgevoerd?

4.3. De rechtbank stelt vast dat de betaling van de koopsom door Mercurio Trading

BVBA aan Robu Compactrent B.V. de verbintenis is die aan de eis ten grondslag ligt, hetgeen ook niet door partijen is betwist.

4.4. Ten aanzien van de beoordeling waar de betaling van de koopsom is uitgevoerd of

moet worden uitgevoerd geldt dat indien de plaats van uitvoering in de overeenkomst is geregeld die plaats beslissend is -mits die plaatsbepaling volgens het toepasselijke recht geldig is- en indien de overeenkomst niets regelt over de plaats van uitvoering, dan moet deze op grond van de wet worden vastgesteld, welke vaststelling geschiedt aan de hand van het op de overeenkomst toepasselijke recht (HvJ EG 6 oktober 1976, NJ 1977, 16 en HvJ EG 28 september 1999, NJ 2001, 595). Nu in de overeenkomst tussen partijen niets is geregeld over de plaats van uitvoering, ligt derhalve de vraag voor welk recht op de overeenkomst van toepassing is.

4.5. Voor de beantwoording van de voornoemde vraag moet worden teruggevallen op het EEG-Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: het EVO-Verdrag). Gelet op de datum waarop de koopovereenkomst tot stand is gekomen, is het EVO-Verdrag - dat voor overeenkomsten die op of na 17 december 2009 zijn gesloten is vervangen door de Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) - immers temporeel nog op deze kwestie van toepassing.

4.6. Partijen hebben geen rechtskeuze gedaan, derhalve wordt ingevolge artikel 4 lid 1 van het EVO-Verdrag de overeenkomst beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden. Ingevolge lid 2 van die bepaling wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst haar hoofdbestuur heeft. Robu Compactrent B.V. heeft aan haar vordering een koopovereenkomst ten grondslag gelegd. De kenmerkende prestatie hiervan komt in casu neer op de levering door Robu Compactrent B.V. van het klantenbestand en de goodwill van haar onder de naam ‘Combirent’ in België geëxploiteerde onderneming aan Mercurio Trading BVBA. Nu Robu Compactrent B.V. als de partij die de kenmerkende prestatie moest verrichten, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst gevestigd was in Nederland (en nog steeds is) wordt de overeenkomst beheerst door Nederlands recht.

4.7. Vervolgens dient de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt (betaling van de koopsom) moet worden uitgevoerd, te worden vastgesteld. Dit dient te geschieden aan de hand van het Nederlandse recht dat de overeenkomst beheerst. Ingevolge artikel 6:115 BW in verbinding met artikel 6;116 BW moet betaling van een geldsom worden gedaan aan de woonplaats van de schuldeiser. In het onderhavige geval betekent dit dat betaling moet plaatsvinden in Beneden-Leeuwen, de vestigingsplaats van Robu Compactrent B.V. Nu de plaats van uitvoering is gelegen in Nederland komt de Nederlandse rechter ingevolge artikel 5 EEX-verordening rechtsmacht toe.

5.2. Uit het voorgaande volgt dus dat de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering van Compactrent kennis te nemen en dat Nederlands recht van toepassing is op de rechtsverhouding tussen partijen.

5.3. Op de comparitie van partijen is Mercurio noch haar advocaat verschenen. Ingevolge artikel 88 lid 4 Rv kan de rechtbank, zoals ook in het tussenvonnis van 23 november 2011 is overwogen, hieruit de gevolgtrekkingen maken die zij geraden acht.

5.4. Mede gelet op het voorgaande zal de vermeerdering van eis van Compactrent worden toegestaan. Deze is op 8 maart 2012 bij de rechtbank ingekomen en blijkens een rolbericht van 7 maart 2012 ook aan Mercurio gezonden. Mercurio had derhalve ter comparitie van 23 maart 2012 - waarop zij om haar moverende redenen niet is verschenen - op deze vermeerdering van eis kunnen reageren. Van strijd met de eisen van een goede procesorde is dan ook geen sprake.

5.5. Compactrent stelt dat tussen partijen op 28 augustus 2009 een koopovereenkomst tot stand is gekomen, waarbij Compactrent het klantenbestand en de goodwill van haar onder de naam Combirent in België geëxploiteerde onderneming aan Mercurio heeft verkocht voor een prijs van € 150.000,00. Mercurio heeft in strijd met de uitdrukkelijk tussen partijen overeengekomen uiterste datum voor de voldoening van de koopprijs (31 december 2010) een groot deel van die koopprijs (€ 125.591,49) ontbetaald gelaten. Daarmee is Mercurio in verzuim. De eerste vordering van Compactrent is gebaseerd op nakoming, bestaande uit betaling van de restant koopprijs.

5.6. Mercurio voert als primaire verweer in haar conclusie van antwoord dat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Dit baseert zij in de eerste plaats op het feit dat de bewuste overeenkomst door geen enkele bestuurder van Mercurio is ondertekend. De overeenkomst is immers uitsluitend ondertekend door [ged.1 vrijw.]. Deze was evenwel slechts bestuurder van Mercurio tot 1 maart 2008. Ten tijde van het ondertekenen van de overeenkomst op 28 augustus 2009 was [ged.1 vrijw.] al ruim anderhalf jaar geen bestuurder meer van Mercurio. Op 28 augustus 2009 waren uitsluitend [ged. 2 vrijw.] en de heer [betrokkene1] (hierna: [betrokkene1]) de formele bestuurders van Mercurio. [betrokkene1] is echter bij de totstandkoming van de overeenkomst op geen enkele wijze betrokken geweest. Evenmin heeft hij toestemming verleend tot het sluiten van de overeenkomst, dan wel deze overeenkomst bekrachtigd. Daarnaast geldt volgens Mercurio dat [ged. 2 vrijw.] is opgetreden als onbevoegd vertegenwoordiger van Mercurio, nu er voor bestuurders van Mercurio een bevoegdheidsbeperking gold. Gelet op het geldelijk belang van € 150.000,00 behoefde de overeenkomst de ondertekening van alle bestuurders gezamenlijk. Ten slotte was Compactrent volgens Mercurio uitdrukkelijk op de hoogte van de bevoegdheidsbeperkingen voor de bestuurders van Mercurio, omdat eerdere overeenkomsten gezamenlijk werden ondertekend door beide toenmalige bestuurders, te weten [ged.1 vrijw.] en [betrokkene1]. Om die reden kan Compactrent geen beroep doen op vertrouwensbescherming.

5.7. Compactrent stelt dat het betoog van Mercurio faalt. In de eerste plaats was [ged.1 vrijw.] bestuurder van [ged. 2 vrijw.], die op haar beurt bestuurder was van Mercurio. Bij het aangaan van de overeenkomst op 28 augustus 2009 heeft hij derhalve Mercurio wel degelijk rechtsgeldig verbonden. Verder geldt dat de bevoegdheidsbeperking uitsluitend interne werking heeft en dus niet aan Compactrent kan worden tegengeworpen. Dit volgt uit de in de oprichtingsakte opgenomen zinsnede “Deze bevoegdheidsbeperkingen kunnen niet worden tegengeworpen aan derden, zelfs niet nadat zij openbaar zijn gemaakt.” Compactrent betwist voorts dat [betrokkene1] niet wist van de overeenkomst van 28 augustus 2009 en daarmee niet akkoord was. In ieder geval is de overeenkomst nadien bekrachtigd doordat daaraan gedurende meer dan een jaar uitvoering is gegeven door Mercurio en Mercurio in die periode een groot aantal machines van Compactrent heeft gehuurd en de daarvoor gefactureerde bedragen heeft voldaan, terwijl voordien Mercurio nimmer enig bedrag aan Compactrent voldeed, maar zij juist alleen maar betalingen (provisie) ontving.

5.8. Ter comparitie is van de zijde van Compactrent hieraan nog toegevoegd dat [ged.1 vrijw.] heeft aangegeven dat hij 100% bevoegd was om namens Mercurio te tekenen. Mercurio wilde de vrachtwagens niet, maar wilde wel de huur van het pand in Grobbendonk overnemen en de administratief medewerkster [betrokkene2] in dienst nemen, hetgeen ook is gebeurd. Mercurio schoof als het ware een tree omhoog op de ladder. Eerst was zij dealer en na de overeenkomst van 28 augustus 2009 een soort van importeur. Vanaf die datum zijn de machines op jaarbasis gehuurd door Mercurio van Compactrent. Daarvóór kreeg Mercurio een provisie van Compactrent en betaalden de klanten rechtstreeks aan Compactrent. Vanaf 28 augustus 2009 is de werkwijze totaal veranderd en moest Mercurio aan Compactrent betalen en betaalden de klanten rechtstreeks aan Mercurio. Ten slotte heeft [betrokkene1] nooit gezegd dat hij zich niet gebonden achtte aan de overeenkomst van 28 augustus 2009. Ook heeft hij nooit gezegd dat [ged.1 vrijw.] niet had mogen tekenen.

5.9. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze (nadere) stellingen van Compactrent door Mercurio, die niet ter comparitie is verschenen, met enkel hetgeen in de conclusie van antwoord is aangevoerd, niet of onvoldoende gemotiveerd betwist.

5.10. Mercurio voert het volgende subsidiaire verweer in haar conclusie van antwoord. Op 14 oktober 2008 zijn partijen overeengekomen dat Mercurio als enige intermediair graaf- en grondverzetmachines van Compactrent zou verhuren op de Belgische markt. Compactrent zou uitdrukkelijk geen eigen verhuuractiviteiten op de Belgische markt mogen ontwikkelen. Op grond van de overeenkomst van 28 augustus 2009 zou Compactrent het klantenbestand en de goodwill van haar onder de naam Combirent in België geëxploiteerde onderneming aan Mercurio hebben verkocht. Deze twee afspraken zijn volgens Mercurio niet met elkaar te rijmen en zijn derhalve innerlijk tegenstrijdig. Mercurio betwist in de eerste plaats dan ook dat zij van Compactrent het klantenbestand en genoemde goodwill geleverd heeft gekregen. Voorts kon Compactrent ook geen Belgisch klantenbestand van Combirent overdragen omdat Combirent reeds op 25 september 2008 was gefailleerd. Voor zover Compactrent al iets aan Mercurio zou hebben geleverd, betwist Mercurio dat de geleverde goodwill beantwoordt aan de overeenkomst en dat zij een waarde van

€ 150.000,00 vertegenwoordigt. Ten slotte stelt Mercurio dat Compactrent in strijd heeft gehandeld met de exclusiviteitsafspraak van artikel 6.2 van de overeenkomst van 14 februari 2008. Daarmee heeft zij een onmiddellijk opeisbare boete verbeurd van

€ 100.000,00. Mercurio wenst over te gaan tot verrekening van dit bedrag met de beweerdelijke vordering van Compactrent.

5.11. Compactrent stelt hiertegenover dat op basis van de overeenkomst van 14 februari 2008 Mercurio voor Compactrent werkzaam was als dealer. In die hoedanigheid trad zij op als intermediair, die huurovereenkomsten tot stand bracht tussen Compactrent en huurders. Mercurio ontving daarvoor provisie, die Compactrent aan haar betaalde. Compactrent heeft aldus verhuuractiviteiten ontwikkeld, zulks ter uitvoering van en zeker niet in strijd met de overeenkomst van 14 februari 2008. Het is het klantenbestand dat met die verhuuractiviteiten is opgebouwd, dat aan Mercurio is verkocht. Dat stelde Mercurio in staat om in plaats van dealer als het ware importeur te worden van het machinepark dat Compactrent voor verhuur beschikbaar had. De stelling van Mercurio dat Compactrent geen klantenbestand heeft kunnen overdragen omdat zij geen klantenbestand heeft opgebouwd, is dan ook feitelijk onjuist. Overigens heeft Compactrent wel degelijk een klantenbestand overgedragen, waarmee Mercurio ook aan de slag is gegaan. Zij heeft namelijk direct machines verhuurd aan afnemers die voordien van Compactrent huurden. Mercurio heeft daarmee honderdduizenden euro’s omzet gerealiseerd. Volgens Compactrent is dan ook geen enkele sprake van schade aan de zijde van Mercurio, zodat een eventuele boete tot nihil moet worden gematigd. Daarnaast is het faillissement van Combirent op 6 november 2008 weer ingetrokken. Compactrent kon op 28 augustus 2009 dus wel degelijk het klantenbestand van Combirent aan Mercurio overdragen. Het beroep van Mercurio op non-conformiteit is volgens Compactrent op geen enkele wijze feitelijk onderbouwd. Bovendien is dit beroep niet binnen bekwame tijd gedaan (artikel 7:23 BW).

5.12. Van de zijde van Compactrent is ter comparitie hieraan nog toegevoegd dat het klantenbestand door Compactrent aan Mercurio is geleverd, doordat Mercurio de beschikking heeft gekregen over de computers waar het klantenbestand op stond. Het betrof 100 à 150 klanten. Ook heeft Mercurio [betrokkene2] in dienst genomen en heeft zij de huurovereenkomst overgenomen van het pand in Grobbendonk. Er is geen sprake van schending van de exclusiviteitsbepalingen. Combirent bestond al op 14 februari 2008, zodat niet kan worden gesproken van het starten van een nieuwe activiteit. Bovendien is het nog maar de vraag of als Combirent activiteiten ontplooit, dit een schending door Compactrent oplevert.

5.13. Ook ten aanzien van deze (nadere) stellingen van Compactrent geldt naar het oordeel van de rechtbank dat zij door Mercurio met enkel hetgeen in de conclusie van antwoord is aangevoerd, niet of onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

5.14. De door Mercurio niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken (nadere) stellingen van Compactrent worden door de rechtbank als vaststaand aangenomen. Op grond daarvan staat vast dat partijen op 28 augustus 2009 rechtsgeldig een koopovereenkomst hebben gesloten, op grond waarvan Compactrent het klantenbestand en de goodwill van haar onder de naam Combirent in België geëxploiteerde onderneming aan Mercurio heeft verkocht voor een bedrag van € 150.000,00. Betaling van de koopprijs zou ingevolge deze overeenkomst uiterlijk 31 december 2010 moeten hebben plaatsgehad. Nu moet worden aangenomen dat dit slechts tot een bedrag van € 24.408,51 is gebeurd door verlaging van de korting op de huurprijs betreffende materieel dat Mercurio van Compactrent heeft gehuurd, is Mercurio voor het restant in verzuim. De gevorderde betaling van € 125.591,49

(€ 150.000,00 - € 24.408,51), vermeerderd met de wettelijke handelsrente, ligt daarmee voor toewijzing gereed. Voor verrekening bestaat gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen aanleiding.

5.15. Ook de gevorderde betaling van € 17.963,20, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, ligt voor toewijzing gereed, nu deze vordering niet door Mercurio is betwist.

5.16. Compactrent vordert ten slotte dat dit vonnis wordt gewaarmerkt als Europese executoriale titel. Deze vordering zal worden afgewezen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een niet-betwiste schuldvordering in de zin van artikel 3 lid 1 EET-Verordening.

5.17. Mercurio zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder de kosten van het vrijwaringsincident. De kosten aan de zijde van Compactrent worden begroot op:

- dagvaarding € 90,81

- griffierecht € 3.537,00

- salaris advocaat € 4.004,50 (2,5 punt × tarief € 1.421,00 + 1 punt x tarief € 452,00)

Totaal € 7.632,31

in reconventie

5.18. Mercurio vordert primair - kort gezegd - betaling van een bedrag van € 24.408,51. Mercurio legt hieraan ten grondslag dat indien in rechte zou komen vast te staan dat er op grond van haar in conventie gevoerde primaire verweer geen overeenkomst tussen Mercurio en Compactrent tot stand is gekomen, zij - kennelijk - een bedrag van € 24.408,51 onverschuldigd aan Compactrent heeft betaald. In de dagvaarding heeft Compactrent immers aangegeven dat Mercurio door verrekeningen met kortingen inmiddels een bedrag ter grootte van € 24.408,51 aan Compactrent heeft betaald.

5.19. Hiervoor is in conventie geoordeeld dat vast staat dat partijen op 28 augustus 2009 rechtsgeldig een koopovereenkomst hebben gesloten, op grond waarvan Compactrent het klantenbestand en de goodwill van haar onder de naam Combirent in België geëxploiteerde onderneming aan Mercurio heeft verkocht voor een bedrag van € 150.000,00. Een deel van de koopprijs, te weten € 24.408,51, is door Mercurio afgelost door verlaging van de korting op de huurprijs betreffende materieel dat Mercurio van Compactrent heeft gehuurd. Van onverschuldigde betaling is dus geen sprake. Reeds hierom zal de primaire vordering van Mercurio worden afgewezen.

5.20. Mercurio vordert subsidiair - kort gezegd - betaling van een bedrag van

€ 100.000,00. Volgens Mercurio heeft Compactrent in strijd gehandeld met de exclusiviteitsafspraak van artikel 6.2 van de overeenkomst van 14 februari 2008, ten gevolge waarvan zij een onmiddellijk opeisbare boete heeft verbeurd van € 100.000,00. Gelet op hetgeen in conventie is overwogen zal ook deze vordering worden afgewezen.

5.21. Mercurio zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Compactrent worden begroot op € 1.421,00 wegens salaris advocaat (2 punten × factor 0,5 × tarief € 1.421,00).

in de vrijwaringszaak

5.22. Mercurio zal in de hoofdzaak jegens Compactrent worden veroordeeld. Gelet daarop dient de vrijwaringszaak inhoudelijk te worden beoordeeld.

5.23. Ingevolge artikel 6 aanhef en sub 2 EEX-Verordening kan een in vrijwaring opgeroepen (rechts)persoon ook worden opgeroepen voor het gerecht waarvoor de oorspronkelijke vordering aanhangig is. Artikel 216 Rv bepaalt dat hij die ter zake van vrijwaring is gedagvaard, moet procederen voor de rechter waar de hoofdzaak aanhangig is, zelfs indien hij ontkent waarborg te zijn. Nu de hoofdzaak aanhangig is voor de rechtbank Arnhem, is zij ook bevoegd van de onderhavige vordering in de vrijwaringszaak kennis te nemen.

5.24. Met betrekking tot de primaire en subsidiaire vorderingen van Mercurio is de rechtbank van oordeel dat Mercurio deze kennelijk heeft laten varen. Dit leidt zij af uit:

- de akte niet in staat van 22 maart 2012 van de advocaat van Mercurio, waarin hij onder

meer meedeelt dat Mercurio voornemens is haar faillissement aan te vragen en daardoor

hem niet in staat stelt zijn werkzaamheden nog uit te voeren. Hij zal Mercurio daarom niet

bijstaan in het verdere verloop van de procedure,

- het feit dat Mercurio noch haar advocaat ter comparitie is verschenen,

- het feit dat Mercurio na de akte niet in staat van 22 maart 2012 niets meer van zich heeft

laten horen, op welke wijze dan ook.

Onder deze feiten en omstandigheden moet naar het oordeel van de rechtbank het ervoor worden gehouden dat Mercurio haar vorderingen heeft laten varen. De rechtbank zal hierna dan ook verstaan dat deze vorderingen geen inhoudelijke behandeling behoeven.

5.25. Omdat gelet op het voorgaande niet valt vast te stellen welke partij als de in het ongelijk gestelde partij is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

6. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

in conventie

6.1. veroordeelt Mercurio om aan Compactrent te betalen een bedrag van € 125.591,49 (éénhonderdvijfentwintigduizendvijfhonderdéénennegentig euro en negenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag met ingang van 1 januari 2011 tot de dag van volledige betaling,

6.2. veroordeelt Mercurio om aan Compactrent te betalen een bedrag van € 17.963,20 (zeventienduizendnegenhonderddrieënzestig euro en twintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag met ingang van 19 juni 2010 tot de dag van volledige betaling,

6.3. veroordeelt Mercurio in de proceskosten, aan de zijde van Compactrent tot op heden begroot op € 7.632,31,

6.4. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

6.6. wijst de vorderingen af,

6.7. veroordeelt Mercurio in de proceskosten, aan de zijde van Compactrent tot op heden begroot op € 1.421,00,

in de vrijwaringszaak

6.8. verstaat dat op de ingestelde vorderingen niet meer behoeft te worden beslist behoudens op de verzochte proceskostenveroordeling,

6.9. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2012.

Coll.: MvG